De les van Barbara Baarsma

>> Saturday, July 7, 2018


Afbeelding: screenshot Nieuwsuur, uitgezonden 9 feb 2018 met Barbara Baarsma.

Dalende beurskoersen: wat betekenen die voor de echte economie?
Mariëlle Tweebeeke interviewt Barbara Baarsma, directeur kennisontwikkeling Rabobank

Dit is een fascinerend interview. Begin februari van 2018 zijn de aandelenkoersen onderuitgegaan. Baarsma mag uitleggen wat dat voor ons betekent. Haar les is kort samengevat: De financiële markten zijn onvoorspelbaar. Wat omhoog gaat, kan ook weer naar beneden gaan. We dachten dat we er op konden rekenen dat ons huis altijd in waarde zou stijgen, dat we een baan voor het leven zouden hebben en dat onze oudedagsvoorziening goed geregeld was. De koersval van de voorafgaande week heeft echter laten zien dat niets minder waar is. We zullen ons moeten aanpassen aan een steeds sneller veranderende wereld, waarin de zekerheden van vandaag morgen misschien niets meer waard zijn. De crisis op de beurs is dus een nuttige les, namelijk dat ‘u zelf verantwoordelijk bent voor uw financiële zelfredzaamheid’, stelt Baarsma. 

Financiële zelfredzaamheid: dat is dus niet wat het vroeger betekende: spaarzaamheid en een sluitend huishoudboekje. Nee het is veel ingrijpender: we moeten ons leven aanpassen aan de ups en downs van de markten:

[Laten we de] economie op lange termijn […] maar […] eens vertalen naar het leven van de burgers, gewoon individuen. Ik denk wel dat wat je ziet dat wat op de beurs is gebeurd, die enorme uitslagen, die onzekerheid die daar achter zit, die speelt ook in ons leven, in het leven van de kijkers.
[…] als die beweging op de beurs de kijker iets moeten leren dan is dat: die bewegingen daar die kunnen ook in uw persoonlijk leven optreden, wees daar weerbaar voor.

We moeten er aan wennen dat de wereld steeds sneller verandert. Afhankelijk van onze situatie en toekomstdromen, zullen we moeten sparen of “investeren in menselijk kapitaal”. 

Investeren in menselijk kapitaal is haar manier om te zeggen dat je een vak leert, want ons leven is een product. En dat product moet verkocht worden op de markt. Daarom moeten we ons leven aanpassen aan de markt, een markt zonder bodemprijs. Als u dat niet doet, bent u morgen dakloos, werkloos en is uw pensioen verdampt door een foute beleggingskeuze.

Dit is een wereld waarin mensen niet voor elkaar, maar alleen voor zichzelf zorgen. Het is de wereld die Ayn Rand in Atlas Shruggs beschrijft, waarin mensen alleen voor zichzelf leven. Er is geen gemeenschap, alles is geprivatiseerd. We zijn met elkaar verbonden door een web van (financiële) transacties. Wie zekerheid wil, verzekert zich want de oude zekerheden zijn verdwenen. U heeft geen andere keuze dan zich aan te passen. Dat is de les die Baarsma trekt uit de koersval van de voorafgaande week.

Dat we ook andere keuzes kunnen maken, dat we de wereld ook anders kunnen inrichten, dat er ook zekerheid is buiten de financiële markten, zekerheid die niet wordt gekocht maar is gebaseerd op solidariteit en menselijkheid, is uit beeld verdwenen. 

De les van Baarsma is dat we ons leven afhankelijk hebben gemaakt van een casino waar we geen controle over hebben, en dat we er alleen voor staan.

Transcript
[Mariëlle Tweebeeke]: De Amerikaanse beurs, de Dow-Jones, eindigde zojuist de chaotische week met een kleine winst. En bij mij aan tafel Barbara Baarsma hoogleraar economie en directeur kennisontwikkeling van de Rabobank. Hartelijk welkom. Ja de vraag is toch wat is er aan de hand op die beurs?
[Barbara Baarsma]: Nou wat je zag in Amerika, daar zijn de aandelen wat overgewaardeerd en beleggers hadden daar een andere verwachting over het tempo waarin het monetaire beleid een beetje normaler zou worden - dus over wanneer de rente weer wat zou gaan stijgen - en de inflatie steeg wat meer dan verwacht. En dat alles bij elkaar maakte dat je, nou best gezonde afname van die beurskoersen kreeg en dat verspreidde zich toen over de rest van de wereld. Geen reden voor paniek.
[MT]: U zegt heel duidelijk 'gezond'?
[BB]: Nou, er zat gewoon wat overwaardering in die aandelen en het ging al hele lange tijd omhoog, dus dat het nu iets wat afzakt is geen reden voor paniek, en die zag je ook eigenlijk niet.
[MT]: Nee maar dat is natuurlijk ook 'mensen hier worden geruststellende woorden gesproken', ook duur U, maar mensen misschien niet op die beurs zitten denken misschien toch 'O je, is er iets aan de hand?' Is dit een voorteken dat het misschien toch, ondanks al die positieve verhalen minder gaat met de economie?
[BB]: Nou, met onze economische groei zal het op korte termijn geen grote invloed op hebben [sic]. De economie op lange termijn is een ander verhaal maar laten we het eens vertalen naar het leven van de burgers, gewoon individuen. Ik denk wel dat wat je ziet dat wat op de beurs is gebeurd, die enorme uitslagen, die onzekerheid die daar achter zit, die speelt ook in ons leven, in het leven van de kijkers. Neem bijvoorbeeld, een tijd geleden, vlak voor de crisis. Toen was er bij heel veel mensen die een koophuis hadden de verwachting, ik kan dat huis verkopen wanneer ik het wil, tegen een prijs die hoger is dan waar ik het voor gekocht heb. De baan die ik heb, het vaste contract, ik kan daar mijn leven lang als ik wil bij deze baas blijven werken en mijn pensioen geeft mij de koopkracht, om als ik straks gepensioneerd ben, fijn te blijven consumeren zoals ik dat nu doe. En toen kwam de crisis, met die enorme uitslagen op de financiële markten en toen bleek ineens dat huizen veel minder waard kunnen worden. Toen bleek ineens dat pensioen helemaal niet zo koopkracht veilig zijn...
[MT, door elkaar]: Maar dat was toen, voor de crisis.
[BB] ... en dat banen voor het leven niet bestaan. Ik hoop eigenlijk ... Er is geen reden voor paniek, maar ik hoop dat deze bewegingen op die beurzen wel mensen bewust maken van het feit: veranderingen gaan steeds sneller. Er is steeds meer onzekerheid...
[MT]: Het gaat niet altijd alleen maar omhoog, het kan ook naar beneden gaan...
[BB]: Het kan ook naar beneden, en zorg dat U inzicht heeft in uw eigen financiële situatie en dat U zich bewust bent, dat u zelf verantwoordelijk bent voor uw financiële zelfredzaamheid, als ik het zo zou mogen noemen.
[MT[: Maar als we even concreet naar de Nederlandse economie kijken, en bijvoorbeeld wat U noemt de huizenmarkt [03:22] dan staat die er toch heel goed voor?
[BB]: Hij staat er zeker goed voor maar als je een huis wilt kopen vroeger was het zo dan - dit heeft allemaal met overheidsbeleid te maken - kon je 106% van de waarde van een huis lenen en ook kosten of een stukje verbouwing mee betalen nu kan dat niet meer, maximaal 100%, misschien gaat hij in de toekomst wat naar beneden. Dus is jouw wens in de toekomst een huis kopen, dan zul je een beetje een appeltje voor de dorst moeten hebben omdat zelf dan in te kunnen leggen. Of als het gaat om pensioenen - de AOW-leeftijd is verhoogd - wil je eerder stoppen met werken dan zul je ook iets van een appeltje voor de dorst moeten hebben.
[MT]: Dus sparen zegt u eigenlijk? Geld op de bank zetten [onverstaanbaar]
[BB]: In Nederland wordt al heel erg veel gespaard, dus mijn advies zou niet generiek zijn: 'ga nou meer sparen', dat is niet goed voor het land. Voor sommige mensen zou dat wel goed zijn. Mijn advies zou zijn zorg: één: dat u zich bewust bent van uw eigen verantwoordelijkheid van uw financiële situatie en dat u het inzicht heeft in wat u wilt - 'wil ik vroeger stoppen met werken? Heb ik een hele dure hobby waar ik geld voor nodig heb? Heb ik zes kinderen die ik wil gaan laten studeren? En hoeveel middelen heb ik? En als daar een gat tussen zit kan sparen of beleggen een optie zijn maar meer uren gaan werken kan ook een optie zijn en de aller, allerbelangrijkste is misschien wel het investeren in menselijk kapitaal. Want het begin van alle financiële zelfredzaamheid is een betaalde baan en met menselijk kapitaal is de garantie op een betaalde baan, is er werkzekerheid het allerbelangrijkste. En wat ik in het begin ze - vroeger hadden we het idee, we hebben baanzekerheid, een vast contract, een baan voor het leven - die zekerheid is er niet meer. Menselijk kapitaalinvesteringen geven je garantie op werk zekerheid.
[MT]: Maar als we even teruggaan naar de beurs, het ging lange tijd heel goed. Stel nou dat je denkt, ik wil toch investeren, maar je vindt dat iets te spannend, en inderdaad die banken daar krijg je eigenlijk bijna geen rente op je geld, wat moet je dan met je geld doen?
[BB]: Dat hangt ervan af - generiek ga ik geen advies daarover geven, want ik vind ik echt dat dat maatwerk advies is - en het begint bij het inzicht tussen wat iemand wil, een doel heeft en wat je dan nog moet doen. Stel dat het doel is dat je misschien wat langer wilt doorwerken - of we moeten met elkaar langer doorwerken - hoe ga ik dat voor elkaar krijgen. Nou, dat is een investering in menselijk kapitaal aan de orde. Als je juist wat vroeger wilt stoppen dan kan wat meer sparen aan de orde zijn. Dus het hangt er net van af wat iemands doel is en sparen kan natuurlijk ook beleggen zijn en je kan ook beleggen op de vastgoedmarkt maar het is allemaal individueel maatadvies maar zorg dat u dat inzicht krijg. En als die beweging op de beurs de kijker iets moeten leren dan is dat: die bewegingen daar die kunnen ook in uw persoonlijk leven optreden, wees daar weerbaar voor.
[MT]: Dat heeft u duidelijk gezegd. Hartelijk dank voor uw komst, Barbara Baarsma.

Read more...

Peter van Zadelhoff geeft een 'stoomcursus pensioen'

>> Sunday, July 1, 2018


Op YouTube vond ik deze 'stoomcursus pensioen' van Peter van Zadelhoff. Hierin legt hij kort en duidelijk uit wat een individueel pensioen inhoudt, en waarom het ingevoerd moet worden. Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat het een goed idee is: door de individualisering worden de voordelen van intergenerationele solidariteit vervangen door marktwerking.

Onder de video wordt vermeld:

Het kabinet wil de manier waarop al dat geld wordt verdeeld aanpassen, maar de vakbonden liggen dwars. Peter van Zadelhoff geeft een stoomcursus pensioen, waar toch zo’n 20 procent van je salaris aan op gaat. Hij legt uit hoe het nu is, wat er gaat veranderen en waarom de vakbonden moeten stoppen met dwarsliggen.

Ik kom binnenkort met een bespreking van de plannen die er zijn voor individualisering van het pensioenstelsel (niet alleen van Van Zadelhoff). Daarvoor heb ik van de video een transcriptie gemaakt.

Transcriptie

Published on 20 Oct 2017

Het is een van de belangrijkste dossiers op het bord van dit nieuwe Kabinet. In ieder geval een van de dossiers waarin het meeste geld mee is gemoeid. Het gaat om honderden miljoenen en die komen met een beetje pech op het bord van de jongeren terecht. Of van de ouderen.
Nu wordt het spannend. We nemen een enorm risico, dat weet ik. Ik ga het namelijk hebben over ... pensioenen. Niet wegzappen nou, want het gaat om bizar veel geld hoor. En het is jouw geld. Zo'n 20% van je salaris gaat ernaar toe. Dus als je nu wegzapt, prima, maar dan wil ik je nooit meer horen over ziektekosten, over de Btw-verhogingen, over al die andere dingen die minder dan 20% van je salaris kosten.
Goed je bent er nog. Pensioenen. Ik ga je zo vertellen hoe het nu werkt met pensioenen, hoe het beter kan en waarom dat dankzij de vakbonden maar niet wil lukken. Eerst hoe het nu werkt. Je stort iedere maand geld in je pensioenfonds. Dat geld gaat eigenlijk in een grote pot. Ook al je collega's en al die andere werkenden die stoppen daar hun geld in. Het pensioenfonds belegt dat geld en uit die pot geld worden dan vervolgens weer de pensioenen betaald. Dat werkt prima als er genoeg in dat pensioenfonds zit. Als de dekkingsgraad hoog genoeg is. Die dekkingsgraad geeft aan in hoeverre dat fonds ook in staat is om in de toekomst al die pensioenen te betalen. 100% dan kunnen ze het precies betalen.
De vraag is: wat doe je als het teveel is? Dus als die dekkingsgraad boven de 100% zit en wat doe je als het te weinig is. Kijk in theorie zou het zo kunnen werken: is de dekkingsgraad te hoog, zeg boven de 100%, 105 bijvoorbeeld, dan verhoog je gewoon de pensioenen. Is ie te laag, onder de 100, zeg 95, dan verlaag je de pensioenen. Heel simpel.
Ja, het gaat over pensioenen, dus je raadt het al: zo simpel is het niet. Nee, die buffer, want dat is het eigenlijk, van rond de 100, die wordt nu als het ware gebruikt om de rekening te verschuiven tussen generaties. Zo mag de pensioenuitkering pas verhoogd worden nu, als die dekkingsgraad boven de 110 zit. Dat is nadelig voor de ouderen die nu pensioen ontvangen. Die zouden het liefst natuurlijk die uitkering meteen omhoog zien gaan bij een dekkingsgraad van meer dan 100. Tja, omdat dat niet gebeurt, sponsoren zij als het ware nu de jongeren. Dus de gepensioneerden sponsoren de werkenden, of de ouderen sponsoren de jongeren, zo u wilt. Maar aan de andere kant dan hoeft die pensioenuitkering ook niet meteen verlaagd te worden.
[02:25] Bij een te lage dekkingsgraad hoeft het pensioenfonds nu eigenlijk alleen maar aan te geven hoe ze denken dat het in de toekomst wel weer goed zal komen. En dat er dus niet meteen gekort wordt op de uitkering is weer nadelig voor de werkenden. De jongeren die dan als het ware weer de gepensioneerden, de ouderen subsidiëren.
[02:44] Dat is nu een paar jaar het geval bij heel veel fondsen.
Maar er is nu een oplossing. We stoppen al het geld niet meer in een pot maar iedereen krijgt zijn eigen kleine pensioenpotje. Daar gaat gedurende tijd dat je werkt al je pensioengeld in en als je dan met pensioen gaat dan worden daaruit weer de pensioenuitkeringen betaald. Hartstikke makkelijk. En om het nog makkelijker te maken laten we al die kleine individuele potjes beheren, beleggen door het zelfde pensioenfonds. Geen buffers meer nodig, dus geen gezeur. Dacht je. Maar ja, dan heb je buiten de vakbonden gerekend. Die willen, gesteund door de SER boven op dat systeem van individuele potjes, toch nog weer een collectieve buffer aanleggen om te voorkomen, zo zeggen ze, dat er straks pech en geluk generaties ontstaan. Dat er een generatie die alleen maar een stijgende beurs mee maakt, en dus een hoog pensioen krijgt, en de volgende generatie, met een dalende beurs, een laag pensioen.
[03:39] Dus gaan er, en nu komt ie, rendementen afgeroomd worden. Verdien je in een jaar in je potje meer dan zeg 18% op je beleggingen, dan gaat dat wat je meer verdient in die collectieve buffer. En maak je in een ander jaar een verlies van meer dan 8% dan gaat weer uit die collectieve buffer en wordt het weer teruggestort in je pensioenpotje. Het wordt weer aangevuld.
[04:00] Kortom, we gaan weer lopen verdelen tussen generaties. Veel beter zou het zijn om te accepteren dat pensioen nu eenmaal onzeker is. We weten niet wat de toekomst brengt. Niemand weet het, en al helemaal niet als het over de financiële markten gaat. Dus we weten ook niet van te voren wat nou een geluksgeneratie is wat nou een pechgeneratie. Nee iedere poging om die onzekerheid te beheersen door rekeningen tussen generaties te verschuiven leidt tot gezeur en uiteindelijk tot onvrede onder alle generaties.

Read more...

Is economie een exacte wetenschap?

(Afbeelding: Sylke 'Amazing Himalaya')

Mainstream economen wordt door linkse critici vaak verweten dat zij te graag exacte wetenschappers willen zijn. Economische modellen gaan er ten onrechte vanuit dat mensen altijd handelen als kille robots die met wiskundige nauwkeurigheid kiezen voor eigenbelang [1]. In een opinie artikel in het Financieel Dagblad van 18 mei stelt Coen Teulings dat deze kritiek onterecht is: economen beseffen tegenwoordig best wel dat economie een sociale wetenschap is. Daniel Kahneman heeft voor onderzoek dat aantoont dat mensen meestal juist niet rationeel handelen, zelfs de nobelprijs voor economie gekregen.

De klacht is bovendien niet goed doordacht omdat men de betekenis van ‘rationaliteit’, ‘voorspelbaarheid’ en ‘doelmatigheid’ met elkaar verward. Als iemand rationeel handelt, impliceert dat helemaal niet dat de handeling daardoor voorspelbaar of doelmatig is. Deze begrippen hebben niets met elkaar te maken, aldus Teulings. Aan de hand van drie voorbeelden probeert hij deze ‘kluwen van begrippen’ te ontwarren. Helaas maakt hij de verwarring daarbij alleen maar groter.


Bankruns: rationeel gedrag is niet voorspelbaar


Dat rationaliteit niet tot voorspelbaar gedrag hoeft te leiden, illustreert hij aan de hand van bankruns. Tijdens een bankrun is het rationeel om zo snel mogelijk je geld van de bank te halen. Het zou irrationeel zijn om dat niet te doen, ‘want wie te laat is, is zijn geld zeker kwijt’. Toch zijn bankruns in de praktijk onvoorspelbaar.


Het driedeurenprobleem: irrationeel gedrag is voorspelbaar


Aan de hand van het ‘driedeurenprobleem’ laat hij zien dat ook het omgekeerde mogelijk is. In de NRC van 12 oktober vorig jaar legt Teulings dit als volgt uit [edit van mij]:
U gaat een spelletje spelen, in een kamer met drie deuren. Achter een van die deuren ligt 100.000 euro. U mag een deur aanwijzen om te openen. [Voordat het deurtje dat u hebt aan gewezen wordt geopend] zal de spelleider een van de andere twee deuren openen om te laten zien dat de schat daar in ieder geval niet ligt. En dan krijgt u een tweede kans: u mag nog op uw oorspronkelijke keuze terugkomen en die andere nog niet geopende deur kiezen. Wat doet u? Bent u standvastig in uw keus of verandert u?
Vrijwel iedereen kiest er voor om bij de eerste keuze te blijven. Dat is niet rationeel als je verstand hebt van kansberekening:

De kans dat u in eerste instantie de juiste deur kiest is eenderde. Door van keus te verwisselen, mist u in dat geval de hoofdprijs. U heeft echter tweederde kans dat u eerst een verkeerde deur heeft gekozen. In dat geval krijgt u door te wisselen met zekerheid de schat. Wisselen geeft dus tweederde kans op winst, niet wisselen maar eenderde.

Hieruit blijkt volgens Teulings dat irrationeel gedrag wel degelijk voorspelbaar kan zijn.


Het Prisonor’s dilemma: rationeel gedrag is niet doelmatig


Tenslotte laat Teulings met het prisoner’s dilemma zien dat rationele keuzes ook niet per se doelmatig zijn. Stel, er zijn twee verdachten voor een misdrijf. Er is geen bewijs en daarom probeert de aanklager de gevangen aan te zetten om de ander te verraden. Wie de ander verraad wordt beloond. Als ze beide zwijgen zouden ze er het beste af komen, maar je kunt wiskundig uitrekenen dat het gunstig is als ze beiden de ander verraden. Zo minimaliseren ze de kans op een lange gevangenschap.

Het is dus rationeel om verraad te plegen ‘terwijl ze beter af zouden zijn als ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Met andere woorden: rationaliteit is ondoelmatig’, aldus Teulings.

Hier gaan vier dingen mis.


Onwetendheid


Met het driedeurenvoorbeeld illustreert Teulings dat iemand die geen verstand heeft van statistiek en wiskunde handelt in strijd met haar eigenbelang. Daarmee is dus op zijn best iets gezegd over de voorspelbaarheid van domheid, maar niets over rationaliteit. Onwetendheid of onkunde is wat anders als irrationaliteit. Het feit dat mensen steeds hetzelfde antwoord kiezen heeft meer te maken met veel voorkomende vooroordelen, b.v. over de intentie van de quizmaster.


Kuddegedrag


Zijn tweede fout is dat hij rationaliteit op individueel en groepsniveau met elkaar vergelijkt. Het zijn individuen die geld van de bank halen, maar bij een bankrun gaat het niet om gedrag van één individu maar om opgeteld gedrag van een groot aantal individuen (‘kuddegedrag’). Kuddegedrag heeft bovendien een heel eigen dynamiek door feedback mechanismen: mensen reageren op elkaar. Men ziet dat anderen het doen en beseft dat men de meute voor moet zijn. Wanneer dat gebeurt is onvoorspelbaar omdat de aanleidingen heel divers kunnen zijn: een bericht in de krant waarin twijfel wordt uitgesproken over een bank, of een run op een andere bank.


Rationaliteit of rationaliteit?


De derde fout die hij maakt in zijn stukje is dat hij twee betekenissen van ‘rationaliteit’ met elkaar verward. Als we zeggen dat een handeling rationeel is, bedoelen we dat die handeling ‘de meest efficiënte manier is om een bepaald doel te bereiken’ (rationeel-1). Wat het doel is maakt daarbij niet uit. De tweede betekenis van rationeel heeft juist wèl betrekking op dat doel: een bepaald doel is wel of niet verstandig (rationeel-2). Als ik bijvoorbeeld besluit om de Himalaya te beklimmen, is dat onverstandig (rationeel-2), maar àls ik dat doe dan is het verstandig (rationeel-1) om de beste route naar de top te kiezen. Over wat verstandig (rationeel-2) is kunnen de meningen verschillen maar we kunnen vaak wel objectief oordelen over de manier waarop we dat proberen te bereiken. Anders dan Teulings beweert, is doelmatigheid dus wel gelijk aan rationaliteit, maar dan alleen in de eerste betekenis.


Eigenbelang


Veel ernstiger vind ik de onnodige vernauwing van de betekenis die Teulings geeft aan het begrip rationaliteit. Een rationele keuze is volgens hem een keuze voor eigenbelang en materieel gewin. Hij sluit uit dat mededogen, of meer algemeen, moreel gedrag rationeel is. Daarmee verengt hij rationaliteit tot objectief meetbaar eigenbelang (in dit geval ‘jaren gevangenisstraf’). Bovendien lopen ook hier de twee verschillende betekenissen van rationaliteit door elkaar.


Het doel van economie


Teulings bespreking van rationaliteit is symptomatisch voor de fout die veel economen maken: ze objectiveren menselijke behoeften door deze te beperken tot iets dat meetbaar is: meestal is dat geld (en in dit geval gevangenisstraf). De menswetenschapper Teulings lijkt niet te beseffen dat hebzucht niet het enige is dat mensen drijft. Bovendien is hij vergeten wat wel de taak is van de economie: vast te stellen hoe subjectieve behoeften van mensen op de beste manier kunnen worden vervuld met inzet van schaarse middelen, om Arnold Heertje in Echte Economie te parafraseren. Ongewild demonstreert Teulings waarom economie zo’n slechte roep heeft en wat er niet ‘exact’ aan is.

[1] Homo economicus noemt men deze denkbeeldige persoon in de literatuur.

Read more...

Democratie, ‘nu met verbeterde formule’

>> Thursday, February 23, 2017


Afbeelding: James Cridland

Eerder gepubliceerd op Sargasso

‘Help, de democratie is in nood’. Dit hoort men de laatste jaren steeds vaker. De democratie wordt uitgehold omdat de burger steeds minder invloed heeft op de politiek, of zij is gekaapt door populisten. Valt wel mee, zegt Tom van der Meer want de oproep om hervorming van de democratie is van alle tijden. In de jaren zestig wilde D66 dat al.

Nieuwe partijen willen de democratie hervormen. Ze willen meer ‘echte democratie’ wat meestal neerkomt op referenda en meer verkiezingen. Dit jaar zijn er twee partijen die ‘democratie’ als belangrijkste programmapunt hebben: Geenpeil en Plasman’s Partij voor de Niet-stemmer (PvdN) [1]. Ze hebben geen inhoudelijke beleidsvoorstellen maar willen wat veranderen aan de manier waarop onze democratie werkt.

Wat is democratie eigenlijk, wat is ‘echte democratie’ en hoe krijg je daar meer van? Is er wel sprake van een crisis of moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de democratie zoals Tom van der Meer denkt. Ik begin met de voorstellen van de nieuwe partijen.

Geenpeil

Wie de programma’s - of wat daarvoor doorgaat – van deze nieuwe partijen bekijkt, zou kunnen denken dat het om slechte satire gaat. Geenpeil is een politieke partij zonder politieke standpunten, zoals Martijn Tonies onlangs op Sargasso liet zien. Ze hebben dan ook geen lijst van standpunten maar een zogenaamde FAQ, wat staat voor Frequently Asked Questions. FAQ’s zijn gebruikelijk in de IT-wereld als aanvulling op de gebrekkige manuals die toch niemand leest. En inderdaad in de FAQ van Geenpeil staat dat het geen gewone partij is maar een partij met een app – een computerprogramma op je telefoon – waarmee je Kamerleden kan besturen:
… de GeenPeilstemmers, besturen onze Kamerleden op afstand via een app.
Volg de link, het staat er echt! Geenpeil is de Uber van de democratie. “Beleid nodig? App uw Vertegenwoordiger!” Het is een extreme vorm van directe democratie want de politiek wordt overgeslagen. De leden van de partij hebben 100% controle over hun vertegenwoordigers.

De Partij van de niet-Stemmer

Nog bonter maakt Peter Plasman het met zijn Partij voor de Niet-stemmer. Het blijkt dat je de naam letterlijk moet nemen. Zijn markt is het kwart van de bevolking dat niet stemt. Volgens Plasman stemmen mensen niet omdat zij zich niet in de bestaande partijen herkennen. Hij wil de gevestigde partijen met hun neus op dit feit drukken door deze niet-stemmers te vertegenwoordigen. Hij denkt deze mensen wel over te kunnen halen op hem te stemmen omdat hij, anders dan de bestaande partijen, wel zijn belofte zal nakomen: hij belooft namelijk – letterlijk - niets met hun stem te doen.

Wie overweegt om zich door Plasman te laten vertegenwoordigen raad ik aan zijn redenatie [2] goed te bestuderen: deze is sluitend maar tegelijkertijd inhoudsloos. Mogelijk is dat het waarmerk van een goed advocaat, maar niet voor een goed politicus. De PvdN is een ludieke democratie-hervormer die net als Geenpeil een nihilistische kijk heeft op politiek en politici.

Depolitisering van de politiek

Kenmerkend voor deze hervormers is hun aversie tegen politiek. Ik hoor het ook regelmatig in mijn eigen omgeving: als men vindt dat een verkeerde beslissing is genomen – niet alleen in de politiek – dan wordt verklaard ‘oh, dat is politiek’. Niet goede argumenten maar ‘politiek’ heeft de doorslag gegeven. Ook politici laten regelmatig merken dat ze eigenlijk niets hebben met politiek. Ze zijn niet ‘links of rechts maar recht door zee’, hebben geen visie en nemen alleen beslissingen op grond van rationele argumenten waarbij ze zich niet baseren op ideologie. Dat is Prinzipienreiterei waar toch nooit iets goeds van komt.

We hebben de politiek zelfs uit de economie gehaald. Economie wordt overgelaten aan technocraten als Mario Draghi en economische beslissingen worden niet meer genomen door politici maar worden met een computerprogramma berekend. Ook dit jaar zullen de plannen van de partijen weer doorgerekend worden door het CPB. De depolitisering van de economie is al jarenlang praktijk.

Eigenlijk willen we het liefst politiek, zonder ‘politiek’. Maar wat is dat ‘politiek’ zonder politiek? Wat is politiek eigenlijk?

Where the buck stops

Wie klaagt dat beslissingen niet genomen worden op grond van argumenten en wie denkt dat het CPB met een model een economische maatregel kan ‘berekenen’, vergeet een belangrijke vraag te stellen: hoe bepaal je wat een ‘goed’ argument of model is? Politici die economisch beleid laten afhangen van berekeningen van het CPB schuiven die keuze door naar het CPB. Je kunt die keuze niet eindeloos doorschuiven. Daar waar het doorschuiven stopt, daar waar de keuze wordt gemaakt, daar wordt politiek gemaakt. The buck stops here, stond op een bordje op het bureau van President Truman [3].

Politieke keuzes maken is moeilijk omdat de vragen waarop zij antwoord moet geven zelden één goed antwoord hebben. Wat goed is voor de een is slecht voor de ander [4]. We kunnen de keuze wel verstoppen in computermodellen, of het afschuiven naar ‘de politiek’, maar we komen er nooit vanaf. Anders geformuleerd: hoe vreselijk het ook stinkt, we kunnen nooit zonder politiek en wie het verstopt maakt de stank op termijn alleen maar erger.

Wat is democratie?

Democratie is geen manier om van politiek af te komen, maar democratie is wel een manier om politieke vragen te beantwoorden. Als we het niet aan politici, of aan computermodellen over kunnen laten, dan moeten we zorgen dat iedereen die er belang bij heeft, mee denkt en mee beslist. Democratie betekent letterlijk dat het volk (demos, d?µ??) regeert (krateo, ??at??). De essentie van democratie is dat iedereen – het volk - mee denkt en mee beslist.

In een democratie wordt geregeld hoe de macht, van tijd tot tijd en op een geregelde en ordelijke wijze, wordt overgedragen aan ‘de andere partij’ die andere ideeën heeft over wat goed en slecht is. Bij democratie hoort ook dat de oppositie ‘loyaal is’ en dat de regerende partij de oppositie respecteert. Essentieel is dat macht nooit boven de wet staat (‘rechtstaat’). Om over de beslissingen te kunnen oordelen moet het bestuur transparant zijn. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor journalisten. Zij moeten hun werk kunnen uitvoeren zonder last en ruggespraak met machthebbers [5]. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid om je te organiseren zijn daarom essentiële voorwaarden. En ten slotte: het is belangrijk dat de burger zelf politiek actief is en deelneemt aan het bestuur en debatten. Alleen door debat en gesprek met andere burgers kan iedereen een mening vormen. De burger beslist, want the buck stops at the people’s desk, your desk.

Democratie als formule

Dit is u allemaal natuurlijk bekend van de les maatschappijleer, maar wat ik wil zeggen, is dat meer democratie niet synoniem is met meer verkiezingen. Democratie is meer dan stemmen. Democratie is geen ‘markt’, waar burgers ‘opdrachten’ geven aan bestuurders die deze dan vervolgens, liefst zo letterlijk mogelijk, moeten uitvoeren [6]. De kiezer is geen consument die beleid ‘koopt’ met een stem. Er is immers ook geen ‘consumentenbond voor bedrogen kiezers’, al gedragen de PVV en populisten zich in het algemeen wel zo.

De nieuwe partijen die de democratie willen verbeteren, hanteren echter wel deze nauwe definitie van democratie. Voor hen betekent meer democratie letterlijk ‘meer directe verkiezingen’. Democratie is voor hen een formule die antwoord geeft op de vraag ‘wat wil het volk?’ De burger moet zo vaak mogelijk geraadpleegd worden en wat het juiste antwoord is, wordt bepaald met een simpele formule: “50% +1”.

Directe democratie

De vernieuwers klagen ook altijd dat politici hun beloftes nooit na komen. Zij willen hen daarom door middel van referenda, webfora of apps ‘aansturen’. Maar het idee dat je bestuurders elke vorm van beslissingsbevoegdheid kunt ontnemen, laat zien dat men niets heeft begrepen van management. Een werkgever die zijn werknemers geen ruimte geeft voor eigen inzicht en creativiteit, die alleen concrete opdrachten geeft en wil dat deze letterlijk worden uitgevoerd, zal snel failliet gaan. Ik ben geen militair expert, maar volgens mij worden zelfs militaire operaties niet meer op die manier uitgevoerd. Het idee dat de burger politici volledig onder controle heeft via een app, zoals Geenpeil wil, is gevaarlijk naïef.

Een land en elk instituut of systeem, dat democratisch wil zijn, kan daarom niet zonder representatie: volksvertegenwoordigers, ministers, politici, of hoe je ze ook noemt. Directe democratie doorkruist dit systeem: aan de politiek wordt een opdracht gegeven om iets te doen dat regelrecht in kan gaan tegen het door haar gevoerde beleid. Brexit en het nee tegen het verdrag met de Oekraïne zijn daar voorbeelden van, of je het daar nou wel of niet mee eens bent, maakt niet uit [7].

Onwijze menigten

Door sommige wordt ook wel voorgesteld om democratie te zien als een soort wisdom of the crowds, een manier om het probleem van de politiek – wie bepaalt wat goed of slecht is - op te lossen. Het belangrijkste bezwaar hiertegen is dat niet alle menigten wijze antwoorden geven. Om wisdom of the crowd goed te laten werken mogen individuen alleen kiezen op basis van eigen en onafhankelijk verkregen, informatie [8]. Dit betekent dat men voor meningsvorming niet te raden mag gaan bij andere kiezers. Vrije uitwisseling van informatie en debat, beiden essentieel voor democratie, staan daar haaks op: er zal misschien wel een antwoord uit komen maar het is allerminst gegarandeerd dat dit een verstandig antwoord is omdat mensen nu eenmaal geneigd zijn met de menigte mee te lopen.

En er is nog een ander fundamenteel probleem. Ik citeer Surowiecki (via Jay Rosen, benadrukking van mij):
Collective wisdom is a good way of coming up with an answer when there is a right or wrong answer (in a kind of Platonic sense) to the question.
Met andere woorden, de wijsheid van de menigte is dan misschien wel geschikt om de vraag te beantwoorden hoeveel erwten een pot bevat, maar zij is juist niet geschikt om politieke problemen op te lossen want die worden juist gekenmerkt door het feit dat zij meer dan één juist antwoord hebben ik hierboven heb laten zien.

De crisis van de democratie

Er is volgens mij wel degelijk sprake van een crisis van de democratie, en niet, zoals Tom van der Meer voorstelt slechts een crisis van de gevestigde partijen. Dat de democratie niet goed werkt is een feitelijke constatering: door het neoliberale beleid van de afgelopen decennia voelen grote delen van de bevolking zich uitgesloten van de politiek en economie door werkloosheid en bezuinigingen. In vrijwel alle westerse democratieën is een kleine elite in staat om zich een steeds groter aandeel van het nationaal product toe te eigenen. Behalve in Griekenland is het in geen enkel westers land gelukt om hiertegen een coalitie te formeren (en we weten hoe dat is afgelopen).

Het deel van de bevolking dat zich buitengesloten voelt, is een lucratieve ‘markt’ voor politieke ondernemers die hun ‘klanten’ bedienen met een mengsel van afkeer van politiek, economische beloftes en angst voor verdere neergang. Men heeft simpele oplossingen die iedereen kan begrijpen: herstel van soevereiniteit (grenzen dicht, uit de EU), terug naar de eigen munt en deportatie van gelukzoekers. Het is een mengsel van halve waarheden en hele leugens. De politiek van deze partijen is meestal van dien aard dat er met hen geen stabiele regering gevormd kan worden, maar deze partijen zijn wel zo groot dat zij de vorming van een regering moeilijk maken. De PVV in Nederland is een goed voorbeeld: door haar omvang maakt deze partij vorming van een stabiele regeringscoalitie moeilijk.

Democratie, ‘nu met verbeterde formule’?

Wat moeten we doen om de democratie weer te repareren? Meer democratie en strakker aansturen van politici, zoals de populisten willen, helpt niet omdat dit een te beperkte opvatting is van wat democratie is. Democratie meer is dan verkiezingen. Meer ‘shoppen’ door de burger door meer verkiezingen zal niet helpen, want waarop moet de burger haar keuze baseren? Bovendien gaat het niet alleen om gebroken beloftes maar vooral om foute keuzes. Wat wel zou helpen, is wat te doen aan de gebrekkige informatievoorziening (media), het gebrek aan transparantie van bestuur en de geringe betrokkenheid van de burger. Nieuws is tegenwoordig vooral vermaak en sensatie. Politieke verslagen lijken meer op sportverslaggeving. Politici verkondigen meningen maar of deze op feiten zijn gebaseerd lijkt niet meer uit te maken (fact-free politics). Een flamboyante leugenaar kan President van de Verenigde Staten worden omdat zijn leugens onvoldoende ontmaskerd worden.

Het belangrijkste is dat er wat wordt gedaan aan de werkloosheid en toenemende ongelijkheid door verandering van het economisch beleid. Het huidige beleid leidt tot deflatie en stagnatie, wat gunstig is voor de rijke elite. Centrumlinkse partijen (sociaaldemocraten, groene partijen en sociaalliberalen) hebben op dit gebied de afgelopen decennia compleet gefaald.

Deze laatste punten zijn inhoudelijke maatregelen en geen hervorming van ‘het proces’, van de democratie [9]. Deze crisis lost zich niet vanzelf, op ‘democratische manier’ op. Democratie is geen ‘formule voor goede antwoorden’. Het probleem met democratie is dat de echte ‘bestuurder’ uiteindelijk altijd de burger zelf is, en deze zal zelf moeten inzien wat er moet veranderen. Er is geen makkelijke oplossing, geen ‘nieuwe, verbeterde formule’ voor democratie, om uit de crisis te komen.

Noten

[1] De Piraten partij heb ik niet in het lijstje opgenomen omdat het natuurlijk geen nieuwe partij meer is, maar ook omdat deze partij wel inhoudelijk stellingnames heeft, zoals over burgerrechten, transparantie en zaken als patentrecht. Maar veel van hun punten hebben te maken met ‘proces’, de manier van bestuur zoals transparantie en vrijheid van meningsuiting. Ook deze partij stelt expliciet als doel ‘meer democratie’ en interpreteert dit als ‘directe democratie’. Zij heeft het volgende punt opgenomen in haar standpunten overzicht: Liquid Feedback als hulpmiddel om de bevolking inspraak te geven in het politieke proces. Directe Democratie is het einddoel. De Vijf Sterren Beweging in Italië is ook een goed voorbeeld: minder vergaand dan Geenpeil maar ook deze partij streeft een extreme vorm van directe democratie na.
[2] Plasman: 25% blijft thuis. Ik denk dat een groot gedeelte daarvan bewust thuis blijft omdat ze hun stem niet willen geven aan iemand waar ze niet achter staan of niet voor een belangrijk deel achter kunnen staan [… ] Wij worden gekozen door mensen die van ons verwachten dat wij niet gaan stemmen, anders stemmen ze niet op ons en dat is wat wij gaan doen, zo simpel is het […] Voor mij is […] het wezenlijke van de democratie, dat je gekozen kunt worden door mensen die willen wat jij belooft, en dat je je dan ook aan die belofte houdt. Plasman bedoelt het letterlijk dus. Het volledige transcript staat hier.
[3] Buck betekent mogelijk ‘mes’ volgens dit artikel. De uitdrukking komt van het Amerikaanse gezegde passing the buck, dat afschuiven van verantwoording betekent. Men zegt dat het woord ‘buck’ uit de poker wereld komt: het is een teken voor wie aan de beurt was (?): een mes met heft van ‘buckhorn’.
[4] Zie Isaiah Berlins The originality of Machiavelli. Machiavelli wordt meestal gezien als de meedogenloze analist van immorele reaal politiek, waarbij het doel elk middel heiligt. Dat was hij misschien ook wel maar in dit essay betoogt hij dat Machiavelli als eerste liet zien dat er niet één systeem denkbaar is, zonder ethische conflicten. Platonisch, Christelijk of gebaseerd op welk ander wereldbeeld dan ook. Niet het ontbreken van moraal is kenmerkend voor goede politiek, maar het maken van morele keuzes. In de woorden van Berlin: Machiavelli had unintentionally, almost casually uncovered […] the uncomfortable truth […] that not all ultimate values are necessarily compatible with one another – that there might be conceptual (what used to be called ‘philosophical’) and not merely a material obstacle to the notion of the single ultimate solution which, if it were only realised, would establish the perfect society’. Met andere woorden: niet alles wat goed is, is altijd compatibel met elkaar, en we moeten keuzes maken.
[5] Zoals ik in deel 6 van mijn serie Links en Rechts heb betoogd gaat het daarbij niet alleen om staatsmacht maar ook om de macht van de bezittende klasse. Als de journalist voor zijn boterham afhankelijk is van de uitgever die ook politieke belangen heeft, kan de journalist niet onafhankelijk werken. Het media-imperium van Rupert Murdoch is hiervan een notoir voorbeeld.
[6] Ik heb in dit stukje elementen verwerkt die ik heb opgestoken op een lezing die ik onlangs heb bijgewoond: Studium Generale, bij de WUR, gehouden op 10 januari door Prof Evert van der Zweerde van de Radboud Universiteit over democratie: Democracy under Pressure (part 1) waarin hij onder andere probeerde de vraag te beantwoorden: wat is democratie? Het was een inspirerende lezing. Voor de duidelijkheid: dit is geen weergave van zijn verhaal die avond, maar b.v. het punt over de burger als consument van democratie jat ik van hem.
[7] Er zijn nog meer bezwaren tegen referenda. Ook een referendum kan misbruikt worden door de elite. Wie genoeg geld heeft kan een campagne starten (handtekeningen werven) om een referendum af te dwingen, en de media bespelen om de gewenste uitslag te regelen. Bovendien hebben referenda het nadeel dat complexe problemen terug gebracht moeten worden tot een vraag die alleen maar met Ja of Nee beantwoord kan worden.
[8] Volgens Surowiecki moet aan vier voorwaarden voldaan worden:
  • Diversity of opinion: Each person should have private information even if it's just an eccentric interpretation of the known facts.
  • Independence: People's opinions aren't determined by the opinions of those around them.
  • Decentralization: People are able to specialize and draw on local knowledge.
  • Aggregation: Some mechanism exists for turning private judgments into a collective decision.
[9] Het is niet mogelijk om een systeem of proces te evalueren zonder te kijken naar de effecten ervan. Om het wel of niet goed werken van de democratie te evalueren is een inhoudelijke analyse met name van het economisch beleid noodzakelijk. Ik wil in een nieuwe reeks artikelen daarom meer aandacht besteden aan economie.

Read more...

Links en rechts, deel 6: Vrijheid, gelijkheid en gemeenschap

>> Wednesday, January 18, 2017


Afbeelding: Vrijheid, gelijkheid en broederschap. (bron: Thermidorimage)

Als iedereen het altijd met elkaar eens zou zijn was politiek overbodig. Alleen in een totalitaire staat is er eenheid. Meningsverschillen over wat waar of onwaar is en wat goed of fout is, zijn onvermijdelijk in de politiek. Verdeeldheid is daarom altijd onderdeel van elke goed functionerende democratie. Maar meningsverschillen die ontstaan omdat we elkaars taal niet begrijpen, zijn onnodig polariserend. Daarom is het belangrijk de betekenis van de woorden die we gebruiken goed duidelijk is.

Ik bespreek vandaag drie begrippen die centraal staan in de strijd tussen links en rechts: vrijheid, gelijkheid en gemeenschap. Inderdaad: dit zijn de begrippen die we ook kennen van de Franse Revolutie: liberté, égalité et fraternité. Ik zal laten zien dat deze begrippen voor links en rechts een andere betekenis hebben.

Het links-rechts-argument

Het politieke argument van rechts tegen links gaat in grote lijnen als volgt:
Links wil meer gelijkheid. Volgens rechts, dat denkt een realistisch beeld te hebben van de menselijke natuur, is dat onmogelijk. [Het] gelijkheidsidee botst voortdurend met de realiteit’. Mensen zijn altijd uit op eigen voordeel en bovendien is ‘de ene mens … nu eenmaal slimmer dan de andere’. Omdat links, Gutmensch die zij nu eenmaal is, een onstuitbare drang heeft de wereld te ‘verbeteren’ kan zij alleen ‘alle mensen gelijk […] maken onder dwang [door] repressie en nivellering. Als links de kans krijgt gebruikt zij daarvoor de macht van de staat. Waar dit toe leidt is bekend: Stalin, Mao, Pol Pot en Kim Jong-un. Daarom moet de (macht van de) staat ingeperkt worden.

Gelijkheid

Op dit ‘links-rechts-argument’ is veel aan te merken maar ik beperk me tot de meest opvallende fout: twee betekenissen van het begrip ‘gelijk’ worden met elkaar verward. De eerste betekenis kent iedereen: Stel, we vergelijken twee vrouwen met elkaar: Marie en Christine. In sommige aspecten zijn ze gelijk (lid van de soort homo sapiens, Française, vrouw, enz.) maar op de meeste andere punten verschillen ze van elkaar: Marie is blond, 40 jaar oud en 1.70 lang en (helaas) werkloos. Christine is 60 jaar oud, grijs, 1.80 lang en Christine heeft (gelukkig nog) wel een baan. De lijst van verschillen is natuurlijk oneindig lang maar het punt is duidelijk: Marie en Christine zijn ongelijk.

Dit is de meest gebruikte betekenis van ‘gelijk’. Deze is tegelijkertijd concreet en breed: op een oneindige lange lijst van kenmerken zijn mensen soms ‘gelijk’ maar meestal ‘ongelijk’. Ik noem deze vorm van gelijk ‘letterlijk-gelijk’.

De andere betekenis van ‘gelijk’ is voor het eerst verwoord door Descartes. Deze observeerde dat ieder mens, ongeacht ras of cultuur in staat is om Frans te leren, mits men dit van jongs af aan leert. Volgens Siep Stuurman is
de moderne gelijkheid een van de de meest centrale en krachtige ideeen van de Verlichting. De menselijke natuur wordt begrepen als een descriptief en normatief concept. Alle mensen hebben dezelfde basisbehoeften en capaciteiten en kunnen daarom gelijkelijk aanspraak maken op dezelfde elementaire rechten zoals leven, veiligheid, vrijheid en het streven naar geluk (’the pursuit of happiness’, zoals de amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring het formuleert). Er bestaat derhalve geen ‘natuurlijk gezag’van de ene groep mensen over de andere (p313).
Dit is dus niet hetzelfde als letterlijk-gelijk:
De moderne gelijkheid is een abstract concept. De menselijke natuur wordt erin opgevat als de harde kern die overblijft wanneer men van alle historisch gegroeide sociale conventies abstraheert (p254).
Dit is wat ik ‘abstract-gelijk’ noem. Het idee dat alle mensen in deze betekenis gelijk zijn, is een centraal thema van de Verlichting. Het was de inspiratie van vrouwen, arbeiders en slaven om in opstand te komen tegen hun onderdrukkers en het is nog steeds het kernstuk van alle linkse ideologie.

Dit abstract-gelijk is een heel ander soort gelijkheid dan het alledaagse gelijk, ‘letterlijk-gelijk’. In de politieke discussies waar ik het hier over heb, gaat het altijd over ‘abstract-gelijk’. Dit kan goed duidelijk gemaakt worden met mijn (deels) hypothetische voorbeeld van Marie en Christine. Stel dat beiden de wet overtreden. Marie ‘vergeet’ aan de uitkerende instantie te melden dat ze geld heeft verdiend. Ook Christine ‘vergist’ zich, maar anders dan Marie is zij minister. Door een verwijtbare fout van Christine verliest de staat 400 miljoen euro.

Omdat Marie en Christine gelijk zijn voor de wet (abstract-gelijk dus) zouden beiden op gelijke wijze, naar proportie van de ernst van de overtreding, bestraft moet worden. Marie wordt gekort op haar uitkering en Christine zal gezien de ernst van het vergrijp zwaarder gestraft worden. Beiden moeten boeten naar proportie voor hun vergrijp. Wat een passende straf is moet een onafhankelijke rechter bepalen.

Tot zover de theorie. Er zijn heel veel vrouwen zoals Marie, maar er zijn er niet veel zoals Christine Lagarde. De Marie’s van deze wereld worden zonder pardon gekort op hun uitkering maar de Christines, die zich schuldig maken aan een veel groter vergrijp, worden niet gestraft. Christine hoeft niet één euro terug te betalen en mag haar invloedrijke en goed betaalde post bij het IMF behouden.

Als links zegt te streven naar meer gelijkheid dan bedoelt zij deze ongelijke behandeling en niet dat zij Christine en Marie letterlijke-gelijk wil maken, want dat zou onzinnig zijn. Rechts verwart letterlijk-gelijk met abstract-gelijk.

Vrijheid

Als rechts een schild zou hebben, zoals de ridders vroeger, dan zou op dat schild Libertas de godin van de vrijheid staan. Rechts is kampioen vrijheidsstrijder. Zij bekritiseert links daarom want deze zou bereid zijn vrijheid in te leveren ten gunste van meer gelijkheid. In een beroemd debat in 1968 tussen Gore Vidal en William Buckley, beweert Buckley dat vrijheid altijd leidt tot meer ongelijkheid [1]:
Freedom breeds inequality, Freedom breeds inequality, [en na aandringen door Gore Vidal nog een derde maal] freedom breeds inequality. Unless you have the freedom to be unequal, there is no such thing as freedom.
Ook deze stelling is problematisch. Niet alleen omdat Buckley uitgaat van een andere definitie van het begrip ‘gelijkheid’ dan die welke links verdedigt – zoals ik in de vorige paragraaf heb laten zien – maar ook omdat het suggereert dat vrijheid en gelijkheid incompatibel zijn met elkaar. Het tegendeel is het geval.

Het is nog steeds hetzelfde links-rechts-argument: Om vrijheid te garanderen wil rechts, met name liberalen , de macht van de staat zoveel mogelijk in perken. De staat moet zo zwak mogelijk zijn om te voorkomen dat links haar misbruikt om het ideaal van gelijkheid te verwezenlijken. Dit gaat ten koste van onze vrijheid.

Figuur 1: Libertas, de godin van de vrijheid (Bron: Dominique James)

Bovendien is het niet erg dat verschillen tussen mensen hierdoor groter worden, dat moeten we juist toejuichen, want wie hard werkt en meer talent heeft, verdient nou eenmaal meer. Vrijheid genereert ongelijkheid zegt Buckley daarom.

De ideale maatschappij van rechts is echter een naïeve wensdroom omdat zij de gevolgen van ongelijkheid verkeerd inschat. Hoe belangrijk ongelijkheid is voor vrijheid is kan goed gedemonstreerd worden aan de hand van het voorbeeld van Christine en Marie. Marie die momenteel werkloos is moet om in haar inkomen te voorzien werk zoeken. In de ideale maatschappij van links – de verzorgingsstaat – zal de overheid Marie hierin bijstaan, maar in de (ideale) liberale maatschappij is dat geheel haar eigen verantwoording. Misschien heet Marie eigenlijk Miriam, en om religieuze of traditionele redenen wil zij een hoofddoek dragen. Om werk te vinden kan zij gedwongen worden daarvan af te zien. Op deze manier is niet de staat maar juist de afwezigheid van de staat een bedreiging voor (godsdienst) vrijheid.

Nauwkeuriger geformuleerd: Marie is nu niet afhankelijk van de willekeur van een vorst of staatsmacht, maar van Christine. Stel dat Christine (nu wel denkbeeldig) haar (potentiele) werkgever is. Zij beschikt dan over middelen (een baan) die Marie nodig heeft en niet op andere wijze kan verkrijgen. Natuurlijk is dit niet absoluut: er zijn meer werkgevers dan Christine maar als de arbeidsmarkt krap is, en Marie moet concurreren voor een baan met 100 andere sollicitanten dan is de relatie tussen Marie en Christine in hoge mate ongelijkwaardig. Ook als Marie een baan heeft, heeft Christine als haar cheffin veel macht over Marie, vooral als er geen ontslagbescherming is, iets dat, merkwaardig genoeg liberalen juist willen afschaffen.

Het is bijna een tautologie, maar het moet toch benadrukt worden: iemand die afhankelijk is van een ander, is niet vrij van willekeur van deze persoon. Christine die bemiddeld is, heeft daardoor macht en kan beslissen over het lot van Marie.

De betekenis die door rechts – kampioenen vrijheid - aan het woord vrijheid wordt gegeven is veel beperkter dan die van links. Vrijheid betekent voor rechts ‘vrij van dwang door de staat’. Zij negeert daarmee een andere voor veel mensen veel grotere bron van onvrijheid: de ongelijke verdeling van bezit.

Ongelijkheid van bezit [2] is een belangrijk machtsmiddel. De grote ongelijkheid die de afgelopen decennia is ontstaan heeft een parallelle sfeer van macht [3] naast de staat gecreëerd: de macht van het geld. Deze macht hoeft maar zelden verantwoording af te leggen, hoogstens aan de aandeelhouders als het om een vennootschap gaat. De ‘politieke strijd’ in deze machtssfeer gaat niet over ‘goed en fout’ maar slechts over de vraag wie het meeste verdiend. Rechtse politici vrezen alleen staatsmacht, die wel democratisch wordt gecontroleerd en negeren de macht van het geld. Hierdoor wordt de invloed daarvan op ons leven steeds groter. De werkelijke bedreiging komt niet van de democratische staat maar van het industrieel-financiële-complex [4].

Ondanks alle mooie woorden over vrijheid van rechts, is de maatschappij niet vrijer maar minder vrij. Grote materiele verschillen tussen mensen leiden tot grote verschillen in macht. Buckley draaide het om. Het moet zijn: inequality breeds coercion. Vidal liet na dit uit te leggen en kon (blijkbaar) niets beters bedenken dan te schelden.

Gemeenschap

Ook over de term gemeenschap zijn veel misverstanden. Jos van Dijk bekritiseerde mijn voorstel voor het criterium voor links en rechts (gemeenschap vs. individu), want wie schermt met de hogere waarde van de ‘volksgemeenschap’ is voor mij niet links.

Zijn kritiek dat mijn criterium aanleiding kan geven tot misverstanden is terecht, maar is onvermijdelijk. Ik gebruik het begrip ‘gemeenschap’ in de betekenis van ‘broederschap’, als in de leuze van de Franse revolutionairen. Omdat het woord ‘broederschap’ oubollig klinkt, gebruik ik het woord gemeenschap. Het staat voor ‘dat wat wij allen gemeen hebben’, de lotsverbondenheid van alle mensen die een consequentie is van abstracte gelijkheid.

Ik heb gekozen voor ‘gemeenschap vs. individu’ en niet voor ‘gelijk vs. ongelijk’ zoals Norberto Bobbio doet, omdat het een neutraal criterium is dat goed aansluit bij de ontwikkeling in de maatschappij [5]. Beide begrippen, ‘gemeenschap’ en ‘gelijkheid’ kunnen verkeerd opgevat worden.

Dat er verwarring ontstaat over dit begrip is wel begrijpelijk omdat nationalisme, en in extreme mate het fascisme zich graag tooien met links klinkende namen en op economisch gebied vaak linkse standpunten in nemen. De Duitse fascisten noemden zich bijvoorbeeld ‘nationaalsocialisten’. Dit is overigens geen toeval: rechts heeft, zoals Corey Robin het uitdrukt, van links geleerd dat het beste wapen tegen de revolutie de contrarevolutie is.

Rechtse, nationalistische bewegingen gebruiken het woord gemeenschap dan ook niet in de zin van ‘broederschap’. Dit wordt goed geïllustreerd door de herkomst van het woord ‘fascisme’: het is afgeleid van ‘fascio’ dat ‘bundel’ betekend. Het is een metafoor: een bundel stokken die stevig is samengebonden, is veel sterker dan losse stokken. De betekenis van gemeenschap waar het hier om gaat is dus: gemeenschap (natie, volk, familie of fascio) telt zwaarder dan het individu. Maar zij doen nog iets anders dat diametraal tegengesteld is aan het linkse ideaal: zij gebruiken het begrip gemeenschap ook om verschil te creëren.
Figuur 2: Een fascio, Italiaans voor 'bundel' waarmee men uitdrukt: 'eenheid is macht'. Strak samengebonden stokken zijn sterker dan losse, onafhankelijke stokken (Bron: DIREKTOR).

De maatschappij bestaat uit fasci die met elkaar in (eeuwigdurende) strijd zijn om het voortbestaan. De mensheid is daarom verdeeld in ‘ons soort mensen’ en ‘vreemden’ die minderwaardig zijn, minder ‘gelijk’ dan wij en daarom anders behandeld moeten worden. Ook rechts-populisten als Geert Wilders, Donald Trump en Marine LePen, wijzen allemaal op deze manier zondebokken aan: de Islam, de Mexicanen, de zwarten, de migranten, enz.[6]. Het is het tegenovergestelde van ‘broederschap’.

Rechtse politici appelleren aan een oeroud instinct van de mens: het beschermen van de eigen clan of familie. Zij presenteren zich als krachtige leiders, die voor eenheid en orde zorgen in de eigen gemeenschap en compromisloos vijanden (zij die niet tot de gemeenschap behoren) bestrijden. Het zijn altijd antidemocratische bewegingen, die waarde hechten aan hiërarchie, gezag en loyaliteit. Dit is niet links maar uiterst rechts.

Het zou niet nodig hoeven zijn om te beargumenteren dat fascisme en verwante bewegingen niet links maar rechts zijn, toch blijkt dat dit noodzakelijk is. Regelmatig verschijnen publicaties van rechtse auteurs die dit beweren. Een goed voorbeeld hiervan is Jonah Goldbergs Liberal fascism of Bart-Jan Spruyt die beweert dat er ook links fascisme bestaat.

Een voorbeeld van extreem linkse politiek die individuele belangen geheel ondergeschikt maakt aan de gemeenschap is het communisme. Communisten dachten dat het mogelijk was een eind te maken aan ongelijkheid door de politiek af te schaffen en zo eenheid af te dwingen. Maar misschien kun je dan wel stellen, zoals Jos doet, dat dat geen linkse politiek is.

Conclusie

Vrijheid, gelijkheid en gemeenschap zijn al meer dan 200 jaar lang centrale begrippen in het politiek debat. In de vorige aflevering heb ik laten zien wat de herkomst en betekenis is van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ in de politiek. Het is geen politieke ‘wet’ waarmee de politiek verklaard kan worden en het is zeker niet zo dat de een goed en de ander fout is, maar het onderscheid tussen links en rechts helpt ons wel bij het ordenen van ideeën en argumenten in de politiek. Het zou de discussie echter ten goede komen als alle deelnemers dezelfde definities zouden gebruiken van deze begrippen. Er zijn genoeg zaken die belangrijker zijn dan de betekenis van woorden om over te vechten.

Het volgende deel gaat over de asymmetrie van links en rechts.

Vorige afleveringen
Deel 1: Richting in de Politiek
Deel 2: Oorsprong en geschiedenis
Deel 3: Politicologie van het volk
Deel 4: Wat is het verschil?
Deel 5: Progressief en conservatief

Noten

[1] In de documentaire Best of enemies over de debatten tussen Gore Vidal en William Buckley die beiden met elkaar hadden tijdens partijconventies (van Democraten en Republikeinen) in de aanloop van de verkiezing van 1968. Gore Vidal had Buckley beter van repliek kunnen bedienen dan hij deed in dat debat. Hij beschuldigt Buckley een ‘crypto-nazi’ te zijn waarna Buckley bedreigende taal gebruikte: Now listen you queer, stop calling me a crypto-Nazi or I’ll sock you in the goddamn face and you’ll stay plastered. Dit was niet wijs van beiden, maar het is spectaculaire tv, en andere omroepen volgden het voorbeeld – een slecht voorbeeld - van ABC met soortgelijke programma’s.
[2] In dit geval gaat het dus wel om letterlijke ongelijkheid: namelijk ongelijkheid van bezit.
[3] Zie Colin Crouch: The Strange Non-Death of Neo-Liberalism.
[4] Zie bijvoorbeeld dit interview op Nachdenkseiten, waarin Werner Rügemer de actuele stand van zaken beschrijft. De machtsverhouding helt steeds meer over naar de tweede machtssfeer, het ‘financieel-industrieel-complex’. Rügemer heeft hiervoor de term Blackrock-Kapitalismus bedacht omdat casinokapitalisme een verkeerde voorstelling van zaken is. De macht is gecoördineerd, niet toevallig verdeeld. BlackRock-Kapitalismus ist ein feuilletonistischer und verkürzter, kein analytischer Begriff. Konkret kann man nach meiner Kenntnis vier Gruppen von neuen Finanzakteuren unterscheiden: Erstens die heute größten Kapitalorganisatoren, an deren Spitze nach dem Umfang des verwalteten Kapitals und des wirtschaftlichen und politischen Einflusses eben der größte Vermögensverwalter der Welt steht, BlackRock. Zweitens, sozusagen eine Etage darunter, die Private Equity-Investoren, volkstümlich „Heuschrecken“ oder „Geierfonds“ genannt; zu ihnen kann man auch die Hedgefonds rechnen. Drittens die neuen Unternehmen der großen Internet-Plattformen wie Google und Facebook. Und schließlich viertens die neuen Großkonzerne der sogenannten Share Economy – am bekanntesten ist hier das inzwischen größte Taxiunternehmen der Welt, Uber.
[5] Zie deel 4. Neutraliteit is mijn tweede voorwaarde voor een goed criterium: Om bruikbaar te zijn moet een criterium voor beide partijen aanvaardbaar zijn en mag het niet eenzijdig in het voordeel van één kant zijn. Bovendien is de individualisering van de maatschappij onmiskenbaar een, zo niet de, belangrijkste trend van de afgelopen veertig jaar. Een goed voorbeeld, uit de dagelijkse praktijk wordt door Mirjam de Rijk gegeven in haar artikel over De kosten in de zorg(€): Of de zorg collectief of individueel wordt gefinancierd maakt niet uit want het verhogen van het eigen risico, hogere eigen bijdragen, of een kleiner basispakket [...is] een ideologische keuze. Wie vindt dat kosten voor ziekte of hulpbehoevendheid een eigen verantwoordelijkheid zijn, of misschien zelfs eigen schuld ('dan had je je er maar beter tegen moeten verzekeren'), of dat zorg een 'consumptiegoed' is waarbij het inkomen nu eenmaal bepaalt hoeveel je er van kan consumeren zal kiezen voor het individualiseren van de zorgkosten.
[6] Ten overvloede: ik wil hiermee niet suggereren dat Wilders, Trump, enz. fascisten zijn. Als er echter sprake is van overeenkomsten tussen rechts-populisten en fascisten zal ik daarover niet zwijgen. Waarom zou ik in dit geval politiek correct moeten zijn?

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP