Showing posts with label economie. Show all posts
Showing posts with label economie. Show all posts

Is economie een exacte wetenschap?

>> Sunday, July 1, 2018

(Afbeelding: Sylke 'Amazing Himalaya')

Mainstream economen wordt door linkse critici vaak verweten dat zij te graag exacte wetenschappers willen zijn. Economische modellen gaan er ten onrechte vanuit dat mensen altijd handelen als kille robots die met wiskundige nauwkeurigheid kiezen voor eigenbelang [1]. In een opinie artikel in het Financieel Dagblad van 18 mei stelt Coen Teulings dat deze kritiek onterecht is: economen beseffen tegenwoordig best wel dat economie een sociale wetenschap is. Daniel Kahneman heeft voor onderzoek dat aantoont dat mensen meestal juist niet rationeel handelen, zelfs de nobelprijs voor economie gekregen.

De klacht is bovendien niet goed doordacht omdat men de betekenis van ‘rationaliteit’, ‘voorspelbaarheid’ en ‘doelmatigheid’ met elkaar verward. Als iemand rationeel handelt, impliceert dat helemaal niet dat de handeling daardoor voorspelbaar of doelmatig is. Deze begrippen hebben niets met elkaar te maken, aldus Teulings. Aan de hand van drie voorbeelden probeert hij deze ‘kluwen van begrippen’ te ontwarren. Helaas maakt hij de verwarring daarbij alleen maar groter.


Bankruns: rationeel gedrag is niet voorspelbaar


Dat rationaliteit niet tot voorspelbaar gedrag hoeft te leiden, illustreert hij aan de hand van bankruns. Tijdens een bankrun is het rationeel om zo snel mogelijk je geld van de bank te halen. Het zou irrationeel zijn om dat niet te doen, ‘want wie te laat is, is zijn geld zeker kwijt’. Toch zijn bankruns in de praktijk onvoorspelbaar.


Het driedeurenprobleem: irrationeel gedrag is voorspelbaar


Aan de hand van het ‘driedeurenprobleem’ laat hij zien dat ook het omgekeerde mogelijk is. In de NRC van 12 oktober vorig jaar legt Teulings dit als volgt uit [edit van mij]:
U gaat een spelletje spelen, in een kamer met drie deuren. Achter een van die deuren ligt 100.000 euro. U mag een deur aanwijzen om te openen. [Voordat het deurtje dat u hebt aan gewezen wordt geopend] zal de spelleider een van de andere twee deuren openen om te laten zien dat de schat daar in ieder geval niet ligt. En dan krijgt u een tweede kans: u mag nog op uw oorspronkelijke keuze terugkomen en die andere nog niet geopende deur kiezen. Wat doet u? Bent u standvastig in uw keus of verandert u?
Vrijwel iedereen kiest er voor om bij de eerste keuze te blijven. Dat is niet rationeel als je verstand hebt van kansberekening:

De kans dat u in eerste instantie de juiste deur kiest is eenderde. Door van keus te verwisselen, mist u in dat geval de hoofdprijs. U heeft echter tweederde kans dat u eerst een verkeerde deur heeft gekozen. In dat geval krijgt u door te wisselen met zekerheid de schat. Wisselen geeft dus tweederde kans op winst, niet wisselen maar eenderde.

Hieruit blijkt volgens Teulings dat irrationeel gedrag wel degelijk voorspelbaar kan zijn.


Het Prisonor’s dilemma: rationeel gedrag is niet doelmatig


Tenslotte laat Teulings met het prisoner’s dilemma zien dat rationele keuzes ook niet per se doelmatig zijn. Stel, er zijn twee verdachten voor een misdrijf. Er is geen bewijs en daarom probeert de aanklager de gevangen aan te zetten om de ander te verraden. Wie de ander verraad wordt beloond. Als ze beide zwijgen zouden ze er het beste af komen, maar je kunt wiskundig uitrekenen dat het gunstig is als ze beiden de ander verraden. Zo minimaliseren ze de kans op een lange gevangenschap.

Het is dus rationeel om verraad te plegen ‘terwijl ze beter af zouden zijn als ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Met andere woorden: rationaliteit is ondoelmatig’, aldus Teulings.

Hier gaan vier dingen mis.


Onwetendheid


Met het driedeurenvoorbeeld illustreert Teulings dat iemand die geen verstand heeft van statistiek en wiskunde handelt in strijd met haar eigenbelang. Daarmee is dus op zijn best iets gezegd over de voorspelbaarheid van domheid, maar niets over rationaliteit. Onwetendheid of onkunde is wat anders als irrationaliteit. Het feit dat mensen steeds hetzelfde antwoord kiezen heeft meer te maken met veel voorkomende vooroordelen, b.v. over de intentie van de quizmaster.


Kuddegedrag


Zijn tweede fout is dat hij rationaliteit op individueel en groepsniveau met elkaar vergelijkt. Het zijn individuen die geld van de bank halen, maar bij een bankrun gaat het niet om gedrag van één individu maar om opgeteld gedrag van een groot aantal individuen (‘kuddegedrag’). Kuddegedrag heeft bovendien een heel eigen dynamiek door feedback mechanismen: mensen reageren op elkaar. Men ziet dat anderen het doen en beseft dat men de meute voor moet zijn. Wanneer dat gebeurt is onvoorspelbaar omdat de aanleidingen heel divers kunnen zijn: een bericht in de krant waarin twijfel wordt uitgesproken over een bank, of een run op een andere bank.


Rationaliteit of rationaliteit?


De derde fout die hij maakt in zijn stukje is dat hij twee betekenissen van ‘rationaliteit’ met elkaar verward. Als we zeggen dat een handeling rationeel is, bedoelen we dat die handeling ‘de meest efficiënte manier is om een bepaald doel te bereiken’ (rationeel-1). Wat het doel is maakt daarbij niet uit. De tweede betekenis van rationeel heeft juist wèl betrekking op dat doel: een bepaald doel is wel of niet verstandig (rationeel-2). Als ik bijvoorbeeld besluit om de Himalaya te beklimmen, is dat onverstandig (rationeel-2), maar àls ik dat doe dan is het verstandig (rationeel-1) om de beste route naar de top te kiezen. Over wat verstandig (rationeel-2) is kunnen de meningen verschillen maar we kunnen vaak wel objectief oordelen over de manier waarop we dat proberen te bereiken. Anders dan Teulings beweert, is doelmatigheid dus wel gelijk aan rationaliteit, maar dan alleen in de eerste betekenis.


Eigenbelang


Veel ernstiger vind ik de onnodige vernauwing van de betekenis die Teulings geeft aan het begrip rationaliteit. Een rationele keuze is volgens hem een keuze voor eigenbelang en materieel gewin. Hij sluit uit dat mededogen, of meer algemeen, moreel gedrag rationeel is. Daarmee verengt hij rationaliteit tot objectief meetbaar eigenbelang (in dit geval ‘jaren gevangenisstraf’). Bovendien lopen ook hier de twee verschillende betekenissen van rationaliteit door elkaar.


Het doel van economie


Teulings bespreking van rationaliteit is symptomatisch voor de fout die veel economen maken: ze objectiveren menselijke behoeften door deze te beperken tot iets dat meetbaar is: meestal is dat geld (en in dit geval gevangenisstraf). De menswetenschapper Teulings lijkt niet te beseffen dat hebzucht niet het enige is dat mensen drijft. Bovendien is hij vergeten wat wel de taak is van de economie: vast te stellen hoe subjectieve behoeften van mensen op de beste manier kunnen worden vervuld met inzet van schaarse middelen, om Arnold Heertje in Echte Economie te parafraseren. Ongewild demonstreert Teulings waarom economie zo’n slechte roep heeft en wat er niet ‘exact’ aan is.

[1] Homo economicus noemt men deze denkbeeldige persoon in de literatuur.

Read more...

Populisme, verklaard door Caroline de Gruyter

>> Monday, September 19, 2016

Europ, and the cheife cities contayned therin, described;
with the habits of most kingdoms now in use.
Foto: Norman B. Leventhal Map Center (cc)

In mijn vorige artikel liet ik zien dat Joseph Vogl een verkeerd beeld heeft van de macht van het kapitaal. Vandaag behandel ik de ideeën van Caroline de Gruyter over de onmacht van de democratie en de oorzaken van het populisme. Zij maakt een vergelijkbare denkfout als Vogl.

Het populisme is in opmars. De AfD heeft afgelopen week weer flink gewonnen in Mecklenburg-Voor-Pommeren. De AfD, Geert Wilders, Front National, Donald Trump en ‘Brexit’, overal in Europa en de VS wordt de politiek gedomineerd door populisten [1]. Wat is de oorzaak daarvan?

Een verklaring die vaak wordt geopperd is dat politieke strijd (zie 1, 2, 3, 4, 5) zich niet meer afspeelt tussen links en rechts maar tussen hoog opgeleide kosmopolieten en laag opgeleide nationalisten. De kosmopolieten willen een open en multiculturele samenleving en zijn niet bang voor verandering. De natiestaat vinden ze een relict uit het verleden. De nationalisten willen terug naar de natiestaat. Ze zijn juist bang voor verandering, want dat brengt meestal maar weinig goeds. De migranten, die dankzij de open grenzen naar ons land komen, vestigen zich in hun wijken en internationale handel bedreigt hun banen. De meestal welgestelde kosmopolieten hebben daar geen last van.

Hans van Haastert heeft deze stelling onlangs al verdedigd in een artikel op Sargasso. Van Haastert is in goed gezelschap want ook Caroline de Gruyter is zo’n kosmopoliet [2]. In haar artikelen voor NRC Handelsblad beargumenteert ze precies de zelfde stelling: links versus rechts is vervangen door kosmopolieten versus nationalisten. Ze is een uitgesproken aanhanger van de Europese gedachte.

Ik zal De Gruyters verklaring van het populisme bespreken. Haar ideeën staan model voor het denken van de intellectuele elite in Europa [3]. Dat haar artikelen goed ontvangen worden blijkt uit de vele prijzen die zij heeft gekregen (zie 1, 2, 3, 4). Ik baseer mij op meerdere artikelen en haar boek Zwitserlevens [4]. Daarna geef ik mijn eigen analyse. De Gruyter heeft zich laten inspireren door het populaire boek Gekaufte Zeit van Wolfgang Streeck en mijn kritiek richt zich ook op dat boek.

Boven onze stand
De Gruyters stelling is dat de crisis het gevolg is van de onmacht van de politiek om te snijden in de te duur geworden verzorgingsstaat omdat dat stemmen kost. Deze problematiek speelt al sinds de jaren zeventig. Eerst liet men de tekorten flink oplopen, want
[…] politici, die allen de oorlog hadden meegemaakt, durfden niet te hakken in de verzorgingsstaat. Zonder sociale vangnetten en pensioenen zouden conflicten terugkeren. Dat wilde deze „getraumatiseerde generatie” absoluut voorkomen. Goedkope kredieten boden een uitweg uit dit dilemma. Overheden, en later burgers, hielden de verzorgingsstaat in leven met geleend geld.
Toen de schuld onhoudbaar werd in de jaren negentig, besloten linkse (In Nederland de PvdA) en rechtse regeringen om de economie te stimuleren door de markt te liberaliseren en grote delen van de overheid te privatiseren. Men hoopte dat door de globalisering de economie voldoende zou groeien en er zo voldoende geld verdiend zou worden om de kostbare verzorgingsstaat te betalen.

Democratie verlamd
Zo begonnen ze langzaam de zeepbel te blazen die in 2008 spatte’, aldus De Gruyter. De welvaart bleek op speculatie gebaseerd te zijn. Onze banken ‘verdienden’ geld met gokken in een globaal casino en moesten door de staat gered worden om te voorkomen dat het systeem instortte. Het gevolg was dat private schulden genationaliseerd werden waardoor de staatsschuld weer flink opliep. Bovendien raakte de economie in recessie. Daar kwam in 2010 nog eens de Europese schuldencrisis bij. Het gevolg was dat de overheid weer moest bezuinigen. Totaal is sinds 2010 door de Kabinetten Rutte een kleine 50 miljard bezuinigd.

Opmerkelijk is dat hieraan ook door links wordt meegewerkt, want politici hebben geen andere keuze
vanwege de globalisering, [wordt het beleid] ver boven hun hoofden uitgestippeld: door de ‘markten’, het IMF, de trojka of in de boardroom van Pimco, één van de grootste obligatiefondsen ter wereld. Onze bestuurders kunnen op zijn best de scherpe kantjes er af halen, maar wat er moet gebeuren wordt door de internationale (financiële) markten beschikt. Het maakt dus niet meer uit wat de signatuur van de regering is: links en rechts zijn gedwongen de zelfde maatregelen te nemen. De burger kan kiezen wat zij wil, maar voor het economisch beleid maakt het niet uit. Als gevolg daarvan gaat de politieke discussie tegenwoordig vooral over niet-economische onderwerpen: de Islam, immigratie, multiculturalisme. Vooral zaken die met identiteit te maken hebben. Het zijn emotionele onderwerpen waar hoog en laag opgeleiden heel verschillend over denken. De klassenstrijd is vervangen door cultuurstrijd.
De burger eist maatregelen waarvan de meeste politici best wel weten dat deze niet helpen, tenminste dat vertellen ze De Gruyter off the record. Politici die wel hun nek uitsteken, bijvoorbeeld door te pleiten voor versterking van Europa en die wel maatregelen nemen om de kosten van de verzorgingsstaat in te tomen, kunnen rekenen op fors verlies. Bij de Partij van de Arbeid kunnen ze daarover een lied zingen.

De kiezer laat zich leiden door valse beloften van de populisten, geeft een proteststem of stemt helemaal niet meer. Wat maakt het nog uit als links hetzelfde beleid voert als rechts? Griekenland heeft laten zien dat dat zelfs een radicaal linkse regering niets kan doen. Democratie gaat niet meer over de economie. De kiezer voelt dat goed aan en populisten maken daar handig gebruik van.

De spagaat van de politiek
Hoe moeten we uit deze politieke patstelling komen? Voor De Gruyter staat vast dat de natiestaat een relict is van het verleden en dat we moeten samenwerken in groter verband: de Europese Unie. Alleen dan kunnen we nog invloed hebben op de wereldeconomie. Uit verkeerd begrepen eigenbelang liggen landen nu dwars als het gaat om gezamenlijke regelingen. Aan het einde van haar boek over Zwitserland schrijft De Gruyter:
Of [de politici] blijven globaliseren en belazeren de kiezer. Óf ze geven de kiezer zijn zin en haken af van de globalisering.
Helaas is de Europese eenwording nu, juist nu het zo noodzakelijk is, politiek onhaalbaar omdat de kiezer dit niet wil. De politiek is hierdoor verlamd. Ze haalt Jacques Attali aan die er op wijst dat dit twee maal eerder is gebeurd: in 1780 en 1914, twee omineuze jaartallen. De politiek staat in een gevaarlijke spagaat. Enerzijds willen politici doen wat de kiezers van hun verlangen: controle aan de grenzen, inperking of opzegging van internationale handelsverdragen om de eigen economie te beschermen maar anderzijds weten ze ook dat dat niet kan. De enige oplossing is meer Europa, maar juist die oplossing is onbereikbaar door het populisme.

Tot zover mijn weergave van de argumentatie van De Gruyter.

Laat ik vooropstellen dat de Gruyter op heel veel punten gelijk heeft. Links heeft inderdaad ernstig gefaald en Europa wordt niet geleid door staatsvrouwen en staatsmannen met visie maar door brave boekhouders die goed op de centen passen. Zij laten zich gijzelen door populisten en geven voorrang aan nationaal belang uit angst voor stemverlies. De weerstand tegen een gezamenlijke aanpak van de schuldencrisis, het Europese banktoezicht en de opvang van vluchtelingen zijn goede voorbeelden. Maar is er werkelijk niets dat we kunnen doen, en hoe afhankelijk zijn we eigenlijk van de ‘globale markten’?

Volgens mij klopt haar argumentatie niet en is zij onnodig somber over de macht van de staat. Ik begin met het eerste punt.

Economie draait niet om geld
Aan het eind van haar boek Zwitserlevens constateert de Gruyter dat de Zwitsers wel moeten hervormen want als ze dat niet doen dan is ‘de bange vraag […] hoe gaan de Zwitsers dan hun geld verdienen’? Ze ziet landen dus als bedrijven en net als bedrijven moeten landen geld verdienen. Daarom moeten ze concurrerend zijn. Om dat te bereiken moeten ze zich aanpassen aan de eisen van de ‘globale markten’: beschikken over flexibele, goed opgeleide arbeidskrachten en geen kostbare verzorgingsstaat in stand willen houden.

Ik heb het al vaker gezegd, maar het kan toch niet vaak genoeg herhaald worden: landen zijn geen bedrijven. Bedrijven moeten geld verdienen, landen niet, want landen geven hun eigen geld uit. Toch wordt dit niet begrepen door de politiek want gebrek aan concurrentiekracht is de gangbare verklaring voor de eurocrisis. De officiële term voor deze economische theorie is mercantilisme. Dit is antiek want het stamt uit de achttiende eeuw, nog voor de tijd van Adam Smith. Ik heb het mercantilisme uitgebreid besproken in mijn stuk De economische bezwaren tegen TTIP.

Het is een wijdverbreid misverstand dat de economie draait om geld. Een land ‘verdient geen geld’ want de overheid van een land geeft dat geld zelf uit. De centrale bank en alle banken die daarvoor een licentie hebben, maken geld, dagelijks met miljarden tegelijk, door een post op een balans te zetten. Waar het in de economie wel om gaat is hoe de bronnen die een land heeft worden gebruikt, welke producten of diensten uit het buitenland moeten worden ingevoerd en welke bronnen (arbeidskrachten) onbenut blijven (werkloosheid). Als de economie onvoldoende capaciteit heeft om de gevraagde producten of diensten te leveren stijgen de prijzen (inflatie) en als er overcapaciteit is dalen de prijzen (deflatie) en stijgt de werkloosheid. Het doel van handel is niet het verdienen van geld, maar het verkrijgen van bronnen die een land niet of minder efficiënt zelf kan produceren, in ruil voor producten en diensten waar men wel genoeg van heeft.

De onmachtige staat
Ik kom nu aan mijn tweede punt van kritiek: waarom kan de staat niets doen? Welke controle hebben we over onze eigen economie? Hoe afhankelijk zijn we eigenlijk, en van wat precies zijn we afhankelijk? Toen de crisis in 2008 uitbrak bleek namelijk dat de natiestaat helemaal niet zo zwak was als De Gruyter het doet voorkomen. Die hulpeloze natiestaat blijkt dan opeens de redder van juist die machten naar wiens pijpen zij verondersteld wordt te dansen: banken en globale markten. Binnen enkele weken, in sommige gevallen dagen, blijkt die zo verouderde natiestaat, over praktisch onbeperkte financiële middelen te beschikken waarmee zij omvallende banken kan redden.

De staat is dus helemaal niet zo machteloos want zij kan banken - waarvan zij zogenaamd afhankelijk is - redden met geld van … de staat! Even opmerkelijk is dat na afloop van dit machtsvertoon de staat weer terugvalt in haar toestand van lethargie door te gaan bezuinigen. Die bezuinigingen zijn zogenaamd nodig om de schuld aan zichzelf – namelijk de Centrale Bank – af te betalen. De enigen die hier voordeel van hebben zijn de oorspronkelijke crediteuren wier schulden worden opgekocht door de staat: de banken en andere speculanten op de financiële markten. Deze ongerijmdheden ontgaan De Gruyter, Joseph Vogl, Wolfgang Streeck, en al die andere ‘internationalisten’ die de natiestaat afschrijven.

De macht van ideeën
De situatie is dus veel minder hopeloos wij denken. Het maakt wel degelijk uit of een linkse of rechtse coalitie wordt gekozen, alleen wordt de werkelijke keuze niet aan de kiezer voorgelegd. De kiezer wordt wijs gemaakt dat er alleen maar pijnlijke keuzes zijn. Het is dus niet zo dat politici laf zijn, integendeel, want dat vinden ze juist wel stoer, maar dat ze zich opstellen als fantasieloze boekhouders [5] die heel goed kunnen rekenen.

Het probleem met de democratie is niet de anti-Europese houding van de kiezer en ook niet dat er geen links of rechts meer zou zijn omdat er niets meer te kiezen zou zijn. Het probleem is dat gelauwerde journalisten als De Gruyter en linkse intellectuelen als Wolfgang Streeck en Joseph Vogl, niet goed uitleggen wat precies de samenhang is tussen economie, de staat en de werking van geld. Zij zijn helemaal in de ban van het monetarisme dat geld centraal stelt in de economie. Het monetarisme is opgekomen in de jaren zeventig toen het het Keynesianisme verving. Het is dit denken dat de staat machteloos maakt, dat de voedingsbodem is voor populisme.

Het is een illustratie van de waarschuwing van Heine, waar Isaiah Berlin aan herinnert in zijn essay (pdf) Two concepts of liberty: “philosophical concepts nurtured in the stillness of a professor’s study could destroy a civilization”. De macht van verkeerde ideeën, niet het populisme, maakt Europa kapot.

Niet dit Europa
De Gruyter zet zich in voor Europa, en terecht. Ook ik ben een aanhanger van het Europese ideaal. De terugval in nationalisme is kortzichtige domheid. Maar ik neem het de kiezer niet kwalijk dat deze zich afkeert van dit Europa dat de democratische keuze van het Griekse volk negeert en dat in heel Europa, inclusief Nederland, beleid afdwingt dat miljoenen mensen tot werkloosheid en armoede veroordeelt. Dit is geen ondemocratisch maar een antidemocratisch Europa.

Vooral de euro heeft meer kwaad dan goed gedaan. We hebben de soevereiniteit over ons economisch beleid overgedragen, toen we de gulden aan de ECB overdroegen. De ECB is een instituut dat wordt gecontroleerd door functionarissen die uit bankwereld komen. Het is het machtigste instituut in Europa, machtiger dan een land, zoals de behandeling van Griekenland heeft aangetoond.

Dit Europa is zodanig ingericht dat landen worden gereduceerd tot winkeltjes die geld moeten verdienen door elkaar te beconcurreren. Landen zijn afhankelijk gemaakt van geldmarkten, niet omdat die geldmarkten ons daartoe dwongen, maar omdat wij daar vrijwillig voor gekozen hebben. Dat is een bewuste keuze van de politiek. Stemmen is dus heel belangrijk, niet voor of tegen Europa – want dat is inderdaad een onzinnige keuze - maar voor beleid dat goed is voor de burger en niet voor bankiers met hun winkeltjes.

Het idee dat de democratie wordt gecontroleerd door de economie is de oorzaak van het populisme.

Noten
[1] Voor een goede afbakening van het begrip zie Matthijs Rooduijn De mythes van het populisme. Ook op The Current Moment staat een goede bespreking van het verschijnsel populisme.
[2] Op haar bio vermeldt ze:
Caroline has previously lived in the Gaza strip, Jerusalem, Brussels (twice), and Geneva. She is a regular contributor to Carnegie Europe, a member of the European Council on Foreign Relations, and has written three books: ‘The Coffee House of Mohammed Skaik; Impressions from Toy State Gaza’ (1997); ‘The Europeans; Living and Working in the Capital of Europe’ (2006); and ‘Swiss Lives; the New Political Reality in Europe‘ (2015), about the clash between globalization and democracy in a small Swiss village.
[3] Een ander goed voorbeeld van dit denken is het boek van Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit met de sprekende titel Voor Europa!
[4] Publicaties van Caroline de Gruyter die ik heb gebruikt:
[5] Het vak van boekhouder is een respectabel vak, begrijp me niet verkeerd, maar zoals een bakker niet moet denken dat zij een goede slager is omdat ze zo lekker brood bakt, zo moet een boekhouder niet denken dat zij een goed politicus is omdat ze zo goed kan rekenen.

Dit artikel werd op 8 september 2016 gepubliceerd op Sargasso

Read more...

De economist of de Fabeltjeskrant?

>> Saturday, July 9, 2016


Door een Waanlink op Sargasso werd ik geattendeerd op dit artikel van het blad The Economist met de titel "Mario battles the Wutsparer": Mario (Draghi) vecht tegen de spaarwoede van Duitsers en Nederlanders. Het artikel is een perfecte illustratie van de oorzaak van de eurocrisis: niet omdat het de oorzaak van de crisis uitlegt - wat je van een gerenommeerd blad als The Economist zou verwachten - maar omdat het de oorzaak ervan demonstreert. (*)

In het stuk wordt uitgelegd dat de lage rente nadelig is voor Nederlanders en Duitsers omdat zij meer sparen dan burgers in andere landen: wie geld op de bank zet krijgt bijna geen rente meer. Dit komt echter juist wel goed uit voor Zuid-Europa, dat niet spaart maar leent: nog nooit was geld lenen zo goedkoop. Volgens Pieter Omtzigt moeten Nederlandse spaarders en pensioenfondsen boeten voor de schuldenlast van Zuid-Europa.

Draghi staat echter voor een dilemma: moet hij de rente verhogen om de spaarders te helpen? Volgens The Economist zou verhoging van de rente juist een ramp zijn. Zuid-Europese regeringen moeten dan nog harder bezuinigen. Renteverhoging zal vrijwel zeker een recessie veroorzaken.

Een kwestie van psychologie?

Waarom sparen Nederlands en Duitsers zoveel? The Economist heeft geen antwoord, zij constateert alleen dat het zo is.

Dat de lage rente zo’n groot probleem is, is gedeeltelijk een gevolg van hun eigen investeringsgewoonten. Duitsers zetten hun geld op de bank en Nederlanders potten het op in pensioenfondsen. Italianen en Spanjaarden sparen veel minder en hebben minder geld in hypotheken belegd.

Het antwoord op de vraag waarom de Nederlandse en Duitse burgers zo spaarlustig zijn, en de Italiaanse of Spaanse consument het geld sneller laat rollen, is natuurlijk niet economisch maar psychologisch. Maar het is ook een onzinnige vraag want het zou impliceren dat de eurocrisis een psychologische oorzaak heeft!

Een kwestie van economie!

Om te begrijpen wat er aan de hand is hebben we geen psychologie maar economie nodig. De gemiddelde burger in Nederland of Duitsland is niet spaarlustiger dan die van Italië of Frankrijk. Het komt omdat de Nederlandse (en Duitse) ‘lonen zeer laag zijn in verhouding tot de winsten die het bedrijfsleven maakt’. Dit zegt niet de vakbond, nee, dat zegt zelfs de DNB in de Telegraaf.

Nederlandse burgers consumeren minder, niet omdat ze ‘spaarzamer zijn’ dan Italianen en Spanjaarden, maar gewoon om ze minder uit te geven hebben. Dit heeft tot gevolg dat Nederland minder importeert dan het exporteert (**): er ontstaat een handelsoverschot. En dat is al jarenlang zo. Dit handelsoverschot heeft op zijn buurt tot gevolg dat de schuld van onze handelspartners (Zuid-Europa, maar ook daarbuiten) steeds verder oploopt.

Die schuld moet natuurlijk gefinancierd worden, en het laat zich raden waar dat geld vandaan komt: met het loon dat de arbeider wordt onthouden. ‘Uitlenen’ en ‘investeren’ zijn andere woorden voor ‘sparen’ en waar iemand spaart moet iemand anders schuld maken. Ingewikkelder is het niet. De ‘spaarwoede’ van de Nederlandse burger heeft dus niets met psychologie te maken. Het is gewoon economie. Dit leert u echter niet van het lezen van een artikel hierover in The Economist.

De fabel van de Krekel en de Mier

Onbedoeld laat The Eeconomist zien wat de diepere oorzaak is van het maar niet overgaan van de eurocrisis: in plaats van uit te leggen wat er aan de hand is, wordt gesuggereerd dat het gaat om (onverklaarbare) ‘spaarwoede’ van Nederlanders en Duitsers. Dit verhaal is niets anders dan een variant van het bekende sprookje van De Krekel en de Mier.

Deze verklaring wordt al vanaf het eerste begin van de eurocrisis verteld: dwars door Europa loopt een knoflookgrens die de oorzaak is van de eurocrisis. Ten noorden van de grens leven de spaarders (de mieren) en in het zuiden de consumenten (de krekels). En nu het winter is houden de krekels hun hand op. Door de euro zijn de twee tot elkaar veroordeeld.

Bovendien laat het artikel zien hoe economen hun handen wassen in onschuld: de crisis is een gevolg van burgers die zich niet houden aan de regels van de economie. De eurocrisis heeft eigenlijk een sociaal-culturele en geen economische oorzaak. De wetten van de economie zijn immers duidelijk: als je te veel spaart of te veel consumeert kom je in de problemen.

Ik concludeer dat The Economist geen economisch blad is maar een soort Fabeltjeskrant . Probleem verklaard, eind goed, al goed. Slaap zacht lieve burgers van Nederland en Duitsland nee, van heel Europa, oogjes dicht en snaveltjes toe!

noten

(*) Anders dan de economen van het blad heeft de fotoredactie wel heel goed haar werk gedaan: boven het stuk staat een prachtige foto met de vergenoegde tronie van Mario en Wolfgang die heel vuil naar naar Mario kijkt. Helaas verhinderen copyright regels ons deze foto te plaatsen.

(**) Voor Duitsland geldt hetzelfde, ik zal dat hierna niet meer steeds herhalen.

Afbeelding: VARABeeld en Geluidwiki – Gallery: Fabeltjeskrant, CC BY-SA 3.0, (Wikimedia)

Read more...

Is volgeld een oplossing voor de crisis?

>> Sunday, November 15, 2015

Afbeelding: Roland Tanglao


George van Houts was afgelopen weekend in Buitenhof om het volgeldsysteem te bepleiten. Het 'volgeldsysteem' is een systeem waarbij alleen de staat het recht heeft om geld te maken. Volgens Van Houts is het niet goed dat commerciële instellingen als banken geld kunnen maken, want dat geeft hen te veel mogelijkheden voor misbruik. In het volgeldsysteem kunnen zij dat niet meer, want dan kan alleen de centrale bank nog geld maken. De financieel deskundige Robin Fransman mocht weerwerk leveren.

Voordat ik verder ga, wil ik duidelijk stellen dat het mij er niet om gaat Van Houts te bekritiseren omdat hij als niet-deskundige (hij is acteur) een mening heeft over een complex financieel-economisch probleem. Het is goed als burgers zich verdiepen in de oorzaak van de financiële crisis of andere complexe maatschappelijke problemen. Het is de democratische plicht van alle mondige burgers om zich te bemoeien met ’s lands beleid. Minstens één maal per vier jaar worden wij geacht onze mening in een stem om te zetten. Daarom is het belangrijk dat men zich goed voorbereid. Dat ontslaat Van Houts (en alle andere burgers) echter niet van de plicht om zich goed in de materie te verdiepen, want dat heeft hij volgens mij niet gedaan.

Waar komt geld vandaan en waar gaat het heen?

Iedereen die zich wel eens verdiept heeft in de financiële wereld weet dat geld uit het niets wordt gemaakt [1]. Banken en overheden kunnen met één druk op de knop (op een spreadsheet) geld maken en het bijschrijven op een bankrekening. Dat is niets bijzonders of nieuw en Robin Fransman legde in Buitenhof goed uit waarom dat niet tot problemen leidt [2]. Het omgekeerde gebeurt overigens ook: bij het terugbetalen van een lening aan de bank verdwijnt geld. Het keert dan weer terug waar het verdaan kwam: het niets!

Wat Van Houts en andere voorstanders van het volgeldsysteem voorstellen, is dat dit vermogen om geld te maken geheel wordt overgedragen aan de centrale bank. Waarom wil hij dat?

Uit wat hij in Buitenhof vertelde heb ik de volgende twee redenen gedestilleerd:

Ten eerste: de hoeveelheid geld groeit te hard en wordt gebruikt voor speculatie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de grootste financiële crisis sinds de Grote Depressie in 2008. Ten tweede stelt Van Houts dat het vermogen om geld te kunnen maken de banken veel te veel macht geeft. Daarom is het onverstandig om dit aan een commerciële instelling over te laten. Het recht om geld te kunnen maken moet exclusief in publieke handen blijven.

Naïef-monetarisme

De preoccupatie met de hoeveelheid geld heet ‘monetarisme’. Volgeld is ook een vorm van monetarisme: het is een pogingen om de economie te reguleren door aan de knoppen van het geldsysteem te draaien. De bekendste monetarist was Milton Friedman. In de jaren zeventig maakten hij en zijn medestanders naam als 'Monetaristen' [3]. Zij bepleitten dat de staat de markt vrij laat. De centrale bank mocht volgens hen alleen zoveel geld maken als nodig is om de totale hoeveelheid geld die in omloop is, gelijk te houden. Zo wordt inflatie onder controle gehouden, was het idee.

Als de overheid zich daar toe beperkt, zo veronderstelden zij, dan zou de economie vanzelf weer gaan groeien. Zij kregen veel aanhang in de jaren zeventig door de 'stagflatiecrisis' die toen woedde. Het kenmerk van die crisis was de combinatie van hoge inflatie en economische stagnatie. In die periode zijn ook de eerste plannen gemaakt voor de euro. De euro is een directe erfgenaam van het monetarisme. Typerend voor het monetarisme van de ECB is dat zij onafhankelijk is van de staat en dat haar taak is beperkt tot het stabiel houden van de prijzen (inflatie).

De kerngedachte van het monetarisme is voor iedereen intuïtief te begrijpen: hoe meer geld er in omloop is in verhouding met de economie – dus hoe meer geld tegenover de zelfde hoeveelheid spullen en diensten staat – hoe minder het geld waard zal zijn. Hoe logisch die gedachte ook lijkt, in de praktijk blijkt dit niet zo te werken. Het Monetarisme is een achterhaalde theorie. Er is geen directe relatie tussen de hoeveelheid geld en inflatie. Bovendien is het is onmogelijk om op betrouwbare wijze te meten hoeveelheid geld in omloop is, laat staan dit te reguleren.

Het Monetarisme mag dan achterhaald zijn, het monetarisme is nog niet verdwenen. Dit blijkt uit de recente pogingen van de ECB om door het in omloop brengen van extra geld (quantitative easing, afgekort QE) de economie te stimuleren. Dat dat niet werkt blijkt, want in september daalden de prijzen (deflatie). Ondanks QE is er dus nog steeds sprake van deflatie. Deflatie is een gevolg van wereldwijde loonmatiging en stagnatie van de economie. Duitsers en Nederlanders zijn kampioen loonmatigen en dwingen daardoor de rest van Europa om ook hun lonen te matigen. In Duitsland en Nederland is het monetarisme nog steeds oppermachtig.

Ook Van Houts denkt ook als een monetarist. Dat blijkt als hij in Buitenhof stelt dat in een gegeven periode de economie vijf maal is gegroeid terwijl de hoeveelheid geld in die zelfde periode maar liefst dertig maal toenam. Die preoccupatie met de hoeveelheid geld is typerend voor monetarisme. Dat van Houts zo denkt, is niet verrassend, want de meeste mensen zijn ‘naïef-monetaristen’ zoals hij. Maar dat mag en kan geen argument zijn voor volgeld. Als Van Houts wil meedenken over economisch beleid dan moet hij zich hierin verdiepen. Naïviteit is geen argument.

Geld maken is macht?

De tweede reden die van Houts noemt, is: ‘geld maken geeft banken teveel macht’. Banken hebben wel macht, maar dat is macht ten opzichte van de investeerders – en dat is maar beperkt, want iemand die geen lening krijgt kan ook naar een andere bank lopen. Dat banken toch veel invloed hebben, meer dan andere commerciële bedrijven, heeft niets maken met het het vermogen om geld te maken: dat is vooral het gevolg van het falen van de politici die denken dat deze materie te complex is en zich door dure heren in maatpakken laten intimideren.

De centrale bank heeft wel degelijk macht over banken: zij kan de vergunning van een bank intrekken als een bank het te bont maakt. Dat banken een magisch toverstokje bezitten waarmee ze geld kunnen maken, geeft hen geen macht.

Bovendien is de macht van het ‘geld scheppend vermogen’ beperkt door regels. Een bank moet voor elke lening die zij uitschrijft een reserve storten bij de centrale bank. Zij moet een minimale hoeveelheid spaargeld en eigen vermogen (de aandeelhouders van de bank) als buffer hebben. Het grote probleem van de afgelopen jaren is dat men de regels voor de omvang van deze buffer steeds verder is gaan verlagen. De buffers werden uiteindelijk zo klein dat zij de klap van het faillissement van Griekenland niet meer konden dragen. Dat was het begin van de eurocrisis en daarom moest Griekenland zogenaamd gered worden. 'Zogenaamd' want in werkelijkheid waren het de banken die gered werden.

Het is dus helemaal niet nodig, en alleen maar onpraktisch om de centrale bank alle geld te laten maken. Het zijn uiteindelijk toch de banken die de keuze maken wie wel en wie geen krediet krijgt. Het is veel beter om strenge eisen te stellen aan de buffers die banken moeten aanhouden.

Wat kan de centrale bank doen tegen speculatie?

Een belangrijk argument voor volgeld, is volgens de voorstanders, dat het de vastgoedbubbel had kunnen voorkomen.

Ook hier is volgeld echter een volkomen overbodige maatregel. Om speculatie en vastgoedbubbels te voorkomen heeft de centrale bank betere middelen. Als blijkt dat in een bepaalde sector te veel krediet wordt uitgeven kan zij eisen dat banken voor dit soort leningen een hogere buffer moeten hebben. Daardoor wordt het minder lucratief om geld uit te lenen en zal de bubbel leeglopen. Op die manier kan de overheid heel selectief en effectief – zonder dat de rest van de ‘echte economie’ daar last van heeft – een financiële luchtbel doorprikken.

Toen de huizenmarkt in Nederland, Spanje en Ierland oververhit raakte, had de ECB dus wel kunnen ingrijpen. Dit heeft men nagelaten. De enige manier waarop de ECB in dit soort situaties ingrijpt, is altijd door middel van een algemene rente verhoging. Dat is een monetaire maatregel die als nadeel heeft dat alle economische activiteiten worden afgeremd, ook zinvolle. Zo veroorzaakt men een recessie en maakt men mensen werkloos. Dat was natuurlijk de reden dat ECB aarzelde om in te grijpen, maar dat was een politieke keuze en niet het gevolg van gebrek aan machtsmiddelen.



Hoe kan een eind gemaakt worden aan de stagnatie?



Kan een centrale bank de economie überhaupt wel sturen? Een centrale bank kan de economie alleen beïnvloeden met monetaire middelen – dat is nou eenmaal de aard van het beestje. De regering maakt beleid, geeft geld uit en heft belasting (fiscaal beleid), de centrale bank gaat over het geld.

Volgeld is dus geen oplossing, ook niet tegen speculatie. Er zijn veel effectievere middelen beschikbaar om banken te reguleren die helaas ongebruikt blijven. Maar nog veel belangrijker op het moment is, dat het monetair denken het economisch beleid in de weg zit. Het idee dat een land zijn begrotingsschuld moet afbouwen, juist tijdens een crisis, is gebaseerd op achterhaald monetarisme. Dat is de hoofdoorzaak van de economische crisis waar Europa nu sinds 2010 in verkeert. Hierdoor zijn miljoenen mensen nodeloos werkloos gemaakt. Dat had voorkomen kunnen worden met de middelen die we nu hebben. Het volgeldsysteem is overbodig. Het grote raadsel is eigenlijk, en daar zou Van Houts zich beter in kunnen verdiepen, waarom we die middelen niet gebruiken.

Voetnoten

[1] Sinds de afschaffing van de goudstandaard. Wat is geld dan? Deze discussie gaat over een wonderlijk fenomeen. Een fenomeen zonder welk onze maatschappij niet zou kunnen bestaan: geld. Wie meer wil lezen over de geschiedenis van geld raad ik aan het zeer lezenswaardige boek van David Graeber te lezen: Schuld, de eerste 5000 jaar.
[2] Ik heb ook kritiek op enkele punten die Fransman maakt, maar deze zijn niet relevant voor dit betoog. Ik wil het niet onnodig compliceren.
[3] Als ik het over deze monetaristen heb zal ik Monetaristen met een hoofdletter schrijven.

Read more...

De eurocrisis in getallen, deel 1: stagnatie door de euro

>> Tuesday, July 28, 2015

Op het moment dat ik dit artikel schrijf wordt nog ‘onderhandeld’ met de Grieken. Vernederen is een beter woord. De boodschap is duidelijk: resistance is futile, you will be assimilated. Wie zich niet wil of kan aanpassen wordt gedwongen te vertrekken. In dit en volgende artikelen zal ik op basis van economische gegevens laten zien waarom Griekenland niet de oorzaak van de eurocrisis is, en dat een Grexit geen oplossing is.

Het lijkt de laatste tijd weer wat beter te gaan met de economie in de eurozone, als we de media mogen geloven. Maar hoe blijvend is dat? Is de eurocrisis echt voorbij? De werkloosheid is nog steeds relatief hoog en van volledig herstel van de eurocrisis is nog lang geen sprake.

Desondanks prijzen politici zichzelf omdat de pijnlijke maatregelen van de afgelopen jaren nu vrucht lijken af te werpen. Eindelijk zijn we aangekomen bij het ‘zoet na het zuur’. Maar, zo haasten zij zich toe te voegen, we zijn er nog niet: we moeten nu doorpakken om de Monetaire Unie af te maken. De eurolanden moeten beter voorbereid zijn voor de volgende crisis. Dit moet bereikt worden door meer fiscale en politieke integratie en strenge handhaving van de (begrotings-) regels. Elk land moet tekorten zo snel mogelijk afbouwen om voldoende reserve te hebben om de volgende schok op te kunnen vangen. Ook moeten we werk maken van flexibilisering van de arbeidsmarkt en moet overbodige regelgeving gestroomlijnd worden. Europa moet competitief worden zodat het klaar is voor nieuwe uitdagingen in een snel veranderende wereldeconomie.

Met enige schroom – het ligt nu politiek even niet zo goed – wordt daar aan toegevoegd dat het onvermijdelijk is dat landen soevereiniteit zullen moeten afstaan, zodat betere coördinatie mogelijk is door de Europese instituties.


Deze en andere ambitieuze voornemens voor de Europese monetaire unie staan in het onlangs gepubliceerde rapport van Jean-Claude Juncker en andere Europese kopstukken in Brussel en Frankfurt [1].

De praktijk

Tot zover de theorie. Hoe heeft de monetaire unie het economisch eigenlijk gedaan? Om te laten zien wat de eurolanden tot nog toe hebben gerealiseerd, heb ik wat economische parameters op een rij gezet. Ik heb waar mogelijk een vergelijking gemaakt met andere economieën: de VS en landen buiten de euro maar die wel in Europa liggen: Groot Brittannië en Zweden [2].

Het zal u niet verrassen: vergeleken met andere westerse landen gaat het niet goed in de eurozone. Door de kredietcrisis is de werkloosheid overal gestegen, maar waar in andere landen na 2011 geleidelijk aan herstel optrad, is de werkloosheid in Europa na 2012 nog verder gestegen. Pas de laatste twee jaar zien we een geleidelijke afname.

Figuur 1 Verloop van werkloosheid sinds uitbraak van de kredietcrisis in de Eurozone, de EU (alle 28 landen), Groot Brittanie, Zweden en de VS. In Europa en met name de eurozone is de werkloosheid na 2012 opnieuw opgelopen en stagneert de daling. Opmerkelijk is de stagnatie in Zweden, al doet dat land het nog wel beter dan de eurolanden.

Ook als je naar de groei kijkt, uitgedrukt in het ‘Bruto Binnenlands Product’ (BBP), is duidelijk te zien dat in de eurozone de economie stagneert. Het BBP is nog steeds niet terug op het niveau van vijf jaar geleden, laat staan waar het zou moeten zijn als er geen crisis was geweest in 2008. Ik heb in figuur 2 trendlijnen gezet bij de groei van de VS en de eurozone. Het laat goed zien hoe groot de achterstand is die de eurozone heeft opgelopen met de VS, en wat bereikt had kunnen worden met ander beleid. Deze achterstand kunnen we met de huidige groeicijfers, waar de media zo over juichen, niet meer inlopen.

Figuur 2 Groei van de economie sinds 2000 in Europa (alle 28 landen), de eurozone, Groot Brittannië en de VS. Groei in Europa en met name in de eurozone stagneert. Door de achterblijvende groei in de eurozone wordt het gat met de VS steeds groter.

In figuur 2 valt nog iets op: Groot Brittannië groeit de laatste jaren een stuk sneller dan de eurozone, maar tot eind 2013 stagneerde ook daar de economie. De reden daarvoor is dat vooral in de eerst jaren van de regering Cameron is bezuinigd. Direct na het stoppen ervan, in 2013, keert de groei terug.

Ook een andere indicator, het volume van de detailhandel, laat zien dat de economie in Europa, en met name de eurozone stagneert.

Figuur 3 Verloop van volume van detailhandel (zonder brandstof en motorvoertuigen) per maand, in de eurozone, in de EU, Zweden en Groot Brittannië. Eurostat heeft geen gegevens van de VS.

Een interessant beeld laat de vergelijking met Duitsland en Frankrijk zien:

Figuur 4 Verloop van volume van detailhandel (zonder brandstof en motorvoertuigen) per maand.De binnenlandse economie van Duitsland doet het veel minder goed dan Frankrijk. (Let op andere tijdschaal: begint op 2000)

Anders dan vaak wordt gedacht, functioneert de Duitse economie maar matig. Terwijl in Frankrijk tot 2008 de binnenlandse economie groeit en enige tijd na de klap van de krediet crisis weer voorzichtig herstelt, is er in Duitsland sprake van langdurige stagnatie. Ik zal hier later op terugkomen.

Ronduit dramatisch is wat er in zelfde periode gebeurt in Griekenland:

Figuur 5 Hoe ernstig de gevolgen zijn van het bezuinigingsbeleid van de Trojka voor de binnenlandse economie van Griekenland blijkt uit de afname van de detailhandel: de afname is ongeveer 40%.

Retoriek

Wie de retoriek van de politiek negeert en naar de cijfers kijkt, ziet dat het economisch beleid van de laatste jaren rampzalig heeft uitgepakt. Vooral het beleid na de kredietcrisis heeft de Europese economie nog verder in het moeras getrokken.

Andere westerse geïndustrialiseerde landen doen het duidelijk beter dan de eurozone. Ook de EU als geheel doet het beter dan de eurozone [3].

In Griekenland, waar het Europese beleid niet werd gehinderd door democratische controle en waar het dus het meest consequent kon worden uitgevoerd, is de meeste schade aangericht. Het is een gotspe dat deze slechte resultaten worden toegeschreven aan de Grieken [4].

De oorzaak

Wat is de oorzaak van de slechte economische prestatie van de eurolanden?

De gangbare verklaring in Brussel is dat de landen zich niet aan de regels van het stabiliteitspact hebben gehouden [5]. Door gebrek aan discipline zijn de tekorten opgelopen. Ook wordt de economie te weinig hervormd waardoor men niet competitief genoeg is. Met name in Frankrijk en Zuid-Europa wordt onvoldoende hervormd en is men niet economisch competitief genoeg. Maar de grootste zondaar is zonder meer Griekenland: met dit land heeft men ‘het Paard van Troje’ binnen gehaald.

Het zou daarom goed zijn voor de euro als Griekenland de eurozone verlaat. ‘Goed te missen’, is de titel van het redactioneel in Elsevier [6]. ‘Een euro zonder Griekenland is een opsteker. Voor de euro en de Grieken’, schrijft het blad. De gevolgen zijn slechts beperkt en deskundigen stellen dat het de monetaire unie kan ‘verdiepen’.

Dit zal niet echter niet veel helpen: het economisch beleid in de eurozone heeft de economieën in alle landen verzwakt. Griekenland is niet de oorzaak van eurocrisis, dat zijn de Europese politici zelf.

Ik zal in het volgende deel van deze serie over de eurocrisis laten zien wat er fout gaat, maar als u vragen of ideeën heeft voor een onderwerp wil ik hier graag op in gaan in een komende aflevering.

Noten

[1] Het Vijf Presidenten Report: Completing Europe's Economic and Monetary Union, geschreven door Jean-Claude Juncker, Donald Tusk, Jeroen Dijsselbloem, Mario Draghi en Martin Schulz.
[2] Groot Brittannië, Zwitserland en Zweden omdat het Europese landen zijn die niet met de euro meedoen en de VS omdat het een grote westerse economie is, vergelijkbaar dus met de eurozone. Soms ontbreken getallen voor een land om dat Eurostat deze niet verzamelt.
[3] In figuren staan ‘eurozone’ (19 of 18 landen) en ‘EU’ (28 landen) uitgezet. Eurostat bevat helaas geen getallen voor “EU zonder Eurozone”.
[4] De slechte resultaten worden door iedereen toegeschreven aan corruptie, nepotisme en slechte belastingdiscipline, maar voor de crisis van 2008 stonden deze factoren groei niet in de weg. Natuurlijk moeten corruptie, nepotisme en slechte belastingdiscipline bestreden worden, maar zij kunnen niet de oorzaak zijn geweest van de terugval na 2008. Daar komt bij dat aanpak van deze problemen pas na meerdere jaren resultaat zal opleveren.
[5] Men vergeet dan altijd graag dat de eerste zondaar nota bene Duitsland (2006) zelf was.
[6] Opinie in Elsevier Magazine no 27, papieren versie.

Verantwoording
Gegevens die gebruikt zijn voor de afbeeldingen komen uit Eurostat
Afbeelding: Jean-Claude Juncker, European People's Party (Flickr, C.C.)

Read more...

De eurocrisis is weer terug (deel 7, slot): Een IJzeren Kooi voor Europa

>> Monday, December 29, 2014

Het gaat slecht met de Europese economie en dat komt niet door externe oorzaken. Het is niet de hoge olieprijs – die was in jaren niet zo laag - of door oorlog. De oorzaak is slecht economisch beleid. Verzwakte vakbonden en ideologische verdwaalde linkse partijen hebben geen effectieve oppositie en nemen zelf verantwoording voor het falende beleid. De maatschappelijke problemen in Europa verergeren en slecht voorgelichte burgers zoeken hun heil bij rattenvangers die wel duidelijkheid bieden. Tegelijkertijd vertellen politici en economen ons dat er geen alternatief is voor hun beleid. Maar niets is minder waar: er is wel een alternatief en er is wel degelijk een oplossing voor de eurocrisis.

Polderen

Ik heb in de vorige afleveringen van deze serie laten zien dat het oplopen van de begrotingstekorten in de schuldenlanden geen gevolg is van gebrek aan discipline. Het kan niet vaak genoeg herhaald worden: de begrotingstekorten zijn niet de oorzaak maar een gevolg van de eurocrisis.

Door de afschaffing van de eigen de munt is het automatische stabilisatiemechanisme uitgeschakeld dat de handelsstromen tussen de landen in evenwicht hield. Dankzij de euro konden Duitsland en Nederland grote handelsoverschotten opbouwen.

Figuur 1 Handelsoverschotten en tekorten. De verticale as kruist op het beginjaar van de euro.

Nederland en Duitsland konden dit doen omdat ze veel competitiever zijn dan andere Europese landen. Ik heb in deel 4 laten zien dat dat komt omdat in Nederland en Duitsland de lonen niet evenredig zijn gestegen met de productiviteit [1].

Dat dit in Nederland en Duitsland gebeurde, is geen toeval: beide landen hebben een traditie van samenwerking tussen werkgevers en werknemers (‘polderen’) [2]. Door de loonmatiging kwamen de winsten niet terecht bij de burgers maar werd het de brandstof voor zeepbellen in landen waar het geen ‘poldertraditie’ bestond.

Door de crises van 2008 en 2010 spatte deze ‘euro-zeepbel’ uiteen en stroomde het geld weer terug naar Nederland en Duitsland, waardoor de schuldenlanden nog verder in het rood kwamen te staan. Voor de crediteurlanden Duitsland, Finland, Oostenrijk en Nederland was dit aanleiding om strenge bezuinigingen en hervormingen af te dwingen. Deze bezuinigingen zorgen nu voor de stagnatie van de economie.

De IJzeren Kooi

Dat het moeilijk zou worden om een muntunie te hebben zonder centrale staat was te voorzien, maar de euro was dan ook geen puur economisch maar een ook een politiek project. Door invoering van de euro deden de deelnemende landen afstand van een belangrijke basis van hun soevereiniteit: de eigen munt. Deze landen zijn voor hun leningen nu afhankelijk van de steun van Frankfurt, Brussel en Berlijn. De euro is in zekere zin een geslaagde machtsgreep [3].

We zitten gevangen in een Iron Cage of Austerity, zoals Yanis Varoufakis het uitdrukt [4]. Het laatste land dat groot genoeg is om weerstand te bieden is Frankrijk en het is de vraag hoe lang dat nog zal duren.

Maar het is te laat om te klagen over deze machtsgreep: opbreken van de muntunie leidt tot een veel grotere en diepere crisis dan de huidige stagnatie. Als duidelijk zou worden dat de euro ophoudt te bestaan zou oncontroleerbare paniek uitbreken op de markten. De kapitaalvlucht die dit tot gevolg zal hebben zal de economie platleggen. Aan de Europese handel, waar Nederland en Duitsland jarenlang zo goed aan verdiend hebben, komt dan een eind. Loonmatiging zal dan niet meer helpen.

We hebben al een klein voorproefje van deze paniek gehad in 2011 en 2012 op de obligatiemarkt. Deze kon alleen gestopt worden door ingrijpen van de ECB [5].

De stagnatie komt door vraagtekort

Bill Mitchell zegt het heel duidelijk: de problemen in Europa worden niet veroorzaakt door structurele problemen in de economie maar door vraagtekort. De Europese economie stagneert niet omdat mensen niet goed opgeleid zouden zijn. Ook niet omdat de infrastructuur onvoldoende ontwikkeld zou zijn. Europa is geen ontwikkelingsland. Integendeel: Europa is, naast de VS, de bakermat van het democratisch kapitalisme. We leven in een hoog ontwikkeld en geïndustrialiseerd deel van de wereld.

De stagnatie wordt veroorzaakt doordat de Europese burgers te weinig geld uitgeven. Dat komt omdat zij te hoge schulden hebben (hypotheek, consumptief), door de loonmatiging en omdat de pensioenen niet stijgen.

In Zuid-Europa is er al jaren lang zeer hoge werkloosheid. De overheid doet daar nog een schepje bovenop door te bezuinigen omdat het Europese Stabiliteits en Groei-Pact hen daartoe verplicht. Hierdoor is Europa in een negatieve loon-prijsspiraal gekomen, zoals ik in deel 5 en 6 van deze serie heb beschreven.

Liever geen transferunie

Een belangrijke bron van onvrede bij de burgers in de crediteurlanden is, dat hen wordt verteld dat zij moeten betalen voor de tekorten in andere landen. Dit is moeilijk te accepteren omdat de bevolking in de crediteurlanden zelf geen voordeel heeft van het economisch succes van hun land, omdat deze immers is gebaseerd op loonmatiging.

Vooral rechtse populistische partijen buiten dit uit. Zij slaan schaamteloos op de nationalistische trom en trekken hierdoor veel kiezers. En voor een deel hebben ze nog gelijk ook, want waarom zou de Nederlandse burger moeten betalen voor kwakkellanden? Terecht verzet de burger zich dan ook tegen deze zogenaamde transferunie. Waarom zou men moeten betalen voor andermans schulden terwijl zij zelf loon moeten matigen?

Een klas kleuters

Een speciale rol in de eurocrisis is weggelegd voor economen. Ik werd geïnspireerd om deze serie te schrijven door een praatje van Mathijs Bouman op het RTL-nieuws. Hij suggereerde dat het Franse begrotingstekort een gevolg was van gebrek aan discipline en dat Frankrijk een gevaar is voor de euro.

Een andere econoom die het bont maakt is Sylvester Eijffinger. In het Financieel Dagblad schrijft hij als een schooljuffrouw over een klas kleuters. Hulp van de ECB aan ‘de nog zwakke eurolanden [zal] leiden tot verminderde inspanningen om de staatfinanciën op orde te krijgen.’

Nog opmerkelijker is Sweder van Wijnbergen, die ‘hoogleraar internationale economie, transitie-economie en groeitheorie’ is aan de UvA. Hij geeft blijk niet te begrijpen dat het hoge handelsoverschot van Nederland de oorzaak is van de crisis en gebruikt dit juist als argument vóór bezuinigen. Zijn enige kritiek op het Nederlandse bezuinigingsbeleid is de aard van de bezuinigingen, niet het bezuinigen op zich.

Economen spreken elkaar (en soms zichzelf) tegen en zijn daardoor niet in staat om de politiek te adviseren. Er zijn natuurlijk ook goede uitzonderingen, maar voor willekeurig welk soort beleid, is altijd wel een econoom te vinden die het verdedigt [6].

Meer macht naar Brussel?

De eurocraten denken dat het nodig is om meer macht te geven aan de Europese instituties in Brussel. De Duitse ministers Siegmar Gabriel en Wolfgang Schäuble hebben een plan ingediend bij de Europese Commissie dat het mogelijk maakt in te grijpen in het begrotingsproces van landen.

De eurolanden mogen, volgens dat plan, niet meer zelfstandig hun begroting opstellen, maar moeten deze laten goedkeuren door een nieuw te vormen Europese instantie – vergelijkbaar met de huidige Trojka.

Hoe slecht dit kan uitpakken, hebben we kunnen zien bij de vorige Europese Commissie. Incompetente bestuurders en regeringsleiders dwingen landen tot maatregelen die tegen de wil van de bevolking ingaan en grote schade aan de economie veroorzaken. Zij hoeven daarvoor geen verantwoording af te leggen en kunnen niet tot aftreden gedwongen worden.

Het grote probleem is dat een muntunie centrale coördinatie noodzakelijk maakt, maar dat er geen competent centraal bestuur is dat democratisch wordt gecontroleerd.

Het machtigste Europese instituut is op dit moment de Europese Raad – de regeringsleiders van de deellanden. Maar niemand kan hen naar huis sturen. Versterking van de IJzeren Kooi - meer macht naar centrale Europese instituties - die niet democratisch gecontroleerd worden - om bezuinigingen af te dwingen, is dan ook geen goede oplossing.

Zwakheid van links en de opkomst van het populisme

Er is geen effectieve oppositie tegen dit desastreuze economische beleid in Europa. Progressieve partijen hebben te weinig zelfvertrouwen en geloven zelf niet meer in de verzorgingsmaatschappij. Vakbonden in Frankrijk en België zijn een positieve uitzonderingen. Deze landen scoren in de top 3 met het aantal stakingsdagen (pdf).

Als conservatieve en liberale partijen aan de macht komen, maken ze gebruik van de situatie om de verzorgingsstaat af te breken om deze te vervangen door respectievelijk de ‘participatiemaatschappij’ en de ‘vrije markt’ – vaak met medewerking van links, zoals in Nederland en Duitsland.

Hierdoor hebben rechts-populistische partijen vrij spel. De burger aan wie niet is uitgelegd wat er werkelijk speelt, zoekt toevlucht bij partijen die wel een duidelijke ‘oorzaak’ aanwijzen: de islam, de buitenlander of bureaucraten in Brussel.

Niet alleen in Nederland, in heel Europa doen de rechts-populisten het goed: UKIP, FN, Pegida, AfD, FPÖ, Vlaams Belang, PVV, Forza Italia, De Gouden Dageraad – en zelfs in de rijke en stabiele Scandinavische landen krijgen zij steeds meer invloed.

Hierdoor blijven de werkelijke veroorzakers buiten schot: grote ondernemingen en multinationals, investeerders en de financiële wereld. Zij hebben baat bij goedkope en flexibel inzetbare arbeiders en vrijhandel zonder valutakosten. Overal in Europa destabiliseert hierdoor de democratie.

Eerlijk delen en loon naar werken

Ik wil niet in mineur afsluiten. Het was steeds mijn bedoeling bij het schrijven van deze serie over de eurocrisis om te laten zien dat de problemen niet onoplosbaar zijn – ook al lijkt dat wel vaak zo – mits je de juiste analyse maakt. Ik heb in deel 4 (over de gouden loonregel) en deel 6 (over de relatie tussen loon en deflatie) laten zien dat de oplossing binnen handbereik ligt.

Afschaffen van de euro helpt niet: dat zou de crisis alleen nog maar erger maken. De oplossing is ook niet gelegen in het afdwingen van meer discipline en hardvochtige hervormingen. Het inrichten van een federaal gezag in Brussel dat deze hervormingen kan afdwingen – een 'ijzeren kooi' - is ondemocratisch en zal de Europese samenleving nog verder ontwrichten.

Extra veel geld drukken – ‘geldverruiming’ - door de ECB helpt ook niet. Dat is alleen maar extra brandstof voor speculatie en leidt tot nieuwe zeepbellen. De deflatiespiraal kan alleen gestopt worden door loonsverhoging in landen met een hoge productiviteit zoals Duitsland en Nederland.

Behalve loonsverhoging in Noord-Europa moet nog meer gedaan worden. Dat mag niet leiden tot hogere schulden en hogere belasting in Nederland en Duitsland en verdragswijzigingen moeten ook vermeden worden.

Het ‘Bescheiden plan’ van Yanis Varoufakis is een goed voorbeeld. Er zijn dus wel alternatieven voor het huidige beleid [7], maar vreemd genoeg vertelt niemand dat de burger.

De oplossing voor de dubbele crisis in West-Europa, de destabilisatie van de democratie door populisme en de eurocrisis, is gebaseerd op een eenvoudig principe: eerlijke verdeling van de lasten en loon naar werken. Alleen dat zal de lucht uit het rechts-populisme kunnen halen.

Ik had zeven delen nodig om het economische verhaal van de eurocrisis te vertellen, maar het zal een stuk gemakkelijker zijn om althans de conclusie aan de mensen uit te leggen.

Voetnoten

[1] Loonmatiging, Hartz-IV en Agenda 2010 zijn neutrale termen, maar Günter Wallraff laat in zijn recent verschenen boek Die Lastenträger zien wat dit betekent in de praktijk. Vaste aanstellingen verdwijnen – ook in de auto-industrie – en worden vervangen door onzekere, tijdelijke aanstellingen. Met uitzondering van Bulgarije en Roemenië is nergens in Europa de ongelijkheid zo hard toegenomen als in Duitsland, schrijft Wallraff. Tot de jaren 90 stond het land bekend vanwege de soziale Marktwirtschaft en de sociale gelijkheid, vergelijkbaar met Scandinavië. De afgelopen tien jaar is Duitsland echter meer gaan lijken op de Angelsaksische landen.

[2] Zie bijvoorbeeld de documentaire Des Patrons et des Hommes, Un Film de Jean-Michel Meurice Deel I en II (gezien op Arte, 7 okt. 2014), waarin de naoorlogse economische geschiedenis van Frankrijk en Duitsland met elkaar vergeleken wordt. In Frankrijk is voortdurend strijd tussen bonden en werkgevers, in Duitsland werken zij juist samen.

[3] Sommige noemen de EU dan ook de EUSSR – maar deze vergelijking is misplaatst en onserieus: alles gebeurt openlijk en er is geen samenzweringstheorie nodig om te verklaren wat er gebeurt. De vergelijking met de USSR is ook om andere redenen onterecht: het gaat om een conservatieve ‘machtsgreep’ die niets met communisme te maken heeft. Ook wordt geen gewapend geweld gebruikt en is de persvrijheid niet in gevaar.

[4] De term komt van Max Weber: 'stahlhartes Gehäuse'.

[5] Hoe erg het was blijkt uit het feit dat de Nederlandse regering in het diepste geheim al bezig was met plannen voor herinvoering van de gulden. Dit was spelen met vuur: als dat toen was uitgekomen had dat het einde van de euro kunnen zijn.

[6] Voor een goede analyse van de oorzaak van dit probleem zie: Glasperlenspiel oder Ökonomie, Die wirtschaftspolitische Beratung verliert den Bezug zur Realität van Heiner Flassbeck (pdf). Voor mij is dit geen reden om de economie als geheel af te schrijven: economie is geen mysteriespel dat alleen voor ingewijden toegankelijk is. Enige zelfredzaamheid is wel vereist.

[7] Yanis Varoufakis heeft hiervoor een acroniem TATIANA bedacht: That Astonishingly There Is AN Alternative als variant op TINA There is no alternative, de beroemde uitspraak van Margaret Thatcher. Persoonlijk vind ik het niet zo geslaagd.


Alle afleveringen
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen
  • Deel 3: Europa’s knoflookgrens
  • Deel 4: Loondumping
  • Deel 5: Deflatie (1) – moeten we ons zorgen maken?
  • Deel 6: Deflatie (2) – Het Duitse model
  • Deel 7: Een IJzeren Kooi voor Europa


Verantwoording
  • Figuur 1: Data Eurostat: External balance of goods and services
  • Afbeelding: Detail De roof van Europa van Rembrandt van Rijn. Wikimedia.

Read more...

De Europese Agenda 2020

>> Sunday, September 21, 2014



Updated 24 sep

De nieuwe politieke partij Alterntive für Deutschland (AfD) heeft vorige maand bij deelstaatverkiezingen in Duitsland verrassend veel stemmen gekregen. Bij de landelijke verkiezingen in 2013 haalde zij de kiesdrempel (5 %) niet, maar kwam daar nu ruim over heen: in Saksen kregen zij 10 %, in Thüringen 10.6 % en Brandenburg 12.2 %. Landelijk zou dat overeen komen met 9.7 %.

Volgens Sebastian Friedrich heeft rechts nu een permanente meerderheid. De FDP is weliswaar uit het parlement verdwenen en de AfD heeft haar plaats nog niet kunnen in nemen maar gezamenlijk hebben CDU/CSU, FDP en AfD een meerderheid. In Saksen haalden CDU, FDP, AfD en NPD samen zelfs 57,9 Procent.

Opmerkelijk is dat de euro geen grote rol speelde, maar dat is misschien te verklaren door het feit dat het tot nog toe redelijk goed lijkt te gaan met de Duitse economie. De AfD is een protestpartij tegen de euro, maar het is ook vooral een aartsconservatieve partij die - net als de PVV in Nederland – immigratie en veiligheid als thema heeft. De partij kan niet weggezet worden als een neonazi partij of simpele protestpartij. CDU en SPD hebben de AfD in hun campagnes genegeerd, maar deze strategie blijkt niet te werken.

Tot nog toe leek de eurocrisis aan Duitsland voorbij te gaan, maar onlangs werden de eerste barsten zichtbaar in het Duitse economische wonder, en het ziet er naar uit dat ook Duitsland zich niet kan onttrekken aan de crisis in de eurozone. De grote vraag is welke partijen in Duitsland het meeste profijt van zullen hebben van economische teruggang. Vermoedelijk zal dat de AfD zijn en zeker niet de SPD of de Grünen. Zolang SPD en Gründen zich blijven beroepen op het success van Agenda 2010, dat van Duitsland een lagelonenland heeft gemaakt, kunnen zij geen geloofwaardige oppositie vanaf links voeren. Net als in Nederland is bij de Duitse linkse partijen nog niet het besef door gedrongen dat de huidige economische koers de oorzaak is van de crisis.

Die Linke is een kleine linkse partij en is voor veel mainstream linkse kiezers geen alternatief voor de SPD en de Grünen en is alleen sterk in de nieuwe deelstaten. De Piratenpartij in het niets verdwenen. De Union zal waarschijnlijk verder naar rechts opschuiven om leegloop naar de AfD te stoppen. De Duitse politiek zal dus in haar geheel naar rechts opschuiven. Op eurolanden met schulden zal nog grotere druk worden uitgeoefend om te bezuinigingen en te hervormen. Dit beleid resulteert in deflatie (figuur) en krimp van de economie. De economische crisis zal zich hierdoor verder verdiepen. Het Duitse Agenda 2010 is ongemerkt veranderd in een Europese Agenda 2020.

Update 24 september: "Der deutsche Konjunkturmotor läuft nicht mehr rund."

Dat de Duitse economie niet zo gezond is als het lijkt blijkt vandaag: het onderzoeksbureau Ifo meldt dat het economisch klimaat verder is verslechterd.

Der ifo Geschäftsklimaindex für die gewerbliche Wirtschaft Deutschlands ist im September auf 104,7 Punkte gesunken, von 106,3 im Vormonat. Das ist der niedrigste Wert seit April 2013. Die aktuelle Geschäftslage wurde erneut etwas weniger gut beurteilt als im Vormonat. Die Erwartungen für die nächsten sechs Monate fielen auf den tiefsten Stand seit Dezember 2012. Der deutsche Konjunkturmotor läuft nicht mehr rund.
Wie weet dat deze konjunkturmotor draait op 'lagelonenbrandstof' begrijpt waarom: de vraag in eigen land is onvoldoende en de vraag uit het buitenland neemt ook af omdat de schuld met Duitsland niet eindeloos kan oplopen. Merkel en Schäuble zouden dat moeten begrijpen.

24/9 Link naar artikel van Sebastian Friedrich gerepareerd.

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP