Wil de laatste sociaaldemocraat het licht uit doen?

>> Tuesday, March 17, 2015

Dat het wat beter gaat met de economie is niet dankzij maar ondanks het Kabinetsbeleid. Dus waarom zou je nog stemmen op de PvdA? De PvdA doet het voorkomen dat er geen alternatief is voor dit beleid. Daarom stemmen mensen op rechts-populisten of gaan helemaal niet meer stemmen, want wat maakt het nog uit?

Ik heb mijn leven lang bij elke parlementsverkiezing op de PvdA gestemd. Mijn allereerste stem ging naar Joop den Uyl. In 2012 heb ik op Diederik Samsom gestemd, maar dat was de allerlaatste keer dat ik PvdA heb gestemd.

Sinds de jaren zeventig is de politiek naar rechts opgeschoven. Niet alleen komt er steeds meer ruimte op rechts, ook linkse partijen worden steeds rechtser. D66 is verworden tot een soort VVD voor jongeren: niet reactionair maar dynamisch en sociaal-liberaal. Pechtold neemt echter wel onversneden liberale standpunten in. Hij wil nog meer bezuinigen en streeft naar een kleine staat.

Misschien dat GroenLinks wat naar links opschuift, maar ik ben het Kunduz- en het Lente-akkoord nog niet vergeten. De SP is het laatste refugium voor linkse kiezers, tenzij u op een goudvissenpartij wilt stemmen.

Maar de grootste schade voor links wordt veroorzaakt door het beleid van de PvdA. Door de coalitie die de PvdA is aangegaan met de VVD in 2012 is de onttakeling van links bijna compleet. Klokhuis heeft afgelopen maandag al laten zien wat de rol is van de VVD in onze politiek. Ik wil het vandaag over de andere regeringspartij: de Partij van Arbeid.

De kleine stapjes van de PvdA

Waar het verkeerd gaat bij de PvdA, werd afgelopen zaterdag goed duidelijk in Nieuwsuur. Hans Spekman was daar om uit te leggen waarom de PvdA in een coalitie zit met de VVD. Zijn antwoord was dat er nou eenmaal geen linkse meerderheid is. Daarom moet de PvdA wel compromissen sluiten. Hij gelooft in de politiek van de kleine stapjes. Zijn partij heeft meegewerkt aan hervormingen, die weliswaar pijn deden, maar die ook noodzakelijk waren. Het klinkt allemaal heel principieel: het landsbelang gaat boven het partijbelang. Spekman vraagt begrip van de kiezers want hij hadden geen andere keuze.

Ik geloof ook in ‘politiek van kleine stapjes’ want het verleden heeft herhaaldelijk laten zien dat de revolutie haar eigen kinderen op eet. Maar de kleine stapjes moeten wel de goede kant op gaan en dat is nu niet het geval: tot nog toe leiden alle stapjes die PvdA heeft gezet naar afbraak van de verzorgingsstaat, meer werkloosheid en een krimpende economie.

Tegenstrijdigheden

De strohalm waar Spekman en de regeringspartijen zich aan vastklampen is de positieve wending die de economie nu heeft genomen. Rutte claimde afgelopen zondag in Business Class dat dit Kabinet ervoor heeft gezorgd dat de ondernemer weer lucht krijgt dankzij de bezuinigingen. ‘We hebben noodzakelijk onderhoud verricht’ de afgelopen jaren en daarom gaat het nu beter. ‘We zitten in de voorste wagon van Europa’.

Maar klopt dit wel? Factchecking laat zien dat deze claim zwaar overdreven is. Bovendien is het niet moeilijk om in te zien dat het niet kan kloppen. In het zelfde interview of debat waarin zij zich op de borst kloppen voor het prachtige resultaat, zeggen Rutte en Samsom namelijk ook dat we nu even niet moeten bezuinigen.

Pardon? Ja u leest het goed: Volgens Rutte en Samsom moeten we nu niet bezuinigen omdat dat dat slecht zou zijn voor de groei. Ik heb geen enkele journalist gezien die dan de logische vervolgvraag stelt [1]: Was bezuinigen in tijden van recessie dan wel verstandig? Het antwoord daarop moet natuurlijk zijn: ‘Nee, natuurlijk niet’. De afgelopen jaren is procyclisch beleid gevoerd en dat is heel slecht. In gewone mensentaal: de regering heeft de crisis erger gemaakt dan nodig was. Terwijl de patiënt ziek was hebben zijn de pijnstillers onthouden. Pas nu de patient aan de beterende hand is, mag de pijn weer wat verzacht worden.

Dat dit indruist tegen de meest fundamentele economische principes zal duidelijk zijn: bezuinigen doe je in goede tijden, niet als het slecht gaat. De overheid moet de economie stabiliseren, niet destabiliseren. Nog steeds hebben onze politici, inclusief de sociaaldemocraten, deze les niet geleerd. [2]

Export van werkloosheid

Dat er nu sprake is van economische groei is dan ook niet dankzij, maar ondanks het Kabinetsbeleid. De verbetering is te danken aan toevallige externe factoren. Door prijsdalingen (met name brandstof) is het reële loon wat gestegen en door de lagere euro neemt de export wat toe.

Dat het nu weer wat beter gaat is dus niet te danken aan hervormingen. Het zal dan ook geen lang leven beschoren zijn. Want de eurolanden lossen hun economische problemen op door ‘export van werkloosheid’ en dat wordt in het buitenland niet in dank afgenomen. Dit is loondumping en dat heeft niets te maken met ‘duurzame groei’.

Er is geen alternatief

Terug naar Spekman en de PvdA. Als het om economisch beleid gaat is er dus geen enkele reden om voor de PvdA te stemmen. Wat Spekman wel bereikt is, dat het voor links in de toekomst nog moeilijker zal worden om uit te leggen dat progressief links beleid goed is voor de economie. Want dat is de implicatie van Spekmans argument: nu gaat het weer beter en de bezuinigingen hebben geholpen.

Juist progressieve partijen moeten stelling nemen tegen het neoliberale beleid van partijen als de VVD, CDA en D66 [3]. Als progressieven niet het juiste verhaal vertellen doet niemand dat. Door er aan mee te doen - uit verkeerd begrepen landsbelang - blijft er voor de kiezer niets meer te kiezen over. Waarom zouden we nog stemmen?

Bezuinigingen komen het hardst aan bij de mensen die zich het minst kunnen verweren: lage inkomens, werklozen, ouderen en gehandicapten. Het leidt tot onvrede en afkeer van de politiek. De rattenvangers varen er wel bij want zij hebben tenminste nog een verhaal: het zijn de Marokkanen, de EUSSR, de moslims – wie of wat dan ook de zondebok van de dag is. Dat het niet klopt doet niet ter zake.

Voor de duidelijkheid: ik ga morgen wel stemmen, op de enige nog overgebleven linkse partij: de SP.

Noten

[1] Maar ik kan dat gemist hebben.

[2] Rutte is dus inconsistent. Pechtold beweert in het debat tegen Wilders dat we de ‘schuld niet door mogen schuiven naar onze kinderen’.

[3] Ik gebruik de term neoliberaal niet als scheldwoord, maar om er de politieke stroming mee aan te duiden, die ontstond in de jaren dertig en die in de jaren tachtig aan de macht kwam. Zie voor een goede uitleg van de geschiedenis van het neoliberalisme: Mist­vorming rond het neo­libera­lisme.

Verantwoording
Afbeelding: Partij van de Arbeid, CC, Flickr

Read more...

Onvoorwaardelijk Basisinkomen: een neoliberale valkuil

>> Wednesday, February 4, 2015

Het basisinkomen: redding van de verzorgingsstaat... of een neoliberale valkuil? Het basisinkomen bestrijdt symptomen, niet de oorzaak van de problemen van de verzorgingsstaat, omdat het is gebaseerd op een verkeerde neoliberale analyse. Volgens Michel Verbeek is het antwoord overduidelijk: ‘Ja het is een neoliberale valkuil’. Geschreven voor ‘Denken over Links’, 29 jan 2015 Rotterdam

Terug van weggeweest

De eerste keer dat ik van het basisinkomen hoorde was eind jaren zeventig. Het sprak me toen als arme student wel aan. Daarna verdween het voor lange tijd uit beeld tot de redactie van Sargasso me in juni 2013 vroeg om wat modellen voor een basisinkomen door te rekenen. Ik ben daar zonder vooringenomenheid aan begonnen, maar ben toch tot de conclusie gekomen dat een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen [1] niet zo’n goed idee is.

Het basisinkomen is nu weer helemaal terug in de media. Vorig jaar besteedde de VPRO documentaireserie Tegenlicht er een aflevering aan. Rutger Bregman schreef er voor de Correspondent een enthousiast verhaal over. Zelfs in het bolwerk van financiële degelijkheid, het Financieel Dagblad, lees ik artikelen van voorstanders als Kim Putters en Marcel Canoy.

Er zijn natuurlijk ook tegengeluiden, zoals Thomas Colignatus die al jarenlang waarschuwt dat de voorstellen niet goed economisch onderbouwd zijn. Op Sargasso is door Paul Teule en ondergetekende af en toe aandacht besteed aan problemen van het basisinkomen. De meest grondige kritiek is in het Duits verschenen: Irrweg Grundeinkommen [2].

Dat het nu weer zo populair is, komt waarschijnlijk doordat het - net als in de jaren zeventig - slecht gaat met de economie. De crisis die 2008 begon, wil maar niet overgaan. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat er fundamentele fouten zitten in de verzorgingsstaat.

De oplossing van het basisinkomen

In Tegenlicht wordt een somber toekomstbeeld geschetst, gebaseerd op de aanname dat de verzorgingsstaat wordt ondermijnd door automatisering. Automatisering maakt steeds meer werk overbodig. ‘We kunnen dit niet aan de markt overlaten,’ stelt Ron Hinkel, leider van het Mincome project.

De oplossing is invoering van het basisinkomen, zodat iedereen genoeg geld heeft om de dingen te kopen die de economie produceert, ook als er niet genoeg banen zijn voor iedereen.

De oplossing van het basisinkomen heeft de schoonheid van eenvoud. We kunnen het complexe systeem van de verzorgingsstaat vervangen door één uitkering, die hoog genoeg is om van te leven. Aan de uitkering worden geen voorwaarden gesteld waardoor de uitkeringsbureaucratie kan worden afgeschaft.

De kritiek dat mensen dan minder gaan werken wordt afgewezen als calvinistisch en onnodig pessimistisch. Uit experimenten zoals het Mincome project is gebleken dat mensen het geld goed besteden. ‘Gratis geld’ noemt Rutger Bregman het, die een grote gave heeft voor het woord en hiermee goed aangeeft hoe radicaal het idee is.

Kosten rondpompen

De belangrijkste vraag, waar niemand omheen kan, is of het betaalbaar is. Een voorwaarde voor het basisinkomen is dat het een reëel alternatief is voor het huidige stelsel. Dat betekent dat het een bestaan boven de armoedegrens moet garanderen [3]. Het is niet moeilijk om enkele ruwe berekeningen te maken en ik heb dat zelf ook gedaan voor Sargasso. Deze berekeningen laten niet zien wat de gevolgen zijn voor de economie (ik kom hier straks uitgebreid op terug), maar wel dat het een kostbaar plan is.

Kern van het kostenprobleem is dat meer belasting moet worden geheven over een steeds kleiner ‘belastbaar inkomen’, namelijk dat deel van de gezamenlijke inkomens die door betaalde arbeid worden verdiend.

Bovendien kost het meer dan het oude systeem. Dat het duurder is, is ook logisch: anders dan nu wordt geld uitgekeerd aan iedereen, of hij of zij het nodig heeft of niet. Alles bij elkaar zal de belastingdruk hierdoor flink omhoog gaan.

Het vreemdste argument dat voorstanders van het basisinkomen in stelling brengen is daarom dat het een einde maakt aan het zinloos rondpompen van geld. Canoy doet dat in Tegenlicht en Robin Fransman op FTM.

Dit is vreemd omdat het nodeloos rondpompen van geld de essentie is van het basisinkomen. Want iedereen, ook de netto belastingbetaler, krijgt een basisinkomen, dat hij of zij direct weer terug moet betalen aan de belastingdienst.

De experimenten

Voorstanders van het basisinkomen pleiten voor experimenten waarin wordt onderzocht wat de effecten ervan zijn. Zij putten hoop uit eerder uitgevoerde experimenten, zoals het Mincome project, die laten zien dat ‘gratis geld’ niet betekent dat mensen minder gaan werken.

Iedereen die betrokken was bij het Mincome project is heel positief over die ervaring. Uitkeringsontvangers gooien het geld niet over de balk maar gebruiken het voor studie, of een investering in het eigen bedrijf.

Tegenlicht laat ook Ron Hinkel, de leider van het project, aan het woord. Hij beschrijft wat het doel was van het experiment: onderzoeken wat het effect is op mensen van welfare (sociale voorzieningen). Zij wilden aantonen dat de veronderstelling van conservatieven, dat mensen door hulp in een welfare trap komen, niet klopt.

Wat het Mincome project laat zien is dat dat rechtse verhaal over de welfare trap niet klopt. Mensen die geholpen worden, hebben daar baat bij, ook als daar geen voorwaarden aan verbonden worden.

Dat is wat het Mincome project aantoont, niet minder, maar ook niet meer.

Instabiliteit

Wat het experiment niet laat zien, is wat de gevolgen zullen zijn voor een grote en open economie. Dat kan ook niet, want alle experimenten waar ik van hoor, worden gedaan in kleine geïsoleerde gemeenschappen. Ook in Tegenlicht wordt voorgesteld om een experiment op Schiermonnikoog te doen. Echte waaghalzen hadden Amsterdam voorgesteld.

Want dat een basisinkomen in grote gevolgen zal hebben voor de economie is zonder meer duidelijk. Als aan iedereen een basisinkomen wordt verstrekt, zal de keuze om wel of niet te gaan werken veranderen.

Dit heeft gevolgen voor de arbeidsparticipatie. Werkende moeders zullen er voor kiezen om voor de kinderen te gaan zorgen.

Ook aan de betalende kant is er een effect: omdat de belasting hoger wordt, levert extra werk minder netto loon op waardoor de arbeidsparticipatie zal afnemen.

Daarbij komt dat het aanbod van personeel zal veranderen. Het zal moeilijker worden om mensen te vinden voor slecht betaald en ongeschoold werk. Dit is zelfs een expliciet doel is van voorstanders: niemand mag gedwongen worden om vies of zwaar werk te doen.

De enige manier om mensen hiervoor te krijgen is, door meer te betalen. Door de hogere kosten zal de daardoor de vraag naar ongeschoold werk afnemen.

Veel mensen zullen laaggeschoold werk zelf gaan doen: ‘de boekhouder kan ’s morgens de prullenbakken wel legen’. Steeds minder werk wordt in loondienst verricht om de belasting te ontwijken en zwartwerk zal toenemen [4]. Het gevolg hiervan is dat de basis waarover belasting wordt gegeven steeds kleiner zal worden, wat dit effect nog zal versterken. Zo ontstaat een negatieve vicieuze cirkel.

Daarom leidt het basisinkomen tot een inherent instabiel systeem dat op den duur zal bezwijken . Dit zal er dan waarschijnlijk toe leiden dat het basisinkomen tot ver onder het armoedeniveau wordt verlaagd. Dan zijn we veel slechter af dan nu.

Verzorgingsstaat verouderd?

Het is tegenwoordig mode om te zeggen dat verzorgingsstaat verouderd is. [5]. Dit argument heb ik nooit goed begrepen. Zeker, toen de eerste verzorgingsstaat werd ingevoerd (in 1870, onder Bismarck) waren de omstandigheden anders.

Ook de in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat, de jaren vijftig en zestig, zat de maatschappij anders in elkaar dan nu. Maar dat iets een lange traditie heeft wil nog niet zeggen dat het niet aangepast kan worden aan de tijd. Democratie is toch ook niet verouderd omdat het al tweeënhalf duizend jaar oud is?

De redenen die worden genoemd voor de veroudering zijn of niet relevant of waren ook eerder al van toepassing. Het feit dat er vroeger één kostwinner was, is geen essentieel onderdeel van de verzorgingsstaat.

Een andere reden, de toename van arbeidsproductiviteit, is een verschijnsel dat kenmerkend is voor het kapitalisme sinds het begin van de industriële revolutie 250 jaar geleden en gaat tot op de huidige dag door. Automatisering is dus geen nieuw verschijnsel. Angstige verhalen over een toekomst waarin mensen overbodig zijn geworden omdat robots het werk doen, zijn niet meer dan slechte science fiction.

Met het principe van de verzorgingsstaat is namelijk niets mis, net zo goed als ook met het principe van de democratie niets mis is. De vraag moet dus zijn: wat is dat principe, en wat moet eventueel worden aangepast?

De gouden loonregel

De verzorgingsstaat is een antwoord op een fundamenteel probleem van het kapitalisme: wat gebeurt er met de groei van de economie die het gevolg is van de steeds groter wordende productiviteit?

De manier waarop dat in de verzorgingsstaat wordt gedaan is door het afdwingen van een eerlijke verdeling van de groei tussen arbeid en kapitaal.

Als de investeerder een te groot aandeel van de productiviteitswinst voor zich zelf in beslag neemt blijft er te weinig over voor de arbeider om de geproduceerde goederen te consumeren. Als de lonen niet proportioneel stijgen met de groei van de economie, wordt er te veel geproduceerd en ontstaat werkloosheid.

De regel dat lonen proportioneel stijgen met de groei van de economie heet de gouden loonregel. Als deze wordt aangehouden is er altijd (afgezien van externe oorzaken) volledige werkgelegenheid.

Daardoor is de loonbasis altijd groot genoeg voor het heffen van premies voor volksverzekeringen, gezondheidszorg en pensioenen.

Dit resulteert in een stabiele economie omdat er sprake is van volledige werkgelegenheid. Er is altijd voldoende koopkracht om de goederen en diensten die die door de steeds grotere productiviteit worden geproduceerd, te consumeren [6].

Omdat er volledige werkgelegenheid is, is er bovendien geen dwang nodig om mensen aan het werk te krijgen, want er is werk genoeg.

Er is een machtsbalans tussen werkgevers en werknemers: bevalt het werk niet? Dan zoek je een andere baan!

De neoliberale revolutie

Zodra van de gouden loonregel wordt afgeweken, gaat het verkeerd. Als de lonen te hoog zijn, stijgen de prijzen omdat de vraag naar goederen en diensten groter is dan de economie kan produceren. Samen met automatische loonindexering leidt dit tot steeds hogere inflatie.

Dit gebeurde in de jaren zeventig doordat de stijging van de olieprijs werd gecompenseerd in de lonen. Dit leidde tot stagflatie: hoge inflatie en stagnatie.

De neoliberale revolutie van begin jaren tachtig maakte een einde aan de gouden loonregel. Margaret Thatcher en Ronald Reagan braken de macht van de vakbonden. De koppeling tussen loon en economische groei is daarna nooit meer hersteld.

Figuur 1 Groei van loon is eind jaren zeventig losgekoppeld van de productiviteitsgroei in de VS.

Aan de hoge inflatie kwam een eind, maar de volledige werkgelegenheid van de jaren vijftig en zestig, is nooit meer terug gekomen. Vanaf dat moment stagneerden de lonen. Het sterkste is dit te zien in de VS, maar ook in Europa, vooral in Nederland en Duitsland is deze trend aanwezig en ligt aan de basis van de eurocrisis.

De grote stagnatie

De stagnatie van de lonen is de oorzaak van een aantal fenomenen die te maken hebben met het niet goed functioneren van de verzorgingsstaat. De decennia na 1980 zijn een spiegelbeeld van wat daarvoor gebeurde. Er is niet genoeg koopkracht om te consumeren wat door de groeiende productiviteit wordt geproduceerd. Er ontstaat overcapaciteit en de groei stagneert. Er zijn regelmatig financiële crises die grote werkloosheid veroorzaken.

Hierdoor lopen de kosten voor de verzorgingsstaat op [7]. Door de neoliberale revolutie is ook de mentaliteit veranderd. Werkloosheid wordt gezien als een persoonlijk falen. De dwang om werk, passend of niet, aan te nemen wordt steeds groter en de ‘werkloosheidsindustrie’ kost steeds meer geld.

Het tekort aan vraag kan ten dele worden gecompenseerd met krediet. Om de consumptie op peil te houden gaan mensen meer lenen. Ook de staat moet steeds meer lenen om de steeds duurdere verzorgingsstaat draaiende te houden [7]. De economische groei die er is, wordt door kredietbubbels gegenereerd (vastgoedbubbel, dotcombubbel). De fase waarin de economie nu verkeert wordt secular stagnation genoemd.

Het geld dat door de groeiende productiviteit wordt verdiend, gaat naar een steeds kleiner wordende groep van superrijke investeerders.

Dit is dezelfde groep ‘superrijken’ waar Erik Brynjolfsson aan refereert in Tegenlicht, wanneer hij uitlegt waarom de verzorgingsstaat niet meer werkt.

In het licht van het economische principes dat ik hier heb beschreven, is duidelijk waarom de verklaring van Brynjolfsson niet klopt [8]. Hij beseft niet dat de verdeling van de productiviteitsgroei het probleem is.

Wassenaar 2.0

De problemen van de verzorgingsstaat worden dus niet veroorzaakt door de verzorgingsstaat zelf, maar doordat begin jaren tachtig de koppeling tussen de groei van loon en arbeidsproductiviteit is losgelaten. Er moet een actief loonbeleid gevoerd worden op een manier waar wij in Nederland (en Duitsland) goed mee vertrouwd zijn: polderen.

Vakbonden spelen hierbij een cruciale rol. Er moet een nieuw ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten worden, waarin afgesproken wordt dat de lonen evenredig stijgen met de groei van de economie.

Het basisinkomen is als herverdelingsmechanisme om de toegenomen ongelijkheid te bestrijden ongeschikt, omdat het niet de oorzaak ervan aanpakt. Het is gebaseerd op een verkeerde diagnose van de problemen en het systeem is inherent instabiel.

Door de verzorgingsstaat op de goede manier te hervormen is het mogelijk om de toekomstdroom van Keynes tot werkelijkheid te maken: slechts drie uur per dag, of vijftien uur per week werken. De rest van de tijd kun je dan besteden aan creatief werk of zorg voor naasten. Precies die zaken die genoemd worden als voordeel van het basisinkomen.

Veel mensen zijn onnodig bang voor de toekomst: ‘Help de robots komen eraan’ schrijft Rutger Bregman. Dat is niet nodig mits loonontwikkeling niet aan de markt wordt overgelaten. In de woorden van Keynes: ‘We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism’ [9] Zij die de verzorgingsstaat voor dood verklaren, praten neoliberale economen na zonder het te beseffen.

Voetnoten

[1]: Onvoorwaardelijk en universeel.
Omwille van de leesbaarheid laat ik hierna de toevoeging onvoorwaardelijk maar het is wel een essentieel onderdeel van het plan.

[2]: Irrweg Grundeinkommen. Die große Umverteilung von unten nach oben muss beendet werden Door: Heiner Flassbeck, Friederike Spiecker, Volker Meinhardt, Dieter Vesper, bij Westend, Duitsland, 2013. Dit is de beste analyse die ik heb gevonden. Van Heiner Flassbeck en Friederike Spiecker komt ook de gouden loonregel die ik in dit artikel bespreek.

[3]: Hoe hoog?
Marcel Canoy gaat uit van AOW niveau: 760 euro voor een alleenstaande. Maar ik hoor ook hogere bedragen, bijvoorbeeld 1000 euro [15]. Belangrijk is dat het voldoende moet zijn voor het bestaansminimum. Bij deze berekeningen moet men niet uit het oog verliezen dat het systeem een vervanging is van het huidige systeem. Ook mensen die wel willen werken maar daartoe om legitieme redenen niet in staat zijn, moeten een volwaardig leven kunnen leiden. Hun inkomen moet dan duidelijk boven het bijstandsniveau liggen. Marcel Canoy wil daarvoor een extra post reserveren, maar daarmee voert hij via de achterdeur weer een controle systeem in.

[4]: Controle.
Tot nog toe wordt door iedereen zondermeer aangenomen dat een van de grote voordelen van het basisinkomen zal zijn dat het controle apparaat dat nu nodig is voor het uitkeren, kan worden afgeschaft. ‘Weg met die tandenborsteltellerij’ zegt Marcel Canoy in Tegenlicht. Helaas zal de controle niet verdwijnen maar zich verplaatsten. Door de hoge belastingdruk zal de betalingsdiscipline afnemen en zal meer controle nodig zijn. Het maakt daarbij niet uit of het om directe of indirecte belasting gaat. Er zal een grote markt ontstaan voor zwartwerk, of indien de belasting wordt geheven via BTW, voor smokkel en andere vormen belastingontduiking.

[5]: De verzorgingsstaat is verouderd.
Enkele redenen die ik ben tegenkomen in een snelle survey:
  1. Het is te duur
  2. Door de automatisering komt er minder werk
  3. Het bevoordeelt mensen met een vast dienstverband, terwijl juist meer flexibilteit noodzakelijk is.
  4. We moeten concurreren met andere landen (globalisering dus)
Ik heb niet de tijd en de ruimte om hier op al deze argumenten in te gaan. Maar volgens mij worden ze afdoende beantwoord door mijn uitleg van de gouden loonregel.

[6]: Groei.
Economische groei is het resultaat van bevolkingsgroei, toename van kennis (wetenschap), ontwikkeling van nieuwe technieken (o.a. automatisering) en is incrementeel. Dat wil zeggen: elke generatie bouwt voort op wat de vorige heeft bereikt.Mijn voorstel is om een groot deel van de groei te steken in omschakeling naar andere energieproductie, want ook daarvoor is groei nodig.
De vraag wat we met die groei doen is een politieke keuze.
Ik ga niet in op de (legitieme) vraag of groei goed is. Veel mensen hebben kritiek op de noodzaak van economische groei. Ik wil hier heel kort over zijn: groei van productiviteit is een gegeven (afgezien van externe factoren).

[7]: Belasting.
Ook moet hierbij vermeld worden dat tegelijkertijd de belasting werd verlaagd waardoor de tekorten nog verder opliepen.

[8]: Neoliberalisme.
Volgens Brynjolfsson wordt de loonhoogte wordt bepaald door arbeidsmarkt. Er is minder vraag naar arbeid omdat meer kan worden geproduceerd met minder mensen. Dit is een neoklassieke en neoliberale visie op de arbeidsmarkt. Wat de ‘juiste prijs’ is van arbeid, stellen zij, kan alleen door markt bepaald worden. Het probleem hiermee is dat dit in de praktijk leidt tot recessies. Het gaat er vanuit dat wat op de arbeidsmarkt gebeurt geen invloed heeft op de rest van de economie. Dat is evident onwaar: als lonen dalen, daalt de vraag. Als de vraag afneemt ontstaat er overcapaciteit en ontstaat opnieuw werkloosheid. Deze effecten versterken elkaar en de economie raakt in recessie. Wat nu bij V&D gebeurt kan ter illustratie dienen. Als V&D weer concurrend wordt door de loonsverlaging zijn concurrenten ook gedwongen om de lonen te verlagen. Er zijn steeds meer voorbeelden afgedwongen loonsverlaging om bedrijven te redden. Hier is in de praktijk te zien hoe de neerwaartse loonprijs spiraal functioneert en leidt tot deflatie.

[9]: Economic Possibilities for our Grandchildren. John Maynard Keynes.
‘Just now’ is in 1930. Het is opmerkelijk hoe goed de openingsalinea van het essay van Keynes op onze tijd van toepassing is. Vervang Great Britain door Europe, en nineteenth century door twentieth century:
We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism. It is common to hear people say that the epoch of enormous economic progress which characterised the nineteenth century is over; that the rapid improvement in the standard of life is now going to slow down – at any rate in Great Britain; that a decline in prosperity is more likely than an improvement in the decade which lies ahead of us.

Verantwoording

Read more...

Niet Griekenland maar Duitsland is gevaar voor euro

>> Friday, January 9, 2015

De mogelijke winst van Syriza veroorzaakt paniek onder de eurocraten. Ze waarschuwen dat ‘radicaal linkse ideologen’ aan de macht komen en dreigen met Grexit. De echte radicalen die het zicht op de werkelijkheid hebben verloren, zijn echter de eurocraten zelf. De Duitse regering overschat niet alleen haar eigen kracht, maar vergeet bovendien dat Duitsland zelf ook een wanbetaler is. De grootste wanbetaler ooit.

Radicaal

Op 25 januari zijn er parlementsverkiezingen in Griekenland. De Grieken kunnen dan kiezen tussen Andonis Samaras, die het bezuinigingsprogramma uitvoert dat door Europa is opgelegd en de linkse oppositieleider Alexis Tsipras, die opnieuw wil gaan onderhandelen over de schulden. De uitslag kan grote gevolgen hebben voor Nederland, juist nu het weer wat beter lijkt te gaan.

Volgens Trouw ‘siddert Europa weer voor Griekenland’ en iedereen praat elkaar na dat er een radicaal linkse regering aan de macht kan komen [1]. Radicaal links? Ooit waren linkse radicalen lieden die industriëlen vermoordden en bomaanslagen pleegden. Maar de tijden zijn veranderd, want de links-radicale partij waar men het nu over heeft, Syriza, is geen terroristische organisatie en pleegt geen bomaanslagen.

Nee, Syriza wil iets veel gevaarlijkers: zij wil opnieuw gaan onderhandelen over de Griekse schulden. Ook wil Syriza pensioenen verhogen zodat bejaarden niet meer naar voedsel in vuilnisbakken hoeven te zoeken.

Het is hoog tijd dat er wat wordt gedaan aan de Griekse economie die nog sterker is gekrompen dan de economie van de Verenigde Staten tijdens de Grote Depressie.

Eén miljoen Grieken is verstoken van gezondheidszorg en een kwart van de bevolking is werkloos. Syriza wil een daarom einde maken aan de bezuinigen die het land moet uitvoeren in ruil voor hulp bij het afbetalen van een schuld, die het land toch nooit kan afbetalen.

De waarheid spreken en humanisme tonen, zijn blijkbaar radicale daden tegenwoordig [2].

Het standaardscript

De kwalificatie 'radicaal' wordt natuurlijk ook om demagogische redenen gebruikt. Het suggereert dat Syriza gevaarlijk is omdat de partij irrationeel en wereldvreemd is.

Dit is de suggestie die de Griekse minister van financiën, Gikas Hardouvelis, probeert te wekken in een interview dat het Financieel Dagblad op oudjaarsdag publiceerde:
'De Grieken willen geen Grexit', zegt Hardouvelis, 'Maar als hun onvrede over de bezuinigingen de overhand krijgt, kun je niet volledig uitsluiten dat het ons toch overkomt. Daarom moet iedereen extra goed nadenken voordat hij gaat stemmen. Ik geef geen percentage voor het risico op een Grexit, volgens mij is de kans heel klein. Maar we moeten waakzaam blijven, soms krijgt een proces zijn eigen dynamiek en je weet maar nooit wat je dan overkomt.' Hardouvelis noemt in dit verband Syriza niet met zo veel woorden. Hij zegt: 'Het gaat er om of na de verkiezingen ideologisch ingestelde personen dan wel rationalisten aan de macht komen’.

Hardouvelis is hoogleraar economie en maakt als partijloze technocraat deel uit van de regering. 'Ik ben geen politicus', zegt hij […].
Voor de goede verstaander staat hier:

'Wij weten wat nodig is want wij zijn technocraten. Het doet misschien wel pijn, maar het is voor uw bestwil, want de euro staat op het spel.'

En met de tweede alinea in het citaat hierboven suggereert het FD bovendien het volgende:

Hardouvelis is rationeel, Syriza is emotioneel. De burger mag kiezen maar waarvoor zij kiest maakt niets uit, want er is geen alternatief voor dit beleid. Als u niet op ons stemt, komt er chaos.

Dit is het standaardscript waarmee de eurocraten hun beleid verkopen. Dit script wordt niet alleen aan de Grieken voorgehouden, maar aan alle Europese burgers (al is de pijn voor Grieken vele malen groter). Dit is ook hoe de Nederlandse bezuiniingen worden gemotiveerd.

Maar vergeet even dat eurocraten arrogant en ondemocratisch zijn. Hebben ze misschien niet gewoon gelijk met hun economische argumenten?

Rationeel

Kern van het argument van de eurocraten is dat zij rationeel zijn en Syriza zich laat leiden door emoties. Maar als het huidige beleid zo rationeel is, hoe kan het dan dat de Griekse economie er zo slecht aan toe is?

Want ondanks de sterke daling van de loonkosten is de export gelijk gebleven. De betalingsbalans is wel verbeterd (al is deze nog steeds negatief), maar alleen omdat de import is afgenomen.

Om dit ‘positieve’ resultaat te behalen, is de binnenlandse vraag gedaald met 32% - een daling van een derde.

En hoe laat rationaliteit zich rijmen met de eis dat Griekenland een schuld moet afbetalen die het niet kan afbetalen?

De staatschuld is namelijk alleen maar toegenomen. In 2008 stond deze op 109% van het BBP en op dit moment is zij, ondanks kwijtschelding van 100 miljard, opgelopen tot 170% van het BBP – ondanks alle bezuinigingen.

Figuur 1 Ondanks alle maatregelen, inclusief kwijtschelding van schuld, is de Griekse staatschuld alleen maar toegenomen

Afgaand op de cijfers, is het resultaat van het ‘rationele beleid’ van de eurocraten dus abominabel slecht. Dat Wolfgang Schäuble dan toch zegt: ‘Wir haben gute Erfolge erzielt’ laat zien hoe wereldvreemd hij is.

Er is niets verbeterd, integendeel. En dan heb ik het niet over de gevolgen voor de bevolking, want dat is voor dit soort ‘rationalisten’ immers geen argument. Schäuble is als de kwakzalver die steeds opnieuw een doodzieke patiënt laat aderlaten, waardoor deze alleen maar nog zieker wordt.

De enige rationaliteit die ik kan ontdekken in het beleid, is dat het gaat om een afstraffing. Dat dit inderdaad zo is, werd onlangs bevestigd door niemand minder dan de voormalige minister van financiën van de VS, Timothy Geithner, die regelmatig overleg had met Europese leiders tijdens het hoogtepunt van de eurocrisis.

Een van de koele technocraten die hij toen sprak vertelde hem toen: ‘We are going to teach the Greeks a lesson … we’re going to crush them.’

Van rationaliteit, deskundigheid en werkelijkheidszin is bij de eurocraten duidelijk geen sprake.

De Griekse onderhandelingspositie

Vorige week bleek dat er in Duitsland wat aan het veranderen is. Helaas niet ten goede. Tot nog toe was het Duitse standpunt altijd dat Grexit onwenselijk is.

De Duitse regering is inmiddels echter van mening dat de eurozone nu sterk genoeg is om een Grexit aan te kunnen. Anonieme regeringsbronnen hebben dit tegen de Spiegel gezegd. Volgens de Duitsers is de eurozone nu sterker dankzij de hervormingen. De situatie in Portugal en Ierland is gestabiliseerd, en als landen in problemen komen kunnen ze hulp krijgen van het ESM. Ook is er nu een bankunie.

Maar hoe realistisch dit is, moet nog maar blijken. Het ESM-fonds is niet groot genoeg om een land als Spanje of Italië te helpen. De bankunie is slechts een unie in naam, want op aandringen van Duitsland en Nederland is elk land nog steeds zelf verantwoordelijk voor eventuele financiële tegenslagen.

De hervormingen hebben de Europese economie eerder verzwakt dan versterkt, omdat er alleen maar wordt bezuinigd en niet wordt geïnvesteerd (pdf). Bovendien is elk land is nog steeds zelf verantwoordelijk voor zijn eigen schulden. Er zijn immers geen eurobonds.

Maar zelfs als een Grexit mogelijk is, hebben Duitsland en de rest van Europa nog steeds geen sterke positie. Uittreding van Griekenland zou een precedent scheppen.

Als blijkt dat uittreding van een land een reële mogelijk is, zal dit kapitaalvlucht uit de overgebleven zwakke landen tot gevolg hebben. Iedereen zal proberen zijn geld op een Noord-Europese bank te zetten. Zuid-Europese banken komen dan opnieuw in problemen, net als in 2012.

Gezien de neergang van de economie tot nu toe, is voor de Grieken de pijn van een uittreding relatief klein – althans in vergelijking tot Duitsland. Duitsland heeft veel meer te verliezen dan Griekenland.

De Grieken hebben welbeschouwd dus de sterkste onderhandelingspositie.

De grootste wanbetaler ooit

Dat er opnieuw moet worden onderhandeld over de Griekse schulden staat vast. Griekenland kan de huidige schuld onmogelijk terugbetalen. Als Europa nog iets terug wil zien van het uitgeleende geld, zal het de Grieken in staat moeten stellen om dit geld te verdienen.

Zonder afschrijving van een deel van de Griekse schuld kan dat niet omdat er geen investeerders zullen zijn die geld willen steken in Griekenland.

Helaas toont de houding van de Duitse regering dat men dit niet inziet. Dit is extra wrang omdat Duitsland zelf twee keer eerder in gebreke is gebleven bij het afbetalen van een grote schuld.

Na de Eerste Wereldoorlog werd aan Duitsland 132 miljard goudmarken [3] aan reparatiebetalingen opgelegd. Dit was een last die zo groot was dat door de geforceerde pogingen om dit af te betalen de economie destabiliseerde. Dit bracht uiteindelijk Hitler aan de macht.

De tweede keer dat dit gebeurde was na de Tweede Wereldoorlog. Volgens Albrecht Ritschl was de totale som van schulden en reparatiebetalingen meer dan 10 biljoen dollar.

In 1953 is besloten dat Duitsland deze schulden niet hoefde terug te betalen. Men had de les van de Eerste Wereldoorlog geleerd en wederopbouw van Duitsland werd belangrijker gevonden dan terugbetaling van de schuld.

Daarmee werd Duitsland waarschijnlijk de grootste wanbetaler ooit.

Een van de schuldeisers van toen was Griekenland, dat was geplunderd door de Duitse bezetter. Niet alleen heeft Duitsland daarom een morele plicht om Griekenland te helpen, ook belangrijke lessen over schuldafbetaling uit het eigen verleden negeert zij volledig.

Wij zitten samen met de Duitsers in het zelfde onstabiele bootje dat door het geklungel van onze grote buurman steeds heviger gaat schommelen. Niet Griekenland, maar Duitsland is daarom een bedreiging voor de stabiliteit van Europa.

Voetnoten

  • [1] Ik kan helaas niet alle kranten volgen en baseer mijn waarneming op de NRC en het FD, die ik dagelijks lees. Maar een google search laat zien dat ik er niet ver naast zit.
Figuur 2 De topresultaten van de zoekopdracht ‘radicaal links Griekenland’ op Google laat zien dat Syriza door iedereen met ‘radicaal links’ wordt aangeduid.

Verantwoording

  • Uitgelichte afbeelding: A quack selling medicines. Oil painting. Credit: Wellcome Library, London. Wellcome Images. images@wellcome.ac.uk Copyrighted work available under Creative Commons Attribution only licence CC BY 4.0 /File:A_quack_selling_medicines._Oil_painting._Wellcome_V0017578.jpg">Wikimedia Commons
  • Figuur 1: Data: Eurostat General government gross debt, % of GDP
  • Figuur 2: Screenshot gemaakt op 7 jan 2015 van Google search met keywords ‘radicaal links Griekenland’.

Read more...

De eurocrisis is weer terug (deel 7, slot): Een IJzeren Kooi voor Europa

>> Monday, December 29, 2014

Het gaat slecht met de Europese economie en dat komt niet door externe oorzaken. Het is niet de hoge olieprijs – die was in jaren niet zo laag - of door oorlog. De oorzaak is slecht economisch beleid. Verzwakte vakbonden en ideologische verdwaalde linkse partijen hebben geen effectieve oppositie en nemen zelf verantwoording voor het falende beleid. De maatschappelijke problemen in Europa verergeren en slecht voorgelichte burgers zoeken hun heil bij rattenvangers die wel duidelijkheid bieden. Tegelijkertijd vertellen politici en economen ons dat er geen alternatief is voor hun beleid. Maar niets is minder waar: er is wel een alternatief en er is wel degelijk een oplossing voor de eurocrisis.

Polderen

Ik heb in de vorige afleveringen van deze serie laten zien dat het oplopen van de begrotingstekorten in de schuldenlanden geen gevolg is van gebrek aan discipline. Het kan niet vaak genoeg herhaald worden: de begrotingstekorten zijn niet de oorzaak maar een gevolg van de eurocrisis.

Door de afschaffing van de eigen de munt is het automatische stabilisatiemechanisme uitgeschakeld dat de handelsstromen tussen de landen in evenwicht hield. Dankzij de euro konden Duitsland en Nederland grote handelsoverschotten opbouwen.

Figuur 1 Handelsoverschotten en tekorten. De verticale as kruist op het beginjaar van de euro.

Nederland en Duitsland konden dit doen omdat ze veel competitiever zijn dan andere Europese landen. Ik heb in deel 4 laten zien dat dat komt omdat in Nederland en Duitsland de lonen niet evenredig zijn gestegen met de productiviteit [1].

Dat dit in Nederland en Duitsland gebeurde, is geen toeval: beide landen hebben een traditie van samenwerking tussen werkgevers en werknemers (‘polderen’) [2]. Door de loonmatiging kwamen de winsten niet terecht bij de burgers maar werd het de brandstof voor zeepbellen in landen waar het geen ‘poldertraditie’ bestond.

Door de crises van 2008 en 2010 spatte deze ‘euro-zeepbel’ uiteen en stroomde het geld weer terug naar Nederland en Duitsland, waardoor de schuldenlanden nog verder in het rood kwamen te staan. Voor de crediteurlanden Duitsland, Finland, Oostenrijk en Nederland was dit aanleiding om strenge bezuinigingen en hervormingen af te dwingen. Deze bezuinigingen zorgen nu voor de stagnatie van de economie.

De IJzeren Kooi

Dat het moeilijk zou worden om een muntunie te hebben zonder centrale staat was te voorzien, maar de euro was dan ook geen puur economisch maar een ook een politiek project. Door invoering van de euro deden de deelnemende landen afstand van een belangrijke basis van hun soevereiniteit: de eigen munt. Deze landen zijn voor hun leningen nu afhankelijk van de steun van Frankfurt, Brussel en Berlijn. De euro is in zekere zin een geslaagde machtsgreep [3].

We zitten gevangen in een Iron Cage of Austerity, zoals Yanis Varoufakis het uitdrukt [4]. Het laatste land dat groot genoeg is om weerstand te bieden is Frankrijk en het is de vraag hoe lang dat nog zal duren.

Maar het is te laat om te klagen over deze machtsgreep: opbreken van de muntunie leidt tot een veel grotere en diepere crisis dan de huidige stagnatie. Als duidelijk zou worden dat de euro ophoudt te bestaan zou oncontroleerbare paniek uitbreken op de markten. De kapitaalvlucht die dit tot gevolg zal hebben zal de economie platleggen. Aan de Europese handel, waar Nederland en Duitsland jarenlang zo goed aan verdiend hebben, komt dan een eind. Loonmatiging zal dan niet meer helpen.

We hebben al een klein voorproefje van deze paniek gehad in 2011 en 2012 op de obligatiemarkt. Deze kon alleen gestopt worden door ingrijpen van de ECB [5].

De stagnatie komt door vraagtekort

Bill Mitchell zegt het heel duidelijk: de problemen in Europa worden niet veroorzaakt door structurele problemen in de economie maar door vraagtekort. De Europese economie stagneert niet omdat mensen niet goed opgeleid zouden zijn. Ook niet omdat de infrastructuur onvoldoende ontwikkeld zou zijn. Europa is geen ontwikkelingsland. Integendeel: Europa is, naast de VS, de bakermat van het democratisch kapitalisme. We leven in een hoog ontwikkeld en geïndustrialiseerd deel van de wereld.

De stagnatie wordt veroorzaakt doordat de Europese burgers te weinig geld uitgeven. Dat komt omdat zij te hoge schulden hebben (hypotheek, consumptief), door de loonmatiging en omdat de pensioenen niet stijgen.

In Zuid-Europa is er al jaren lang zeer hoge werkloosheid. De overheid doet daar nog een schepje bovenop door te bezuinigen omdat het Europese Stabiliteits en Groei-Pact hen daartoe verplicht. Hierdoor is Europa in een negatieve loon-prijsspiraal gekomen, zoals ik in deel 5 en 6 van deze serie heb beschreven.

Liever geen transferunie

Een belangrijke bron van onvrede bij de burgers in de crediteurlanden is, dat hen wordt verteld dat zij moeten betalen voor de tekorten in andere landen. Dit is moeilijk te accepteren omdat de bevolking in de crediteurlanden zelf geen voordeel heeft van het economisch succes van hun land, omdat deze immers is gebaseerd op loonmatiging.

Vooral rechtse populistische partijen buiten dit uit. Zij slaan schaamteloos op de nationalistische trom en trekken hierdoor veel kiezers. En voor een deel hebben ze nog gelijk ook, want waarom zou de Nederlandse burger moeten betalen voor kwakkellanden? Terecht verzet de burger zich dan ook tegen deze zogenaamde transferunie. Waarom zou men moeten betalen voor andermans schulden terwijl zij zelf loon moeten matigen?

Een klas kleuters

Een speciale rol in de eurocrisis is weggelegd voor economen. Ik werd geïnspireerd om deze serie te schrijven door een praatje van Mathijs Bouman op het RTL-nieuws. Hij suggereerde dat het Franse begrotingstekort een gevolg was van gebrek aan discipline en dat Frankrijk een gevaar is voor de euro.

Een andere econoom die het bont maakt is Sylvester Eijffinger. In het Financieel Dagblad schrijft hij als een schooljuffrouw over een klas kleuters. Hulp van de ECB aan ‘de nog zwakke eurolanden [zal] leiden tot verminderde inspanningen om de staatfinanciën op orde te krijgen.’

Nog opmerkelijker is Sweder van Wijnbergen, die ‘hoogleraar internationale economie, transitie-economie en groeitheorie’ is aan de UvA. Hij geeft blijk niet te begrijpen dat het hoge handelsoverschot van Nederland de oorzaak is van de crisis en gebruikt dit juist als argument vóór bezuinigen. Zijn enige kritiek op het Nederlandse bezuinigingsbeleid is de aard van de bezuinigingen, niet het bezuinigen op zich.

Economen spreken elkaar (en soms zichzelf) tegen en zijn daardoor niet in staat om de politiek te adviseren. Er zijn natuurlijk ook goede uitzonderingen, maar voor willekeurig welk soort beleid, is altijd wel een econoom te vinden die het verdedigt [6].

Meer macht naar Brussel?

De eurocraten denken dat het nodig is om meer macht te geven aan de Europese instituties in Brussel. De Duitse ministers Siegmar Gabriel en Wolfgang Schäuble hebben een plan ingediend bij de Europese Commissie dat het mogelijk maakt in te grijpen in het begrotingsproces van landen.

De eurolanden mogen, volgens dat plan, niet meer zelfstandig hun begroting opstellen, maar moeten deze laten goedkeuren door een nieuw te vormen Europese instantie – vergelijkbaar met de huidige Trojka.

Hoe slecht dit kan uitpakken, hebben we kunnen zien bij de vorige Europese Commissie. Incompetente bestuurders en regeringsleiders dwingen landen tot maatregelen die tegen de wil van de bevolking ingaan en grote schade aan de economie veroorzaken. Zij hoeven daarvoor geen verantwoording af te leggen en kunnen niet tot aftreden gedwongen worden.

Het grote probleem is dat een muntunie centrale coördinatie noodzakelijk maakt, maar dat er geen competent centraal bestuur is dat democratisch wordt gecontroleerd.

Het machtigste Europese instituut is op dit moment de Europese Raad – de regeringsleiders van de deellanden. Maar niemand kan hen naar huis sturen. Versterking van de IJzeren Kooi - meer macht naar centrale Europese instituties - die niet democratisch gecontroleerd worden - om bezuinigingen af te dwingen, is dan ook geen goede oplossing.

Zwakheid van links en de opkomst van het populisme

Er is geen effectieve oppositie tegen dit desastreuze economische beleid in Europa. Progressieve partijen hebben te weinig zelfvertrouwen en geloven zelf niet meer in de verzorgingsmaatschappij. Vakbonden in Frankrijk en België zijn een positieve uitzonderingen. Deze landen scoren in de top 3 met het aantal stakingsdagen (pdf).

Als conservatieve en liberale partijen aan de macht komen, maken ze gebruik van de situatie om de verzorgingsstaat af te breken om deze te vervangen door respectievelijk de ‘participatiemaatschappij’ en de ‘vrije markt’ – vaak met medewerking van links, zoals in Nederland en Duitsland.

Hierdoor hebben rechts-populistische partijen vrij spel. De burger aan wie niet is uitgelegd wat er werkelijk speelt, zoekt toevlucht bij partijen die wel een duidelijke ‘oorzaak’ aanwijzen: de islam, de buitenlander of bureaucraten in Brussel.

Niet alleen in Nederland, in heel Europa doen de rechts-populisten het goed: UKIP, FN, Pegida, AfD, FPÖ, Vlaams Belang, PVV, Forza Italia, De Gouden Dageraad – en zelfs in de rijke en stabiele Scandinavische landen krijgen zij steeds meer invloed.

Hierdoor blijven de werkelijke veroorzakers buiten schot: grote ondernemingen en multinationals, investeerders en de financiële wereld. Zij hebben baat bij goedkope en flexibel inzetbare arbeiders en vrijhandel zonder valutakosten. Overal in Europa destabiliseert hierdoor de democratie.

Eerlijk delen en loon naar werken

Ik wil niet in mineur afsluiten. Het was steeds mijn bedoeling bij het schrijven van deze serie over de eurocrisis om te laten zien dat de problemen niet onoplosbaar zijn – ook al lijkt dat wel vaak zo – mits je de juiste analyse maakt. Ik heb in deel 4 (over de gouden loonregel) en deel 6 (over de relatie tussen loon en deflatie) laten zien dat de oplossing binnen handbereik ligt.

Afschaffen van de euro helpt niet: dat zou de crisis alleen nog maar erger maken. De oplossing is ook niet gelegen in het afdwingen van meer discipline en hardvochtige hervormingen. Het inrichten van een federaal gezag in Brussel dat deze hervormingen kan afdwingen – een 'ijzeren kooi' - is ondemocratisch en zal de Europese samenleving nog verder ontwrichten.

Extra veel geld drukken – ‘geldverruiming’ - door de ECB helpt ook niet. Dat is alleen maar extra brandstof voor speculatie en leidt tot nieuwe zeepbellen. De deflatiespiraal kan alleen gestopt worden door loonsverhoging in landen met een hoge productiviteit zoals Duitsland en Nederland.

Behalve loonsverhoging in Noord-Europa moet nog meer gedaan worden. Dat mag niet leiden tot hogere schulden en hogere belasting in Nederland en Duitsland en verdragswijzigingen moeten ook vermeden worden.

Het ‘Bescheiden plan’ van Yanis Varoufakis is een goed voorbeeld. Er zijn dus wel alternatieven voor het huidige beleid [7], maar vreemd genoeg vertelt niemand dat de burger.

De oplossing voor de dubbele crisis in West-Europa, de destabilisatie van de democratie door populisme en de eurocrisis, is gebaseerd op een eenvoudig principe: eerlijke verdeling van de lasten en loon naar werken. Alleen dat zal de lucht uit het rechts-populisme kunnen halen.

Ik had zeven delen nodig om het economische verhaal van de eurocrisis te vertellen, maar het zal een stuk gemakkelijker zijn om althans de conclusie aan de mensen uit te leggen.

Voetnoten

[1] Loonmatiging, Hartz-IV en Agenda 2010 zijn neutrale termen, maar Günter Wallraff laat in zijn recent verschenen boek Die Lastenträger zien wat dit betekent in de praktijk. Vaste aanstellingen verdwijnen – ook in de auto-industrie – en worden vervangen door onzekere, tijdelijke aanstellingen. Met uitzondering van Bulgarije en Roemenië is nergens in Europa de ongelijkheid zo hard toegenomen als in Duitsland, schrijft Wallraff. Tot de jaren 90 stond het land bekend vanwege de soziale Marktwirtschaft en de sociale gelijkheid, vergelijkbaar met Scandinavië. De afgelopen tien jaar is Duitsland echter meer gaan lijken op de Angelsaksische landen.

[2] Zie bijvoorbeeld de documentaire Des Patrons et des Hommes, Un Film de Jean-Michel Meurice Deel I en II (gezien op Arte, 7 okt. 2014), waarin de naoorlogse economische geschiedenis van Frankrijk en Duitsland met elkaar vergeleken wordt. In Frankrijk is voortdurend strijd tussen bonden en werkgevers, in Duitsland werken zij juist samen.

[3] Sommige noemen de EU dan ook de EUSSR – maar deze vergelijking is misplaatst en onserieus: alles gebeurt openlijk en er is geen samenzweringstheorie nodig om te verklaren wat er gebeurt. De vergelijking met de USSR is ook om andere redenen onterecht: het gaat om een conservatieve ‘machtsgreep’ die niets met communisme te maken heeft. Ook wordt geen gewapend geweld gebruikt en is de persvrijheid niet in gevaar.

[4] De term komt van Max Weber: 'stahlhartes Gehäuse'.

[5] Hoe erg het was blijkt uit het feit dat de Nederlandse regering in het diepste geheim al bezig was met plannen voor herinvoering van de gulden. Dit was spelen met vuur: als dat toen was uitgekomen had dat het einde van de euro kunnen zijn.

[6] Voor een goede analyse van de oorzaak van dit probleem zie: Glasperlenspiel oder Ökonomie, Die wirtschaftspolitische Beratung verliert den Bezug zur Realität van Heiner Flassbeck (pdf). Voor mij is dit geen reden om de economie als geheel af te schrijven: economie is geen mysteriespel dat alleen voor ingewijden toegankelijk is. Enige zelfredzaamheid is wel vereist.

[7] Yanis Varoufakis heeft hiervoor een acroniem TATIANA bedacht: That Astonishingly There Is AN Alternative als variant op TINA There is no alternative, de beroemde uitspraak van Margaret Thatcher. Persoonlijk vind ik het niet zo geslaagd.


Alle afleveringen
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen
  • Deel 3: Europa’s knoflookgrens
  • Deel 4: Loondumping
  • Deel 5: Deflatie (1) – moeten we ons zorgen maken?
  • Deel 6: Deflatie (2) – Het Duitse model
  • Deel 7: Een IJzeren Kooi voor Europa


Verantwoording
  • Figuur 1: Data Eurostat: External balance of goods and services
  • Afbeelding: Detail De roof van Europa van Rembrandt van Rijn. Wikimedia.

Read more...

Bloggen in real time

Debatteren – als blogger vind ik dat niet zo makkelijk. Op Sargasso debatteren we natuurlijk heel veel, maar dan op ‘elektronisch-papier’. En papier is, zoals bekend, geduldig: je kunt rustig nadenken over je argumenten. Je maakt af en toe een voetnoot om je eruditie te bewijzen naar noodzakelijke uitleg die anders de draad van je betoog in de war zou brengen; en met een goed geplaatste hyperlink onder één woord kun je een lange alinea vervangen.

In een debat kan dat niet. Erger nog, debatteren doe je in real time. Je hebt meestal maar een paar seconden om te reageren en soms kun je maar beter niet reageren. Goede timing is essentieel. En het allerergste is dat je niets kan schrappen. Eens gesproken, altijd gesproken. Het enige voordeel van een debat is dat je geen spelfouten kan maken.

Toch ben ik zaterdag 13 december - na enig aandringen - naar een ‘debatnacht’ gegaan. Niet alleen om te luisteren maar ook om zelf te discussiëren in een panel. Ook al is schrijven veel makkelijker, het debat blijft toch trekken.

Afgelopen weekend was ik daarom op de Debatnacht in Rotterdam, georganiseerd door Arminius, om te discussiëren over het onvoorwaardelijke basisinkomen. Mijn tegenstander in dat debat was niemand minder dan mijn gewaardeerd collega blogger op Sargasso, Kees Alders a.k. ‘Klokwerk’.

Het neoliberalendebat

Het eerste debat dat ik bijwoonde ging over neoliberalisme [1]. Omdat het Zwarte Pietdebat meer mensen trekt dan zo’n insider-discussie over neoliberalisme was het niet druk. De discussie ging tussen Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting (VVD) en Paul Kalma, oud-directeur van de Wiardi Beckman Stichting (PvdA). Van Schie en Kalma werden beiden geassisteerd door een raadslid uit Rotterdam: George van Gent, oud-gemeenteraadslid van de VVD en Leo de Kleijn van de SP. Het zijn professionele debaters, dat was onmiddellijk duidelijk, die elkaar goed kennen en aan elkaar gewaagd zijn. Gespreksleider Francisco van Jole had moeite om het geanimeerde debat onder controle te houden.

Maar het debat was ook één grote spraakverwarring. Volgens Patrick van Schie is ‘neoliberalisme’ een verzinsel van de SP en andere linkse mensen die hun zin niet krijgen. Neoliberalisme wordt als scheldwoord gebruikt voor alles wat links verfoeilijk vindt.

Volgens Paul Kalma bestaat neoliberalisme wel degelijk en heeft deze ideologie vanaf begin jaren tachtig algemeen post gevat. Toen zijn de veranderingen begonnen die hebben geleid tot de grote economische crisis waar we nu midden in zitten.

Van Schie ontkent dat en beweert dat het neoliberalisme juist een compromis (dus toch geen scheldwoord?) is tussen het klassieke liberalisme dat de staat zo klein mogelijk wil maken (de ‘nachtwakerstaat’) en de sociaaldemocratie die het liefst alles door de staat willen laten doen.

Door alle spraakverwarring bleef onvermeld dat het begrip ‘neoliberalisme’ al in 1938 is bedacht tijdens een congres in Parijs. Op dit congres werd de crisis besproken waarin het liberalisme toentertijd verkeerde. De beurskrach en de daarop volgende Grote Depressie waren het gevolg van teveel liberaal laissez faire. Het negentiende-eeuwse liberalisme was aan vernieuwing toe.

De nieuwe naam voor dat nieuwe liberalisme was het weinig originele neo-liberalisme. Na de Tweede Wereldoorlog werd verder gewerkt aan de constructie van dit neoliberalisme in de Mont Pèlerin Society. Daarna is niet veel meer van het neoliberalisme vernomen. De Mont Pèlerin Society bestaat nog steeds, maar de naam werd door de eigenaren zelf niet meer gebruikt. Al in de jaren vijftig – voordat het een scheldwoord werd – noemen de leden van de Mont Pèlerin Society zichzelf niet meer neoliberaal. De redenen hiervoor zijn niet helemaal duidelijk [2], maar het komt ze waarschijnlijk wel goed uit: een naamloze vijand is moeilijker te bestrijden.


De verwarring tijdens het debat van die avond is typerend voor het neoliberalisme. Wat neoliberalisme is, zal altijd vaag blijven. Dat is natuurlijk ook precies de reden waarom Friedrich Hayek, Milton Friedman en de andere Mont Pèlerin-leden de naam niet meer gebruiken. Het neoliberalisme ging undercover. In Duitsland stond het neoliberalisme bekend onder de naam Ordoliberalisme. Ook die naam wordt niet meer gebruikt.

Omdat het geen negatieve klank heeft zoals neoliberalisme, vermelde Patrick van Schie dit laatste feit, om er mee aan te tonen dat het ‘echte’ neoliberalisme niet asociaal is. Hij sprak het woord nadrukkelijk op zijn Duits uit: Ordoliberalismus.

De ordoliberalen groeperen zich vanaf de jaren vijftig onder de naam Sociale Markwirtschaft. ‘Sociaal, ziet u wel, net als sociaaldemocratie!’ Onbedoeld laat van Schie zo zien dat het neoliberalisme als een kameleon zijn kleur aanpast aan het politieke klimaat waarin het opereert.

Ondertussen zijn veel neoliberale ideeën gemeengoed geworden, zonder dat men zich van de herkomst bewust is. Dagelijks worden we gewezen op de noodzaak om te ‘hervormen’ om de eurocrisis op te lossen. Door deze hervormingen moeten Zuid-Europese landen weer ‘competitief’ worden.

Ook in Nederland en Duitsland worden technocratische hervormingen voorgesteld, die er voor moeten zorgen dat we in de internationale concurrentiestrijd mee kunnen doen. Het zijn de ‘marktdokters’ die quasi neutrale, apolitieke marktoplossingen voorstellen, die altijd pijnlijk zijn. Voor deze hervormingen is dan ook geen alternatief zoals Margaret Thatcher ons al leerde.

Deze 'hervormers' zijn de nieuwe ‘progressieven’. Sociaaldemocraten die niet mee willen doen, worden weggezet als ‘conservatieven’. ‘Links’ en ‘rechts’ zouden verouderde begrippen zijn. VVD en D66 zijn als grote voorstanders van hervorming daarom 'het nieuwe links'. Deze gedaanteverwisseling is kenmerkend voor het neoliberalisme en dit debat was een mooie demonstratie.

Na afloop van het debat bedenk ik wat ik aan van Schie had willen vragen: waarom hij denkt dat neoliberalen hun naam hebben afgezworen. Maar u begrijpt het al, in real time dacht ik daar natuurlijk niet aan, en eigenlijk weet ik het antwoord ook wel.

De rafelranden van de democratie

Daarna ben ik gaan kijken naar de presentatie van het boek Wat te doen met antidemocratische partijen? De oratie van George van den Bergh uit 1936 met Paul Cliteur, René Cuperus, Arendo Joustra en Bastiaan Rijpkema en als ‘tafeldame’ Sandra Phlippen, hoofdredacteur van het economenvakblad ESB.

Het boek is een heruitgave van de bijna vergeten oratie van George van den Berg. Met deze dappere oratie was van den Berg een van de eersten die pleitten voor een verbod op antidemocratische partijen zoals de NSB. Het is een actueel onderwerp, want net als in de jaren voor de oorlog zijn er nu opnieuw partijen die de grenzen opzoeken van de democratie.

Mag je pleiten voor het invoeren van de sharia, of scanderen dat er minder Marokkanen moeten komen zoals Geert Wilders deed? Sandra Phlippen had na afloop van de presentatie van René Cuperus een opmerkelijke vraag aan laatstgenoemde: of hij niet dacht dat een goed functionerende democratie een voorwaarde is voor het kapitalisme? Zij dacht zelf van wel.

De presentatie was voor mij voldoende reden om de heruitgegeven oratie van van den Berg te kopen – misschien wel vanwege die vraag van Sandra. In de inleiding lees ik dat aan de politieke carrière van van den Berg een einde is gekomen door de ‘crisismaatregelen van een van de kabinetten van Hendrik Colijn (Anti-Revolutionaire Partij). Dat kabinet wilde drie procent bezuinigen op de salarissen van ambtenaren in provincies en gemeenten. 'Van den Berg stemde uiteindelijk onder grote druk [hiermee] in’.

Zo ging bezuinigen in die tijd: ondanks de hoge werkloosheid die het veroorzaakte, werd deflatie van de gulden noodzakelijk geacht om de munt in de goudstandaard te houden. Nergens heeft de crisis zo hard toegeslagen als in Nederland. Nu hebben we de euro en wordt medewerking van sociaaldemocraten gevraagd om de een na de andere pijnlijke bezuiniging erdoor te drukken. Dat zou nodig zijn om de euro te behouden [3]. Plus ça change, plus c'est la même chose [4] zeggen de Fransen - zouden ze daarom niet willen hervormen?

Heel ouderwets alles eerlijk delen

Later in de avond ben ik zelf aan de beurt en mag ik uitleggen waarom ik denk dat het onvoorwaardelijk basisinkomen niet zo’n goed idee is. Hakkelend worstel ik me door het debat heen. Zoals ik had verwacht, is schrijven iets heel anders dan spreken en debatteren.

Ik hoop dat ik een beetje heb kunnen overbrengen waarom het geen goed idee is. Het grote probleem met dit onderwerp is dat mijn argumenten zo ingewikkeld zijn: hoe leg je uit waarom het belangrijk is dat de loongroei gelijk op moet gaan met de productiviteitsgroei? Wat heeft volledige werkgelegenheid daarmee te maken en hoe bereik je die?

Na veertig jaar neoliberaal beleid en neoliberale indoctrinatie, gelooft niemand meer dat dit nog mogelijk is. De verzorgingsstaat is afgeschreven, zelfs door de sociaaldemocraten die regeren met de VVD en nu een ‘participatiesamenleving’ nastreven, wat dat dan ook mag betekenen.

Werkloosheid zal nooit helemaal verdwijnen, maar de meeste mensen willen werken en het rigide controlesysteem dat nu moet worden opgetuigd om mensen weer aan het werk te krijgen, is bij (bijna) volledige werkgelegenheid niet meer nodig.

Het probleem is niet dat mensen niet willen werken, maar dat er geen werk is. Het onvoorwaardelijk basisinkomen is een dure bureaucratische en kunstmatige oplossing die voor nieuwe economische problemen zal zorgen. Ook zal de controle niet verdwijnen, maar zich verplaatsen van de uitkeringstrekkers naar de belastingbetalers, want de belasting zal fors omhoog moeten.

De oorzaak van de werkloosheid moet worden aangepakt: de ongelijke verdeling van dat wat wij als maatschappij produceren. Dankzij de neoliberale revolutie van de afgelopen veertig jaar gaat een steeds groter aandeel daarvan naar het kapitaal en krijgen de arbeiders steeds minder. Klinkt ouderwets misschien, maar daarom is het nog niet conservatief of rechts. Plus ça change …

Ik vrees dat dat allemaal niet is overgekomen in het debat met Kees. Ik neem me voor binnenkort maar weer een lijvig stuk van 2000 woorden te schrijven, desnoods in meerdere delen en met veel voetnoten en links, waarin ik uitleg waarom het basisloon zo’n slecht idee is. Misschien had ik toch maar beter naar de Masterclass overtuigend debatteren kunnen gaan, die eerder die avond werd gehouden.

Mij werd die avond ook duidelijk dat de drie debatten die ik bijwoonde iets gemeen hadden. De jaren dertig, de jaren tachtig en het heden worden gedomineerd door een ernstige economische crisis. Tijdens de Grote Depressie werd door Colijn over de rug van werklozen de gulden in de goudstandaard gehouden. In de jaren tachtig, toen de neoliberalen aan de macht kwamen, is de economie steeds onstabieler geworden [5]. De voorstanders van het basisinkomen denken dat dat komt door het in gebreke blijven van de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat is volgens hen een achterhaald, ouderwets idee van verstokte sociaaldemocraten.

Uiteindelijk gaan al deze discussies over maar een ding: wie over het geld gaat is de baas. Als het niet (meer) eerlijk verdeeld wordt, zijn mensen bereid geweld te gebruiken, zoals de fascisten in de jaren dertig. Voor democratie is dan geen plaats meer.

Voetnoten

[1] Wat volgt schrijf ik op uit mijn herinnering. Ik heb geen aantekeningen gemaakt en aanhalingstekens duiden niet op letterlijke citaten.
[2] Voor een goed overzicht van deze geschiedenis zie: Merijn Oudenampsen Mistvorming rond neoliberalisme. Dit is een recensie van het boekje van Patrick van Schie. Waarschijnlijk heeft de naamsverandering te maken met het feit dat in de VS de term liberal gebruikt wordt voor links. In Amerikaanse oren klinkt neoliberal daarom als nieuw links. En links zijn neoliberalen zeker niet!
[3] Maar de eurocrisis kan niet worden opgelost door de euro af te schaffen, dat kon toen met de goudstandaard wel.
[4] Alles verandert, toch blijft alles bij het zelfde.
[5] Een klein overzicht van neoliberale crises:
  • Recessie in jaren 80 die begon met de rente verhoging van Paul Volcker.
  • Japanse vastgoedcrisis 1986–2003
  • Zwarte Maandag 1987
  • Savings & Loans crisis in de jaren 80 in de VS
  • Zweedse bankcrisis 1990
  • Mexicaanse crisis 1994
  • Azië crisis 1997
  • Russische crisis 1998
  • Argentijnse crisis 1999–2002
  • Dotcomcrisis 2001
  • Kredietcrisis 2008
  • Eurocrisis 2010
Tot de jaren zeventig waren er geen grote crises. De oliecrisis in de jaren zeventig had een andere oorzaak.

Read more...

De eurocrisis is weer terug (6): Deflatie (2) - het Duitse model

>> Thursday, December 18, 2014


In de vorige aflevering heb ik laten zien dat de problemen van deflatie vaak worden onderschat. In dit tweede deel over deflatie leg ik uit dat deflatie het beste bestreden kan worden door de oorzaak ervan aan te pakken. Er is welbeschouwd, geen reden waarom we geen einde kunnen maken aan deflatie en aan de eurocrisis.

Deflatie is een neerwaarts gerichte loon-prijsspriraal. In een krimpende economie is er te weinig vraag naar producten en diensten waardoor lonen en prijzen dalen.

Bij de tegenhanger van deflatie – inflatie – kan de centrale bank de opwaardse loon-prijsspriaal doorbreken door de rente verhogen. Doordat geld lenen dan duurder wordt zal de economie afkoelen of zelfs in een recessie raken. De verhoging van de rente naar 20% (!) heeft begin jaren tachtig effectief een einde gemaakt aan de inflatie, door de diepe recessie die dit veroorzaakte.

Het is voor een centrale bank veel lastiger om een eind te maken aan deflatie omdat de rente niet meer verlaagd kan worden omdat zij al op 0% staat. Eigenlijk zou de rente dus negatief moeten zijn maar dat is praktisch natuurlijk onmogelijk [1].

Economen noemen de situatie waarin de Europese [2] economie nu verkeert een ‘liquiditeitsval’. Centrale banken proberen de economie uit het dal te tillen door meer geld in omloop te brengen. Hierdoor hoopt men dat de investeringen toenemen, zodat lonen en prijzen weer gaan stijgen.

Figuur 1 Rente die banken betalen voor een lening van de Amerikaanse centrale bank (FED). In de jaren tachtig was de rente extreem hoog om inflatie te bestrijden, nu is de rente zo goed als nul.

Echt goed werkt dit niet. Er komt wel meer geld in omloop, maar het wordt nauwelijks gebruikt voor de gewenste investeringen en de inflatie blijft laag zoals blijkt in figuur 4. Er zijn ook aanwijzigingen dat geldverruiming de prijs van grondstoffen en aandelen opdrijft. Zeker is dat het extra geld nauwelijks in de economie van de gewone burger terecht komt. Het beste dat je er van kan zeggen is dat het een beetje helpt.

Het Duitse model

Tot nog toe heeft de Europese centrale bank veel minder gebruik gemaakt van geldverruiming dan de Amerikaanse centrale bank. In de Verenigde Staten is geldverruiming een normale geaccepteerde methode, maar in Europa stuit dit op grote weerstand.

De Europese economie is ingericht naar Duits model: de centrale bank is de hoeder van het geld, maar zij heeft slechts één functie: het bewaken van prijsstabiliteit. Volgens deze filosofie mag een centrale bank de hoeveelheid geld niet manipuleren om de economie te stimuleren. Ook mag de politiek op geen enkele manier invloed uitoefenen op de centrale bank. Daarom is het niet toegestaan dat de centrale bank geld uitleent aan een overheid.

Figuur 2 Balans van de Europese centrale bank. Na aanvankelijke groei neemt de hoeveelheid geld toch weer af. De ECB aarzelt met geldverruiming.

De economie moet door marktwerking en geheel op eigen kracht weer gaan groeien. In het Duitse economische denken is er maar één goede manier om een economie goed te laten werken: door het de markt zelf te laten doen. Dit komt voort uit een typisch Duitse vorm van neoliberalisme, het ordoliberalisme.

De ordoliberalen gaan – zoals alle neoliberalen – uit van een centrale positie van de markt. In deze filosofie past het niet dat de overheid geld leent om daarmee de economie te stimuleren, want daarmee veroorzaak je alleen maar een Strohfeuer: een korstondige opleving die niet beklijft.

Ook mag de staat niet ingrijpen in het prijsmechanisme door bijvoorbeeld de rente te manipuleren of zich met de loonontwikkeling te bemoeien. Het is de taak van de staat om door middel van ordnungspolitische Maßnahmen optimale condities te scheppen voor marktwerking. Een van die voorwaarden voor een optimale marktwerking is dat de staat een sluitende begroting heeft.

Figuur 3 Rente die banken betalen voor een lening van de Europese centrale bank (ECB).

Schwarze Null en Schuldenbremse

Ook in Nederland heeft deze manier van denken grote invloed [3]. De Nederlandse regering heeft de afgelopen jaren een recordbedrag bezuinigd: maar liefst zesenveertig miljard euro.

Maar de Duitsers spannen de kroon met hun zuinigheid. Want ondanks het kleine overschot op de overheidsbegroting, weigert de Duitse staat geld vrij te maken voor achterstallig onderhoud. Wegen en bruggen verbrokkelen [4] en er is geen geld om de Energiewende te financieren.

Dat daarvoor geen geld is, komt omdat Wolfgang Schäuble bezig is om een droom van alle Duitse ministers van Financiën tot vervulling te brengen. Hij is de eerste minister sinds 1969, die de kasboeken van de Duitse staat met een schwarze Null kan afsluiten. De Duitse staat geeft precies evenveel uit als er binnenkomt.

Sinds kort is dit zelfs in de grondwet opgenomen: de staat moet een sluitende begroten hebben en mag alleen in uiterste noodgevallen geld lenen. In de wandelgangen staat deze wet bekend als de Schuldenbremse (‘schuldrem’). In Duitsland kan dus zelfs de rechter zich bemoeien met het economisch beleid. Het feit dat het in de grondwet is opgenomen bewijst dat dit een door de Duitse bevolking breed gedragen maatregel is.

Strohfeuer

Ook manipulatie van de rentestand wordt afgekeurd in het Duitse model. Rente is ‘de prijs van geld’ en door deze kunstmatig laag te houden, zou de ECB het prijsmechanisme verstoren.

De lage rente die Zuid-Europese regeringen nu voor hun staatsleningen betalen, is volgens het Duitse model verkeerd omdat hierdoor de druk om te hervormen wegvalt. Alleen door hervormen kan de economie weer sterker worden en zal marktwerking voor groei zorgen. Al het andere is slechts een Strohfeuer.

De Duitsers weten dit uit eigen ervaring. Het Wirtschaftswunder is niet met ‘makkelijk geld’ bereikt, maar door zuinigheid en tüchtige Arbeit. ‘Erst sparen, dann kaufen!‘ is het Duitse motto. Wat ze daarbij vergeten, is dat ze dat deden op een moment dat in andere landen de economie op volle toeren draaide en er dus een markt was voor de Duitse export.

Als een mantra wordt daarom steeds weer herhaald dat landen hun economie moeten hervormen.

Figuur 4 Inflatie in de eurozone.

Neomercantilisme

Hervormen is een combinatie van enerzijds gunstige maatregelen voor bedrijven om hun winstgevendheid te vergroten en anderzijds voor werknemers onplezierige maatregelen, zoals minder baanzekerheid (‘flexibiliteit’) en loonmatiging.

In Zuid-Europa is loondaling zelfs expliciet het doel. Deflatie is in Zuid-Europa dan ook geen vervelend bijverschijnsel maar een doel op zich. De eufemistische term hiervoor is ‘interne devaluatie’ (devaluatie binnen dezelfde valuta).

De waanzin van het economisch beleid in Europa is dat Duitsland en Nederland andere landen geen kans geven om het geld te verdienen waarmee ze hun schuld aan Duitsland en Nederland zouden kunnen afbetalen.

Dit is een vorm van neomercantilisme: landen worden gezien als ondernemingen die in een onderlinge concurrentiestrijd zoveel mogelijk winst proberen te maken. Wat een land ‘verdient’ is het overschot op de betalingsbalans. Wie het meest concurrerend is haalt het grootste marktaandeel (handelsoverschot) en komt als ‘winnaar’ uit de strijd. De verliezers staan bij hem in het krijt.

‘Rijden met de handrem erop’

Terwijl de ECB bezig is (met ontoereikende middelen) de deflatie te bestrijden, is de overheid bezig om deflatie te veroorzaken. Dit is dus de waanzin: aan de ene kant is de centrale bank bezig om de economie te stimuleren, terwijl aan de andere kant de politiek op de Schuldenbremse trapt. Het is als ‘rijden met de handrem er op’: het genereert veel politieke rook, maar de economie komt nauwelijks vooruit.

Hervormen is de oorzaak van de deflatie in de eurozone. Deflatie [5] is het resultaat van economisch beleid. Het is geen vervelend bijverschijnsel, maar doel op zich, althans in Zuid-Europa.

De klacht over gebrek aan hervormingswil in Zuid-Europa en Frankrijk is dan ook een omkering van de werkelijkheid, want hervormen verergert de eurocrisis. Duitsland is niet het goede voorbeeld voor andere landen maar de bron van de problemen.

Willen of kunnen?

Het is niet moeilijk om in te zien wat er moet gebeuren om te zorgen dat we uit de negatieve loon-prijsspiraal komen om een eind te maken aan deflatie.

De lonen in de Noord-Europese landen moeten omhoog. Alleen door een loonstijging kan de negatieve loon-prijsspiraal gestopt worden. Tot deze conclusie was ik eerder al op een andere weg gekomen: de oplossing om uit de eurocrisis te komen is flinke loonsverhoging in Noord-Europa en gelijkblijvend loon in Zuid-Europa.

Daarnaast is het nodig dat de Europese overheid geld leent voor investeringen. Dat het investeringspeil zo laag ligt, komt niet omdat Europa “af is”, want er is genoeg werk te doen. Er is veel achterstallig onderhoud aan de Duitse infrastructuur. Ook willen de Duitsers omschakelen van kernenergie op duurzame energie [6].

En laten we ook niet vergeten dat we ons moeten voorbereiden op de klimaatverandering. Deze investeringen zullen de Duitse economische motor weer op gang brengen. Het zou een mooie gelegenheid zijn voor de Duitsers om te laten zien hoe sterk die Duitse economische motor is door de Europese economie uit het dal te trekken. Dat zou, anders dan de schwarze Null, echt een prestatie van formaat zijn.

Ook vakbonden spelen hierbij een belangrijke rol. In Europees verband moet worden afgesproken dat bonden in Zuid-Europa pas op de plaats maken. Maar zij moeten er dan op kunnen vertrouwen dat bonden in Noord-Europa de komende jaren flinke loonsverhogingen gaan eisen.

Dat de crisis maar niet over wil gaan, komt niet omdat we er niets aan kunnen doen. We kunnen genoeg doen om een einde te maken aan de eurocrisis, maar mercantilistische oogkleppen en de resulterende race om het handelsoverschot verhinderen ons om te zien wat er gedaan moet worden.

Men schroomt in te grijpen in de loonontwikkeling. De staat mag geen geld lenen om te investeren in de economie (‘Strohfeuer). Er is nu geen samenhang tussen monetair beleid en de politiek (‘rijden op handrem’). We doen het niet, niet omdat we het niet kunnen, maar omdat we niet willen.

Deze serie over de eurocrisis wordt eind dit jaar afgesloten met een slotaflevering.

Voetnoten

[1] Dit is niet moeilijk in te zien: als de rente negatief zou zijn kost het geld om geld op de bank te laten staan. Mensen zullen het van bank halen om het weer tussen het linnengoed te bewaren. Voor banken heeft de ECB inmiddels wel negatieve rente ingesteld: maar die zijn dan ook gedwongen om hun geld dat niet wordt geinvesteerd op een rekening van de ECB te storten.
[2] Ik spreek over Europa, Zuid- en Noord-Europa, maar feitelijk gaat het over de eurozone.
[3] Lex Hoogduin illustreerde dit onlangs heel mooi met een uitspraak in het FD van 4 dec: ‘Verdere verlaging van rentes leidt tot zeepbellen en drukt groeipotentie economie’. Een economie heeft dus ‘groeipotentie’ (wat dat dan ook mag zijn) die vergroot moet worden, niet met geld maar door ‘hervormen’.
[4] Aftakeling Duitse wegen en bruggen vormt ook schadepost voor Nederlandse ondernemingen. FD 24 okt 2014, p9.
[5] En het zelfde geldt natuurlijk ook voor het omgekeerde: inflatie.
[6] Duitsland stookt nog steeds bruinkool: de meest vervuilende methode van energieopwekking die bovendien grote kraters slaat in landschap. Hele landschappen worden vernietigd. Ook buurland Nederland ondervindt hiervan hinder door grondwater daling. Zie: TNO-rapport 2007-U-R0225/B

Eerdere afleveringen
  • Deel 1: Frankrijk is de zondebok
  • Deel 2: De prijs van hervormen
  • Deel 3: Europa’s knoflookgrens
  • Deel 4: Loondumping
  • Deel 5: Deflatie (1) – moeten we ons zorgen maken?


Verantwoording

Fig 1: Bron data: Federal Reserve Economic Data
Fig 2: Bron data: ECB
Fig 3: Bron data: ECB
Fig 4: Bron data: OECD
Foto: CC, Joel Abroad: Cheap market, Chinatown, Flickr

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP