De eurocrisis is weer terug (6): Deflatie (2) - het Duitse model

>> Thursday, December 18, 2014


In de vorige aflevering heb ik laten zien dat de problemen van deflatie vaak worden onderschat. In dit tweede deel over deflatie leg ik uit dat deflatie het beste bestreden kan worden door de oorzaak ervan aan te pakken. Er is welbeschouwd, geen reden waarom we geen einde kunnen maken aan deflatie en aan de eurocrisis.

Deflatie is een neerwaarts gerichte loon-prijsspriraal. In een krimpende economie is er te weinig vraag naar producten en diensten waardoor lonen en prijzen dalen.

Bij de tegenhanger van deflatie – inflatie – kan de centrale bank de opwaardse loon-prijsspriaal doorbreken door de rente verhogen. Doordat geld lenen dan duurder wordt zal de economie afkoelen of zelfs in een recessie raken. De verhoging van de rente naar 20% (!) heeft begin jaren tachtig effectief een einde gemaakt aan de inflatie, door de diepe recessie die dit veroorzaakte.

Het is voor een centrale bank veel lastiger om een eind te maken aan deflatie omdat de rente niet meer verlaagd kan worden omdat zij al op 0% staat. Eigenlijk zou de rente dus negatief moeten zijn maar dat is praktisch natuurlijk onmogelijk [1].

Economen noemen de situatie waarin de Europese [2] economie nu verkeert een ‘liquiditeitsval’. Centrale banken proberen de economie uit het dal te tillen door meer geld in omloop te brengen. Hierdoor hoopt men dat de investeringen toenemen, zodat lonen en prijzen weer gaan stijgen.

Figuur 1 Rente die banken betalen voor een lening van de Amerikaanse centrale bank (FED). In de jaren tachtig was de rente extreem hoog om inflatie te bestrijden, nu is de rente zo goed als nul.

Echt goed werkt dit niet. Er komt wel meer geld in omloop, maar het wordt nauwelijks gebruikt voor de gewenste investeringen en de inflatie blijft laag zoals blijkt in figuur 4. Er zijn ook aanwijzigingen dat geldverruiming de prijs van grondstoffen en aandelen opdrijft. Zeker is dat het extra geld nauwelijks in de economie van de gewone burger terecht komt. Het beste dat je er van kan zeggen is dat het een beetje helpt.

Het Duitse model

Tot nog toe heeft de Europese centrale bank veel minder gebruik gemaakt van geldverruiming dan de Amerikaanse centrale bank. In de Verenigde Staten is geldverruiming een normale geaccepteerde methode, maar in Europa stuit dit op grote weerstand.

De Europese economie is ingericht naar Duits model: de centrale bank is de hoeder van het geld, maar zij heeft slechts één functie: het bewaken van prijsstabiliteit. Volgens deze filosofie mag een centrale bank de hoeveelheid geld niet manipuleren om de economie te stimuleren. Ook mag de politiek op geen enkele manier invloed uitoefenen op de centrale bank. Daarom is het niet toegestaan dat de centrale bank geld uitleent aan een overheid.

Figuur 2 Balans van de Europese centrale bank. Na aanvankelijke groei neemt de hoeveelheid geld toch weer af. De ECB aarzelt met geldverruiming.

De economie moet door marktwerking en geheel op eigen kracht weer gaan groeien. In het Duitse economische denken is er maar één goede manier om een economie goed te laten werken: door het de markt zelf te laten doen. Dit komt voort uit een typisch Duitse vorm van neoliberalisme, het ordoliberalisme.

De ordoliberalen gaan – zoals alle neoliberalen – uit van een centrale positie van de markt. In deze filosofie past het niet dat de overheid geld leent om daarmee de economie te stimuleren, want daarmee veroorzaak je alleen maar een Strohfeuer: een korstondige opleving die niet beklijft.

Ook mag de staat niet ingrijpen in het prijsmechanisme door bijvoorbeeld de rente te manipuleren of zich met de loonontwikkeling te bemoeien. Het is de taak van de staat om door middel van ordnungspolitische Maßnahmen optimale condities te scheppen voor marktwerking. Een van die voorwaarden voor een optimale marktwerking is dat de staat een sluitende begroting heeft.

Figuur 3 Rente die banken betalen voor een lening van de Europese centrale bank (ECB).

Schwarze Null en Schuldenbremse

Ook in Nederland heeft deze manier van denken grote invloed [3]. De Nederlandse regering heeft de afgelopen jaren een recordbedrag bezuinigd: maar liefst zesenveertig miljard euro.

Maar de Duitsers spannen de kroon met hun zuinigheid. Want ondanks het kleine overschot op de overheidsbegroting, weigert de Duitse staat geld vrij te maken voor achterstallig onderhoud. Wegen en bruggen verbrokkelen [4] en er is geen geld om de Energiewende te financieren.

Dat daarvoor geen geld is, komt omdat Wolfgang Schäuble bezig is om een droom van alle Duitse ministers van Financiën tot vervulling te brengen. Hij is de eerste minister sinds 1969, die de kasboeken van de Duitse staat met een schwarze Null kan afsluiten. De Duitse staat geeft precies evenveel uit als er binnenkomt.

Sinds kort is dit zelfs in de grondwet opgenomen: de staat moet een sluitende begroten hebben en mag alleen in uiterste noodgevallen geld lenen. In de wandelgangen staat deze wet bekend als de Schuldenbremse (‘schuldrem’). In Duitsland kan dus zelfs de rechter zich bemoeien met het economisch beleid. Het feit dat het in de grondwet is opgenomen bewijst dat dit een door de Duitse bevolking breed gedragen maatregel is.

Strohfeuer

Ook manipulatie van de rentestand wordt afgekeurd in het Duitse model. Rente is ‘de prijs van geld’ en door deze kunstmatig laag te houden, zou de ECB het prijsmechanisme verstoren.

De lage rente die Zuid-Europese regeringen nu voor hun staatsleningen betalen, is volgens het Duitse model verkeerd omdat hierdoor de druk om te hervormen wegvalt. Alleen door hervormen kan de economie weer sterker worden en zal marktwerking voor groei zorgen. Al het andere is slechts een Strohfeuer.

De Duitsers weten dit uit eigen ervaring. Het Wirtschaftswunder is niet met ‘makkelijk geld’ bereikt, maar door zuinigheid en tüchtige Arbeit. ‘Erst sparen, dann kaufen!‘ is het Duitse motto. Wat ze daarbij vergeten, is dat ze dat deden op een moment dat in andere landen de economie op volle toeren draaide en er dus een markt was voor de Duitse export.

Als een mantra wordt daarom steeds weer herhaald dat landen hun economie moeten hervormen.

Figuur 4 Inflatie in de eurozone.

Neomercantilisme

Hervormen is een combinatie van enerzijds gunstige maatregelen voor bedrijven om hun winstgevendheid te vergroten en anderzijds voor werknemers onplezierige maatregelen, zoals minder baanzekerheid (‘flexibiliteit’) en loonmatiging.

In Zuid-Europa is loondaling zelfs expliciet het doel. Deflatie is in Zuid-Europa dan ook geen vervelend bijverschijnsel maar een doel op zich. De eufemistische term hiervoor is ‘interne devaluatie’ (devaluatie binnen dezelfde valuta).

De waanzin van het economisch beleid in Europa is dat Duitsland en Nederland andere landen geen kans geven om het geld te verdienen waarmee ze hun schuld aan Duitsland en Nederland zouden kunnen afbetalen.

Dit is een vorm van neomercantilisme: landen worden gezien als ondernemingen die in een onderlinge concurrentiestrijd zoveel mogelijk winst proberen te maken. Wat een land ‘verdient’ is het overschot op de betalingsbalans. Wie het meest concurrerend is haalt het grootste marktaandeel (handelsoverschot) en komt als ‘winnaar’ uit de strijd. De verliezers staan bij hem in het krijt.

‘Rijden met de handrem erop’

Terwijl de ECB bezig is (met ontoereikende middelen) de deflatie te bestrijden, is de overheid bezig om deflatie te veroorzaken. Dit is dus de waanzin: aan de ene kant is de centrale bank bezig om de economie te stimuleren, terwijl aan de andere kant de politiek op de Schuldenbremse trapt. Het is als ‘rijden met de handrem er op’: het genereert veel politieke rook, maar de economie komt nauwelijks vooruit.

Hervormen is de oorzaak van de deflatie in de eurozone. Deflatie [5] is het resultaat van economisch beleid. Het is geen vervelend bijverschijnsel, maar doel op zich, althans in Zuid-Europa.

De klacht over gebrek aan hervormingswil in Zuid-Europa en Frankrijk is dan ook een omkering van de werkelijkheid, want hervormen verergert de eurocrisis. Duitsland is niet het goede voorbeeld voor andere landen maar de bron van de problemen.

Willen of kunnen?

Het is niet moeilijk om in te zien wat er moet gebeuren om te zorgen dat we uit de negatieve loon-prijsspiraal komen om een eind te maken aan deflatie.

De lonen in de Noord-Europese landen moeten omhoog. Alleen door een loonstijging kan de negatieve loon-prijsspiraal gestopt worden. Tot deze conclusie was ik eerder al op een andere weg gekomen: de oplossing om uit de eurocrisis te komen is flinke loonsverhoging in Noord-Europa en gelijkblijvend loon in Zuid-Europa.

Daarnaast is het nodig dat de Europese overheid geld leent voor investeringen. Dat het investeringspeil zo laag ligt, komt niet omdat Europa “af is”, want er is genoeg werk te doen. Er is veel achterstallig onderhoud aan de Duitse infrastructuur. Ook willen de Duitsers omschakelen van kernenergie op duurzame energie [6].

En laten we ook niet vergeten dat we ons moeten voorbereiden op de klimaatverandering. Deze investeringen zullen de Duitse economische motor weer op gang brengen. Het zou een mooie gelegenheid zijn voor de Duitsers om te laten zien hoe sterk die Duitse economische motor is door de Europese economie uit het dal te trekken. Dat zou, anders dan de schwarze Null, echt een prestatie van formaat zijn.

Ook vakbonden spelen hierbij een belangrijke rol. In Europees verband moet worden afgesproken dat bonden in Zuid-Europa pas op de plaats maken. Maar zij moeten er dan op kunnen vertrouwen dat bonden in Noord-Europa de komende jaren flinke loonsverhogingen gaan eisen.

Dat de crisis maar niet over wil gaan, komt niet omdat we er niets aan kunnen doen. We kunnen genoeg doen om een einde te maken aan de eurocrisis, maar mercantilistische oogkleppen en de resulterende race om het handelsoverschot verhinderen ons om te zien wat er gedaan moet worden.

Men schroomt in te grijpen in de loonontwikkeling. De staat mag geen geld lenen om te investeren in de economie (‘Strohfeuer). Er is nu geen samenhang tussen monetair beleid en de politiek (‘rijden op handrem’). We doen het niet, niet omdat we het niet kunnen, maar omdat we niet willen.

Deze serie over de eurocrisis wordt eind dit jaar afgesloten met een slotaflevering.

Voetnoten

[1] Dit is niet moeilijk in te zien: als de rente negatief zou zijn kost het geld om geld op de bank te laten staan. Mensen zullen het van bank halen om het weer tussen het linnengoed te bewaren. Voor banken heeft de ECB inmiddels wel negatieve rente ingesteld: maar die zijn dan ook gedwongen om hun geld dat niet wordt geinvesteerd op een rekening van de ECB te storten.
[2] Ik spreek over Europa, Zuid- en Noord-Europa, maar feitelijk gaat het over de eurozone.
[3] Lex Hoogduin illustreerde dit onlangs heel mooi met een uitspraak in het FD van 4 dec: ‘Verdere verlaging van rentes leidt tot zeepbellen en drukt groeipotentie economie’. Een economie heeft dus ‘groeipotentie’ (wat dat dan ook mag zijn) die vergroot moet worden, niet met geld maar door ‘hervormen’.
[4] Aftakeling Duitse wegen en bruggen vormt ook schadepost voor Nederlandse ondernemingen. FD 24 okt 2014, p9.
[5] En het zelfde geldt natuurlijk ook voor het omgekeerde: inflatie.
[6] Duitsland stookt nog steeds bruinkool: de meest vervuilende methode van energieopwekking die bovendien grote kraters slaat in landschap. Hele landschappen worden vernietigd. Ook buurland Nederland ondervindt hiervan hinder door grondwater daling. Zie: TNO-rapport 2007-U-R0225/B

Eerdere afleveringen
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen
  • Deel 3: Europa’s knoflookgrens
  • Deel 4: Loondumping
  • Deel 5: Deflatie (1) – moeten we ons zorgen maken?


Verantwoording

Fig 1: Bron data: Federal Reserve Economic Data
Fig 2: Bron data: ECB
Fig 3: Bron data: ECB
Fig 4: Bron data: OECD
Foto: CC, Joel Abroad: Cheap market, Chinatown, Flickr

Read more...

Een Duitse les

>> Friday, December 5, 2014

Frankrijk wordt belachelijk gemaakt omdat het een te groot begrotingstekort heeft, maar de Nederlandse media zijn zo verblind door het Duitse 'succes' dat ze het echte gevaar niet zien.

Na Griekenland is nu Frankrijk de zondebok voor de eurocrisis. Velen vinden dat de Fransen maar eens goed de oren moet worden gewassen. Het land heeft 'gebrek aan discipline, is arrogant en gevaarlijk voor de euro,' volgens Carla Joosten van Elsevier.

En het Financieel Dagblad schrijft:

Of het nu de borreltafel is of de Tweede kamer, overal wordt van Frankrijk een karikatuur gemaakt; het land staat te boek als boertig, verwend en dommig.

Hoe arrogant en vertekend dit beeld van Frankrijk is wordt treffend geïllustreerd in het Financieel Dagblad van zaterdag 29 november [*] in meerdere artikelen.

De krant opent met de kop ‘Brussel en Dijsselbloem geven schot voor de boeg. Frankrijk stevent af op harde confrontatie over begroting’. Als het Frankrijk niet lukt om voor maart volgend jaar de begroting in orde te krijgen dan loopt het kans op een boete van 4,2 mrd euro. ‘Frankrijk moet op de schop, de Fransen moeten een Duits lesje leren,’ schrijft het FD, en dat is hoog nodig want ‘Frankrijk is een gevaar voor de hele eurozone’.

Welke les moet Frankrijk leren? Daarover laat het FD geen misverstanden ontstaan. Het moet de zelfde hervormingen gaan uitvoeren die Duitsland tot een succes hebben gemaakt. Op het lijstje van maatregelen staat: verlaging van loonkosten, hervormen van werkloosheidsverzekeringen [lees: verkorten en verlagen], activeren van luie jonge werklozen, privatiseren van nutsvoorzieningen, het openbreken van beschermde beroepsvoorzieningen en de onvermijdelijke [sic] openstelling van winkels op zondag.

Iedere econoom die het zout in de pap waard is, weet dat het begrotingstekort het gevolg is van de recessie en het tekort op de handelsbalans. En natuurlijk weten ze dat in Brussel ook. Waarom moet Frankrijk dan toch het begrotingstekort reduceren? Dat het daar ook helemaal niet om gaat blijkt in een ander artikel op pagina 2. Onder de kop ‘En toch beweegt zij: eurozone krijgt meer greep op hervormingen’ wordt uitgelegd dat Frankrijk een soeverein land is, maar …

wie anders dan de Fransen bepalen wat goed voor hen is? Frankrijk laat zich niet de les lezen, niet door Brussel of Berlijn en al helemaal niet door de Engelsen. Dat is de achilleshiel van de eurozone, waar het uiteindelijk niet gaat om de vraag of het tekort van een land een paar tienden van procenten te hoog is, maar of de deelnemende economie voldoende krachtig en flexibel is om mee te kunnen met de rest van de club.

Brussel heeft geen zeggenschap over het binnenlands beleid van landen, maar met het Groei en Stabiliteitspact heeft men een breekijzer om toch binnen te komen. Het begrotingsbeleid is de hefboom waarmee de soevereiniteit van de lidstaten kan worden doorbroken om bovengenoemde neoliberale hervormingen af te dwingen.

Dat het met politiek en niet met economie te maken heeft blijkt uit in het begeleidende artikel op pagina 3 met de titel ‘Eurozone stopt met bezuinigen, maar kan nauwelijks stimuleren’. Hierin wordt uitgelegd dat er nog meer problemen zijn dan alleen Frankrijk: namelijk de handelsoverschotten van Nederland en Duitsland. Maar dat dat de werkelijke oorzaak is van de problemen in Frankrijk en Zuid-Europa wordt niet uitgelegd. Men volstaat met ‘nader onderzoek’ en men heeft het over een rood lampje dat gaat branden voor het Nederlandse overschot van 9.8%.

Met andere woorden, in plaats van de oorzaak van de eurocrisis aan te pakken – de onevenwichtige handelsbalans die het gevolg is van loondumping - zet men liever het rode lampje uit: Frankrijk moet zijn begrotingstekort verkleinen.

Elders in de zelfde krant legt Mathijs Bouman, in zijn wekelijkse column ‘Het radarwerk’, uit dat het dipje in de Duitse economie deze zomer niet betekent dat Duitsland een ernstige ziekte onder de leden heeft maar dat het gaat om een zomergriepje. Het gaat helemaal niet slecht met Duitsland. Sinds het begin van de kredietcrisis is de werkgelegenheid er met 4% toegenomen, terwijl die bij ons met 4% is gedaald. Duitsland is een banenmotor.

Afgelopen maanden rezen er grote twijfels over de kracht van de Duitse economie … Na zich jarenlang schijnbaar moeiteloos te hebben onttrokken aan de economische rampspoed die andere eurolanden trof, was de crisis nu eindelijk ook aangekomen in het kernland van de eurozone. Zwakke eurobroeders wreven zich al in de handen: nu Duitsland ook leed onder de malaise, zouden Angela Merkel en haar orthodoxe economen eindelijk tot inkeer komen en de passie voor pijnlijke bezuinigen en hervormingen laten varen.

Schäuble, de Duitse minister van Financiën, heeft tien miljard euro gereserveerd voor herstel van de infrastructuur. Dat is bedrag is ronduit vrekkig gezien de totale overheidsbegroting van Duitsland en het wordt nota bene uitgesmeerd over vijf jaar! Maar ‘meer zit er niet in en meer is ook niet nodig vindt de Duitser’ schrijft Bouman.

Nog in oktober berichtte het zelfde Financieel Dagblad [**] dat Nederlandse ondernemingen last hebben van de aftakeling van de Duitse infrastructuur: vrachtwagens moeten steeds vaker omrijden omdat bruggen het vrachtverkeer niet meer aan kunnen.

Is dat misschien de Duitse les die Frankrijk moet leren? Voer je eigen economisch beleid en trek je niets aan van je buurlanden?

Verhelderend is ook de verklaring van Bouman voor het ‘zomerdipje’: ‘de sanctie-oorlog in Rusland [maar] ook nulgroei in Frankrijk en recessie in Italië.’ [cursivering van mij] Bovendien is China aan het bezuinigen want luxe auto’s schijnen verboden te worden volgens Bouman.

Door zuinigheid van de Duitsers is de Duitse economie afhankelijk van export naar andere eurolanden en China. Dat is natuurlijk een probleem als die ook gaan bezuinigen, want dan krijgt Duitsland zelf last. Een zomergriepje? Ik denk het niet.

Duitsland, niet Frankrijk is een gevaar voor de Europese economie, alleen niemand wil het zien, zo verblind is men door het Duitse ‘succes’. De Duitse economie is door het op loondumping gebaseerde economisch beleid geheel afhankelijk van de export. Als China een griepje heeft is Duitsland ziek. Ook dwingt ze een van haar belangrijkste klanten – Frankrijk - te bezuinigen en snijdt op die manier in haar eigen vlees. Kan het dommer?

In Nederland en Duitsland maken we liever Frankrijk belachelijk dan de werkelijkheid onder ogen te zien. De echte achilleshiel van Europa is niet Frankrijk, maar dat zijn Duitsland en Nederland die met hun exorbitante handelsoverschot de eurozone destabiliseren. Het wordt tijd dat Duitsland en Nederland eens een Franse les nemen.

Voetnoeten

[*] Ik heb alle artikelen die ik noem in de papieren versie gelezen van Zaterdag 29 november.
[**] Aftakeling Duitse wegen en bruggen vormt ook schadepost voor Nederlandse ondernemingen, FD 24 okt 2014, p9

Verantwoording

Afbeelding: Klaus Friese, DEUTSCHLAND, Flickr

Read more...

De eurocrisis is weer terug (5): Deflatie (1) - moeten we ons zorgen maken?

>> Wednesday, December 3, 2014

Er is bijna geen inflatie meer en in sommige delen van Europa is al sprake van deflatie. Hoe erg is dat, waardoor wordt dit veroorzaakt en wat kan er aan gedaan worden? Deflatie is een complex onderwerp daarom bespreek ik het in twee delen. In deel 5 bespreek ik ‘wat, waar en hoe’ en deel 6 behandel ik ‘oorzaak en oplossing’.

In het begin leek het zo mooi. De euro was een groot succes want in alle landen daalde de inflatie naar het gewenste niveau: net iets onder de 2%. Precies zoals de bedenkers van de munt het hadden bedoeld want de Duitsers hadden hun stabiele munt en in Zuid-Europa was men verlost van de hoge inflatie.

Figuur 1 Inflatie in Zuid-Europa daalt. Tot de kredietcrisis was de inflatie net op of onder de 2%.

De handel in Europa [*] floreerde omdat ze niet meer werd gehinderd door fluctuerende wisselkoersen: van de Scandinavië tot Malta: overal is de euro evenveel waard. Althans, dat dacht men. In werkelijkheid was het succes een grote bubbel zoals ik in de vorige aflevering heb laten zien.

Dankzij de euro kon Noord-Europa door loonmatiging een handelsoverschot opbouwen. De winst daarvan was de brandstof van de vastgoedbubbel in Zuid-Europa. Deze bubbel werd verward met ‘succes’.

Paniekreactie

De Zuid-Europese vastgoedbubbel liep snel leeg. Eerst kwam de kredietcrisis (2008) en direct daarna de Griekse schuldencrisis (2010). Irrationele angst voor staatschulden – zelfs wraakzucht - maakte zich meester van de politiek, vooral in Duitsland en Nederland.

De bezuinigingswoede heeft grote gaten geslagen in de economie. Door de paniek van de politiek is er nu permanente stagnatie in Noord-Europa en een regelrechte depressie in Zuid-Europa. Dit verkrampte streven naar stabiliteit had als paradoxaal resultaat dat de euro destabiliseerde.

Figuur 2 Van stabiliteit naar instabiliteit.

Figuur 2 laat zien hoe na jaren van een stabiliteit de inflatie veranderlijk is geworden. Een paar jaar na het herstel van de kredietcrisis dreigt voor de tweede keer het inflatieniveau onder nul te zakken.

Figuur 3 In Noord-Europa is sprake van lage inflatie.

Terwijl in Noord-Europa slechts sprake is van stagnatie van de prijzen, is in Zuid-Europa sprake van echte deflatie. Tegelijkertijd verkeren Griekenland en Spanje nu al enig jaren in een echte depressie, terwijl Nederland en Duitsland tot nog toe slechts last hadden van recessies. Zodoende dient de vraag zich aan: wat zijn de economische gevolgen van deflatie?

Figuur 4 In Zuid-Europa is sprake van deflatie: de lonen en prijzen dalen.

Bitter medicijn

De vijand heet nu niet meer inflatie maar deflatie. We zijn er zo aan gewend om inflatie te bestrijden dat het nieuwe gevaar nog niet door iedereen wordt onderkend. Echt Serieuze Mensen vertellen ons dan ook dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen.

Figuur 5 Inflatie in Nederland sinds 1972.

Ze maken onderscheid tussen goede en slechte deflatie. Slechte deflatie hadden we tijdens de Grote Depressie, maar nu hebben we goede deflatie want deze is het gevolg van een daling van de olieprijs. De deflatie in Zuid-Europa moet de grote stijging van lonen en prijzen corrigeren die het gevolg was van de bubbeljaren en deze landen weer concurrerend maken.

Het is weliswaar een bitter medicijn maar dat schrijven Echt Serieuze Mensen graag vóór, zolang ze het maar niet zelf hoeven te slikken.

Geld gaat boven alles

Er is iets vreemds aan de aan de hand want de omgekeerde reactie - inflatiegevaar afdoen als onbelangrijk - is ondenkbaar. Deflatie vinden we minder gevaarlijk dan inflatie. Dat komt in de eerste plaats omdat de getallen minder bedreigend zijn. We zitten om en nabij de 0%, dat voelt veel stabieler dan iets dat naar het oneindige kan stijgen. Het idee dat prijzen ook kunnen dalen, voelt daarom niet bedreigend aan, gewend als we zijn aan inflatie.

Maar het komt ook door de taal. Uit onderzoek blijkt dat taal ons denken beïnvloedt. De manier van spreken over deflatie geeft ons een vals gevoel van veiligheid: zeggen dat ‘alles goedkoper wordt’ klinkt minder bedreigend dan de term ‘geldontwaarding’ die we bij inflatie gebruiken.

En ten slotte is er nog een politieke reden waarom de reactie op deflatie veel minder fel is dan op inflatie. Mensen met (heel) veel geld hebben, anders dan bij inflatie, geen last van deflatie. Zij oefenen daarom geen druk uit op de politiek om er wat aan te doen. Geld gaat nou eenmaal boven alles. Als het minder waard wordt is de wereld te klein, maar als het meer waard wordt is er niets aan de hand. Althans dat denken we.

De geldillusie

Deflatie heeft niet alleen economische gevolgen, maar - minstens zo belangrijk - ook psychologische consequenties.

Het standaardverhaal over de gevolgen van deflatie is altijd dat men aankopen uitstelt omdat de prijzen dalen. En de standaardreactie van economen is dan altijd dat het niets uitmaakt want ook als er sprake is van inflatie hebben mensen reden om aankopen uit te stellen. Door de rente kan het lucratiever zijn om je geld op de bank te laten staan. Het hangt allemaal af van de reële rente: als de rente hoger is dan het inflatiepercentage loont uitstel van aankoop.

Volgens Mathijs Bouman is er daarom geen magische grens bij 0% inflatie. In een rekenvoorbeeld laat hij zien dat ook als er inflatie is, uitstel van een aankoop gunstig kan zijn. Stel een spaarrekening levert 4% op, terwijl de inflatie 2.5% is. Dan heb je ook voordeel van uitstel van aankoop, want de reële rente is dan 4 – 2.5 = 1.5%. Maar wat Bouman vergeet is dat de meeste mensen geen econoom zijn, en dat het psychologische effect van inflatie anders is dan van deflatie.

De nominale daling (het bedrag) van de prijzen is belangrijker dan de reële daling (de waarde) omdat mensen deze waarnemen. Alleen economen, zoals Mathijs Bouman, zijn anders dan gewone mensen in staat om door de getallen heen te kijken. Gewone mensen zien bedragen, niet de ‘echte’ waarde van de dingen. Dit is wat Irwin Fisher de ‘money illusion’ noemde.

Door de geldillusie zien mensen niet wat er werkelijk gebeurt. Men laat zich misleiden door de bedragen, en daarom maakt het wel degelijk uit of prijzen dalen in het geval van deflatie - dit geen economie maar psychologie.

Lonen

Nog veel belangrijker dan dalende prijzen zijn dalende lonen, niet alleen voor de beleving maar ook voor de economie. Hoe belangrijk het is, is te lezen in dit relaas van een Japanner die de deflatie heeft meegemaakt in Japan. Bij daling van het loon is het psychologische effect van geld nog groter.

Als het nominale loon even hard daalt als de prijzen blijft het reële loon gelijk maar dat voelt voor mensen niet zo. Voor economen blijft alles wel hetzelfde en in de koopkrachtmodellen worden geen effecten gemeten. Maar mensen van vlees en bloed reageren er natuurlijk wel op. Het maakt nogal wat uit voor de beslissing om (grote) aankopen te doen als je weet dat je loon minder kan worden.

En er is nog een ander effect: anders dan bij inflatie treft deflatie vooral arme mensen. Een loonsverlaging treft vooral mensen in lagere functies zonder vaste aanstelling. De pijn wordt veel oneerlijker verdeeld. De vermogensbezitter is spekkoper: hoe groter het vermogen, hoe groter het voordeel. De consumptie zal nog verder dalen waardoor de economie in een negatieve loon-prijsspiraal raakt.

Schulden maken wordt bestraft

Maar er zijn nog meer problemen met deflatie: iedereen die een schuld heeft ziet de reële waarde van de schuld toenemen. Hoe langer je wacht met aflossen, hoe moeilijker het wordt, waardoor iedereen zal proberen schulden zo snel mogelijk af te lossen. Ook hierdoor daalt de consumptie.

Voor de overheid mag de rente dan wel bijna 0% zijn maar consumptieve kredieten en kredieten voor ondernemers zijn dat niet. Dit geldt sterker voor kleine ondernemingen dan voor grote, omdat die doorgaans een hogere rente betalen.

En vergeet ook de hypotheken niet: het is niet moeilijk te voorspellen wat de gevolgen zijn voor de huizenmarkt. Hoe hoger de deflatie hoe hoger de reële rente, hoe zwaarder het aflossen van een schuld wordt. Wie geld wil lenen voor een huis, beseft dat zijn of haar schuld op den duur steeds moeilijker is af te lossen.

En alsof het niet genoeg is, er is nóg een negatief gevolg van deflatie: de investeringen zullen afnemen. Ondernemers gaan minder investeren omdat ze liever geen nieuwe schulden maken. Op schuld staat door de deflatie een extra straf.

Al deze factoren, de geld-illusie, de daling van loon en de straf op schuld zorgen er voor dat economische groei door deflatie wordt geremd.

Europa is geen Japan

Economen waarschuwen voor een ‘Japanscenario’: een lange periode van stagnatie die wordt gekenmerkt door zwakke banken, weinig of geen groei en deflatie. Japan kwam niet meer uit de recessie waarin het in de jaren negentig was geraakt door het inzakken van een vastgoedbubbel. Geen plezierig vooruitzicht maar het land functioneert nog wel.

Maar Europa is Japan niet. Europa is geen land met een bevolking dat zich ‘Europees’ voelt en voor Europa offers wil brengen. Integendeel: in de meeste landen krijgen nationalisten en populisten steeds meer politieke invloed. Zelfs het Japanscenario is voor Europa geen optie en als het economisch beleid niet verandert zal de EU in chaos uiteenvallen.

In het volgende deel meer over de oorzaak van deflatie (en inflatie) en hoe we een negatieve loon-prijsspiraal kunnen voorkomen.

Eerdere afleveringen

Voetnoot

[*] Voor het gemak spreek ik over ‘Europa’ – maar het gaat natuurlijk over de landen in de eurozone. In Noord-Europa liggen de crediteurlanden – met onder andere Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Finland. En in Zuid-Europa liggen de schuldenlanden met Portugal, Spanje, Italië en Griekenland, maar Ierland en België vallen daar ook onder. Jesse Frederik lost dit probleem op door te spreken over ‘Groot-Griekenland’ en ‘Groot-Duitsland’.

Verantwoording

Figuur 1, 3, 4: OECD, Dataset: Consumer Prices (MEI)
Figuur 2: OECD, Dataset: G20 – CPI All items
Figuur 5: CBS Historische reeksen, Dataset: inflatie.
Uitgelichte figuur: Christopher Sessums, We Are Cheaper Discount HiFi Storefront, Flickr (cc)

Read more...

De eurocrisis is weer terug (4): loondumping

>> Friday, November 21, 2014



De eurocrisis wordt bestreden met bezuinigen en hervormen. Dit helpt niets want de Europese economie stagneert en de werkloosheid neemt niet af. Ik laat vandaag zien wat wél een oplossing is voor de eurocrisis als je weet wat de oorzaak is.

Volgens de bankier en oud topman van Crédit Lyonnais Jean Peyrelevade is de eurocrisis vooral hardnekkig door culturele problemen. In een interview beklaagde hij zich (1) onlangs over het Franse volkskarakter: ‘De Duitse en Nederlandse mentaliteit is gericht op ondernemerschap’, stelt Peyrelevade, ‘terwijl in Frankrijk de mensen afhankelijk zijn van de staat’. De oorsprong van dit mentaliteitsverschil gaat volgens hem terug tot Lodewijk XVI en de Franse revolutie. En inderdaad, een mentaliteit die zo diep in de cultuur van een land is verankerd – en Frankrijk zal geen uitzondering zijn – kan je niet even veranderen.

Daar gaan generaties overheen, als het überhaupt al zal lukken.

Voorbarig

Voorstanders van de euro vinden dat we niet genoeg hervormen. Tegenstanders willen de euro afschaffen omdat de muntunie is gedoemd te mislukken. Je kan en mag culturen niet veranderen om ‘de markt’, stellen zij terecht. Maar beide conclusies zijn volgens mij voorbarig. De kosten van afschaffing van de euro worden door de tegenstanders onderschat, zoals ik vorige week (en ook eerder) al heb laten zien. Maar ook zij die de euro willen redden met hervormingen hebben ongelijk: culturele veranderingen zijn helemaal niet nodig zijn om een muntunie te laten werken.

In de debatten over de eurocrisis spelen de begrippen ‘competitiviteit’ en het hiermee gerelateerde ‘productiviteit’ een centrale rol. Voor- en tegenstanders gaan er van uit dat maatschappelijke en culturele factoren de oorzaak zijn van het verschil in productiviteit tussen landen. Maar het is helemaal niet nodig om terug te gaan tot Lodewijk XVI om verschillen tussen economieën te verklaren. Om dat te begrijpen is het nodig dat we de begrippen ‘productiviteit’ en ‘competitiviteit’ wat beter bekijken.

Productiviteit onder de loep

Productiviteit is volgens de boekjes gedefinieerd als productie bij gegeven kosten. Je kunt dit in een eenvoudige formule weergeven:

Productiviteit = Resultaat / Kosten

Je kan Productiviteit verhogen door Resultaat – de factor boven de streep - te vergroten door slim en efficiënt te werken.

Figuur 1. Productiviteit in beeld: één man die een grommende en blazende machine bestuurt kan in één dag een grote berg omgehakte bomen versnipperen waar men vroeger een ploeg werklieden voor nodig had.

Zaken als goed gereedschap, planning en samenwerking zijn heel belangrijk. Als je productiviteit van landen met elkaar vergelijkt, gaat het om zaken als het opleidingsniveau, de kwaliteit van de infrastructuur maar ook zaken die door culturele factoren worden bepaald: onderling vertrouwen, de mate van corruptie, het functioneren van de overheid en ‘gerichtheid op ondernemerschap’.

Figuur 2. Een efficiënt resultaat: wat ooit een struis bos was is binnen een paar dagen gereduceerd tot een keurige, rokende berg houtsnippers, klaar om afgevoerd te worden.

Productiviteit en loonkosten

Je kan ook productiviteit vergroten door de factor Kosten – de factor onder de streep - kleiner te maken. Door te bezuinigen dus. En dat is wat Duitsland en Nederland jaren lang hebben gedaan: productiviteit verhogen doormiddel van loonmatiging. Nederland is hiermee in de jaren tachtig (Akkoord van Wassenaar) begonnen en nog steeds is er een sterke traditie van overleg tussen werkgevers en werknemers in de Sociaal Economische Raad (SER).

Ook in Duitsland is de loongroei achter gebleven– na 1995 als reactie op de ‘Wiedervereinigungen’ en vanaf 2003 door het bezuinigingsprogramma Agenda 2010 (ook bekend als de Hartz-hervormingen).

Figuur 3. Ontwikkeling van loonkosten (percentage daling of stijging) in Duitsland en Spanje. Duidelijk is te zien hoe in Duitsland de loonkosten in het eerste decennium dalen, terwijl deze in andere landen gelijk bleef. Aan de forse daling van de loonkosten in Spanje na 2010 is te zien dat er flink wordt hervormd.

Figuren 3 en 4 laten dit goed zien. Een nog duidelijker figuur is hier te zien (via). Wirtschaftswunder 2.0 wordt gekenmerkt door lage lonen, tijdelijke contracten, mini-jobs, het ontbreken van minimumloon (3) en bezuiniging op sociale voorzieningen. Volgens Robin Fransman zijn de lonen, met uitzondering van Griekenland en Portugal, nergens zo weinig gestegen als in Nederland.

Figuur 4: Ontwikkeling loonkosten (% daling of stijging) van Duitsland vs. Eurozone. Omdat de meting voor de eurozone inclusief Duitsland zelf is, is het verschil eigenlijk nog groter.

‘Maar wat dan nog, vervelend die lage lonen’, zult u tegenwerpen, ‘want het heeft wel gewerkt. Waarom kan dit in Zuid-Europa niet worden toegepast?’ Het antwoord daarop is simpel: omdat Duitsland als eerste bezuinigde. De Duitse bezuinigingen waren mogelijk omdat in de andere landen van de eurozone, vooral in Zuid-Europa, de lonen en prijzen flink stegen. Het geld dat werd verdiend met de export werd belegd in ‘booming Zuid-Europa’. ‘De euro is een groot succes‘, dacht men toen. Zo werd Duitsland dus ‘competitiever’. Die luchtbel is door de eurocrisis uiteen gespat en daarom werken bezuinigen in Zuid-Europa nu niet meer en zal er uiteindelijk ook een eind komen aan Wirtschaftswunder 2.0.

Loondumping

Door de loonmatiging blijft de binnenlandse consumptie achter waardoor er niet genoeg werkgelegenheid is. Het tekort aan binnenlandse consumptie moet gecompenseerd worden door consumptie in het buitenland (2).

Kenmerkend voor deze op export gebaseerde groei is dan ook dat de investeringen in eigen land achterblijven: door onvoldoende vraag ontstaat overcapaciteit in de industrie die voor de binnenlandse markt produceert. Het is precies deze klacht, die je vaak hoort over Duitsland en Nederland. Een website van een investeringsadviseur opent zelfs met de stelling: ‘Nederlandse investeringen blijven achter in vergelijking met omringende landen, maar ondernemingen zijn wel productiever.’ Het kan niet duidelijker.

Duitsland en Nederland zijn daarom aangewezen op vraag uit het buitenland. ‘Export is de motor van de economie’ is niet voor niets een populaire uitspraak in Nederland. Behalve auto’s en melkpoeder exporteren Duitsland en Nederland ook werkloosheid. Dit heet ‘loondumping’.

Resultaat van productiviteit niet naar werknemers

De oorzaak van de eurocrisis is dat werknemers in Noord-Europa niet beloond worden voor hun hoge productiviteit. Als dat wel het geval zou zijn zou de binnenlandse vraag toenemen en zouden de overschotten op de handelsbalans verdwijnen.

Een betere analyse van de eurocrisis is dan ook dat de productiviteitswinst in de noordelijke landen van de afgelopen jaren niet naar de werknemers is gegaan maar naar de investeerders. Het op export gerichte beleid heeft de Duitse en Nederlandse burger weinig voordeel opgeleverd.

Een simpele, duurzame en haalbare oplossing van de eurocrisis

De oplossing voor de eurocrisis is eenvoudig: in landen met hogere productiviteit moeten de lonen omhoog. Niet alleen om dat het rechtvaardig is dat werknemers worden betaald voor geleverde prestaties, maar ook om te voorkomen dat de economie in de eurozone uit balans raakt.

Dat een land door efficiëntere productiewijze competitiever is, hoeft geen probleem te zijn zolang de competitie maar niet wordt gevoerd op basis van loonconcurrentie want dan verliest iedereen. Je kunnen zeggen: competitie ‘boven de streep’ is ok maar competitie ‘onder de streep’ destabiliseert de economie. Maar kostenreductie is op zichzelf natuurlijk niet verkeerd. Wat verkeerd is is kostenreductie door loonmatiging of zelfs verlaging.

Mijn oplossing is haalbaar omdat er geen nieuwe verdragen voor afgesloten hoeven te worden. Er zijn ook weinig politieke beletselen, want welke politicus wil niet beloven dat de mensen in het land meer geld in hun portemonnee krijgen en dat er meer banen komen? (4) Het is ook rechtvaardig: wie hard werkt en zich goed organiseert verdient meer. Bovendien zal het zowel de burgers in Noord- als in Zuid-Europa ten goede komen omdat de handel ook in omgekeerde richting gaat lopen: het probleem van de transferunie is dus ook opgelost.

En tenslotte: deze oplossing is duurzaam want de oorzaak wordt aangepakt.

Stop met die holle praat over het hervormen van weeffouten en gebrek aan discipline. Je kan, nee, je mag een cultuur niet omwille van de economie ‘stroomlijnen’. Dat zijn neoliberale utopieën die niets te maken hebben met Europese idealen. Het is overduidelijk dat hervormen en bezuinigen meer schade aanricht dan dat het oplost. Tot nog toe heeft het alleen ultrarechts geholpen.

Als de consumptie in Duitsland en Nederland toeneemt (5) zullen de handelsbalansen weer naar elkaar toegroeien en worden schuldenlanden zonder geforceerde hervormingen weer competitief. Er zal een einde komen aan de hoge werkloosheid in Zuid-Europa en de stagnatie in Noord-Europa. Het noorden zal dan daadwerkelijk de economische motor worden van Europa. Daar zou een echte Europese elite trots op kunnen zijn en dat kan ook met de euro. Wonderlijk genoeg is er geen enkele politieke partij, zelfs niet de SP, die pleit voor dit beleid.

Voetnoten

(1) FD, Outlook p8, 11 oktober 2014: ‘Fransen zien hun werkgever als vijand’
(2) Als ook de overheid bezuinigt.
(3) Er zijn plannen om dit jaar het minimumloon in te voeren. Maar de weerstand hiertegen is groot.
(4) Ik ga hier geheel voorbij aan de werkgeverslobby.
(5) Ik gebruik de term ‘consumptie’ hier in een puur economische betekenis. Ik pleit er niet voor dat iedereen drie iPads koopt, een fourwheeldrive aanschaft (met bullbar volgens Europese richtlijnen natuurlijk) of twee vakanties per jaar naar een ver land gaat maken (tenzij u de boot neemt).


Verder lezen

Er is nog veel meer te zeggen over dit onderwerp. Jesse Frederik laat goed zien waarom publieke schulden onvermijdelijk zijn in ‘Groot-Griekenland’ zoals hij de schuldenlanden noemt. De beste uitleg van de samenhang tussen productiviteit en loon staat in het boek Irweg Grundeinkommen van Heiner Flassbeck, Friederike Spiecker. Ook op hun blog komt regelmatig de ‘gouden loonregel’ (lonen zijn gekoppeld aan productiviteit) aan de orde. Volg ook Yanis Varoufakis, een Griekse econoom die de crisis beschrijft vanuit het perspectief van een schuldenland.

Volgende week meer over de ECB en het probleem van de deflatie.

Eerdere aflevering:
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen
  • Deel 3: Europa’s knoflookgrens
Verantwoording

Figuur 1 en 2: eigen foto’s (CC) gemaakt op de campus van Wageningen waar een busbaan wordt aangelegd.

Figuur 3 en 4: OECD, Dataset: Unit labour costs and labour productivity (employment based), Total economy

Uitgelichte afbeelding: La France dans l’Europe (Flickr CC)

Read more...

De eurocrisis is weer terug (3): Europa’s knoflookgrens

>> Tuesday, November 11, 2014

In de het vorige deel in deze serie over de eurocrisis heb ik laten zien dat bezuinigen en hervormen verkeerd uitpakt: de werkloosheid in de eurozone is nu veel hoger dan in andere geïndustrialiseerde landen. In dit deel kijk ik naar de gevolgen van de euro op de handel tussen de eurolanden.

‘Ergens in Frankrijk loopt een grens, de knoflookgrens’, kopte Trouw een jaar geleden heel fraai. Deze grens splijt Europa en is onoverbrugbaar zeggen de eurosceptici.

Daar tegenover staat de politieke elite, die haar lot verbonden heeft met het slagen van de euro: als het zuiden maar genoeg hervormt dan lukt het wel, stellen zij. Het zijn herstelbare ‘weeffouten’, volgens Jeroen Dijsselbloem.

Eén zo’n weeffout is het grote verschil in concurrentiekracht tussen ‘zwakke’ en ‘sterke’ eurolanden. De eurocrisis wordt bestreden door de economie in deze landen te hervormen om deze zo competitiever te maken.

Vandaag bekijk ik of het , na vier jaar hervormen, is gelukt om de verschillen kleiner te maken.

Weeffouten zichtbaar maken

Hoe groot de verschillen tussen noord en zuid zijn is duidelijk te zien aan de handelsbalans van de eurolanden. De industrie in Zuid-Europa is onvoldoende concurrerend, waardoor de Zuid-Europese landen meer invoeren dan dat zij exporteren:

Figuur 1: Handelsbalans van Zuid-Europese landen. De kredietcrisis is zichtbaar als kortstondig herstel van evenwicht..

Na de invoering van de euro tijdens de vette jaren vóór 2008, importeren deze landen meer dan ze exporteren, waardoor hun handelsbalans permanent negatief is. De kredietcrisis is zichtbaar als kortstondig herstel van de balans. Pas de laatsten jaren begint de balans weer structureel boven nul te komen.

Het lijkt er op dat de hervormingen aanslaan. Alleen Frankrijk lukt het niet om de handelsbalans weer recht te trekken. In 2014 heeft het nog steeds een tekort, terwijl de balans van andere landen wel verbetert. Dit lijkt overeen te komen met het gangbare beeld: er is licht herstel in landen die hervormen. Alleen Frankrijk dat onvoldoende hervormt, blijft achter.

Stagnatie

Het resultaat van de opleving krijgt echter een hol karakter als je weet waar het vandaan komt: daling van de import.

Figuur 2 ‘ herstel’ door daling van de import

Het is inderdaad een resultaat van hervormen maar dan op een negatieve manier: de economie krimpt. Dit ‘herstel’ noemen is een gotspe.

Aan de andere kant van de balans staan de noordelijke landen:

Figuur 3 De handelsbalans van de sterke landen ten noorden van de knoflookgrens is permanent positief.

We zien dat Nederland en Duitsland sinds de invoering van de euro een groot en permanent handelsoverschot hebben. Vooral Nederland met zijn kleinere economie heeft een relatief groot handelsoverschot.

Om het wat beter zichtbaar te maken dat dit een effect is van de euro heb ik de handelsbalansen van noord en zuid in één figuur gezet en daarin het moment waarop de euro wordt ingevoerd, aangegeven [*].

Figuur 4: Na de invoering van de euro op 1 jan 1999 lopen de handelsbalansen van de eurolanden sterk uit elkaar.

Het is duidelijk dat vanaf de start van de euro de handelsbalansen als een waaier uiteen lopen.

De transferunie

Duitsland en Nederland verdienen goed aan de euro. Het is goed om dit nog even te benadrukken want het laat zien hoe onzinnig het argument is dat de euro ons veel geld kost. Ja, er is overduidelijk sprake van een transferunie, maar de richting van de geldtransfer is van zuid naar noord.

De euro is zo gunstig voor ons, omdat zij voorkomt dat de landen waar naartoe wij exporteren, hun munt devalueren. Afschaffen van de euro zal ons dus veel geld gaan kosten, omdat deze landen dan weer hun oude wapen terug krijgen: een eigen munt.

En hiermee kom ik op een ander belangrijk punt dat men licht kan vergeten: al die spulletjes die de zuiderlingen kopen moeten betaald worden.

Parallel met de stroom goederen is er dus een stroom geld in omgekeerde richting. Het onvermijdelijke resultaat is dan ook dat deze landen een grote schuld opbouwen bij Nederland en Duitsland. De oplopende overheidstekorten zijn daar slechts een onderdeel van, het grootste deel van de schuld zijn private schulden bij bedrijven en particulieren.

Figuur 5: Schulden van particulieren en bedrijven in Zuid-Europese landen.

Landen die een eigen munt hebben kunnen devalueren maar de eurolanden hebben deze opgegeven en moeten uiteindelijk een keer de rekening betalen.

Een economie kan daarom nooit gebaseerd zijn op een permanent overschot op de handelsbalans. Het is dan ook geen verrassing dat de economische vooruitzichten van Nederland en Duitsland alweer tegenvallen.

Muntunie onhoudbaar?

Voor veel mensen is dit verhaal het bewijs dat de euro uiteindelijk wel moet vallen. 'Hoe nu verder?' is de vraag.

Hervormen en bezuinigen helpt duidelijk niet. De doemdenkers zeggen dat het nooit zal lukken om de euro bij elkaar te houden want de eurozone is geen optimaal valutagebied. Maar waar we ook voor kiezen, opsplitsen of doorgaan, het zal ons in beide gevallen veel geld gaan kosten.

Voordat u zich terugtrekt op uw volkstuintje in afwachting van het naderende einde: in de volgende aflevering ga ik in op de oorzaak van het uiteenlopen van de handelsbalansen. Wat veroorzaakt de macro-economische onbalans?

Voetnoot

[*] Het moment waarop de euro echt in werking treedt is de dag dat de koersen worden gefixeerd. Het in gebruik nemen van de nieuwe munten en biljetten was alleen maar het moment waarop het publiek het echt begon te merken.

Verantwoording

Afbeelding gebaseerd op: Wikimedia Eurosymbool en Wikimedia Allium Sativum H. Zell

Figuur 1 t/3: Eurostat (tabelcode: namq_exi_c)
Figuur 4: Eurostat (tabelcode: tipspd10)

Eerdere afleveringen in deze serie over de eurocrisis:
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen

Read more...

De eurocrisis is weer terug (2): de prijs van hervormen

>> Wednesday, November 5, 2014

Na zes jaar is de eurocrisis nog niet voorbij. Eerder dit jaar dacht iedereen dat het over was. Maar de paniek in oktober toen de beurskoersen met bijna tien procent daalden, de stijgende rente voor Griekse staatsobligaties en de aanhoudende problemen in Frankrijk en Italië laten zien, dat we er nog lang niet zijn. Wat doet Europa om uit de crisis te komen?

Europese politici geloven niet dat makkelijke maatregelen en ‘goedkoop geld’ een oplossing zijn voor de crisis want dat is 'Wachstum auf Pump' (groei op krediet) zoals Angele Merkel het noemt. Alleen hervormen is goed. ‘Hervormen’ houdt in dat voor werknemers vervelende en voor bedrijven gunstige maatregelen worden genomen. Voor werknemers komt dat neer op loonmatiging, verlies van zekerheden (‘je moet flexibel zijn’) en afbouw van dure sociale voorzieningen. Voor bedrijven betekent het minder regels en aanpak van ‘vastgekoekte structuren’ in de maatschappij.

In deze aflevering bespreek ik het resultaat van dit hervormen en bezuinigen. Onder resultaat versta ik dat wat voor gewone mensen belangrijk is: banen.

Het Stabiliteits en Groeipact

Het belangrijkste mechanisme waarmee in Europa wordt vorm gegeven aan dit hervormen is het Stabiliteits en Groeipact: de staatsschuld mag niet groter zijn dan 60 % van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en het tekort mag niet groter dan 3%. Tot 2008 voldoen de meeste landen aan deze criteria. Dat lukt echter niet meer na de kredietcrisis op Wall Street. De (deels extreme) tekorten nemen daarna in eerste instantie weer af, maar de afname is in enkele gevallen, zoals Frankrijk en Italië, onvoldoende.

Figuur 1: Begrotingstekorten van eurozone landen. In 2009, na kredietcrisis, lopen de tekorten hard op.

De crisis slaat een groot gat in de begroting van de meeste Europese landen. Omdat Nederland een relatief grote banksector heeft wordt het zwaar getroffen In Frankrijk is het nog erger en ook Duitsland krijgt een klap.

Figuur 2: Begrotingstekorten lopen op. Duitsland herstelt zich snel, Nederland kan met moeite en Frankrijk kan niet meer aan de norm van het Stabiliteits en Groeipact voldoen. De getallen voor 2014 en 2015 zijn verwachtingen.


Het lukt Duitsland om de tekorten snel terug te brengen. Nederland heeft er meer moeite mee en Frankrijk lukt het niet en dat zal ook niet lukken de komende jaren.

De prijs van hervormen

Dat Frankrijk en Italië aarzelen met bezuinigen is niet zo vreemd want kijk maar eens wat de vruchten zijn van de hervormingen. De landen die het hardst hebben bezuinigd en hervormd omdat ze gedwongen werden, hebben de hoogste werkloosheid in Europa:

Figuur 3: Werkloosheidspercentage in het zuiden van Europa en Ierland.

De werkloosheid in al deze landen is minstens verdubbeld en Griekenland en Spanje zijn op een niveau gekomen dat vergelijkbaar is met de Grote Depressie.

Maar ook in de landen waar het relatief wat beter gaat hebben de bezuinigingen gevolgen gehad:

Figuur 4: Werkloosheidspercentage van de ‘sterke’ landen in het noorden van Europa.

Opmerkelijk is dat de werkloosheid in Duitsland juist vóór de kredietcrisis erg hoog was en juist erna is afgenomen terwijl deze in de andere landen toenam. Ik zal in het volgende artikel hier op terugkomen. In Nederland is de werkloosheid eerst relatief laag, maar na een eerste voorzichtige daling begint zij eind 2010 plotseling flink op te lopen. Want ondanks het feit dat de totale schuldenlast relatief laag is en de economie nog redelijk draait (gezien het lage aantal werklozen), moest bezuinigd worden om het begrotingstekort omlaag te brengen. In Finland en Frankrijk stagneert de werkloosheid op een hoog niveau.

Er valt nog iets op in deze figuur: tot 2010 is de Nederlandse economie is gekoppeld aan Duitsland. Gaat het goed in Duitsland dan gaat het goed bij ons. In 2010 verbreekt deze koppeling: Nederland moet zijn veel te grote banksector redden waardoor de overheidstekorten hoog oplopen. We moeten meer bezuinigen dan de Duitsers. Een tweede reden is waarschijnlijk de vastgoedbubbel waardoor de Nederland burger ‘onder water’ komt te staan. Ook dat heeft grote impact op de economie door de dalende consumptie die hiervan het gevolg is.

Geen succes

Hoe slecht Europa en vooral de eurozone het doet is goed te zien door de werkloosheid uit te zetten tegen de andere ontwikkelde industrielanden, de OESO landen:

Figuur 5: werkloosheid van industriële landen en Europa met elkaar vergeleken.

Ook voor de OESO als geheel is het beeld niet goed: na een aanvankelijk scherpe toename van de werkloosheid door de kredietcrisis neemt de werkeloosheid tergend langzaam af, maar voor de eurozone als geheel is het resultaat nog veel slechter. Er is sprake van twee perioden van grote toename: in 2009, en daarna nogmaals in 2011-2012, tijdens de eurocrisis dus.

Dit is niet het beeld van succesvol beleid. Integendeel. Alleen in Duitsland is sprake van afname van werkloosheid. Duitsland wordt dan ook alom geprezen en Duitsland dringt er bij andere landen dan ook op aan dat voorbeeld te volgen: hervormen en bezuinigen zoals ze dat zelf tien jaar geleden hebben gedaan. Maar de Duitse aansporingen beginnen steeds wanhopiger te klinken. Er is wel degelijk hervormd in Europa. De vraag is of een medicijn dat de afgelopen jaren blijkbaar niet heeft gewerkt wel zal werken als de dosis wordt verhoogd.

Discipline

Landen die weinig macht hebben of die hulp nodig hebben van de ‘sterke landen’ en van de ECB, omdat ze zelf niet meer kunnen lenen op de geldmarkt (Ierland, Spanje, Portugal en Griekenland), kunnen worden gedwongen om te bezuinigen en te hervormen. Nederland wil zelfs dat zondaars automatisch een boete krijgen. Voor grote landen gelden echter andere regels.

Dat het niet werkt is inmiddels duidelijk, maar waarom houdt men er dan toch aan vast? Het heeft in ieder geval niets met economie te maken. In de eerste plaats gaat het om reputatie: nu terugkomen op maatregelen die miljoenen mensen tot armoede hebben gebracht, is voor politici geen optie.

Ook zijn de politiek en de media zijn geobsedeerd door de staatsschuld: het verhaal van ongedisciplineerde zuiderlingen die van het dolce vita genieten enerzijds en de hardwerkende mieren in het noorden van Europa anderzijds valt beter te begrijpen dan de werkelijkheid. De eurocrisis wordt bestreden door de begrotingstekorten ’onder controle’ te brengen. Ook is het voor iedereen direct duidelijk dat hervormingen noodzakelijk zijn.

Bij al deze aandacht voor de uitgaven (het enige aspect dat je goed kan controleren) wordt vergeten dat het ook om inkomsten gaat, die moeilijker onder controle te brengen zijn, omdat die afhankelijk zijn van de conjunctuur. Belasting verhogen is slecht voor de economie, dus dat kan ook niet. De resultaten zijn er naar: door de bezuinigingen krimpt de economie en de werkloosheid loopt op.

Staatsschuld staat ook symbool voor de angst om greep te verliezen. Het neoliberale idee dat politici stemmen kopen door maatregelen te nemen die gunstig zijn voor hun achterban, waardoor de staatsschuld verder oploopt. Je ziet het op sites als Z24 waar angstvallig naar de staatsschuld wordt gekeken. Men roept om discipline. Frankrijk moet meer discipline tonen en als het dat niet doet, grijpt men naar juridische middelen. Een boete. De discussies over de staatsschuld van Frankrijk gaan vaak meer over recht en psychologie dan over economie.

De crisis is weer terug

De werkelijkheid zit natuurlijk ingewikkelder in elkaar zit dan het simpele model dat de politiek in Europa hanteert. Onderzoek dat de relatie tussen de hoogte van de staatsschuld en de economie zou bewijzen is in diskrediet gebracht. Een oplopende staatsschuld (binnen redelijke grenzen natuurlijk) is niet altijd slecht voor de economie. Wat wel vast staat is dat door bezuinigingen de economie krimpt.

Dat het ingewikkeld er is blijkt ook uit het recente nieuws over Duitsland. Ondanks het feit dat de overheidsbegroting sluitend is gaat het toch niet goed met de economie in Duitsland. In het eerste kwartaal kromp de Duitse economie en het economische onderzoeksinstituut IFO heeft afgelopen maand een slecht cijfer gegeven voor de Duitse economie.

Het gaat veel minder goed dan iedereen had verwacht. Juist in Duitsland, het land dat de motor van de Europese economie is, het meest competitieve land. Hoe kan dat?

In het volgende deel ga ik nog wat verder in op de gevolgen van bezuinigen en hervormen. Dan zal duidelijk worden dat deze crisis niets te maken heeft met discipline maar alles met beleid, waardoor de Europese economie nog verder het moeras in zakt.

Verantwoording

Figuur 1: Eurostat (tabel: gov_10dd_edpt).
Figuur 2: Eurostat (tabel: gov_10dd_edpt). De Voorspelling 2014 en 2015: NL en DE: OECD Outlook May 2014), en Frankrijk: Dijsselbloem in de Tweede Kamer. De OECD getallen zijn van mei dit jaar en zullen mogelijk naar beneden bijgesteld worden.
Figuur 3 t/m 5: Bron: OECD (DatasetCode=STLABOUR)

Read more...

De eurocrisis is weer terug: Frankrijk is de zondebok

>> Monday, October 27, 2014


Foto: Armin Kübelbeck, CC-BY-SA, Wikimedia Commons

Mathijs Bouman heeft gereageerd op mijn stuk van afgelopen donderdag over de ‘creditcardmetafoor’ die hij gebruikt voor het Franse begrotingstekort. Ik reageer op zijn verdediging: misleidende beeldspraak wordt vaak gebruikt om beleid te verantwoorden. Met economie heeft dit niets te maken.

Afgelopen donderdag schreef ik een kort stukje over de manier waarop Mathijs Bouman berichtte over de Franse begrotingscrisis in het RTL Nieuws van woensdagavond. Ik val in mijn stukje wat fel uit naar Bouman. Ik wil benadrukken dat mijn kritiek niet specifiek tegen hem is gericht maar tegen de berichtgeving over economie in het algemeen. Anderzijds is het wel zo dat hij daarin een prominente plaats heeft. Daarom is het volgens mij wel terecht om Bouman als voorbeeld aan de kaak te stellen.

Ik wil in dit artikel reageren op zijn verdediging van de creditcardmetafoor. Ik zal in dit en enkele vervolgartikelen duidelijk maken dat de berichtgeving over Frankrijk (en begrotingstekorten in het algemeen) erg eenzijdig is en waarom het een gevolg en geen oorzaak is van de eurocrisis.

De creditcardmetafoor

De creditcardmetafoor van Bouman komt er op neer dat we ons moeten ‘voorstellen [dat we] sinds we de euro hebben eigenlijk één gezin [zijn] in Europa met één creditcard’. Je moet dan afspraken maken over het gebruik daarvan anders kom je als gezin snel rood te staan. ‘Als je je daar niet aan houdt, als zoontje of als moeder of als vader, dan krijg je een straf. Zo’n stelsel hoort er bij als je één munt hebt.’

De boodschap was voor mij duidelijk: door het niet nakomen van afspraken brengt Frankrijk de euro in gevaar. Met deze beeldspraak versterkt Bouman de gedachte die bij de meeste kijkers leeft: Frankrijk is de oorzaak van de opleving van de eurocrisis, net als vier jaar geleden Griekenland. Ik heb daar direct een reactie op geschreven omdat ik dat vaker zie: Frankrijk is nu de zondebok voor de eurocrisis, zoals eerst Griekenland dat was.

In Duitsland is het nog erger dan hier: daar wordt bijvoorbeeld schertsend over ‘Krankreich’ gesproken. Dit is gemakzuchtige en nationalistische journalistiek want het laat de belangrijkste boosdoeners buiten schot: Duitsland en Nederland zelf. Het geeft bovendien voeding aan het oplevende populisme en de anti-Europa-stemming.

Boumans verweer komt op het volgende neer: de creditcardmetafoor heeft hij gebruikt om het ‘free-rider probleem’ uit te leggen. Hij heeft dat niet bedoeld als ‘verklaring voor de eurocrisis’. Ik heb dat verkeerd begrepen. Daarom is het volgens hem wel terecht om deze vergelijking te maken, al is het misschien voor de meeste mensen een wat academisch probleem.

Voor Bouman en mij (na uitleg van zijn kant) is dan wel duidelijk waar het over gaat, maar dat is niet relevant in de context van het RTL Nieuws dat zich immers richt op het algemeen publiek. Dat spreekt niet over het ‘free-rider probleem' maar zegt gewoon ‘kassa voor kwakkellanden’. Dat het Bouman niet bedoeld was om het Franse begrotingstekort als oorzaak van de eurocrisis aan te wijzen, zal de meeste mensen zijn ontgaan – en zo verging het mij ook.

Zoals ik al vaker heb geschreven wordt economisch nieuws vaak gekenmerkt door misleidende beeldspraak. Hiermee wordt bijvoorbeeld ‘aangetoond’ dat bezuinigingen onvermijdelijk zonder goede argumentatie te geven. Daarom viel mij afgelopen woensdag het tendentieuze gebruik van Boumans beeldspraak op, zeker in de context van het veel bekeken RTL Nieuwsbulletin van half acht.

Economisch beeldspraakgebruik

Tot zover mijn directe antwoord op Mathijs Boumans verweer. Om te laten zien dat het een algemeen probleem is, geef ik hier een enkele andere voorbeelden van berichtgeving met bedenkelijke metaforen.

Een heel kras voorbeeld is dit artikel. Het loopt over met medische metaforen. Enkele citaten: ‘pijnlijke ingrepen [zijn] noodzakelijk’; ‘de naweeën van goede tijden laten zich nog in slechte tijden voelen’; ‘Snijden is noodzakelijk om de overheidsfinanciering en het land weer gezond te krijgen’; ‘Des te eerder er wordt gesneden des te sneller zal herstel zichtbaar zijn’ … en zo voort. Het stuk illustreert hoe de metafoor de rechtvaardiging is voor de gewenste oplossing: bezuinigen. Met economie heeft het niets te maken.

Het voorgaande voorbeeld is door een amateur geschreven, maar het is niet moeilijk iets te vinden van een professional. Als het nieuws bekend wordt dat de Franse ontwerpbegroting voor volgend jaar een tekort heeft van 4,3%, brengt de Volkskrant dit nieuws met de kop: ‘Frankrijk morrelt aan regels eurozone’. Let op de impliciete beeldspraak: morrelen doen inbrekers met sloten. En waarom weigert Duitsland deze begroting goed te keuren? De Volkskrant:

[De Duitse minister van financiën Wolfgang] Schäuble is niet vergeten hoe Duitsland en Frankrijk in 2003-2004 eendrachtig het Stabiliteitspact om zeep hielpen door overtreding van de begrotingsregels ongestraft te laten. Het was de opmaat naar de eurocrisis vanaf 2009. Bondskanselier Merkel noemde deze Frans-Duitse actie onlangs een 'historische vergissing'.

In het stuk wordt een pedagogische beeldspraak gebruikt om de eurocrisis te verklaren: Ongedisciplineerdheid is de ‘de opmaat’ voor de eurocisis wat pertinent onjuist is. Dit is een voorbeeld van misleidende beeldspraak in de Volkskrant – een van Nederlands meest gelezen ‘kwaliteitskranten’.

Economische beeldspraak in de politiek

Niet alleen journalisten doen dit, ook politici gebruiken beeldspraak om beleid te verantwoorden. In 2012, tijdens de campagnes waarbij de coalitie werd gekozen die nu regeert, schreef ik over een debat tussen Stef Blok en Diederik Samsom op TV. Stef Blok gebruikt daar de gezinsmetafoor die nauw verwant is aan de creditcardmetafoor:

Ook als er helemaal geen Europese afspraken waren, dan nog begrijpt iedereen dat je niet eindeloos meer kan uitgeven dan je binnenkrijgt. Nederland als land, de overheid, geeft op dit moment 70 miljoen per dag meer uit dan er binnenkomt. Voor een gezin zou dat betekenen 70 euro per dag.

Ook hier is de metafoor de enige verantwoording. Sterker nog, iedereen met basale kennis van macro-economie en geschiedenis weet dat dat een gevaarlijke simplificatie is. Maar hij kan dit ongestraft doen want de journalisten, zijn tegenstander en de kijkers, weten te weinig van economie om dit tegen te spreken.

Dat alles verhindert echter niet dat deze beeldspraak uiteindelijk resulteert in beleid: de VVD werd de grootste partij in die verkiezingen [*] en het bezuinigingsbeleid dat onder leiding van die partij in de vorige regering al was ingezet, gaat door.

Het is de taak van journalisten om dit ‘economisch omgaan met beeldspraak’ aan de kaak te stellen. Maar dat gebeurt helaas nauwelijks of niet en maar al te vaak zie ik journalisten die meedoen met dit spel.

Omdat in een democratie besluiten niet over de hoofden van de mensen genomen worden, is goede voorlichting over economie aan het publiek van cruciaal belang om tot een oplossing van de eurocrisis te komen. Ik zal in de volgende aflevering laten zien waarom de hier besproken berichtgeving over de eurocrisis zo eenzijdig is.

Noot

[*] Samen met de PvdA want die wil bewijzen dat zij net zo zuinig is als Drees.
Figuur: Geit, Wikemedia commons.

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP