Showing posts with label monetarisme. Show all posts
Showing posts with label monetarisme. Show all posts

Populisme, verklaard door Caroline de Gruyter

>> Monday, September 19, 2016

Europ, and the cheife cities contayned therin, described;
with the habits of most kingdoms now in use.
Foto: Norman B. Leventhal Map Center (cc)

In mijn vorige artikel liet ik zien dat Joseph Vogl een verkeerd beeld heeft van de macht van het kapitaal. Vandaag behandel ik de ideeën van Caroline de Gruyter over de onmacht van de democratie en de oorzaken van het populisme. Zij maakt een vergelijkbare denkfout als Vogl.

Het populisme is in opmars. De AfD heeft afgelopen week weer flink gewonnen in Mecklenburg-Voor-Pommeren. De AfD, Geert Wilders, Front National, Donald Trump en ‘Brexit’, overal in Europa en de VS wordt de politiek gedomineerd door populisten [1]. Wat is de oorzaak daarvan?

Een verklaring die vaak wordt geopperd is dat politieke strijd (zie 1, 2, 3, 4, 5) zich niet meer afspeelt tussen links en rechts maar tussen hoog opgeleide kosmopolieten en laag opgeleide nationalisten. De kosmopolieten willen een open en multiculturele samenleving en zijn niet bang voor verandering. De natiestaat vinden ze een relict uit het verleden. De nationalisten willen terug naar de natiestaat. Ze zijn juist bang voor verandering, want dat brengt meestal maar weinig goeds. De migranten, die dankzij de open grenzen naar ons land komen, vestigen zich in hun wijken en internationale handel bedreigt hun banen. De meestal welgestelde kosmopolieten hebben daar geen last van.

Hans van Haastert heeft deze stelling onlangs al verdedigd in een artikel op Sargasso. Van Haastert is in goed gezelschap want ook Caroline de Gruyter is zo’n kosmopoliet [2]. In haar artikelen voor NRC Handelsblad beargumenteert ze precies de zelfde stelling: links versus rechts is vervangen door kosmopolieten versus nationalisten. Ze is een uitgesproken aanhanger van de Europese gedachte.

Ik zal De Gruyters verklaring van het populisme bespreken. Haar ideeën staan model voor het denken van de intellectuele elite in Europa [3]. Dat haar artikelen goed ontvangen worden blijkt uit de vele prijzen die zij heeft gekregen (zie 1, 2, 3, 4). Ik baseer mij op meerdere artikelen en haar boek Zwitserlevens [4]. Daarna geef ik mijn eigen analyse. De Gruyter heeft zich laten inspireren door het populaire boek Gekaufte Zeit van Wolfgang Streeck en mijn kritiek richt zich ook op dat boek.

Boven onze stand
De Gruyters stelling is dat de crisis het gevolg is van de onmacht van de politiek om te snijden in de te duur geworden verzorgingsstaat omdat dat stemmen kost. Deze problematiek speelt al sinds de jaren zeventig. Eerst liet men de tekorten flink oplopen, want
[…] politici, die allen de oorlog hadden meegemaakt, durfden niet te hakken in de verzorgingsstaat. Zonder sociale vangnetten en pensioenen zouden conflicten terugkeren. Dat wilde deze „getraumatiseerde generatie” absoluut voorkomen. Goedkope kredieten boden een uitweg uit dit dilemma. Overheden, en later burgers, hielden de verzorgingsstaat in leven met geleend geld.
Toen de schuld onhoudbaar werd in de jaren negentig, besloten linkse (In Nederland de PvdA) en rechtse regeringen om de economie te stimuleren door de markt te liberaliseren en grote delen van de overheid te privatiseren. Men hoopte dat door de globalisering de economie voldoende zou groeien en er zo voldoende geld verdiend zou worden om de kostbare verzorgingsstaat te betalen.

Democratie verlamd
Zo begonnen ze langzaam de zeepbel te blazen die in 2008 spatte’, aldus De Gruyter. De welvaart bleek op speculatie gebaseerd te zijn. Onze banken ‘verdienden’ geld met gokken in een globaal casino en moesten door de staat gered worden om te voorkomen dat het systeem instortte. Het gevolg was dat private schulden genationaliseerd werden waardoor de staatsschuld weer flink opliep. Bovendien raakte de economie in recessie. Daar kwam in 2010 nog eens de Europese schuldencrisis bij. Het gevolg was dat de overheid weer moest bezuinigen. Totaal is sinds 2010 door de Kabinetten Rutte een kleine 50 miljard bezuinigd.

Opmerkelijk is dat hieraan ook door links wordt meegewerkt, want politici hebben geen andere keuze
vanwege de globalisering, [wordt het beleid] ver boven hun hoofden uitgestippeld: door de ‘markten’, het IMF, de trojka of in de boardroom van Pimco, één van de grootste obligatiefondsen ter wereld. Onze bestuurders kunnen op zijn best de scherpe kantjes er af halen, maar wat er moet gebeuren wordt door de internationale (financiële) markten beschikt. Het maakt dus niet meer uit wat de signatuur van de regering is: links en rechts zijn gedwongen de zelfde maatregelen te nemen. De burger kan kiezen wat zij wil, maar voor het economisch beleid maakt het niet uit. Als gevolg daarvan gaat de politieke discussie tegenwoordig vooral over niet-economische onderwerpen: de Islam, immigratie, multiculturalisme. Vooral zaken die met identiteit te maken hebben. Het zijn emotionele onderwerpen waar hoog en laag opgeleiden heel verschillend over denken. De klassenstrijd is vervangen door cultuurstrijd.
De burger eist maatregelen waarvan de meeste politici best wel weten dat deze niet helpen, tenminste dat vertellen ze De Gruyter off the record. Politici die wel hun nek uitsteken, bijvoorbeeld door te pleiten voor versterking van Europa en die wel maatregelen nemen om de kosten van de verzorgingsstaat in te tomen, kunnen rekenen op fors verlies. Bij de Partij van de Arbeid kunnen ze daarover een lied zingen.

De kiezer laat zich leiden door valse beloften van de populisten, geeft een proteststem of stemt helemaal niet meer. Wat maakt het nog uit als links hetzelfde beleid voert als rechts? Griekenland heeft laten zien dat dat zelfs een radicaal linkse regering niets kan doen. Democratie gaat niet meer over de economie. De kiezer voelt dat goed aan en populisten maken daar handig gebruik van.

De spagaat van de politiek
Hoe moeten we uit deze politieke patstelling komen? Voor De Gruyter staat vast dat de natiestaat een relict is van het verleden en dat we moeten samenwerken in groter verband: de Europese Unie. Alleen dan kunnen we nog invloed hebben op de wereldeconomie. Uit verkeerd begrepen eigenbelang liggen landen nu dwars als het gaat om gezamenlijke regelingen. Aan het einde van haar boek over Zwitserland schrijft De Gruyter:
Of [de politici] blijven globaliseren en belazeren de kiezer. Óf ze geven de kiezer zijn zin en haken af van de globalisering.
Helaas is de Europese eenwording nu, juist nu het zo noodzakelijk is, politiek onhaalbaar omdat de kiezer dit niet wil. De politiek is hierdoor verlamd. Ze haalt Jacques Attali aan die er op wijst dat dit twee maal eerder is gebeurd: in 1780 en 1914, twee omineuze jaartallen. De politiek staat in een gevaarlijke spagaat. Enerzijds willen politici doen wat de kiezers van hun verlangen: controle aan de grenzen, inperking of opzegging van internationale handelsverdragen om de eigen economie te beschermen maar anderzijds weten ze ook dat dat niet kan. De enige oplossing is meer Europa, maar juist die oplossing is onbereikbaar door het populisme.

Tot zover mijn weergave van de argumentatie van De Gruyter.

Laat ik vooropstellen dat de Gruyter op heel veel punten gelijk heeft. Links heeft inderdaad ernstig gefaald en Europa wordt niet geleid door staatsvrouwen en staatsmannen met visie maar door brave boekhouders die goed op de centen passen. Zij laten zich gijzelen door populisten en geven voorrang aan nationaal belang uit angst voor stemverlies. De weerstand tegen een gezamenlijke aanpak van de schuldencrisis, het Europese banktoezicht en de opvang van vluchtelingen zijn goede voorbeelden. Maar is er werkelijk niets dat we kunnen doen, en hoe afhankelijk zijn we eigenlijk van de ‘globale markten’?

Volgens mij klopt haar argumentatie niet en is zij onnodig somber over de macht van de staat. Ik begin met het eerste punt.

Economie draait niet om geld
Aan het eind van haar boek Zwitserlevens constateert de Gruyter dat de Zwitsers wel moeten hervormen want als ze dat niet doen dan is ‘de bange vraag […] hoe gaan de Zwitsers dan hun geld verdienen’? Ze ziet landen dus als bedrijven en net als bedrijven moeten landen geld verdienen. Daarom moeten ze concurrerend zijn. Om dat te bereiken moeten ze zich aanpassen aan de eisen van de ‘globale markten’: beschikken over flexibele, goed opgeleide arbeidskrachten en geen kostbare verzorgingsstaat in stand willen houden.

Ik heb het al vaker gezegd, maar het kan toch niet vaak genoeg herhaald worden: landen zijn geen bedrijven. Bedrijven moeten geld verdienen, landen niet, want landen geven hun eigen geld uit. Toch wordt dit niet begrepen door de politiek want gebrek aan concurrentiekracht is de gangbare verklaring voor de eurocrisis. De officiële term voor deze economische theorie is mercantilisme. Dit is antiek want het stamt uit de achttiende eeuw, nog voor de tijd van Adam Smith. Ik heb het mercantilisme uitgebreid besproken in mijn stuk De economische bezwaren tegen TTIP.

Het is een wijdverbreid misverstand dat de economie draait om geld. Een land ‘verdient geen geld’ want de overheid van een land geeft dat geld zelf uit. De centrale bank en alle banken die daarvoor een licentie hebben, maken geld, dagelijks met miljarden tegelijk, door een post op een balans te zetten. Waar het in de economie wel om gaat is hoe de bronnen die een land heeft worden gebruikt, welke producten of diensten uit het buitenland moeten worden ingevoerd en welke bronnen (arbeidskrachten) onbenut blijven (werkloosheid). Als de economie onvoldoende capaciteit heeft om de gevraagde producten of diensten te leveren stijgen de prijzen (inflatie) en als er overcapaciteit is dalen de prijzen (deflatie) en stijgt de werkloosheid. Het doel van handel is niet het verdienen van geld, maar het verkrijgen van bronnen die een land niet of minder efficiënt zelf kan produceren, in ruil voor producten en diensten waar men wel genoeg van heeft.

De onmachtige staat
Ik kom nu aan mijn tweede punt van kritiek: waarom kan de staat niets doen? Welke controle hebben we over onze eigen economie? Hoe afhankelijk zijn we eigenlijk, en van wat precies zijn we afhankelijk? Toen de crisis in 2008 uitbrak bleek namelijk dat de natiestaat helemaal niet zo zwak was als De Gruyter het doet voorkomen. Die hulpeloze natiestaat blijkt dan opeens de redder van juist die machten naar wiens pijpen zij verondersteld wordt te dansen: banken en globale markten. Binnen enkele weken, in sommige gevallen dagen, blijkt die zo verouderde natiestaat, over praktisch onbeperkte financiële middelen te beschikken waarmee zij omvallende banken kan redden.

De staat is dus helemaal niet zo machteloos want zij kan banken - waarvan zij zogenaamd afhankelijk is - redden met geld van … de staat! Even opmerkelijk is dat na afloop van dit machtsvertoon de staat weer terugvalt in haar toestand van lethargie door te gaan bezuinigen. Die bezuinigingen zijn zogenaamd nodig om de schuld aan zichzelf – namelijk de Centrale Bank – af te betalen. De enigen die hier voordeel van hebben zijn de oorspronkelijke crediteuren wier schulden worden opgekocht door de staat: de banken en andere speculanten op de financiële markten. Deze ongerijmdheden ontgaan De Gruyter, Joseph Vogl, Wolfgang Streeck, en al die andere ‘internationalisten’ die de natiestaat afschrijven.

De macht van ideeën
De situatie is dus veel minder hopeloos wij denken. Het maakt wel degelijk uit of een linkse of rechtse coalitie wordt gekozen, alleen wordt de werkelijke keuze niet aan de kiezer voorgelegd. De kiezer wordt wijs gemaakt dat er alleen maar pijnlijke keuzes zijn. Het is dus niet zo dat politici laf zijn, integendeel, want dat vinden ze juist wel stoer, maar dat ze zich opstellen als fantasieloze boekhouders [5] die heel goed kunnen rekenen.

Het probleem met de democratie is niet de anti-Europese houding van de kiezer en ook niet dat er geen links of rechts meer zou zijn omdat er niets meer te kiezen zou zijn. Het probleem is dat gelauwerde journalisten als De Gruyter en linkse intellectuelen als Wolfgang Streeck en Joseph Vogl, niet goed uitleggen wat precies de samenhang is tussen economie, de staat en de werking van geld. Zij zijn helemaal in de ban van het monetarisme dat geld centraal stelt in de economie. Het monetarisme is opgekomen in de jaren zeventig toen het het Keynesianisme verving. Het is dit denken dat de staat machteloos maakt, dat de voedingsbodem is voor populisme.

Het is een illustratie van de waarschuwing van Heine, waar Isaiah Berlin aan herinnert in zijn essay (pdf) Two concepts of liberty: “philosophical concepts nurtured in the stillness of a professor’s study could destroy a civilization”. De macht van verkeerde ideeën, niet het populisme, maakt Europa kapot.

Niet dit Europa
De Gruyter zet zich in voor Europa, en terecht. Ook ik ben een aanhanger van het Europese ideaal. De terugval in nationalisme is kortzichtige domheid. Maar ik neem het de kiezer niet kwalijk dat deze zich afkeert van dit Europa dat de democratische keuze van het Griekse volk negeert en dat in heel Europa, inclusief Nederland, beleid afdwingt dat miljoenen mensen tot werkloosheid en armoede veroordeelt. Dit is geen ondemocratisch maar een antidemocratisch Europa.

Vooral de euro heeft meer kwaad dan goed gedaan. We hebben de soevereiniteit over ons economisch beleid overgedragen, toen we de gulden aan de ECB overdroegen. De ECB is een instituut dat wordt gecontroleerd door functionarissen die uit bankwereld komen. Het is het machtigste instituut in Europa, machtiger dan een land, zoals de behandeling van Griekenland heeft aangetoond.

Dit Europa is zodanig ingericht dat landen worden gereduceerd tot winkeltjes die geld moeten verdienen door elkaar te beconcurreren. Landen zijn afhankelijk gemaakt van geldmarkten, niet omdat die geldmarkten ons daartoe dwongen, maar omdat wij daar vrijwillig voor gekozen hebben. Dat is een bewuste keuze van de politiek. Stemmen is dus heel belangrijk, niet voor of tegen Europa – want dat is inderdaad een onzinnige keuze - maar voor beleid dat goed is voor de burger en niet voor bankiers met hun winkeltjes.

Het idee dat de democratie wordt gecontroleerd door de economie is de oorzaak van het populisme.

Noten
[1] Voor een goede afbakening van het begrip zie Matthijs Rooduijn De mythes van het populisme. Ook op The Current Moment staat een goede bespreking van het verschijnsel populisme.
[2] Op haar bio vermeldt ze:
Caroline has previously lived in the Gaza strip, Jerusalem, Brussels (twice), and Geneva. She is a regular contributor to Carnegie Europe, a member of the European Council on Foreign Relations, and has written three books: ‘The Coffee House of Mohammed Skaik; Impressions from Toy State Gaza’ (1997); ‘The Europeans; Living and Working in the Capital of Europe’ (2006); and ‘Swiss Lives; the New Political Reality in Europe‘ (2015), about the clash between globalization and democracy in a small Swiss village.
[3] Een ander goed voorbeeld van dit denken is het boek van Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit met de sprekende titel Voor Europa!
[4] Publicaties van Caroline de Gruyter die ik heb gebruikt:
[5] Het vak van boekhouder is een respectabel vak, begrijp me niet verkeerd, maar zoals een bakker niet moet denken dat zij een goede slager is omdat ze zo lekker brood bakt, zo moet een boekhouder niet denken dat zij een goed politicus is omdat ze zo goed kan rekenen.

Dit artikel werd op 8 september 2016 gepubliceerd op Sargasso

Read more...

Joseph Vogl en de eeuwige macht van het kapitaal

>> Saturday, July 9, 2016

Het is tegenwoordig mode om te beweren dat de tijd van de natiestaat voorbij is (1,2,3,4,5). De democratie wordt ondermijnd door globalisatie en de macht van de markt. In zijn onlangs verschenen boek Het financiële regime stelt Joseph Vogl dat dat altijd al zo is geweest: al sinds de opkomst van de Italiaanse stadstaten in de late Middeleeuwen is er een symbiose tussen staat en het kapitaal.

De gemiddelde lezer van Sargasso zal nu misschien een geeuw onderdrukken. Maar ik waag het toch om vraagtekens te zetten bij Vogl’s verhaal over de macht van de financiële markten in de moderne tijd, vanaf de Tweede Wereldoorlog. Ik reageer in dit artikel op het interview van Vogl, afgenomen door Koen Haegens, dat een paar weken geleden in de Groene Amsterdammer (15 juni 2016) verscheen [1].

De macht van het kapitaal

Het mechanisme waarmee het kapitaal [2] macht kan uitoefenen over de staat is eenvoudig. Als een staat meer geld uitgeeft dan het door belasting kan innen, moet zij het verschil lenen op de kapitaalmarkt. Vooral in moeilijke tijden krijgt deze daardoor grote invloed omdat de schulden dan hard oplopen, bijvoorbeeld na een financiële crisis of tijdens een oorlog:
We leven in een wereld waarin altijd één groot spook rondwaart: de kapitaalvlucht. Zodra staten zich niet meer kunnen financieren, gaat hun kredietstatus omlaag, worden hun schulden duurder en stevenen ze al snel af op een staatsbankroet. Denk aan Argentinië. Of recenter, aan Brazilië. Om zo’n doemscenario te voorkomen, worden landen gedwongen tot een soort schoonheidswedstrijd. Ze moeten de financiële markten ervan zien te overtuigen dat zij hun schulden kunnen aflossen. Dat schept natuurlijk een enorm dilemma. Politici moeten aan de ene kant luisteren naar de stem des volks, anderzijds verantwoording afleggen aan een internationaal financieel publiek. Deze niet op te lossen tegenstelling, dat is wat we nu al jaren in een land als Griekenland zien.[3]
De ondermijning van de democratische staat is bovendien geen recent verschijnsel volgens Vogl. Hij heeft dan ook kritiek op Colin Crouch omdat deze spreekt over postdemocratie, omdat dat impliceert dat het ooit anders is geweest. Dat is onjuist volgens Vogl. Al sinds de late Middeleeuwen is er sprake van een symbiose tussen financiële markten en de staat. In plaats van postdemocratie kunnen we daarom beter van ‘parademocratie’ spreken. Het idee dat er een scheiding is tussen staat en financiële markten, tussen politiek en economie is een liberale legende:
In grote stappen beent [Vogl] door de economische geschiedenis heen, om te laten zien dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. De financiële markten nemen de macht over? Nee hoor, die bezitten ze al lang. Vanaf het prille ontstaan van de moderne nationale staat moesten koningen hun zeggenschap delen met schuldeisers.
Over Nederland zegt Vogl:
‘Niet voor niets noemde Marx Nederland de “kapitalistische modelstaat”. In de Republiek gingen economische belangen en publieke overheidstaken hand in hand. Rijke patriciërs bestuurden steden […] Er was in Nederland al vanaf de zestiende eeuw een ware explosie van schulden gaande. Die werden mogelijk gemaakt door een gestage stroom inkomsten
Het is belangrijk volgens Vogl dat we de macht die het kapitaal heeft over de staat zichtbaar maken zodat we hier een eind aan kunnen maken.

Met die constatering van Vogl ben ik het van harte eens, maar dan is dan wel belangrijk dat we dat mechanisme waarmee het kapitaal haar macht uitoefent goed begrijpen. Ik zal laten zien dat het verhaal van Vogl niet klopt voor de periode na de Tweede Wereldoorlog en dat de macht van de markt over de staat niet kan werken zoals Vogl beschrijft, ook niet als de staat kampt met (grote) financieringstekorten.

De drie tijdperken van de macht van het kapitaal

We kunnen de geschiedenis, met betrekking tot de machtsverhouding tussen kapitaal en staat indelen in drie tijdperken. Tijdens het eerste tijdperk, dat eindigt met de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog hebben de financiële markten grote macht. Dit is het tijdperk van de goudstandaard. In het tweede tijdperk zijn alle munten gekoppeld aan de dollar, dit is tijd van het Bretton Woods stelsel. De financiële markten hebben dan weinig macht. Deze periode eindigt met de crisis van de jaren zeventig in de nasleep waarvan de financiële markten de macht weer terugveroveren. In deze derde fase, de postdemocratische fase, leven we nu.

De goudstandaard

Vogl’s theorie over de macht van de financiële markten is correct voor wat betreft de eerste fase: door de goudstandaard is de staat voor de waarde van het geld volledig afhankelijk van de markt. Zodra de markt vermoedt dat de staat haar schuld niet kan terug betalen ontstaat er een vlucht in goud of andere munten. De maatregelen die een overheid kan nemen zijn dan heel beperkt. Door verhoging van rente kan de munt aantrekkelijker gemaakt worden en door bezuinigen vermindert haar kredietbehoefte. Beide maatregelen hebben echter ook tot gevolg dat de economie in een recessie raakt.

Het is niet moeilijk om in te zien dat financiële markten onder deze omstandigheden grote macht hebben en dat de beleidsruimte voor de staat heel beperkt is. Deze fase eindigt voor Nederland op 27 september 1936, toen het als laatste land de gulden loskoppelde van de goudstandaard. Het is dus juist wat Vogl over Nederland beweert: we waren ook toen het braafste jongetje in de kapitalistische klas.

De goudstandaard was een van de belangrijkste oorzaken voor de Grote Depressie en de crisis kon pas gekeerd worden toen men deze losliet. Voor Duitsland en Japan was het toen al te laat.

Bretton Woods

Wijs geworden door de chaos waarmee de goudstandaard eindigde, wordt na de Tweede Wereldoorlog in Bretton Woods vastgelegd wat de waarde van elke munt is. Deze wordt uitgedrukt in dollars, en de dollar is op zijn beurt weer gekoppeld aan goud. Om speculatie te voorkomen is alle kapitaalverkeer aan strenge regels gebonden. De stelling van Vogl, dat de financiële markten macht hebben over de staat gaat dus niet op voor deze periode.

Door de veel geringere invloed van de financiële markten is dit de gouden tijd van de gemengde markteconomie. De economische groei is groter dan in periode daarvoor en daarna en er is voldoende werkgelegenheid. Er zijn bovendien geen grote economische crises. De meeste Westerse landen bouwen in die jaren een verzorgingsstaat op. Democratisch gekozen overheden luisteren beter naar de wensen van het volk als het kapitaal minder macht heeft.

Postdemocratie

Begin jaren zeventig valt Bretton Woods uiteen. Na het verdwijnen van het stelsel ligt de waarde van een munt niet meer vast. De munt 'zweeft’ dan. Men spreekt ook wel over fiatgeld. Ook dit heeft gevolgen voor de macht van de financiële markten, maar anders dan Vogl veronderstelt. Hoewel munten zwevend zijn en de waarde dus door de markt wordt bepaald, is verlies van vertrouwen – en de overeenkomstige daling van de wisselkoers – niet zonder meer ongunstig. Een ondergewaardeerde munt maakt een land goedkoper waardoor het beter kan concurreren op de wereldmarkt.

Bovendien is er een veel fundamentelere verandering in vergelijking met de vorige twee periodes: omdat een munt voor zijn waarde niet meer afhankelijk is van externe factoren – goud of de dollar – hoeft de staat ook niet meer te lenen. Want waarom zou ze dit nog doen als zij het geld zelf uitgeeft? Alleen als zij buitenlandse valuta nodig heeft, moet de staat deze nog lenen van een geldschieter.

Dit is de aanvang van de derde postdemocratische periode waarin de financiële markten weer macht over de staat hebben. Waarom dat zo is, maakt Vogl niet duidelijk, want het mechanisme dat markten onder de goudstandaard macht gaf over de staat – dreigen met staatsbankroet – bestaat niet meer. Nu wordt het verhaal interessant, maar Vogl ziet hier blijkbaar geen probleem.

Neoliberale mythe

Dit is dus het probleem: waarom lenen landen geld als zij dat zelf uitgeven? De reden die meestal wordt genoemd is dat als zij dit niet zouden doen, dus 'geld drukken' om de schuld te betalen, dit (hyper-)inflatie zou veroorzaken. De argumenten hiervoor komen echter van het monetarisme van Milton Friedman. Deze theorie veronderstelt dat er een directe relatie is tussen de hoeveelheid geld en inflatie. De inflatie in de jaren zeventig werd volgens Friedman veroorzaakt omdat overheden, volgens goed Keynesiaans gebruik, de geldpers aanzetten om de crisis van die jaren te bestrijden.

Het drukken van geld kan echter niet de oorzaak zijn van de inflatie van de jaren zeventig, en ook in het algemeen is dat niet de oorzaak van (hyper-)inflatie. De kwantitatieve theorie van geld is bewezen onjuist. Ook de kreet ‘geld drukken’, meestal denigrerend gebruikt, is onzinnig. De inflatie werd niet veroorzaakt doordat de staat de geldpers aanzette, maar doordat de stijging van de olieprijs volledig werd gecompenseerd in de lonen (automatische prijscompensatie). De theorie van het monetarisme – dat de inflatie gecontroleerd kan worden door de hoeveelheid geld die in omloop is te manipuleren – is definitief afgeschreven, zoals ook de theorie dat de zon om de aarde draait niet meer serieus wordt genomen.

Het lijkt er echter op dat Vogl hier nog wel vanuit gaat. Hoe kan het anders dat hij nog steeds macht toekent aan de financiële markten omdat deze de schulden van de staat moeten financieren? Sinds de invoering van fiatgeld is dat niet meer nodig. Met andere woorden, het mechanisme dat er volgens Vogl voor zorgt dat financiële markten macht hebben over de staat, bestaat helemaal niet.

Dat hij van deze misvatting uitgaat is overigens wel begrijpelijk, want wie het economisch nieuws volgt zou niet beter weten dan dat de zon om de aarde draait. In 2010 tot 2013 werden bezuinigingen onderbouwt met de stelling dat als we niet bezuinigen de rente gaat oplopen. De staat schrijft nog steeds leningen uit alsof de goudstandaard nog bestaat en mijn prijst zich dan gelukkig dat de rente zo laag is.

Allemaal onzin. Het is wonderlijk, maar iedereen, die beter zou moeten weten, blijft zich gedragen alsof we nog leven onder de goudstandaard. Het vast houden aan deze rituelen is een expressie van de neoliberale mythe: het geloof dat de staat afhankelijk is van de markt. Deze mythe is wijdverspreid onder beleidsmakers, economen en journalisten. "We hebben geen andere keuze", zegt men dan.

En de euro dan?

De situatie voor landen die de euro gebruiken is wat complexer. Een euroland dat een begrotingstekort heeft moet het ontbrekende geld namelijk wel lenen op de kapitaalmarkt. Dat de financiële markten daardoor grote invloed hebben bleek tijdens de schuldencrisis in 2010 tot 2012 [4]. Landen waar financiers geen vertrouwen in hadden werden gestraft met een extreem hoge rente. Eurolanden doen er dan ook alles aan om hun financiers ter wille te zijn: uitgaven worden gesnoeid, uitkeringen verlaagd en de arbeidsmarkt wordt geflexibiliseerd.

Ook nu is Nederland weer het braafste jongetje van de klas (op Duitsland na) en mag daarom voor haar leningen een zeer lage rente betalen: ‘Nederland [wordt] gezien als een van de meest kredietwaardige landen in Europa’ stelt Niek Nahuis, directeur van het Agentschap van de Generale Thesaurie. Tegenwoordig is de rente zelfs negatief en we kunnen er geld aan verdienen.

Dat deskundigen, hoge functionarissen van de schatkist, politici en economen dit soort uitspraken kunnen doen zonder te hoeven vrezen voor hun baan, is veelzeggend. Wie weet dat een land dat zijn eigen munt uitgeeft, niet afhankelijk is van inkomsten uit rente, beseft hoe vreemd dit is. De enige reden dat wij afhankelijk zijn van leningen is omdat wij daar voor gekozen hebben. Om lid te worden van de eurozone moet een land een verdrag ondertekenen waarin het afstand doet van het recht om zelf haar eigen geld uit te geven. De enige instanties die geld maken zijn de centrale bank (de ECB) en alle commerciële banken die daar een licentie voor hebben en onder toezicht staan van de ECB. Het gevolg is dat een land hierdoor zichzelf afhankelijk maakt van de kapitaalmarkten: banken, en investeerders die obligaties kopen. Deze kunnen nu regeringen dwingen om te bezuinigen en voor henzelf gunstige en voor de burger ongunstige hervormingen uit te voeren

De grote vraag die Vogl, en ieder ander die een eind wil maken aan de macht van het kapitaal moet beantwoorden is: waarom doen landen dit? Waarom staat een land haar soevereine macht af aan anonieme, op geld beluste bankiers en investeerders? De meest gunstige verklaring die ik kan bedenken is dat de politiek nog in monetaristische termen denkt. Domheid dus. Wie wel weet waar het over gaat en er baat bij heeft houdt wijselijk zijn mond.

Conclusie

Wie wil strijden tegen onderdrukking moet goed begrijpen hoe de macht van de onderdrukker werkt. Uit wat ik gelezen heb van Vogl blijkt echter dat hij dat niet goed begrijpt. Een moderne staat is niet afhankelijk van financiële markten, tenzij zij daar zelf voor kiest. Ook is het Vogl ontgaan dat er wel degelijk een tijd is geweest dat de financiële markten door strenge regelgeving geen macht over de staat hadden en dat Colin Crouch terecht de term postdemocratie gebruikt om onze tijd te beschrijven.

De vraag die ik liever beantwoord zou willen zien, is waarom landen vanaf de jaren tachtig de financiële markten stelselmatig hebben gedereguleerd en waarom zij het recht om geld uit te geven, uit handen hebben gegeven en doen alsof de goudstandaard nog van kracht is. Het lijkt er eerder op dat ook Vogl zelf betoverd is door de neoliberale mythe over geld en de macht van het kapitaal, net als onze politieke en journalistieke elites die eveneens nalaten dit uit te leggen. In zekere zin draagt hij daarom bij aan die macht.

Noten

1 Het interview is afgenomen ter gelegenheid van het uitkomen van een boek van Vogl over dit onderwerp Het financiële regime. (Boom, 2016)
Voor alle duidelijkheid: dit artikel is een reactie op het interview, het is geen recensie van het boek want ik heb zijn boek (nog) niet gelezen. Ik baseer mij op het interview en op interviews en besprekingen in Duitse bladen.
Alle citaten komen uit het interview van Koen Haegens. Ik heb wat uitgebreider geciteerd omdat het artikel achter een betaalmuur staat. Schroom echter niet om een bezoek te brengen aan de bibliotheek, deze zijn nog niet wegbezuinigd onder druk van de financiële marken – maar wacht niet te lang, want ze hebben wel degelijk macht!
2 In het interview wordt de term niet gebruikt. Ik gebruik de term hier in de een losse betekenis. Kapitaal is voor economen meer dan vermogen. Het is bezit dat inkomsten produceert: fabrieken, merknamen, patenten, enz. Vaak wordt de term echter in de veel beperktere betekenis van ‘vermogen’ gebruikt, zoals ik hier doe. Varoufakis bekritiseert Piketty daarom. Zie onder punt 2 (pdf): Conflating wealth with capital.
3 Op de voorbeelden die Vogl noemt van landen die door financiële markten op de knieën worden gedwongen valt nog wel wat te zeggen.
Griekenland: dat land geeft niet haar eigen geld uit en moet de facto in buitenlands geld lenen. Zie mijn uitleg over de euro. Pas als je begrijpt hoe fiatgeld werkt is duidelijk hoe zinloos het leed van de Grieken is en hoe dom de Europese beleidsmakers bezig zijn.
Argentinië: Argentinië had haar munt gekoppeld aan de dollar, daarmee verloor zij de soevereiniteit over de munt. De situatie is dus vergelijkbaar met de Euro. Voor een goede uitleg
Brazilië: wat er in Brazilië is gebeurd heeft ook niets te maken met financiering van begrotingstekorten. Maar het is zondermeer wel juist financiële en andere (bedrijfs-) economische belangen prevaleren boven de democratie. Voor een goed uitleg zie dit artikel van Andreas Nölke.
4 De ECB heeft hier uiteindelijk een eind aan gemaakt toen zij begon met het opkopen van staatsschulden. Niet direct van de landen want dat is per verdrag verboden, maar via de markt, dat mag wel. Waar het om gaat is dat de ECB iets is gaan doen wat centrale banken normaal altijd doen voor hun landen: voorkomen dat de staat bankroet gaat. Dat kan omdat de euro, voor alle landen gezamelijk immers ook fiatgeld is. De rente is nu in de hele eurozone weer extreem laag en de macht van de financiële markten is gebroken, althans voor wat betreft dit mechanisme. Alleen voor Griekenland wordt een uitzondering gemaakt, waarmee zij laat zien wie in de eurozone de staat werkelijk controleert.

Afbeelding: Daniel Lobo: Lucha contra el capital, Flickr (CC)

Read more...

Het neoliberalisme is de oorzaak van de crisis

>> Sunday, November 15, 2015

Afbeelding: Marco Sanchez
Vorige week heb ik een kritisch stuk geschreven over het voorstel van het Burgerinitiatief Ons Geld om het volgeldsysteem in te voeren. Het is door Sargasso lezers slecht ontvangen [1]. Ik zou het volgeldsysteem geen recht doen en niet goed begrepen hebben wat het inhoudt en wat de bedoeling ervan is.

‘Volgeld’ is een voorbeeld van een plan [2] dat voortkomt uit oprechte verontrusting over het financieel-economisch beleid. Die zorgen deel ik, en ik heb respect voor het idealisme van de indieners, maar ondanks de goede bedoelingen ben ik kritisch. Niet alleen omdat het plan utopisch is, maar ook omdat dat het gebaseerd is op een verkeerde analyse van de problemen.

Ook de euro is het resultaat van een utopie. Het was ooit de droom van de Europese elite om Europa, door het creëren van één geldsysteem te verenigen. Integendeel, hun droom is nu onze nachtmerrie zonder dat Europa erdoor verenigd is. Ik zal vandaag laten zien waarom. Morgen verschijnt een stuk van Gerben Nap van de Stichting STRO met een reactie op mijn vorige artikel. Later deze week zal ik daarop reageren.

De oorsprong van het eurosysteem

De eerste ideeën voor een nieuw geldsysteem in Europa ontstonden na het uiteenvallen van Bretton Woods, waarin alle munten gekoppeld waren aan de dollar. Het nieuwe systeem moest de basis vormen van de economische gemeenschap (EEG) en zou uiteindelijk moeten leiden tot een politieke unie (EU).

Vóór de euro, was deze 'muntunie in aanbouw’ niet meer dan een afspraak om de valutakoersen onderling op een vaste spilkoers te houden. Zo'n stelsel noemt men een 'slang'. Er zijn meerdere slangen geweest die allemaal zijn mislukt. Voor de Europeanen was dat echter geen reden om op te geven. De beste manier om te voorkomen dat speculanten de munten tegen elkaar zouden kunnen uitspelen [3], was natuurlijk door alle munten door één munt te vervangen. Zoals veroveraars van verre landen vroeger hun schepen achter zich verbrandden om zeker te zijn dat er geen weg terug was, zo gaven de Europeanen hun eigen munt op.

Dit heeft geleid tot wat we nu het 'eurosysteem' noemen. Het succes van het Duitse Wirtschafswunder was voor de Europeanen reden om de euro op te zetten naar 'Duitse model'. De Duitse mark was een harde munt met een lage inflatie en werd bewaakt door een centrale bank die onafhankelijk was van de politiek. Deze inrichting van de economie was gebaseerd op het ordoliberalisme, de Duitse variant van het neoliberalisme. Die neoliberale invloed is dan ook goed zichtbaar in de euro en is volgens mij de oorzaak van de eurocrisis. In de volgende paragrafen zal ik enkele neoliberale aspecten van het eurosysteem bespreken.

De heilige graal van het neoliberalisme: prijsstabiliteit

Het eerste neoliberale aspect dat duidelijk zichtbaar is in de euro is de wijze waarop over inflatie en prijsstabiliteit wordt gedacht. Prijsstabiliteit is de heilige graal van het neoliberalisme, omdat de economie dan beter functioneert. Zo is de veronderstelling.

Neoliberale economen gaan uit van de kwantiteitstheorie van inflatie [4]. Volgens Milton Friedman en Anna Schwartz is geldkrapte de oorzaak geweest van de deflatie tijdens de Grote Depressie. Inflatie ontstaat als de overheid te veel geld in omloop brengt, bijvoorbeeld om een oorlog te financieren of om een eind te maken aan een recessie. Hoewel deze vorm van monetarisme achterhaald is, is de neoliberale denkwijze over economie nog steeds duidelijk zichtbaar in het eurosysteem. Anders dan in de VS hoeft de Europese centrale bank (de ECB) geen rekening te houden met werkgelegenheid. Het maakt niet uit of de economie stagneert of juist groeit, voor de ECB is er maar één criterium dat haar beleid stuurt: prijsstabiliteit. Men streeft naar een inflatie niveau van maximaal 2%.

Het doel van prijsstabiliteit wordt op dit moment bij lange na niet gehaald. De lage inflatie wordt daarom bestreden door ‘geldverruiming’: de centrale bank brengt meer geld in omloop. Dit staat bekend als 'kwantitatieve verruiming' of QE (Eng.: Quantitative Easing). Tot nu toe heeft het echter weinig resultaat. Ondanks wereldwijd ingrijpen van centrale banken van de VS, Groot Brittannië en Japan, en nu dus ook Europa, neemt de inflatie niet toe. Integendeel: er is er zelfs sprake van lichte deflatie.

Dat het aantoonbaar niet werkt is echter geen reden om te stoppen, want het spekt vooral de kas van grote investeerders en bezitters van aandelen [5]. En u weet: zolang het de 'één-procent' behaagt, zal niets veranderen.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden

Het beleidsterrein van een centrale bank is noodzakelijkerwijs beperkt tot monetaire maatregelen. Centrale banken kunnen alleen de hoeveelheid geld reguleren en de hoogte van de rente bepalen. Regeringen kunnen echter veel meer doen [6] dan centrale banken.

Volgens neoliberale economen [7] worden recessies veroorzaakt door structurele problemen in de economie. De wereld verandert voortdurend: grondstoffen worden schaarser en technische ontwikkelingen maken vergaande automatisering en globalisering mogelijk. Zelfs het klimaat verandert. Markten moeten daarom voortdurend mee veranderen. Die noodzakelijke aanpassingen van markten stuiten echter altijd op weerstand in de maatschappij. Vakbonden, boeren, middenstanders en andere belangenroepen gebruiken hun invloed in de politiek om voor hun ongunstige veranderingen tegen te houden. Ook de verzorgingsstaat is een belangrijke remmende factor.

Deze blokkade leidt er toe dat markten niet meer goed functioneren en uit evenwicht raken. De economie stagneert of er ontstaan bubbels, bijvoorbeeld in de vastgoedmarkt. Daarom is hervormen onvermijdelijk: de markt moet weer de gelegenheid krijgen om haar werk te doen [8]. De overheid (met haar belangengroepen) moet zich niet te veel met de markt bemoeien. Door te bezuinigingen maakt zij weer ‘ruimte voor de economie’. De markt vindt dan vanzelf weer een nieuw evenwicht. Een cruciale rol is ook weggelegd voor de arbeidsmarkt. Deze functioneert niet goed, omdat werknemers te veel bescherming genieten en omdat de lonen te hoog zijn. Flexibiliteit en competitiviteit, daar gaat het altijd om.

Deze manier van denken over economie is voortdurend aanwezig in de berichtgeving over de eurocrisis.

Wie in de media het economisch nieuws volgt, moet er wel van overtuigd raken dat de crisis in Zuid-Europa door structurele problemen is veroorzaakt. De landen 'beneden de knoflookgrens' zijn niet competitief genoeg en de politiek is onwillig of niet instaat om te hervormen. ‘Corruptie en nepotisme tieren welig’, is het cliché.

Dat er problemen zijn met bureaucratie, corruptie, starre en foute regelgeving in Zuid-Europa zal ik niet ontkennen [9]. Maar dat is niet de oorzaak van de crisis. Deze problemen bestaan al langer en het is niet duidelijk waarom dat nu plotseling tot een crisis zou moeten leiden. Hoewel hervormingen in dit geval heel nuttig zullen zijn, is het geen oplossing want het duurt jaren voordat deze resultaat hebben.

Bezuinigingen, loonmatiging en het afbouwen van sociale voorzieningen zijn maatregelen die wel direct tot resultaat leiden. Maar het probleem hiermee is natuurlijk dat dat geen positief resultaat is. De economie krimpt. Deze ‘oplossing’ maakt de problemen alleen maar groter. De deflatie in de eurozone is een direct gevolg van deze maatregelen.

Dat men dit zelf gecreëerde probleem met monetaire middelen wil bestrijden, laat zien dat men dit niet inziet [10]. Dat het gaat om conservatieve ideologie blijkt uit Schäubles beroemde tirade in de Financial Times. Stimuleren van de economie door het begrotingstekort te laten oplopen zou volgens hem 'echt herstel' – een structurele verbetering van de economie – in de weg staan. Schäuble, zoals alle neoliberalen, gaat uit van het conservatieve adagium: ‘zachte heelmeesters maken stinkende wonden’ [11].

De weg naar Zimbabwe

Misschien wel het grootste probleem van de euro is, dat de staat geen zeggenschap meer heeft over ‘de geldpers’. De eurolanden zijn daardoor geheel afhankelijk van een buitenlandse macht die niet onder hun controle staat [12]. Dit leidt tot een situatie die Varoufakis ‘de IJzeren Kooi’ heeft genoemd: de neoliberale knechting van sociaal Europa.

Een staat die haar eigen geld kan drukken kan nooit failliet gaan. Hoe belangrijk dit is bleek in 2012 op het hoogtepunt van de schuldencrisis. Door de rating agencies werd de kans hoog ingeschat dat Zuid-Europese landen hun schuld niet meer zouden kunnen betalen. Dit leidde tot een vicieuze cirkel: de oplopende rente maakte afbetaling nog moeilijker, waardoor de rente nog harder opliep. De regels die het eurosysteem hadden moeten stabiliseren, bleken deze juist te destabiliseren.

En er is nog een probleem. In paragraaf 123 van het regelement van de ECB staat dat het voor de bank verboden is landen monetair te financieren. Met andere woorden: als een land in geldnood komt door de hoge rente, mag de ECB niet helpen. Toen Ierland, Portugal, Griekenland, Spanje en zelfs Italië in de problemen kwamen in 2011 en 2012, veroorzaakte deze regel bijna het einde van de euro. Dat dat niet gebeurde kwam omdat Mario Draghi, de voorzitter van de ECB, ingreep door te suggereren dat hij regel 123 desnoods zou overtreden om de euro te redden. Het uitspreken van het zinnetje I will do whatever it takes, was voldoende.

Vooral Duitsers en de Nederlanders waren (en zijn) fel tegen monetaire financiering. Deze episode laat zien hoe inconsistent het neoliberalisme is: enerzijds wordt grote waarde gehecht aan de waarde van geld, daar aan tornen om de economie te helpen is een doodzonde [13], zelfs als dat de economie destabiliseert. Veel mensen geloven in de neoliberale mythe dat monetaire financiering de weg is naar Zimbabwe en Weimar. ‘Je moet geld eerst verdienen voordat je het kan uitgeven’. Schulden zijn slecht, en geld drukken om deze te betalen is nog erger. Wie dat doet sluit een faustiaans pact dat leidt tot hyperinflatie.

Wat de ECB overigens wel mag doen is het spekken van de kassen van banken. Banken kunnen bij haar geld lenen voor een zeer lage rente om daarmee schulden van staten te kopen die een veel hogere rente opbrengen. Sociale voorzieningen voor banken zijn goed voor de economie, maar sociale voorzieningen voor mensen zijn daarentegen juist slecht.

De gebonden staat

Het neoliberalisme komt voort uit het liberalisme. Het is ontstaan in de eerste helft van de vorige eeuw als reactie op de New Deal en de verzorgingsstaat. Een van de preoccupaties van (neo-)liberalen is de macht van de staat. Een grote machtige staat zou via aantrekkelijk lijkende tussenstappen, zoals de verzorgingsstaat, uiteindelijk leiden tot het einde van de vrijheid. Het is de Road to serfdom zoals de titel van het invloedrijke boek van Friedrich von Hayek luidt. Daarom moet de macht van de staat gebonden worden.

Een van de belangrijkste machtsmiddelen die de staat heeft is het uitgeven van geld. De staat heeft muntsoevereiniteit zegt men dan. Als landen lid willen worden van de euro dan moeten zij dus een groot deel van hun macht afstaan en overdragen aan Europese instituties. Deze instituties – de Europese Commissie en de centrale bank – zijn niet democratisch gekozen, maar worden benoemd door regeringsleiders [14]. Ook de president en de leden van het bestuur van de centrale bank worden benoemd en worden gerekruteerd uit financiële wereld. Omdat de centrale bank kan bepalen wie wel, en wie niet zijn schuld kan betalen, is zij feitelijk het machtigste instituut in Europa.

Wat er begin dit jaar in Griekenland is gebeurd, laat zien wat daarvan de uiteindelijk consequentie is: een volk mag haar eigen regering kiezen, maar als dat een linkse regering is, die zich niet neerlegt bij de besluiten die worden genomen door de Europese Commissie en de centrale bank, kan zij gedwongen worden om af te treden. Anders wordt gewoon de geldkraan dicht gedraaid.

Dat Griekenland geen uitzondering was bleek afgelopen week in Portugal. De laatste parlementsverkiezing heeft een kleine linkse meerderheid opgeleverd, die een regering wilde vormen. Desondanks wordt een rechtse minderheidsregering gevormd. De reden: een linkse meerderheid zou de verdragen die zijn gesloten met Brussel over de oplossing van de schuldencrisis, in gevaar brengen.

De euro is de triomf van het neoliberalisme: eindelijk is het haar gelukt de staat te binden. Regeringen zijn gedwongen om neoliberale markthervormingen en privatiseringen uit te voeren. Hayeks droom komt in vervulling. Dat wat nog rest van de verzorgingsstaat kan worden afgebroken. Anders dan de utopieën van links is de neoliberale utopie van rechts ongemerkt en zonder revolutie, realiteit geworden. Wie uit de IJzeren Kooi van het neoliberalisme wil ontsnappen zal meer moeten doen dan een ander geldsysteem invoeren. De neoliberale greep op de macht en op ons denken moet gebroken worden.

Noten

Dit is complexe materie. Ik heb daarom geprobeerd de tekst zo kort mogelijk te houden. Wat verder nog nodig leek heb ik in de noten gezet.

[1] Op het moment van schrijven hebben slechts zeven mensen de moeite genomen om een plusje te geven en er staan ca 100 voornamelijk uiterste kritische commentaren onder. Maar kritisch of niet, toch bedankt voor het lezen en het commentaar. Als uw commentaar mij niet kan overtuigen is dat voor mij wel reden om mijn gedachten de volgende keer beter te formuleren.

[2] Andere voorbeelden zijn: basisinkomen, bitcoin, negatieve rente, contant geld afschaffen, geld met vervaldatum en andere min of meer utopistische en nooit geteste systemen.

[3] Zo is George Soros rijk geworden.

[4] Deze theorie is achterhaald. Volgens kwantiteitstheorie van inflatie neemt inflatie toe als er meer geld in omloop wordt gebracht. De afgelopen jaren is door centrale banken veel extra geld in omloop gebracht. Dit heeft geen merkbare prijsverhoging (inflatie) tot gevolg gehad.

[5] Een mooi voorbeeld hiervan staat in het FD van vrijdag 23 oktober. Onder het kopje ECB-president geeft beleggers alvast een sinterklaascadeau, wordt bericht:

Ruim twee weken voor de intocht van Sinterklaas kregen beleggers donderdag alvast een cadeau. ECB-president Mario Draghi die speelde voor goedheiligman. In zijn toespraak hintte hij erop dat de centrale bank op 3 december zal besluiten de econome meer te stimuleren […] Tijdens zijn toespraak vlogen de aandelenkoersen omhoog. Beleggers zijn dol op stimuleringsbeleid.

Voor de duidelijkheid: hier wordt met ‘stimuleren’ geldverruiming bedoeld. Dat is wat anders als ‘stimuleren’ in 2009: geld uitgeven door de staat. De rente blijft voorlopig dus laag, pensioenfondsen en kleine spaarders moeten rekeninghouden met een nog lagere (reken-) rente en voor werklozen zijn nog er steeds niet genoeg banen. Maar voor beleggers komt Mario ‘Sinterklaas’ Draghi ‘alvast’ cadeautjes brengen. Wie zoet is krijg lekkers, wie stout is de roe. Zingen beste mensen, dat is goed voor de economie.

[6] Het lijkt er tegenwoordig op dat centrale banken geen onderdeel zijn van de staat. Dat is een bewust gecreëerde tegenstelling. Ook dit komt voort uit neoliberale filosofie. Men heeft de verantwoording voor geldcreatie bewust bij de staat weg gehaald omdat deze niet vertrouwd kan worden met geld. Politici zouden de macht over de geldpers kunnen misbruiken om herkozen te worden. Neoliberalen weten dat democratie slecht is voor de economie.

[7] De meeste neoliberale economen hangen een vorm van de neoklassieke school aan. Dit is toevallig ook de enige vorm van economie die op universiteiten wordt onderwezen. Door studenten werd hier tegen geprotesteerd.

[8] Dit is wat wordt bedoeld met ‘TINA’ wat staat voor: There Is No Alternative.

[9] Maar hé, kijk ook eens naar Duitsland en Nederland.

[10] Het is bijna komisch om te zien hoe de aanhoudende deflatie economen voor raadsels stelt. Nick Kounis, ‘hoofd research en financiële markten bij ABN Amro’ pleit in het FD afgelopen vrijdag 23 oktober voor ‘gecoördineerde actie van centrale banken’ om de inflatie te verhogen. Waarom lukt het toch maar een einde te maken aan de inflatie, vraagt hij zich af:

Waar wachten de centrale banken nog op? Een knelpunt is hoe de switch naar een hoger inflatiedoel moet worden verkocht aan de buitenwereld. Cruciaal is dat dit op een geloofwaardige wijze gebeurt.

Het is hilarisch om te zien hoe duur betaalde en hoog opgeleide dames heren zich het hoofd breken over de vraag hoe ze beleid moeten verkopen waar ze vroeger voor waarschuwden: geld drukken voor hogere inflatie. En omdat ze echt niet lijken te begrijpen wat de oorzaak van deflatie is komen ze bovendien met een kinderlijke oplossing: ‘het lukt wel, als je er maar echt in geloofd’. Dit is cargocult. Braaf liedjes zingen, dat helpt. (zie ook noot [5]).

[11] In Nederland bekend als ‘Na het zuur het zoet’.

[12] Iets nauwkeuriger geformuleerd: men heeft de macht overgedragen aan de gezamenlijkheid en een onafhankelijke centrale bank. Het is dus niet helemaal vergelijkbaar met een land dat een 'dollar economie' heeft. Maar het is wederom het voorbeeld van Griekenland dat laat zien dat dat voor een kleine land geen verschil maakt, en zelfs voor een land als Frankrijk problemen kan veroorzaken.

[13] Dit lijkt veel op geldverruiming waar de ECB nu gebruik van maakt, maar wat de ECB nu doet met QE is het omwisselen van langlopende leningen (schuldpapier van staten) voor tegoeden bij de centrale bank. Deze worden door banken vervolgens als geld in omloop gebracht. Ook dit wordt overigens door de Duitse en Nederlandse monetaire haviken afgewezen. Weidmann en Knot hebben tegen dit beleid gestemd.

[14] In theorie is het dus wel democratisch, want gezamenlijk, want een meerderheid van regeringsleiders kan hen benoemen. In de praktijk komt dit neer op deals die alles behalve democratisch zijn. Het Europarlement dat de Commissie moet controleren heeft momenteel te weinig macht, mede door de lage opkomst bij verkiezingen voor het EP.

 

Read more...

Is volgeld een oplossing voor de crisis?

Afbeelding: Roland Tanglao


George van Houts was afgelopen weekend in Buitenhof om het volgeldsysteem te bepleiten. Het 'volgeldsysteem' is een systeem waarbij alleen de staat het recht heeft om geld te maken. Volgens Van Houts is het niet goed dat commerciële instellingen als banken geld kunnen maken, want dat geeft hen te veel mogelijkheden voor misbruik. In het volgeldsysteem kunnen zij dat niet meer, want dan kan alleen de centrale bank nog geld maken. De financieel deskundige Robin Fransman mocht weerwerk leveren.

Voordat ik verder ga, wil ik duidelijk stellen dat het mij er niet om gaat Van Houts te bekritiseren omdat hij als niet-deskundige (hij is acteur) een mening heeft over een complex financieel-economisch probleem. Het is goed als burgers zich verdiepen in de oorzaak van de financiële crisis of andere complexe maatschappelijke problemen. Het is de democratische plicht van alle mondige burgers om zich te bemoeien met ’s lands beleid. Minstens één maal per vier jaar worden wij geacht onze mening in een stem om te zetten. Daarom is het belangrijk dat men zich goed voorbereid. Dat ontslaat Van Houts (en alle andere burgers) echter niet van de plicht om zich goed in de materie te verdiepen, want dat heeft hij volgens mij niet gedaan.

Waar komt geld vandaan en waar gaat het heen?

Iedereen die zich wel eens verdiept heeft in de financiële wereld weet dat geld uit het niets wordt gemaakt [1]. Banken en overheden kunnen met één druk op de knop (op een spreadsheet) geld maken en het bijschrijven op een bankrekening. Dat is niets bijzonders of nieuw en Robin Fransman legde in Buitenhof goed uit waarom dat niet tot problemen leidt [2]. Het omgekeerde gebeurt overigens ook: bij het terugbetalen van een lening aan de bank verdwijnt geld. Het keert dan weer terug waar het verdaan kwam: het niets!

Wat Van Houts en andere voorstanders van het volgeldsysteem voorstellen, is dat dit vermogen om geld te maken geheel wordt overgedragen aan de centrale bank. Waarom wil hij dat?

Uit wat hij in Buitenhof vertelde heb ik de volgende twee redenen gedestilleerd:

Ten eerste: de hoeveelheid geld groeit te hard en wordt gebruikt voor speculatie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de grootste financiële crisis sinds de Grote Depressie in 2008. Ten tweede stelt Van Houts dat het vermogen om geld te kunnen maken de banken veel te veel macht geeft. Daarom is het onverstandig om dit aan een commerciële instelling over te laten. Het recht om geld te kunnen maken moet exclusief in publieke handen blijven.

Naïef-monetarisme

De preoccupatie met de hoeveelheid geld heet ‘monetarisme’. Volgeld is ook een vorm van monetarisme: het is een pogingen om de economie te reguleren door aan de knoppen van het geldsysteem te draaien. De bekendste monetarist was Milton Friedman. In de jaren zeventig maakten hij en zijn medestanders naam als 'Monetaristen' [3]. Zij bepleitten dat de staat de markt vrij laat. De centrale bank mocht volgens hen alleen zoveel geld maken als nodig is om de totale hoeveelheid geld die in omloop is, gelijk te houden. Zo wordt inflatie onder controle gehouden, was het idee.

Als de overheid zich daar toe beperkt, zo veronderstelden zij, dan zou de economie vanzelf weer gaan groeien. Zij kregen veel aanhang in de jaren zeventig door de 'stagflatiecrisis' die toen woedde. Het kenmerk van die crisis was de combinatie van hoge inflatie en economische stagnatie. In die periode zijn ook de eerste plannen gemaakt voor de euro. De euro is een directe erfgenaam van het monetarisme. Typerend voor het monetarisme van de ECB is dat zij onafhankelijk is van de staat en dat haar taak is beperkt tot het stabiel houden van de prijzen (inflatie).

De kerngedachte van het monetarisme is voor iedereen intuïtief te begrijpen: hoe meer geld er in omloop is in verhouding met de economie – dus hoe meer geld tegenover de zelfde hoeveelheid spullen en diensten staat – hoe minder het geld waard zal zijn. Hoe logisch die gedachte ook lijkt, in de praktijk blijkt dit niet zo te werken. Het Monetarisme is een achterhaalde theorie. Er is geen directe relatie tussen de hoeveelheid geld en inflatie. Bovendien is het is onmogelijk om op betrouwbare wijze te meten hoeveelheid geld in omloop is, laat staan dit te reguleren.

Het Monetarisme mag dan achterhaald zijn, het monetarisme is nog niet verdwenen. Dit blijkt uit de recente pogingen van de ECB om door het in omloop brengen van extra geld (quantitative easing, afgekort QE) de economie te stimuleren. Dat dat niet werkt blijkt, want in september daalden de prijzen (deflatie). Ondanks QE is er dus nog steeds sprake van deflatie. Deflatie is een gevolg van wereldwijde loonmatiging en stagnatie van de economie. Duitsers en Nederlanders zijn kampioen loonmatigen en dwingen daardoor de rest van Europa om ook hun lonen te matigen. In Duitsland en Nederland is het monetarisme nog steeds oppermachtig.

Ook Van Houts denkt ook als een monetarist. Dat blijkt als hij in Buitenhof stelt dat in een gegeven periode de economie vijf maal is gegroeid terwijl de hoeveelheid geld in die zelfde periode maar liefst dertig maal toenam. Die preoccupatie met de hoeveelheid geld is typerend voor monetarisme. Dat van Houts zo denkt, is niet verrassend, want de meeste mensen zijn ‘naïef-monetaristen’ zoals hij. Maar dat mag en kan geen argument zijn voor volgeld. Als Van Houts wil meedenken over economisch beleid dan moet hij zich hierin verdiepen. Naïviteit is geen argument.

Geld maken is macht?

De tweede reden die van Houts noemt, is: ‘geld maken geeft banken teveel macht’. Banken hebben wel macht, maar dat is macht ten opzichte van de investeerders – en dat is maar beperkt, want iemand die geen lening krijgt kan ook naar een andere bank lopen. Dat banken toch veel invloed hebben, meer dan andere commerciële bedrijven, heeft niets maken met het het vermogen om geld te maken: dat is vooral het gevolg van het falen van de politici die denken dat deze materie te complex is en zich door dure heren in maatpakken laten intimideren.

De centrale bank heeft wel degelijk macht over banken: zij kan de vergunning van een bank intrekken als een bank het te bont maakt. Dat banken een magisch toverstokje bezitten waarmee ze geld kunnen maken, geeft hen geen macht.

Bovendien is de macht van het ‘geld scheppend vermogen’ beperkt door regels. Een bank moet voor elke lening die zij uitschrijft een reserve storten bij de centrale bank. Zij moet een minimale hoeveelheid spaargeld en eigen vermogen (de aandeelhouders van de bank) als buffer hebben. Het grote probleem van de afgelopen jaren is dat men de regels voor de omvang van deze buffer steeds verder is gaan verlagen. De buffers werden uiteindelijk zo klein dat zij de klap van het faillissement van Griekenland niet meer konden dragen. Dat was het begin van de eurocrisis en daarom moest Griekenland zogenaamd gered worden. 'Zogenaamd' want in werkelijkheid waren het de banken die gered werden.

Het is dus helemaal niet nodig, en alleen maar onpraktisch om de centrale bank alle geld te laten maken. Het zijn uiteindelijk toch de banken die de keuze maken wie wel en wie geen krediet krijgt. Het is veel beter om strenge eisen te stellen aan de buffers die banken moeten aanhouden.

Wat kan de centrale bank doen tegen speculatie?

Een belangrijk argument voor volgeld, is volgens de voorstanders, dat het de vastgoedbubbel had kunnen voorkomen.

Ook hier is volgeld echter een volkomen overbodige maatregel. Om speculatie en vastgoedbubbels te voorkomen heeft de centrale bank betere middelen. Als blijkt dat in een bepaalde sector te veel krediet wordt uitgeven kan zij eisen dat banken voor dit soort leningen een hogere buffer moeten hebben. Daardoor wordt het minder lucratief om geld uit te lenen en zal de bubbel leeglopen. Op die manier kan de overheid heel selectief en effectief – zonder dat de rest van de ‘echte economie’ daar last van heeft – een financiële luchtbel doorprikken.

Toen de huizenmarkt in Nederland, Spanje en Ierland oververhit raakte, had de ECB dus wel kunnen ingrijpen. Dit heeft men nagelaten. De enige manier waarop de ECB in dit soort situaties ingrijpt, is altijd door middel van een algemene rente verhoging. Dat is een monetaire maatregel die als nadeel heeft dat alle economische activiteiten worden afgeremd, ook zinvolle. Zo veroorzaakt men een recessie en maakt men mensen werkloos. Dat was natuurlijk de reden dat ECB aarzelde om in te grijpen, maar dat was een politieke keuze en niet het gevolg van gebrek aan machtsmiddelen.



Hoe kan een eind gemaakt worden aan de stagnatie?



Kan een centrale bank de economie überhaupt wel sturen? Een centrale bank kan de economie alleen beïnvloeden met monetaire middelen – dat is nou eenmaal de aard van het beestje. De regering maakt beleid, geeft geld uit en heft belasting (fiscaal beleid), de centrale bank gaat over het geld.

Volgeld is dus geen oplossing, ook niet tegen speculatie. Er zijn veel effectievere middelen beschikbaar om banken te reguleren die helaas ongebruikt blijven. Maar nog veel belangrijker op het moment is, dat het monetair denken het economisch beleid in de weg zit. Het idee dat een land zijn begrotingsschuld moet afbouwen, juist tijdens een crisis, is gebaseerd op achterhaald monetarisme. Dat is de hoofdoorzaak van de economische crisis waar Europa nu sinds 2010 in verkeert. Hierdoor zijn miljoenen mensen nodeloos werkloos gemaakt. Dat had voorkomen kunnen worden met de middelen die we nu hebben. Het volgeldsysteem is overbodig. Het grote raadsel is eigenlijk, en daar zou Van Houts zich beter in kunnen verdiepen, waarom we die middelen niet gebruiken.

Voetnoten

[1] Sinds de afschaffing van de goudstandaard. Wat is geld dan? Deze discussie gaat over een wonderlijk fenomeen. Een fenomeen zonder welk onze maatschappij niet zou kunnen bestaan: geld. Wie meer wil lezen over de geschiedenis van geld raad ik aan het zeer lezenswaardige boek van David Graeber te lezen: Schuld, de eerste 5000 jaar.
[2] Ik heb ook kritiek op enkele punten die Fransman maakt, maar deze zijn niet relevant voor dit betoog. Ik wil het niet onnodig compliceren.
[3] Als ik het over deze monetaristen heb zal ik Monetaristen met een hoofdletter schrijven.

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP