Showing posts with label basisinkomen. Show all posts
Showing posts with label basisinkomen. Show all posts

Onvoorwaardelijk Basisinkomen: een neoliberale valkuil

>> Wednesday, February 4, 2015

Het basisinkomen: redding van de verzorgingsstaat... of een neoliberale valkuil? Het basisinkomen bestrijdt symptomen, niet de oorzaak van de problemen van de verzorgingsstaat, omdat het is gebaseerd op een verkeerde neoliberale analyse. Volgens Michel Verbeek is het antwoord overduidelijk: ‘Ja het is een neoliberale valkuil’. Geschreven voor ‘Denken over Links’, 29 jan 2015 Rotterdam

Terug van weggeweest

De eerste keer dat ik van het basisinkomen hoorde was eind jaren zeventig. Het sprak me toen als arme student wel aan. Daarna verdween het voor lange tijd uit beeld tot de redactie van Sargasso me in juni 2013 vroeg om wat modellen voor een basisinkomen door te rekenen. Ik ben daar zonder vooringenomenheid aan begonnen, maar ben toch tot de conclusie gekomen dat een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen [1] niet zo’n goed idee is.

Het basisinkomen is nu weer helemaal terug in de media. Vorig jaar besteedde de VPRO documentaireserie Tegenlicht er een aflevering aan. Rutger Bregman schreef er voor de Correspondent een enthousiast verhaal over. Zelfs in het bolwerk van financiële degelijkheid, het Financieel Dagblad, lees ik artikelen van voorstanders als Kim Putters en Marcel Canoy.

Er zijn natuurlijk ook tegengeluiden, zoals Thomas Colignatus die al jarenlang waarschuwt dat de voorstellen niet goed economisch onderbouwd zijn. Op Sargasso is door Paul Teule en ondergetekende af en toe aandacht besteed aan problemen van het basisinkomen. De meest grondige kritiek is in het Duits verschenen: Irrweg Grundeinkommen [2].

Dat het nu weer zo populair is, komt waarschijnlijk doordat het - net als in de jaren zeventig - slecht gaat met de economie. De crisis die 2008 begon, wil maar niet overgaan. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat er fundamentele fouten zitten in de verzorgingsstaat.

De oplossing van het basisinkomen

In Tegenlicht wordt een somber toekomstbeeld geschetst, gebaseerd op de aanname dat de verzorgingsstaat wordt ondermijnd door automatisering. Automatisering maakt steeds meer werk overbodig. ‘We kunnen dit niet aan de markt overlaten,’ stelt Ron Hinkel, leider van het Mincome project.

De oplossing is invoering van het basisinkomen, zodat iedereen genoeg geld heeft om de dingen te kopen die de economie produceert, ook als er niet genoeg banen zijn voor iedereen.

De oplossing van het basisinkomen heeft de schoonheid van eenvoud. We kunnen het complexe systeem van de verzorgingsstaat vervangen door één uitkering, die hoog genoeg is om van te leven. Aan de uitkering worden geen voorwaarden gesteld waardoor de uitkeringsbureaucratie kan worden afgeschaft.

De kritiek dat mensen dan minder gaan werken wordt afgewezen als calvinistisch en onnodig pessimistisch. Uit experimenten zoals het Mincome project is gebleken dat mensen het geld goed besteden. ‘Gratis geld’ noemt Rutger Bregman het, die een grote gave heeft voor het woord en hiermee goed aangeeft hoe radicaal het idee is.

Kosten rondpompen

De belangrijkste vraag, waar niemand omheen kan, is of het betaalbaar is. Een voorwaarde voor het basisinkomen is dat het een reëel alternatief is voor het huidige stelsel. Dat betekent dat het een bestaan boven de armoedegrens moet garanderen [3]. Het is niet moeilijk om enkele ruwe berekeningen te maken en ik heb dat zelf ook gedaan voor Sargasso. Deze berekeningen laten niet zien wat de gevolgen zijn voor de economie (ik kom hier straks uitgebreid op terug), maar wel dat het een kostbaar plan is.

Kern van het kostenprobleem is dat meer belasting moet worden geheven over een steeds kleiner ‘belastbaar inkomen’, namelijk dat deel van de gezamenlijke inkomens die door betaalde arbeid worden verdiend.

Bovendien kost het meer dan het oude systeem. Dat het duurder is, is ook logisch: anders dan nu wordt geld uitgekeerd aan iedereen, of hij of zij het nodig heeft of niet. Alles bij elkaar zal de belastingdruk hierdoor flink omhoog gaan.

Het vreemdste argument dat voorstanders van het basisinkomen in stelling brengen is daarom dat het een einde maakt aan het zinloos rondpompen van geld. Canoy doet dat in Tegenlicht en Robin Fransman op FTM.

Dit is vreemd omdat het nodeloos rondpompen van geld de essentie is van het basisinkomen. Want iedereen, ook de netto belastingbetaler, krijgt een basisinkomen, dat hij of zij direct weer terug moet betalen aan de belastingdienst.

De experimenten

Voorstanders van het basisinkomen pleiten voor experimenten waarin wordt onderzocht wat de effecten ervan zijn. Zij putten hoop uit eerder uitgevoerde experimenten, zoals het Mincome project, die laten zien dat ‘gratis geld’ niet betekent dat mensen minder gaan werken.

Iedereen die betrokken was bij het Mincome project is heel positief over die ervaring. Uitkeringsontvangers gooien het geld niet over de balk maar gebruiken het voor studie, of een investering in het eigen bedrijf.

Tegenlicht laat ook Ron Hinkel, de leider van het project, aan het woord. Hij beschrijft wat het doel was van het experiment: onderzoeken wat het effect is op mensen van welfare (sociale voorzieningen). Zij wilden aantonen dat de veronderstelling van conservatieven, dat mensen door hulp in een welfare trap komen, niet klopt.

Wat het Mincome project laat zien is dat dat rechtse verhaal over de welfare trap niet klopt. Mensen die geholpen worden, hebben daar baat bij, ook als daar geen voorwaarden aan verbonden worden.

Dat is wat het Mincome project aantoont, niet minder, maar ook niet meer.

Instabiliteit

Wat het experiment niet laat zien, is wat de gevolgen zullen zijn voor een grote en open economie. Dat kan ook niet, want alle experimenten waar ik van hoor, worden gedaan in kleine geïsoleerde gemeenschappen. Ook in Tegenlicht wordt voorgesteld om een experiment op Schiermonnikoog te doen. Echte waaghalzen hadden Amsterdam voorgesteld.

Want dat een basisinkomen in grote gevolgen zal hebben voor de economie is zonder meer duidelijk. Als aan iedereen een basisinkomen wordt verstrekt, zal de keuze om wel of niet te gaan werken veranderen.

Dit heeft gevolgen voor de arbeidsparticipatie. Werkende moeders zullen er voor kiezen om voor de kinderen te gaan zorgen.

Ook aan de betalende kant is er een effect: omdat de belasting hoger wordt, levert extra werk minder netto loon op waardoor de arbeidsparticipatie zal afnemen.

Daarbij komt dat het aanbod van personeel zal veranderen. Het zal moeilijker worden om mensen te vinden voor slecht betaald en ongeschoold werk. Dit is zelfs een expliciet doel is van voorstanders: niemand mag gedwongen worden om vies of zwaar werk te doen.

De enige manier om mensen hiervoor te krijgen is, door meer te betalen. Door de hogere kosten zal de daardoor de vraag naar ongeschoold werk afnemen.

Veel mensen zullen laaggeschoold werk zelf gaan doen: ‘de boekhouder kan ’s morgens de prullenbakken wel legen’. Steeds minder werk wordt in loondienst verricht om de belasting te ontwijken en zwartwerk zal toenemen [4]. Het gevolg hiervan is dat de basis waarover belasting wordt gegeven steeds kleiner zal worden, wat dit effect nog zal versterken. Zo ontstaat een negatieve vicieuze cirkel.

Daarom leidt het basisinkomen tot een inherent instabiel systeem dat op den duur zal bezwijken . Dit zal er dan waarschijnlijk toe leiden dat het basisinkomen tot ver onder het armoedeniveau wordt verlaagd. Dan zijn we veel slechter af dan nu.

Verzorgingsstaat verouderd?

Het is tegenwoordig mode om te zeggen dat verzorgingsstaat verouderd is. [5]. Dit argument heb ik nooit goed begrepen. Zeker, toen de eerste verzorgingsstaat werd ingevoerd (in 1870, onder Bismarck) waren de omstandigheden anders.

Ook de in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat, de jaren vijftig en zestig, zat de maatschappij anders in elkaar dan nu. Maar dat iets een lange traditie heeft wil nog niet zeggen dat het niet aangepast kan worden aan de tijd. Democratie is toch ook niet verouderd omdat het al tweeënhalf duizend jaar oud is?

De redenen die worden genoemd voor de veroudering zijn of niet relevant of waren ook eerder al van toepassing. Het feit dat er vroeger één kostwinner was, is geen essentieel onderdeel van de verzorgingsstaat.

Een andere reden, de toename van arbeidsproductiviteit, is een verschijnsel dat kenmerkend is voor het kapitalisme sinds het begin van de industriële revolutie 250 jaar geleden en gaat tot op de huidige dag door. Automatisering is dus geen nieuw verschijnsel. Angstige verhalen over een toekomst waarin mensen overbodig zijn geworden omdat robots het werk doen, zijn niet meer dan slechte science fiction.

Met het principe van de verzorgingsstaat is namelijk niets mis, net zo goed als ook met het principe van de democratie niets mis is. De vraag moet dus zijn: wat is dat principe, en wat moet eventueel worden aangepast?

De gouden loonregel

De verzorgingsstaat is een antwoord op een fundamenteel probleem van het kapitalisme: wat gebeurt er met de groei van de economie die het gevolg is van de steeds groter wordende productiviteit?

De manier waarop dat in de verzorgingsstaat wordt gedaan is door het afdwingen van een eerlijke verdeling van de groei tussen arbeid en kapitaal.

Als de investeerder een te groot aandeel van de productiviteitswinst voor zich zelf in beslag neemt blijft er te weinig over voor de arbeider om de geproduceerde goederen te consumeren. Als de lonen niet proportioneel stijgen met de groei van de economie, wordt er te veel geproduceerd en ontstaat werkloosheid.

De regel dat lonen proportioneel stijgen met de groei van de economie heet de gouden loonregel. Als deze wordt aangehouden is er altijd (afgezien van externe oorzaken) volledige werkgelegenheid.

Daardoor is de loonbasis altijd groot genoeg voor het heffen van premies voor volksverzekeringen, gezondheidszorg en pensioenen.

Dit resulteert in een stabiele economie omdat er sprake is van volledige werkgelegenheid. Er is altijd voldoende koopkracht om de goederen en diensten die die door de steeds grotere productiviteit worden geproduceerd, te consumeren [6].

Omdat er volledige werkgelegenheid is, is er bovendien geen dwang nodig om mensen aan het werk te krijgen, want er is werk genoeg.

Er is een machtsbalans tussen werkgevers en werknemers: bevalt het werk niet? Dan zoek je een andere baan!

De neoliberale revolutie

Zodra van de gouden loonregel wordt afgeweken, gaat het verkeerd. Als de lonen te hoog zijn, stijgen de prijzen omdat de vraag naar goederen en diensten groter is dan de economie kan produceren. Samen met automatische loonindexering leidt dit tot steeds hogere inflatie.

Dit gebeurde in de jaren zeventig doordat de stijging van de olieprijs werd gecompenseerd in de lonen. Dit leidde tot stagflatie: hoge inflatie en stagnatie.

De neoliberale revolutie van begin jaren tachtig maakte een einde aan de gouden loonregel. Margaret Thatcher en Ronald Reagan braken de macht van de vakbonden. De koppeling tussen loon en economische groei is daarna nooit meer hersteld.

Figuur 1 Groei van loon is eind jaren zeventig losgekoppeld van de productiviteitsgroei in de VS.

Aan de hoge inflatie kwam een eind, maar de volledige werkgelegenheid van de jaren vijftig en zestig, is nooit meer terug gekomen. Vanaf dat moment stagneerden de lonen. Het sterkste is dit te zien in de VS, maar ook in Europa, vooral in Nederland en Duitsland is deze trend aanwezig en ligt aan de basis van de eurocrisis.

De grote stagnatie

De stagnatie van de lonen is de oorzaak van een aantal fenomenen die te maken hebben met het niet goed functioneren van de verzorgingsstaat. De decennia na 1980 zijn een spiegelbeeld van wat daarvoor gebeurde. Er is niet genoeg koopkracht om te consumeren wat door de groeiende productiviteit wordt geproduceerd. Er ontstaat overcapaciteit en de groei stagneert. Er zijn regelmatig financiële crises die grote werkloosheid veroorzaken.

Hierdoor lopen de kosten voor de verzorgingsstaat op [7]. Door de neoliberale revolutie is ook de mentaliteit veranderd. Werkloosheid wordt gezien als een persoonlijk falen. De dwang om werk, passend of niet, aan te nemen wordt steeds groter en de ‘werkloosheidsindustrie’ kost steeds meer geld.

Het tekort aan vraag kan ten dele worden gecompenseerd met krediet. Om de consumptie op peil te houden gaan mensen meer lenen. Ook de staat moet steeds meer lenen om de steeds duurdere verzorgingsstaat draaiende te houden [7]. De economische groei die er is, wordt door kredietbubbels gegenereerd (vastgoedbubbel, dotcombubbel). De fase waarin de economie nu verkeert wordt secular stagnation genoemd.

Het geld dat door de groeiende productiviteit wordt verdiend, gaat naar een steeds kleiner wordende groep van superrijke investeerders.

Dit is dezelfde groep ‘superrijken’ waar Erik Brynjolfsson aan refereert in Tegenlicht, wanneer hij uitlegt waarom de verzorgingsstaat niet meer werkt.

In het licht van het economische principes dat ik hier heb beschreven, is duidelijk waarom de verklaring van Brynjolfsson niet klopt [8]. Hij beseft niet dat de verdeling van de productiviteitsgroei het probleem is.

Wassenaar 2.0

De problemen van de verzorgingsstaat worden dus niet veroorzaakt door de verzorgingsstaat zelf, maar doordat begin jaren tachtig de koppeling tussen de groei van loon en arbeidsproductiviteit is losgelaten. Er moet een actief loonbeleid gevoerd worden op een manier waar wij in Nederland (en Duitsland) goed mee vertrouwd zijn: polderen.

Vakbonden spelen hierbij een cruciale rol. Er moet een nieuw ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten worden, waarin afgesproken wordt dat de lonen evenredig stijgen met de groei van de economie.

Het basisinkomen is als herverdelingsmechanisme om de toegenomen ongelijkheid te bestrijden ongeschikt, omdat het niet de oorzaak ervan aanpakt. Het is gebaseerd op een verkeerde diagnose van de problemen en het systeem is inherent instabiel.

Door de verzorgingsstaat op de goede manier te hervormen is het mogelijk om de toekomstdroom van Keynes tot werkelijkheid te maken: slechts drie uur per dag, of vijftien uur per week werken. De rest van de tijd kun je dan besteden aan creatief werk of zorg voor naasten. Precies die zaken die genoemd worden als voordeel van het basisinkomen.

Veel mensen zijn onnodig bang voor de toekomst: ‘Help de robots komen eraan’ schrijft Rutger Bregman. Dat is niet nodig mits loonontwikkeling niet aan de markt wordt overgelaten. In de woorden van Keynes: ‘We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism’ [9] Zij die de verzorgingsstaat voor dood verklaren, praten neoliberale economen na zonder het te beseffen.

Voetnoten

[1]: Onvoorwaardelijk en universeel.
Omwille van de leesbaarheid laat ik hierna de toevoeging onvoorwaardelijk maar het is wel een essentieel onderdeel van het plan.

[2]: Irrweg Grundeinkommen. Die große Umverteilung von unten nach oben muss beendet werden Door: Heiner Flassbeck, Friederike Spiecker, Volker Meinhardt, Dieter Vesper, bij Westend, Duitsland, 2013. Dit is de beste analyse die ik heb gevonden. Van Heiner Flassbeck en Friederike Spiecker komt ook de gouden loonregel die ik in dit artikel bespreek.

[3]: Hoe hoog?
Marcel Canoy gaat uit van AOW niveau: 760 euro voor een alleenstaande. Maar ik hoor ook hogere bedragen, bijvoorbeeld 1000 euro [15]. Belangrijk is dat het voldoende moet zijn voor het bestaansminimum. Bij deze berekeningen moet men niet uit het oog verliezen dat het systeem een vervanging is van het huidige systeem. Ook mensen die wel willen werken maar daartoe om legitieme redenen niet in staat zijn, moeten een volwaardig leven kunnen leiden. Hun inkomen moet dan duidelijk boven het bijstandsniveau liggen. Marcel Canoy wil daarvoor een extra post reserveren, maar daarmee voert hij via de achterdeur weer een controle systeem in.

[4]: Controle.
Tot nog toe wordt door iedereen zondermeer aangenomen dat een van de grote voordelen van het basisinkomen zal zijn dat het controle apparaat dat nu nodig is voor het uitkeren, kan worden afgeschaft. ‘Weg met die tandenborsteltellerij’ zegt Marcel Canoy in Tegenlicht. Helaas zal de controle niet verdwijnen maar zich verplaatsten. Door de hoge belastingdruk zal de betalingsdiscipline afnemen en zal meer controle nodig zijn. Het maakt daarbij niet uit of het om directe of indirecte belasting gaat. Er zal een grote markt ontstaan voor zwartwerk, of indien de belasting wordt geheven via BTW, voor smokkel en andere vormen belastingontduiking.

[5]: De verzorgingsstaat is verouderd.
Enkele redenen die ik ben tegenkomen in een snelle survey:
  1. Het is te duur
  2. Door de automatisering komt er minder werk
  3. Het bevoordeelt mensen met een vast dienstverband, terwijl juist meer flexibilteit noodzakelijk is.
  4. We moeten concurreren met andere landen (globalisering dus)
Ik heb niet de tijd en de ruimte om hier op al deze argumenten in te gaan. Maar volgens mij worden ze afdoende beantwoord door mijn uitleg van de gouden loonregel.

[6]: Groei.
Economische groei is het resultaat van bevolkingsgroei, toename van kennis (wetenschap), ontwikkeling van nieuwe technieken (o.a. automatisering) en is incrementeel. Dat wil zeggen: elke generatie bouwt voort op wat de vorige heeft bereikt.Mijn voorstel is om een groot deel van de groei te steken in omschakeling naar andere energieproductie, want ook daarvoor is groei nodig.
De vraag wat we met die groei doen is een politieke keuze.
Ik ga niet in op de (legitieme) vraag of groei goed is. Veel mensen hebben kritiek op de noodzaak van economische groei. Ik wil hier heel kort over zijn: groei van productiviteit is een gegeven (afgezien van externe factoren).

[7]: Belasting.
Ook moet hierbij vermeld worden dat tegelijkertijd de belasting werd verlaagd waardoor de tekorten nog verder opliepen.

[8]: Neoliberalisme.
Volgens Brynjolfsson wordt de loonhoogte wordt bepaald door arbeidsmarkt. Er is minder vraag naar arbeid omdat meer kan worden geproduceerd met minder mensen. Dit is een neoklassieke en neoliberale visie op de arbeidsmarkt. Wat de ‘juiste prijs’ is van arbeid, stellen zij, kan alleen door markt bepaald worden. Het probleem hiermee is dat dit in de praktijk leidt tot recessies. Het gaat er vanuit dat wat op de arbeidsmarkt gebeurt geen invloed heeft op de rest van de economie. Dat is evident onwaar: als lonen dalen, daalt de vraag. Als de vraag afneemt ontstaat er overcapaciteit en ontstaat opnieuw werkloosheid. Deze effecten versterken elkaar en de economie raakt in recessie. Wat nu bij V&D gebeurt kan ter illustratie dienen. Als V&D weer concurrend wordt door de loonsverlaging zijn concurrenten ook gedwongen om de lonen te verlagen. Er zijn steeds meer voorbeelden afgedwongen loonsverlaging om bedrijven te redden. Hier is in de praktijk te zien hoe de neerwaartse loonprijs spiraal functioneert en leidt tot deflatie.

[9]: Economic Possibilities for our Grandchildren. John Maynard Keynes.
‘Just now’ is in 1930. Het is opmerkelijk hoe goed de openingsalinea van het essay van Keynes op onze tijd van toepassing is. Vervang Great Britain door Europe, en nineteenth century door twentieth century:
We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism. It is common to hear people say that the epoch of enormous economic progress which characterised the nineteenth century is over; that the rapid improvement in the standard of life is now going to slow down – at any rate in Great Britain; that a decline in prosperity is more likely than an improvement in the decade which lies ahead of us.

Verantwoording

Read more...

Bloggen in real time

>> Monday, December 29, 2014

Debatteren – als blogger vind ik dat niet zo makkelijk. Op Sargasso debatteren we natuurlijk heel veel, maar dan op ‘elektronisch-papier’. En papier is, zoals bekend, geduldig: je kunt rustig nadenken over je argumenten. Je maakt af en toe een voetnoot om je eruditie te bewijzen naar noodzakelijke uitleg die anders de draad van je betoog in de war zou brengen; en met een goed geplaatste hyperlink onder één woord kun je een lange alinea vervangen.

In een debat kan dat niet. Erger nog, debatteren doe je in real time. Je hebt meestal maar een paar seconden om te reageren en soms kun je maar beter niet reageren. Goede timing is essentieel. En het allerergste is dat je niets kan schrappen. Eens gesproken, altijd gesproken. Het enige voordeel van een debat is dat je geen spelfouten kan maken.

Toch ben ik zaterdag 13 december - na enig aandringen - naar een ‘debatnacht’ gegaan. Niet alleen om te luisteren maar ook om zelf te discussiëren in een panel. Ook al is schrijven veel makkelijker, het debat blijft toch trekken.

Afgelopen weekend was ik daarom op de Debatnacht in Rotterdam, georganiseerd door Arminius, om te discussiëren over het onvoorwaardelijke basisinkomen. Mijn tegenstander in dat debat was niemand minder dan mijn gewaardeerd collega blogger op Sargasso, Kees Alders a.k. ‘Klokwerk’.

Het neoliberalendebat

Het eerste debat dat ik bijwoonde ging over neoliberalisme [1]. Omdat het Zwarte Pietdebat meer mensen trekt dan zo’n insider-discussie over neoliberalisme was het niet druk. De discussie ging tussen Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting (VVD) en Paul Kalma, oud-directeur van de Wiardi Beckman Stichting (PvdA). Van Schie en Kalma werden beiden geassisteerd door een raadslid uit Rotterdam: George van Gent, oud-gemeenteraadslid van de VVD en Leo de Kleijn van de SP. Het zijn professionele debaters, dat was onmiddellijk duidelijk, die elkaar goed kennen en aan elkaar gewaagd zijn. Gespreksleider Francisco van Jole had moeite om het geanimeerde debat onder controle te houden.

Maar het debat was ook één grote spraakverwarring. Volgens Patrick van Schie is ‘neoliberalisme’ een verzinsel van de SP en andere linkse mensen die hun zin niet krijgen. Neoliberalisme wordt als scheldwoord gebruikt voor alles wat links verfoeilijk vindt.

Volgens Paul Kalma bestaat neoliberalisme wel degelijk en heeft deze ideologie vanaf begin jaren tachtig algemeen post gevat. Toen zijn de veranderingen begonnen die hebben geleid tot de grote economische crisis waar we nu midden in zitten.

Van Schie ontkent dat en beweert dat het neoliberalisme juist een compromis (dus toch geen scheldwoord?) is tussen het klassieke liberalisme dat de staat zo klein mogelijk wil maken (de ‘nachtwakerstaat’) en de sociaaldemocratie die het liefst alles door de staat willen laten doen.

Door alle spraakverwarring bleef onvermeld dat het begrip ‘neoliberalisme’ al in 1938 is bedacht tijdens een congres in Parijs. Op dit congres werd de crisis besproken waarin het liberalisme toentertijd verkeerde. De beurskrach en de daarop volgende Grote Depressie waren het gevolg van teveel liberaal laissez faire. Het negentiende-eeuwse liberalisme was aan vernieuwing toe.

De nieuwe naam voor dat nieuwe liberalisme was het weinig originele neo-liberalisme. Na de Tweede Wereldoorlog werd verder gewerkt aan de constructie van dit neoliberalisme in de Mont Pèlerin Society. Daarna is niet veel meer van het neoliberalisme vernomen. De Mont Pèlerin Society bestaat nog steeds, maar de naam werd door de eigenaren zelf niet meer gebruikt. Al in de jaren vijftig – voordat het een scheldwoord werd – noemen de leden van de Mont Pèlerin Society zichzelf niet meer neoliberaal. De redenen hiervoor zijn niet helemaal duidelijk [2], maar het komt ze waarschijnlijk wel goed uit: een naamloze vijand is moeilijker te bestrijden.


De verwarring tijdens het debat van die avond is typerend voor het neoliberalisme. Wat neoliberalisme is, zal altijd vaag blijven. Dat is natuurlijk ook precies de reden waarom Friedrich Hayek, Milton Friedman en de andere Mont Pèlerin-leden de naam niet meer gebruiken. Het neoliberalisme ging undercover. In Duitsland stond het neoliberalisme bekend onder de naam Ordoliberalisme. Ook die naam wordt niet meer gebruikt.

Omdat het geen negatieve klank heeft zoals neoliberalisme, vermelde Patrick van Schie dit laatste feit, om er mee aan te tonen dat het ‘echte’ neoliberalisme niet asociaal is. Hij sprak het woord nadrukkelijk op zijn Duits uit: Ordoliberalismus.

De ordoliberalen groeperen zich vanaf de jaren vijftig onder de naam Sociale Markwirtschaft. ‘Sociaal, ziet u wel, net als sociaaldemocratie!’ Onbedoeld laat van Schie zo zien dat het neoliberalisme als een kameleon zijn kleur aanpast aan het politieke klimaat waarin het opereert.

Ondertussen zijn veel neoliberale ideeën gemeengoed geworden, zonder dat men zich van de herkomst bewust is. Dagelijks worden we gewezen op de noodzaak om te ‘hervormen’ om de eurocrisis op te lossen. Door deze hervormingen moeten Zuid-Europese landen weer ‘competitief’ worden.

Ook in Nederland en Duitsland worden technocratische hervormingen voorgesteld, die er voor moeten zorgen dat we in de internationale concurrentiestrijd mee kunnen doen. Het zijn de ‘marktdokters’ die quasi neutrale, apolitieke marktoplossingen voorstellen, die altijd pijnlijk zijn. Voor deze hervormingen is dan ook geen alternatief zoals Margaret Thatcher ons al leerde.

Deze 'hervormers' zijn de nieuwe ‘progressieven’. Sociaaldemocraten die niet mee willen doen, worden weggezet als ‘conservatieven’. ‘Links’ en ‘rechts’ zouden verouderde begrippen zijn. VVD en D66 zijn als grote voorstanders van hervorming daarom 'het nieuwe links'. Deze gedaanteverwisseling is kenmerkend voor het neoliberalisme en dit debat was een mooie demonstratie.

Na afloop van het debat bedenk ik wat ik aan van Schie had willen vragen: waarom hij denkt dat neoliberalen hun naam hebben afgezworen. Maar u begrijpt het al, in real time dacht ik daar natuurlijk niet aan, en eigenlijk weet ik het antwoord ook wel.

De rafelranden van de democratie

Daarna ben ik gaan kijken naar de presentatie van het boek Wat te doen met antidemocratische partijen? De oratie van George van den Bergh uit 1936 met Paul Cliteur, René Cuperus, Arendo Joustra en Bastiaan Rijpkema en als ‘tafeldame’ Sandra Phlippen, hoofdredacteur van het economenvakblad ESB.

Het boek is een heruitgave van de bijna vergeten oratie van George van den Berg. Met deze dappere oratie was van den Berg een van de eersten die pleitten voor een verbod op antidemocratische partijen zoals de NSB. Het is een actueel onderwerp, want net als in de jaren voor de oorlog zijn er nu opnieuw partijen die de grenzen opzoeken van de democratie.

Mag je pleiten voor het invoeren van de sharia, of scanderen dat er minder Marokkanen moeten komen zoals Geert Wilders deed? Sandra Phlippen had na afloop van de presentatie van René Cuperus een opmerkelijke vraag aan laatstgenoemde: of hij niet dacht dat een goed functionerende democratie een voorwaarde is voor het kapitalisme? Zij dacht zelf van wel.

De presentatie was voor mij voldoende reden om de heruitgegeven oratie van van den Berg te kopen – misschien wel vanwege die vraag van Sandra. In de inleiding lees ik dat aan de politieke carrière van van den Berg een einde is gekomen door de ‘crisismaatregelen van een van de kabinetten van Hendrik Colijn (Anti-Revolutionaire Partij). Dat kabinet wilde drie procent bezuinigen op de salarissen van ambtenaren in provincies en gemeenten. 'Van den Berg stemde uiteindelijk onder grote druk [hiermee] in’.

Zo ging bezuinigen in die tijd: ondanks de hoge werkloosheid die het veroorzaakte, werd deflatie van de gulden noodzakelijk geacht om de munt in de goudstandaard te houden. Nergens heeft de crisis zo hard toegeslagen als in Nederland. Nu hebben we de euro en wordt medewerking van sociaaldemocraten gevraagd om de een na de andere pijnlijke bezuiniging erdoor te drukken. Dat zou nodig zijn om de euro te behouden [3]. Plus ça change, plus c'est la même chose [4] zeggen de Fransen - zouden ze daarom niet willen hervormen?

Heel ouderwets alles eerlijk delen

Later in de avond ben ik zelf aan de beurt en mag ik uitleggen waarom ik denk dat het onvoorwaardelijk basisinkomen niet zo’n goed idee is. Hakkelend worstel ik me door het debat heen. Zoals ik had verwacht, is schrijven iets heel anders dan spreken en debatteren.

Ik hoop dat ik een beetje heb kunnen overbrengen waarom het geen goed idee is. Het grote probleem met dit onderwerp is dat mijn argumenten zo ingewikkeld zijn: hoe leg je uit waarom het belangrijk is dat de loongroei gelijk op moet gaan met de productiviteitsgroei? Wat heeft volledige werkgelegenheid daarmee te maken en hoe bereik je die?

Na veertig jaar neoliberaal beleid en neoliberale indoctrinatie, gelooft niemand meer dat dit nog mogelijk is. De verzorgingsstaat is afgeschreven, zelfs door de sociaaldemocraten die regeren met de VVD en nu een ‘participatiesamenleving’ nastreven, wat dat dan ook mag betekenen.

Werkloosheid zal nooit helemaal verdwijnen, maar de meeste mensen willen werken en het rigide controlesysteem dat nu moet worden opgetuigd om mensen weer aan het werk te krijgen, is bij (bijna) volledige werkgelegenheid niet meer nodig.

Het probleem is niet dat mensen niet willen werken, maar dat er geen werk is. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een dure bureaucratische en kunstmatige oplossing die voor nieuwe economische problemen zal zorgen. Ook zal de controle niet verdwijnen, maar zich verplaatsen van de uitkeringstrekkers naar de belastingbetalers, want de belasting zal fors omhoog moeten.

De oorzaak van de werkloosheid moet worden aangepakt: de ongelijke verdeling van dat wat wij als maatschappij produceren. Dankzij de neoliberale revolutie van de afgelopen veertig jaar gaat een steeds groter aandeel daarvan naar het kapitaal en krijgen de arbeiders steeds minder. Klinkt ouderwets misschien, maar daarom is het nog niet conservatief of rechts. Plus ça change …

Ik vrees dat dat allemaal niet is overgekomen in het debat met Kees. Ik neem me voor binnenkort maar weer een lijvig stuk van 2000 woorden te schrijven, desnoods in meerdere delen en met veel voetnoten en links, waarin ik uitleg waarom het basisloon zo’n slecht idee is. Misschien had ik toch maar beter naar de Masterclass overtuigend debatteren kunnen gaan, die eerder die avond werd gehouden.

Mij werd die avond ook duidelijk dat de drie debatten die ik bijwoonde iets gemeen hadden. De jaren dertig, de jaren tachtig en het heden worden gedomineerd door een ernstige economische crisis. Tijdens de Grote Depressie werd door Colijn over de rug van werklozen de gulden in de goudstandaard gehouden. In de jaren tachtig, toen de neoliberalen aan de macht kwamen, is de economie steeds onstabieler geworden [5]. De voorstanders van het basisinkomen denken dat dat komt door het in gebreke blijven van de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat is volgens hen een achterhaald, ouderwets idee van verstokte sociaaldemocraten.

Uiteindelijk gaan al deze discussies over maar een ding: wie over het geld gaat is de baas. Als het niet (meer) eerlijk verdeeld wordt, zijn mensen bereid geweld te gebruiken, zoals de fascisten in de jaren dertig. Voor democratie is dan geen plaats meer.

Voetnoten

[1] Wat volgt schrijf ik op uit mijn herinnering. Ik heb geen aantekeningen gemaakt en aanhalingstekens duiden niet op letterlijke citaten.
[2] Voor een goed overzicht van deze geschiedenis zie: Merijn Oudenampsen Mistvorming rond neoliberalisme. Dit is een recensie van het boekje van Patrick van Schie. Waarschijnlijk heeft de naamsverandering te maken met het feit dat in de VS de term liberal gebruikt wordt voor links. In Amerikaanse oren klinkt neoliberal daarom als nieuw links. En links zijn neoliberalen zeker niet!
[3] Maar de eurocrisis kan niet worden opgelost door de euro af te schaffen, dat kon toen met de goudstandaard wel.
[4] Alles verandert, toch blijft alles bij het zelfde.
[5] Een klein overzicht van neoliberale crises:
  • Recessie in jaren 80 die begon met de rente verhoging van Paul Volcker.
  • Japanse vastgoedcrisis 1986–2003
  • Zwarte Maandag 1987
  • Savings & Loans crisis in de jaren 80 in de VS
  • Zweedse bankcrisis 1990
  • Mexicaanse crisis 1994
  • Azië crisis 1997
  • Russische crisis 1998
  • Argentijnse crisis 1999–2002
  • Dotcomcrisis 2001
  • Kredietcrisis 2008
  • Eurocrisis 2010
Tot de jaren zeventig waren er geen grote crises. De oliecrisis in de jaren zeventig had een andere oorzaak.

Read more...

Basisinkomen is niet zo'n goed idee

>> Saturday, August 3, 2013



Dit is mijn tweed stuk over het basisinkomen dat op Sargasso heeft gestaan. Het is volgens mij niet zo'n goed idee. Het is te duur, leidt tot instabiliteit en er zijn veel betere manieren om de zelfde doelen te bereiken. Op Sargasso is een levendige discussie over dit onderwerp, dus ik adviseer u het daar het commentaar te lezen.

Het idee van het onvoorwaardelijk basisinkomen (*) combineert populaire anti-staat sentimenten en teleurstelling over het steeds groter worden van de ongelijkheid in de maatschappij. Door het loskoppelen van bestaanszekerheid en arbeid hopen voorstanders een oplossing te vinden voor de huidige crisis van het kapitalisme.

Progressieven hopen dat het leidt tot een minder materialistische maatschappij waarin de mens zich beter kan ontplooien en libertariers zien er een mogelijkheid in om de staat kleiner te maken. Het is dus een merkwaardige coalitie van links en rechts die zich aangetrokken voelt tot het idee dat de verzorgingsstaat moet worden vervangen door het basisinkomen. Maar wat zullen de gevolgen zijn voor de economie en welk probleem wordt hiermee opgelost? Is er geen beter alternatief?

Nog duurder dan ik dacht

Als het basisinkomen echt de verzorgingsstaat moet gaan vervangen dan is het veel duurder dan voorstanders denken. In mijn vorige stuk in deze serie kwam ik tot de conclusie dat een basisinkomen net iets onder AOW-niveau, betaalbaar is. Maar ik had daarbij aangenomen dat het totale bedrag voor sociale uitgaven (nu 169 miljard euro) wordt ingewisseld voor het basisinkomen. In deze 169 miljard euro zitten ook de kosten voor gezondheidszorg en die had ik nooit mee mogen rekenen. In commentaar bij het artikel werd daar terecht op gewezen. Slechts 73 miljard wordt volgens Harro Labrujere besteed aan sociale verzekeringen.

Bron: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/overheid-politiek/publicaties/artikelen/archief/2010/2010-3175-wm.htm

Daarom nu een correctie: het basisinkomen is nog veel duurder dan ik dacht. Mijn conclusie dat het basisinkomen op AOW-niveau net betaalbaar zou zijn was dus onjuist. Harro Labrujere stelt daarom een ‘herschikking van inkomen’ voor om het dit gat te dichten. Herschikking van inkomen klinkt wel onschuldig maar het gaat wel om 100 miljard euro per jaar. Mij kan hij daarom niet overtuigen met zijn plan want dat geld moet ergens vandaan komen. En dat kan alleen maar uit belastinggeld zijn. De juiste conclusie die ik had moeten trekken is dus: het basisinkomen is onbetaalbaar, tenzij de belastingdruk drastisch wordt verhoogd.

Vicieuze cirkel

En dan is er nog de vraag wat het effect op de economie zal zijn. Het rekenwerk in mijn vorige artikel gaat uit van de vooronderstelling dat er geen effect is op de economie. Het is echter zeker dat een herschikking van inkomen met een omvang van 100 miljard euro per jaar, niet zonder gevolgen kan blijven. Bij elke berekening die ik tot nog toe heb gezien, wordt er desondanks van uit gegaan dat er geen effect is. ‘Schuiven met miljoenen nota’s’, zoals Paul Teule het uitdrukt, zegt dus niet veel over de haalbaarheid van deze plannen.

Volgens de Duitse econome Frederike Spiecker zal invoering van het basisinkomen leiden tot een instabiele economie. Door de hoge kosten van het systeem gaat de belastingdruk omhoog. Een andere consequentie van het basisinkomen is dat het inkomen waarop het geheven kan worden kleiner is. Het totaal van het belastbaar loon dat wordt verdiend door marktactiviteiten zal namelijk afnemen omdat mensen dankzij het gegarandeerde inkomen minder gaan werken. Veel mensen hebben nu immers een extra inkomen in de vorm van het basisinkomen, zoals Noortje hier bijvoorbeeld illustreert.

Het extra werk dat iedereen doet voor de markt resulteert dus in een relatief kleiner netto loon. Terwijl aan de ene kant de kosten voor het systeem groter worden, wordt aan de andere kant steeds minder verdiend om belasting over te heffen. Hoe hoger het basisinkomen, hoe duurder het systeem, hoe groter dit effect zal zijn. Dit is een vicieuze cirkel: minder inkomsten doordat minder mensen werken, zorgt voor hogere belastingdruk op het resterende belastbaar inkomen waardoor nog minder mensen gaan werken. Dit systeem is daarom instabiel.

De gouden loonregel

Paul Teule legt in zijn bijdrage voor deze serie uit dat door het basisinkomen het wederkerigheidsprincipe niet meer wordt voldaan omdat in het basisinkomen de beloning is losgekoppeld van arbeid. Volgens Dick Pels en Femke Roosma kan een sociaal systeem dat niet is gebaseerd op het principe van de wederkerigheid, niet goed functioneren. Als een grote groep mensen meer ontvangt dan waar zij recht op hebben veroorzaakt dit spanning in de maatschappij.

Het wederkerigheidsprincipe kan ook in economische termen geformuleerd worden: alles wat de samenleving produceert moet eerlijk verdeeld worden waarbij wordt gekeken naar inzet en vermogen. Dit betekent dat stijging van productiviteit moet resulteren in een evenredige stijging van de lonen. Het extra geld dat wordt verdiend doordat door technische voorruitgang efficiënter geproduceerd wordt resulteert in een evenredig hoger loon. Dit is de gouden loonregel en afwijking hiervan destabiliseert het systeem. Als arbeid meer beloond wordt dan gerechtvaardigd kan worden door productiegroei (dus de lonen groeien te hard) heeft dit inflatie tot gevolg. En omgekeerd, als de lonen niet mee stijgen met de productiviteit resulteert dit in hogere werkloosheid. De winst van de productiviteitsgroei gaat dan naar het kapitaal – de investeerders. De gouden loonregel is de macro-economische invulling van het wederkerigheidsprincipe.

Het wederkerigheidsprincipe wordt niet alleen losgelaten in het basisinkomen maar het is de afgelopen decennia ook losgelaten in de reële economie. In de VS is deze trend het sterkst te zien:

Bron: http://www.epi.org/publication/ib330-productivity-vs-compensation/

Ook in Nederland is dit gebeurd, maar het is later begonnen en minder uitgesproken dan in de VS. Vorige week rapporteerde de Nederlandse Bank (DNB) dat de inkomensgroei niet gelijk opgaat met de groei van de economie.

Bron: http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2013/dnb294300.jsp

Het is deze afwijking van de gouden loonregel die uiteindelijk heeft geleid tot de crisis van het kapitalisme. Al jaren lopen loon- en productiviteitsgroei niet meer gelijk op. Daarmee kwam een einde aan een de naoorlogse periode van stabiliteit. Vanaf de jaren tachtig worden we daardoor regelmatig verrast door grote financiële crises culminerend in wat nu de Grote Recessie wordt genoemd.

Een beter alternatief

Om te kijken naar wat wel werkt hoeven we niet ver te zoeken. Er is een systeem dat zich gedurende lange tijd heeft bewezen en dat grote welvaart bracht: de verzorgingsstaat. Zolang de lessen die tijdens de Grote Depressie zijn geleerd in acht worden genomen en de financiële wereld is onderworpen aan strenge regelgeving, functioneert de economie stabiel. Als lonen gelijk opgaan met de groei van de economie is de werkloosheid laag.

Volledige werkgelegenheid heeft een aantal gevolgen die gelijk zijn aan de vermeende voordelen van het basisinkomen: werknemers hebben een sterkere onderhandelingspositie ten opzichte van de werkgever en hebben daardoor meer mogelijkheden om werk te vinden dat bij hen past. Een bijkomend, maar niet onbelangrijk voordeel is dit systeem betaalbaar is.

Voorstanders van het basisinkomen willen de verzorgingsstaat afschaffen, terwijl het niet de verzorgingsstaat is die de problemen veroorzaakt maar het loslaten van de gouden loonregel. Voor mij is duidelijk dat het basisinkomen niet de niet beste oplossing is voor onze problemen. Het is te kostbaar en het voldoet niet aan het principe van de wederkerigheid. Niet alleen in de morele betekenis van dit principe maar ook in economische zin. Net als in de huidige economie, waarin het kapitaal onevenredig wordt beloond en lonen achterblijven, leidt dit tot een inherent instabiel systeem. We moeten stoppen met de afbraak van de verzorgingsstaat en zorgen dat lonen weer evenredig groeien met de economie. Alleen dat levert een stabiel economisch systeem op dat bovendien sociaal rechtvaardig is en waarin de mens zich vrij kan ontplooien.

(*) Om onleesbare woordenbrij te voorkomen schrijf ik hierna basisinkomen als onvoorwaardelijk basisinkomen wordt bedoeld.

Bron feature: Klokhuis/Sargasso

Read more...

Is het basisinkomen betaalbaar?

>> Sunday, July 21, 2013

Op Sargasso deze maand een serie over het basisinkomen. Ik heb me niet eerder hierin verdiept, maar het is een interessanter thema dan ik dacht. Niet omdat ik denk dat het een haalbaar model is omdat het links en rechts in het politiek spectrum de mogelijkheid biedt om naar hartelust te speculeren over de inrichting van de economie en de werking sociale zekerheid daarin. Ik vraag me in dit artikel af wat invoering ervan gaat kosten, en of dat betaalbaar is. Een basisinkomen voor iedereen is alleen te betalen als het inkomen op een bestaansminimum (vergelijkbaar met het bijstandsniveau) ligt. Deze post staat ook op Sargasso.

Update 21 augustus: Lees ook mijn vervolg hierop: Basisinkomen is niet zo goed idee. Hierin wordt een fout die in dit artikel staat gecorrigeerd. Ik ga in dit stuk er namelijk van uit dat het gehele budget voor sociale voorzieningen kan worden vervangen door het basisinkomen. Dat is onjuist!

In eerdere bijdragen in deze serie over het onvoorwaardelijk basisinkomen is lovend geschreven over dit idee. Een belangrijke vraag moet echter nog wel beantwoord worden: is het ook betaalbaar? Ik heb een representatief voorstel voor invoering van het basisinkomen nagerekend. Hoewel het moeilijk is om exact te voorspellen wat er met de economie gebeurt als je een dergelijke grote verandering doorvoert, is het toch goed om te doen: het dwingt je om je aannames expliciet te maken.

De Aannames

Op basis van de voorstellen die er liggen heb ik de volgende drie essentiële aannames over het basisinkomen geïdentificeerd:

Aanname 1. Het basisinkomen is onvoorwaardelijk. Ik weet dat het onderdeel uitmaakt van de naam, maar ik wil dit aspect nogmaals benadrukken. Het gaat erom dat het basisinkomen losgekoppeld is van het wel of niet verrichten van arbeid en van andere persoonlijke omstandigheden. Het wordt zonder meer uitgekeerd aan alle burgers en iedereen heeft recht op hetzelfde bedrag. Alleen dan is het mogelijk om de bureaucratie die nu nodig is om het huidige uitkeringsstelsel draaiend te houden af te schaffen. Het is dan niet meer nodig om te bepalen of iemand wel recht heeft op een uitkering en hoe hoog die uitkering moet zijn.

Met deze aanname wordt voldaan aan de wens van veel van de voorstanders van het basisinkomen, dat de overheid zich niet bemoeit met het privéleven van haar onderdanen. Zoals Jolanda Verburg in een eerder artikel in deze serie schreef: ‘omdat we er aan toe zijn om onze eigen keuzes te maken.’ Een bijkomend voordeel is dat er minder wetten en regels nodig zullen zijn.

Aanname 2. Het basisinkomen moet boven het bestaansminimum liggen. Een belangrijk motief voor de invoering van basisinkomen is de veronderstelling dat dit ons bevrijdt van de noodzaak om slaafse arbeid te verrichten. Ook maakt het de onderhandelingspositie van werknemers in loondienst ten opzicht van hun werkgever sterker, waardoor de arbeidsomstandigheden zullen verbeteren.

Dankzij de mogelijkheid te allen tijde terug te kunnen vallen op een gegarandeerd bestaansminimum, is niemand meer gedwongen om te werken. Maar dan moet het basisinkomen wel een reëel alternatief zijn, met andere woorden: het moet hoog genoeg zijn om eventueel er voor langere tijd van te kunnen leven.

Aanname 3. Het basisinkomen vervangt het huidige sociaal stelsel van uitkeringen en toelages. Door deze aanname wordt het basisinkomen betaalbaar en kan de bureaucratie afgeschaft worden.

Meer dan het naakte bestaan, maar wel betaalbaar

Hoe hoog moet het basisinkomen zijn? Het maakt voor de betaalbaarheid veel uit of je uitgaat van een absoluut bestaansminimum op bijstandsniveau of dat je daar toch boven gaat zitten.

Volgens Klokwerk moet het basisinkomen voldoende zijn 'om te wonen, je huis te verwarmen en om macaroni te eten'. Laag dus, vooral als je bedenkt dat we ook nog kleding moeten kopen. Dat voldoet dus niet aan de tweede aanname. Als het alternatief voor werk een droge korst brood en een bed in een pension is, heb je feitelijk nog geen keuze tussen wel of niet werken. Aan de andere kant mag het basisinkomen ook niet zo hoog zijn dat het onbetaalbaar is. We moeten dus zoeken naar een middenweg.

Vijf niveaus

Ik heb de berekening gedaan voor vijf verschillende niveaus: (1) het laagste minimum waarop een Nederlander op dit moment in geval van nood kan rekenen, namelijk de bijstand, (2) het minimumloon, (3) een tussenniveau dat weliswaar nog niet echt ruim is, maar voor veel oudere mensen wel de realiteit: de AOW, (4) 60% van modaal en tenslotte voor de volledigheid het mediaan (modaal) inkomen (5). Het vierde niveau, 60% van modaal ben ik in meerdere voorstellen tegengekomen en lijkt een redelijk inkomen waarvan iemand kan leven. In tabel 1 staat de berekening voor niveau 4, het 60% modaal inkomen.

Tabel 1 Bronnen: Bevolkingsgegevens CBS, 1 januari 2012; modaal inkomen (pdf); Bruto Nationaal Product (BNP); kosten sociale voorzieningen; hoogte bijstand. De berekening van de kosten van het basisinkomen in tabel 1 is gebaseerd op 60% van modaal. Dat is 60% van 28.700 Euro. Het gaat om netto bedragen voor alleenstaanden. Om dit in context te zetten heb ik het uitgezet tegen het Bruto Nationaal Product (BNP) en de totale kosten voor sociale voorzieningen. Alleen de berekening voor 60% modaal wordt getoond in tabel 1, voor de andere niveaus is een zelfde berekening gemaakt. De resultaten daarvan staan in tabel 2.

Voor de berekening ben ik uit gegaan van bedragen voor alleenstaanden, zoals je ook zou doen voor het basisinkomen (Aanname 1). In alle gevallen is het bedrag het netto loon of uitkering. De enige concessie die ik heb gedaan aan Aanname 2 is dat het basisinkomen afhangt van de leeftijd. Ik volg hierin (pdf). Dat kan omdat voor leeftijd geen ingewikkelde controle nodig is (alleen de burgerlijke stand). Dit drukt de kosten enigszins. Dit is verantwoord omdat jonge kinderen niet zelfstandig zijn.

Er zijn overigens ook modellen denkbaar waarin het wel nodig is om aan kinderen een volledig basisinkomen uit te keren. In deze modellen worden gezondheidszorg en onderwijs volledig geprivatiseerd. Het bedrag dat de ouders ontvangen namens hun kinderen, hebben zij dan nodig om onderwijs en gezondheidszorg te kopen.

Ik heb de berekening voor vijf verschillende niveaus van basisinkomen uitgevoerd. Dat leverde het volgende totaaloverzicht op:
Tabel 2. Kosten voor vijf niveaus basisinkomen als percentage van het Bruto Nationaal Product.

Niet gering

Zoals ik hierboven al heb uiteengezet moeten we er vanuit gaan dat sociale voorzieningen gaan verdwijnen. De besparing die dit oplevert (169 miljard euro) wordt verrekend met de kosten van het basisinkomen. In tabel 2 is te zien dat dit alleen in de twee goedkoopste varianten (net) voldoende is om het basisinkomen te betalen. Basisinkomen op bijstandsniveau levert de staat zelfs winst op.

Uit deze ruwe schatting blijkt dat de kosten voor een reëel basisinkomen niet gering zijn. Zoals verwacht is een modaal basisinkomen onbetaalbaar. Het 60%-modaal basisinkomen is minder duur, maar nog steeds veel duurder dan het huidige systeem van sociale voorzieningen. Het is echter wel het niveau dat het beste aansluit op de voorwaarden die aan het basisinkomen worden gesteld. Het tekort (83 miljard) kan niet uit de huidige inkomsten (151 miljard, zonder premies voor sociale voorzieningen) betaalt worden zonder extreme bezuinigingen en lastenverzwaringen.

Bron: miljoenen nota 2012 Alleen basisinkomen op AOW-niveau en op bijstandniveau is net betaalbaar of zelfs goedkoper. Het basisinkomen op bijstandniveau voldoet echter niet aan de aannames die ik heb gedaan. Ik concludeer dus dat alleen het basisinkomen net onder het AOW-niveau financieel haalbaar en sociaal wenselijk is.

Niet altijd sociaal

Een basiskomen voor iedereen klinkt goed, maar er zitten ook scherpe kanten aan. Omdat iedereen dezelfde uitkering gaat krijgen zal dat voor veel mensen - vooral voor hen die nu een hogere uitkering ontvangen – een forse achteruitgang zijn. Want in het nieuwe stelsel kan en mag geen rekening meer worden gehouden met de persoonlijke situatie van mensen, het is immers een onvoorwaardelijk basisinkomen. Morrelen aan de onvoorwaardelijkheid brengt de bureaucratie en regeldruk weer terug. Iemand met een laag inkomen en een hoge huur zal moeten verhuizen, want huursubsidie zal worden afgeschaft. Iemand die arbeidsongeschikt is, zal voor de rest van zijn of haar leven met een laag inkomen genoegen moeten nemen. Dit zal dus veel schrijnende gevolgen hebben. Bij het basisinkomen op AOW niveau zal dit sterker het geval zijn dan bij het 60% modaal basisinkomen.

Als men dit accepteert, is het essentieel dat het basisinkomen heel geleidelijk wordt ingevoerd. Het kan dus niet anders dan dat uitvoering van dit plan vele tientallen jaren in beslag zal nemen om de schok niet te groot te maken. Het is erg onwaarschijnlijk dat de politiek over zo’n lange termijn een dergelijk plan tot uitvoer kan brengen. Dit lukt alleen als er grote steun is in de bevolking voor invoering ervan.

Wie gaat het betalen?

Door invoering van het basisinkomen gaat de belastingdruk omhoog. Doordat de basis van de betaalde arbeid waarover belasting wordt geheven kleiner wordt, wordt de belastingdruk op dat deel van het loon waarover belasting wordt geheven groter. Dit geldt zeker voor het 60% modaal basisinkomen, maar ook voor het AOW basisinkomen omdat dit niveau ruim boven de huidige belastingvrije voet ligt. Dat is nu maximaal 833 euro per maand.

Bill Gates en de aardgasbaten gaan dit niet betalen, dat zullen wij als Nederlanders samen moeten doen. Er zijn verschillende manier denkbaar waarop deze kosten kunnen worden verhaald. Een mogelijkheid is de BTW te verhogen. Deze zal dan aanmerkelijk verhoogd moeten worden, tot 25% of mogelijk 30%. Het alternatief is ook niet aantrekkelijk: inkomstenbelasting en vermogensbelasting zullen omhoog moeten. Het is moeilijk om te schatten hoe hoog, omdat door de invoering van het basisinkomen minder mensen betaalde arbeid zullen verrichten. Mensen hebben nu immers een alternatieve bron van (onbelast) inkomen: hun basisinkomen.

Als gekozen wordt voor verhoging van de BTW – zeker als dat een forse verhoging wordt zoals bij het 60% modaal basisinkomen – dan heeft dit tot gevolg dat het reële basisinkomen lager wordt. Een ander nadeel van deze vorm van belasting is dat het regressief is: lagere inkomensgroepen worden relatief zwaarder belast dan hogere inkomens, die een kleiner deel van hun inkomen aan consumptiegoederen besteden.

Geen sociaal paradijs

We hebben de keuze tussen een betaalbaar maar laag basisinkomen waarvan de gemiddelde Nederlander alleen met moeite van zal kunnen rondkomen en een basisinkomen dat de voordelen lijkt te hebben die de voorstanders van basisinkomen ervan verwachten, maar waarvoor helaas (nog) geen financiering is. Verhoging van de BTW heeft grote bezwaren, ook voor de eerlijke verdeling van de lasten. De lastendruk zal in ieder geval toenemen.

In elk geval moet men niet denken dat een basisinkomensstelsel een sociaal paradijs is, integendeel zelfs.

Later deze maand keert Michel terug in deze serie met een artikel over de mogelijke gevolgen van het onvoorwaardelijk basisinkomen op de economie.

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP