De eurocrisis in getallen, deel 1: stagnatie door de euro

>> Tuesday, July 28, 2015

Op het moment dat ik dit artikel schrijf wordt nog ‘onderhandeld’ met de Grieken. Vernederen is een beter woord. De boodschap is duidelijk: resistance is futile, you will be assimilated. Wie zich niet wil of kan aanpassen wordt gedwongen te vertrekken. In dit en volgende artikelen zal ik op basis van economische gegevens laten zien waarom Griekenland niet de oorzaak van de eurocrisis is, en dat een Grexit geen oplossing is.

Het lijkt de laatste tijd weer wat beter te gaan met de economie in de eurozone, als we de media mogen geloven. Maar hoe blijvend is dat? Is de eurocrisis echt voorbij? De werkloosheid is nog steeds relatief hoog en van volledig herstel van de eurocrisis is nog lang geen sprake.

Desondanks prijzen politici zichzelf omdat de pijnlijke maatregelen van de afgelopen jaren nu vrucht lijken af te werpen. Eindelijk zijn we aangekomen bij het ‘zoet na het zuur’. Maar, zo haasten zij zich toe te voegen, we zijn er nog niet: we moeten nu doorpakken om de Monetaire Unie af te maken. De eurolanden moeten beter voorbereid zijn voor de volgende crisis. Dit moet bereikt worden door meer fiscale en politieke integratie en strenge handhaving van de (begrotings-) regels. Elk land moet tekorten zo snel mogelijk afbouwen om voldoende reserve te hebben om de volgende schok op te kunnen vangen. Ook moeten we werk maken van flexibilisering van de arbeidsmarkt en moet overbodige regelgeving gestroomlijnd worden. Europa moet competitief worden zodat het klaar is voor nieuwe uitdagingen in een snel veranderende wereldeconomie.

Met enige schroom – het ligt nu politiek even niet zo goed – wordt daar aan toegevoegd dat het onvermijdelijk is dat landen soevereiniteit zullen moeten afstaan, zodat betere coördinatie mogelijk is door de Europese instituties.


Deze en andere ambitieuze voornemens voor de Europese monetaire unie staan in het onlangs gepubliceerde rapport van Jean-Claude Juncker en andere Europese kopstukken in Brussel en Frankfurt [1].

De praktijk

Tot zover de theorie. Hoe heeft de monetaire unie het economisch eigenlijk gedaan? Om te laten zien wat de eurolanden tot nog toe hebben gerealiseerd, heb ik wat economische parameters op een rij gezet. Ik heb waar mogelijk een vergelijking gemaakt met andere economieën: de VS en landen buiten de euro maar die wel in Europa liggen: Groot Brittannië en Zweden [2].

Het zal u niet verrassen: vergeleken met andere westerse landen gaat het niet goed in de eurozone. Door de kredietcrisis is de werkloosheid overal gestegen, maar waar in andere landen na 2011 geleidelijk aan herstel optrad, is de werkloosheid in Europa na 2012 nog verder gestegen. Pas de laatste twee jaar zien we een geleidelijke afname.

Figuur 1 Verloop van werkloosheid sinds uitbraak van de kredietcrisis in de Eurozone, de EU (alle 28 landen), Groot Brittanie, Zweden en de VS. In Europa en met name de eurozone is de werkloosheid na 2012 opnieuw opgelopen en stagneert de daling. Opmerkelijk is de stagnatie in Zweden, al doet dat land het nog wel beter dan de eurolanden.

Ook als je naar de groei kijkt, uitgedrukt in het ‘Bruto Binnenlands Product’ (BBP), is duidelijk te zien dat in de eurozone de economie stagneert. Het BBP is nog steeds niet terug op het niveau van vijf jaar geleden, laat staan waar het zou moeten zijn als er geen crisis was geweest in 2008. Ik heb in figuur 2 trendlijnen gezet bij de groei van de VS en de eurozone. Het laat goed zien hoe groot de achterstand is die de eurozone heeft opgelopen met de VS, en wat bereikt had kunnen worden met ander beleid. Deze achterstand kunnen we met de huidige groeicijfers, waar de media zo over juichen, niet meer inlopen.

Figuur 2 Groei van de economie sinds 2000 in Europa (alle 28 landen), de eurozone, Groot Brittannië en de VS. Groei in Europa en met name in de eurozone stagneert. Door de achterblijvende groei in de eurozone wordt het gat met de VS steeds groter.

In figuur 2 valt nog iets op: Groot Brittannië groeit de laatste jaren een stuk sneller dan de eurozone, maar tot eind 2013 stagneerde ook daar de economie. De reden daarvoor is dat vooral in de eerst jaren van de regering Cameron is bezuinigd. Direct na het stoppen ervan, in 2013, keert de groei terug.

Ook een andere indicator, het volume van de detailhandel, laat zien dat de economie in Europa, en met name de eurozone stagneert.

Figuur 3 Verloop van volume van detailhandel (zonder brandstof en motorvoertuigen) per maand, in de eurozone, in de EU, Zweden en Groot Brittannië. Eurostat heeft geen gegevens van de VS.

Een interessant beeld laat de vergelijking met Duitsland en Frankrijk zien:

Figuur 4 Verloop van volume van detailhandel (zonder brandstof en motorvoertuigen) per maand.De binnenlandse economie van Duitsland doet het veel minder goed dan Frankrijk. (Let op andere tijdschaal: begint op 2000)

Anders dan vaak wordt gedacht, functioneert de Duitse economie maar matig. Terwijl in Frankrijk tot 2008 de binnenlandse economie groeit en enige tijd na de klap van de krediet crisis weer voorzichtig herstelt, is er in Duitsland sprake van langdurige stagnatie. Ik zal hier later op terugkomen.

Ronduit dramatisch is wat er in zelfde periode gebeurt in Griekenland:

Figuur 5 Hoe ernstig de gevolgen zijn van het bezuinigingsbeleid van de Trojka voor de binnenlandse economie van Griekenland blijkt uit de afname van de detailhandel: de afname is ongeveer 40%.

Retoriek

Wie de retoriek van de politiek negeert en naar de cijfers kijkt, ziet dat het economisch beleid van de laatste jaren rampzalig heeft uitgepakt. Vooral het beleid na de kredietcrisis heeft de Europese economie nog verder in het moeras getrokken.

Andere westerse geïndustrialiseerde landen doen het duidelijk beter dan de eurozone. Ook de EU als geheel doet het beter dan de eurozone [3].

In Griekenland, waar het Europese beleid niet werd gehinderd door democratische controle en waar het dus het meest consequent kon worden uitgevoerd, is de meeste schade aangericht. Het is een gotspe dat deze slechte resultaten worden toegeschreven aan de Grieken [4].

De oorzaak

Wat is de oorzaak van de slechte economische prestatie van de eurolanden?

De gangbare verklaring in Brussel is dat de landen zich niet aan de regels van het stabiliteitspact hebben gehouden [5]. Door gebrek aan discipline zijn de tekorten opgelopen. Ook wordt de economie te weinig hervormd waardoor men niet competitief genoeg is. Met name in Frankrijk en Zuid-Europa wordt onvoldoende hervormd en is men niet economisch competitief genoeg. Maar de grootste zondaar is zonder meer Griekenland: met dit land heeft men ‘het Paard van Troje’ binnen gehaald.

Het zou daarom goed zijn voor de euro als Griekenland de eurozone verlaat. ‘Goed te missen’, is de titel van het redactioneel in Elsevier [6]. ‘Een euro zonder Griekenland is een opsteker. Voor de euro en de Grieken’, schrijft het blad. De gevolgen zijn slechts beperkt en deskundigen stellen dat het de monetaire unie kan ‘verdiepen’.

Dit zal niet echter niet veel helpen: het economisch beleid in de eurozone heeft de economieën in alle landen verzwakt. Griekenland is niet de oorzaak van eurocrisis, dat zijn de Europese politici zelf.

Ik zal in het volgende deel van deze serie over de eurocrisis laten zien wat er fout gaat, maar als u vragen of ideeën heeft voor een onderwerp wil ik hier graag op in gaan in een komende aflevering.

Noten

[1] Het Vijf Presidenten Report: Completing Europe's Economic and Monetary Union, geschreven door Jean-Claude Juncker, Donald Tusk, Jeroen Dijsselbloem, Mario Draghi en Martin Schulz.
[2] Groot Brittannië, Zwitserland en Zweden omdat het Europese landen zijn die niet met de euro meedoen en de VS omdat het een grote westerse economie is, vergelijkbaar dus met de eurozone. Soms ontbreken getallen voor een land om dat Eurostat deze niet verzamelt.
[3] In figuren staan ‘eurozone’ (19 of 18 landen) en ‘EU’ (28 landen) uitgezet. Eurostat bevat helaas geen getallen voor “EU zonder Eurozone”.
[4] De slechte resultaten worden door iedereen toegeschreven aan corruptie, nepotisme en slechte belastingdiscipline, maar voor de crisis van 2008 stonden deze factoren groei niet in de weg. Natuurlijk moeten corruptie, nepotisme en slechte belastingdiscipline bestreden worden, maar zij kunnen niet de oorzaak zijn geweest van de terugval na 2008. Daar komt bij dat aanpak van deze problemen pas na meerdere jaren resultaat zal opleveren.
[5] Men vergeet dan altijd graag dat de eerste zondaar nota bene Duitsland (2006) zelf was.
[6] Opinie in Elsevier Magazine no 27, papieren versie.

Verantwoording
Gegevens die gebruikt zijn voor de afbeeldingen komen uit Eurostat
Afbeelding: Jean-Claude Juncker, European People's Party (Flickr, C.C.)

Read more...

Onnodige verwarring over de euro en het referendum

>> Sunday, July 5, 2015

Wolfgang Schauble tijdens de campagne. chris9773 (CC)
Verwarring alom. Vandaag mogen de Grieken in een referendum ‘ja’ of ‘nee’ stemmen maar het is niet helemaal duidelijk voor wat ze stemmen.

'Nee' zegt de Griekse regering, 'betekent nee tegen het voorstel dat door Brussel op 25 juni aan Griekenland is voorgelegd'. Dit was voor hen onaanvaardbaar want het betekent dat er geen einde komt aan de crisis in Griekenland en dat de last voor afbetaling onevenredig zwaar op de schouders van de armste Grieken wordt gelegd. Door ‘nee’ te stemmen – dat is ook wat de regering adviseert – hoopt zij opnieuw naar de onderhandelingstafel terug te kunnen gaan, maar nu met een sterker mandaat om nieuwe afspraken te maken die Griekenland weer hoop biedt op herstel van de economie.

‘Nee’, zegt Brussel, 'is nee tegen de euro'. Als de Grieken tegen stemmen dan kunnen zij niet in de euro blijven en is ‘de Grexit’ een feit. Jeroen Dijsselbloem legde vorige week [1] aan leden van de Tweede Kamer uit wat een nee-stem betekent:
… als zij zeggen ‘dat willen we niet’ dan is er niet alleen, denk ik, geen basis voor een nieuw programma, maar dan is het zeer de vraag of er een basis is voor Griekenland in de eurozone. Dat is de fundamentele vraag die wel degelijk aan de orde is.
En over een ja-stem zegt hij:

We zitten gewoon inhoudelijk heel ver uit elkaar en die kloof kan de Griekse bevolking overbruggen door te zeggen ‘onze toekomst ligt in Europa en we zijn bereid daarvoor samen te werken en we zijn bereid daarvoor ook moeilijke maatregelen te accepteren die in de Griekse situatie onvermijdelijk zijn’. Daar gaat het om.
Volgens minister Dijsselbloem zijn er economische redenen die het onmogelijk maken om Griekenland nog langer in de Eurozone te houden. Wat de Grieken ook stemmen, het maakt eigenlijk niet zo veel uit, tenzij ze bereid zijn om daarvoor grote offers te brengen. [2]

De eurosceptici

Tegenstanders van de euro gebruiken vaak de zelfde argumenten, alleen komen zij tot een andere conclusie. Neem bijvoorbeeld Yvonne Hofs, die redacteur van de Volkskrant is. Euroscepsis is volgens haar
gewoon een kwestie is van gezond verstand. De euro is een misbaksel, omdat negentien (laat staan nog meer) zeer verschillende economieën, politieke culturen en soevereine staten niet één munt kunnen delen zonder enorme politieke en economische offers te brengen.
Het stelt zwakke landen in staat om „op de pof te leven“. Kwijtschelding van de schulden zal ook niet helpen, want
het gaat erom dat Griekenland ook na kwijtschelding van de staatsschuld een zwakke economie blijft. De Grieken zullen dus opnieuw proberen op de pof te leven om hun levensstandaard te kunnen handhaven.
Wat voor Griekenland in extreme mate geldt, geldt natuurlijk voor alle landen in de eurozone: het ene land is economisch sterker dan het andere. Uiteindelijk zullen alle zwakke landen dit soort pijnlijke maatregelen moeten nemen, want ook al zijn de verschillen kleiner, op den duur bouwt elk land een schuld op met Duitsland en Nederland.

Het alternatief is dat Duitsland en Nederland hun zwakke broeders helpen. Maar de burgers in deze landen zullen hiertoe niet bereid zijn. Daarvoor is, dank zij politici als Geert Wilders, geen politieke steun.

De politieke unie

Er is nog een derde mogelijkheid om de euro levensvatbaar te maken volgens Hofs: een politieke unie. Dan kan Griekenland niet meer ongestraft ‘op de pof’ leven, en kan de ‘centrale Europese overheid’ de economie in de ‘deelstaten’ hervormen zodat de welvaartsverschillen verdwijnen.

Dit is onhaalbaar, want zo stelt Hofs:

de inwoners van de eurolanden willen het niet. Absolúút niet […] dit voorstel zal overal met overweldigende meerderheid worden weggestemd. Conclusie: als de eurozone een democratie blijft, is de euro sowieso verdoemd. De euro kan alleen overleven onder een Brusselse dictatuur of oligarchie. Is dat dan wat de voorstanders van de euro willen?

Voorstanders van de euro weten dit natuurlijk ook, en je zal van hen geen pleidooi horen voor een poltieke unie, maar zij denken dit te kunnen oplossen door de economie van alle landen zoveel mogelijk gelijk te trekken. Begrotingen worden door Brussel gecontroleerd, ook als een land niet in problemen is, en iedereen moet zich houden aan de aangescherpte regels van het Verdrag van Maastricht.

Dat Hofs en Dijsselbloem uiteindelijk toch tot een verschillende conclusie komen heeft meer te maken met hun verschillende maatschappelijk positie. Dijsselbloem heeft zijn lot verbonden aan de euro, Hofs is een onafhankelijk journaliste die verwoordt wat de meeste mensen in Nederland denken, inclusief Geert Wilders: de euro is een misbaksel.

Een realistisch model voor de euro

Er is nog een derde groep waar Hofs (en ik denk ook Dijsselbloem) geen enkel begrip voor kan opbrengen: zij die denken dat het mogelijk is om de euro te behouden, en toch Griekenland lid te laten blijven. In de woorden van Hofs:

Supporters van Griekenland en de euro negeren politieke en economische realiteiten. Ze lijken bevangen door een naïef vooruitgangsgeloof waarin keiharde machtspolitiek geen rol speelt. Maar in het echte leven speelt dat soort politiek wel een rol, een cruciale zelfs.

Ik zelf reken mij tot deze derde groep. Niet omdat ik een idealist ben of omdat ik ‘bevangen ben van naïef vooruitgangsgeloof’ maar omdat ik denk dat dit de beste oplossing is voor het probleem waarin we ons nu bevinden. Ik heb hiervoor twee redenen. In de eerste plaats is er geen (ordelijke) weg terug. Voor invoering van de euro had men jaren van voorbereiding nodig. Voor opsplitsing van de euro is niet meer tijd beschikbaar dan een ‘bank holiday’ lang kan zijn. Zie Griekenland.

De tweede reden is dat de euro wel kan werken, maar dan moeten de regels veranderd worden. De regels van Maastricht over schuldpercentages zijn niet relevant voor het functioneren van de euro. Ook moet men stoppen met het hameren op competitiviteit. Landen zijn geen bedrijven en landen zijn niet in concurrentie met elkaar. Dat is neoliberale wartaal.

Elk land kan kiezen voor het welvaartsniveau waartoe haar economie in staat is. Economisch goed ontwikkelde landen zoals Frankrijk en Duitsland kunnen met een hoog welvaartsniveau leven, en landen waar de economie op een iets lager niveau functioneert kunnen dat ook blijven doen als zij dat willen, zonder dat daarvoor miljarden transfers nodig zijn van rijk naar arm.

Hoe een land zich economisch inricht, maakt niet uit. Een grote of kleine publieke sector? Vroeg met pensioen, of langer doorwerken? Het maakt niet uit zolang elk land zich houdt aan de belangrijkste regel die geldt voor elke muntunie: het welvaartsniveau moet overeenkomen met de productiviteit. Hard werken wordt dus beloond, maar is niet verplicht.

Duidelijkheid!

Zelden zijn problemen in de economie zo duidelijk te analyseren als in deze crisis. Ik vat de drie verschillende standpunten samen:
  1. Eurocraten zoals Jeroen Dijsselbloem, de Duitse regering, en de meeste bestuurders en ambtenaren in Brussel gaan er vanuit dat Griekenland niet in de euro kan blijven. De verschillen zijn onoverbrugbaar. Alleen landen die zich strikt houden aan de regels kunnen blijven. Economieën moeten convergeren. Strenge controle is nodig (dit is een verkapte politiek unie).
  2. Eurosceptici denken ook dat Griekenland niet in de euro kan blijven. Maar zij voorzien dat ook in andere landen vergelijkbare problemen ontstaan. Alleen met ondemocratische middelen is het mogelijk om de euro te handhaven. Daarom moet ieder land weer terug naar zijn eigen munt.
  3. Realisten erkennen dat er verschillen zijn tussen landen, maar zolang landen niet boven of onder hun stand leven is dat geen probleem. Griekenland kan wel in de euro blijven, en als de Griekse economie weer op gang is gekomen, kunnen de Grieken hun schuld terugbetalen.
De euro is dus wel levensvatbaar en het is niet nodig om de democratie af te schaffen, maar we moeten ons wel aan een simpele regel houden: we mogen niet onder of boven onze stand leven. Hard werken wordt beloond maar is niet verplicht.

Het referendum gaat eigenlijk over deze regel. Helaas is het Syriza niet gelukt deze stelling duidelijk genoeg over te brengen.

Ik zal in een of meer volgende artikelen mijn stelling met economische argumenten onderbouwen.

Noten

[1] Te zien in het Acht Uur Journaal van 2 juli 2015.
[2] De minister bedoelt het natuurlijk niet zo maar: het gaat zelfs ten koste van hun kinderen.

Read more...

De eurocrisis, Griekenland en de eurocratie

>> Sunday, June 28, 2015

Het kan nog goed komen, maar die kans wordt nu met de dag kleiner. De voorstellen van Brussel waren voor de Grieken onacceptabel: omdat ze asociaal zijn, omdat de getallen niet kloppen en omdat ze geen enkele hoop bieden op een uitweg uit deze crisis.

De Griekse regering heeft daarom besloten om dit voorstel aan de bevolking voor te leggen in een referendum. Het is nadrukkelijk niet bedoeld als referendum over de euro. De Grieken hebben uitstel van betaling aangevraagd, omdat het referendum pas volgend weekend gehouden kan worden, terwijl de termijn al op 30 juni vervalt. Voor de overige 18 eurogroepministers was dit onaanvaardbaar.

Dit is de situatie op zondag 28 juni. Het is onmogelijk te voorspellen wat er nu gaat gebeuren maar het is wel mogelijk een paar dingen te zeggen over deze toch nog onverwachte wending. Op het moment van schrijven is bekend geworden dat maandag de banken dicht blijven. Het hulp-programma wordt niet verlengd maar de ECB blijft nog wel de banken ondersteunen. Niemand weet hoe het verder moet.

Pokeren

Door veel commentatoren in Nederland werd verondersteld dat de Grieken vertragingstactiek gebruikten om zoveel mogelijk uit de onderhandelingen te slepen. Daarbij werd dan altijd vermeld dat Varoufakis verstand heeft van speltheorie. Wat we ons daar in dit verband bij moet voorstellen is onduidelijk: blufpoker met als inzet het welzijn van een heel land?

Wat iedereen had kunnen weten, en wat nu ook blijkt, is dat de Grieken niet bluften. Na vijf jaar rampspoed [1] waren de problemen zo groot geworden dat er geen andere mogelijkheid meer was dan opnieuw onderhandelen. Dat was niet alleen noodzakelijk om humanitaire redenen, maar ook economisch was daarvoor genoeg aanleiding.


Het is al bekend dat bezuinigingen tijdens een recessie, de recessie erger maakt. Elke euro die wordt bezuinigd doet de economie met meer dan één euro krimpen. Dit staat bekend als het multiplier effect. Aanvankelijk ging men er van uit dat de multiplier 0,5 is maar in de praktijk blijkt deze veel hoger te zijn, namelijk 1,7. Geen modern industrieland heeft zoveel bezuinigd als Griekenland en daarom is de recessie zo diep.

Hieruit kunnen we dus concluderen dat de situatie in Griekenland niet hopeloos was. De recessie van de afgelopen vijf jaar is namelijk veroorzaakt door beleid: de recessie had dus makkelijk voorkomen kunnen worden [2].

Gezond verstand regeert

Maar zelfs als we afzien van contraproductieve bezuinigingen zou er nog geen einde komen aan de crisis. Het grote probleem is namelijk dat Duitsland en Nederland de lonen drukken en schulden afbouwen. Het economisch beleid van deze landen is gebaseerd op de gedachte dat schulden maken slecht is. Angela Merkel heeft al diverse malen betoogd dat een economie niet kan groeien auf Pump – op de pof. Apetrots is de Duitse minister van Financiën op zijn Schwarze Null. Beiden geven blijk niets begrepen te hebben van macro-economie.

Als gevolg van dit beleid stijgen de handelsoverschotten van deze landen tot ongekende hoogte, en veroorzaakt als logische consequentie daarvan schulden in het buitenland. Hierbij nogmaals de figuur die volgens mij het beste laat zien wat er is gebeurd sinds de invoering van de euro.

Figuur 1: Na de invoering van de euro op 1 jan 1999 lopen de handelsbalansen van de eurolanden sterk uit elkaar.

Hierin is duidelijk te zien wat de gevolgen zijn van het invoeren van de euro. Omdat er geen flexibele wisselkoersen meer zijn, kunnen Nederland en Duitsland ongestraft exporteren naar het buitenland. Vroeger maakten de harde DM en gulden dat onmogelijk.

Om het evenwicht te herstellen moeten nu de andere landen gaan bezuinigen om ‘competitief’ te worden. Omdat nu iedereen tegelijk bezuinigt, leidt dit tot deflatie en niet de groei waar men zo naar snakt. Griekenland is slechts een extreem geval: ook door andere Zuid- en Oost-Europese landen wordt flink bezuinigd om ‘competitief’ te worden. Ook Frankrijk wordt gedwongen om te bezuinigen.

Het is een vorm van neo-mercantilisme, of zo u wilt, economisch analfabetisme. Het is de diepere oorzaak van de eurocrisis. De eurocraten die Europa nu regeren zullen de geschiedenis in gaan als Herbert Hoover, Heinrich Brüning en Hendrikus Colijn.

Macht

Het was van begin af aan de bedoeling van Tsipras en Varoufakis: stoppen met bezuinigen, zorgen dat de economie weer kan groeien zodat Griekenland uit de depressie komt waar het nu 5 jaar in zit. Toch zijn de andere eurolanden niet ingegaan op deze wens van de Grieken om een redelijke oplossing te zoeken om uit de problemen te komen. [3]

Het blijkt nu dat de euro een machtsmiddel is. Afstand doen van je munt is afstand doen van je soevereiniteit. Wat de eurocraten zeggen is: ‘mensen, u mag stemmen. Dat noemen we democratie. Maar dat wil niet zeggen dat u mag bepalen hoe uw land economisch wordt bestuurd’. Europa is slechts in naam een democratie, want we worden geregeerd door de markt en door de macht van het geld. De eurozone is een eurocratie geregeerd door eurocraten.

Hoe verder?

Wat zijn de alternatieven? Wat gaat er nu gebeuren? Dit is natuurlijk speculatie, niets staat nog vast. We zijn op onbekend terrein. Maar we kunnen wel wat mogelijkheden op een rij zetten:

1. Status-quo.

De Grieken stemmen in met de plannen en blijven in de euro. Dit was waar iedereen oorspronkelijk op rekende maar niemand had het referendum voorzien. Het is de status quo. De stagnatie – en depressie in Griekenland – is nog lang niet afgelopen. Er komt steeds meer verzet tegen de eurocraten. In het beste geval komen linkse partijen aan de macht (zoals Syriza en Podemos) maar in veel landen worden rechtspopulisten steeds machtiger. Europa zal op den duur destabiliseren.

2. Terugkeer naar de Drachme (Grexit)

De eurocraten laten in dit scenario zien dat ze toch nog wat wijsheid bezitten en besluiten Griekenland te helpen met terugkeer naar een eigen munt. Dat kan alleen als de ECB die munt onbeperkt steunt. Men komt een nieuwe koers overeen (zeg een devaluatie van 50%) [4]. Over de nog openstaande schulden zal opnieuw onderhandeld moeten worden, maar daarvoor kan men de tijd nemen. Dankzij de steun zal de nieuwe drachme een echt alternatief kunnen worden voor de euro.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat de eurocraten hiervoor zullen kiezen. Dat zou namelijk een uitnodiging zijn voor andere landen om uit de euro te stappen. Ook economisch is het onverstandig: als het

Griekse exit een succes is zal dit de speculatie tegen de euro nog verder vergroten.

3. Chaos

De banken blijven voorlopig gesloten want ze krijgen geen steun meer van de ECB. Uit de geldautomaten komt geen geld meer. Chaos. Griekenland wordt een failed state. Er komt een sterke man aan de macht. Exit democratie. Dat het zover heeft kunnen komen is niet de schuld van de Grieken maar komt grotendeels op conto van de eurocraten. Inclusief de Nederlandse regering.

De toekomst van dit scenario is niet veel anders dan van het eerste scenario, maar alles zal wat sneller verlopen.

De euro leidt hoe dan ook ernstige schade. In alle drie de gevallen blijft op zijn best de economische stagnatie voortduren, maar een nieuwe recessie is waarschijnlijker. Deze crisis is nog lang niet afgelopen en het wordt nog veel erger voordat het weer beter wordt.

De PvdA

Dit brengt mij op het laatste punt dat ik nog wil maken over deze droevige geschiedenis: Jeroen Dijsselbloem is een sociaal democraat en is voorzitter van de Eurogroep. Zijn beleid in deze crisis was echter alles behalve sociaal democratisch. Van begin af aan was duidelijk te zien dat hij Syriza niet als medestander maar als tegenstander zag.

Dankzij hem en dus dankzij de PvdA, heeft Duitsland een belangrijke bondgenoot aan haar zijde: Nederland. Het zou helpen als daar een einde aan zou komen. Rutte II moet daarom weg.

Hoelang duurt het nog voordat de PvdA haar vertrouwen in Dijsselbloem opzegt? Kabinetten zijn voor minder belangrijke zaken gevallen.

noten

[1] De grootste ooit in een modern industrieel land. De economie is 25% gekrompen, de werkloosheid opgelopen naar 28%. Een groot deel van de bevolking heeft geen medische zorg meer. Jonge mensen kunnen alleen nog in het buitenland werk vinden.
[2] Maar hoe langer de onderhandelingen duurden hoe groter een tweede factor werd: door de onzekerheid over de toekomst en de vlucht van kapitaal – Grieken halen massaal hun geld van de bank, komt de economie ook tot stilstand.
[3] Het is natuurlijk interessant om te speculeren wat precies de overwegingen zijn. Is het domheid of koppigheid? Waarschijnlijk leven ze in een bubbel: adviseurs, economen die het gewenste verhaal vertellen in combinatie met geloof in eigen goedheid en gelijk. Volgens mij is het niet echt een raadsel, en zijn er rijen geschiedenisboeken geschreven over vergelijkbare blunders. Het begin van WO I is goed voorbeeld. De Vrede van Versailles is een andere.
[4] Om snel aan geld te komen zal men misschien eurobiljetten overstempelen. Zo ging dat vroeger, meer dan een eeuw geleden. Oude tijden herleven. Leuk voor verzamelaars van bankbiljetten.

Afbeelding
EU Council Eurozone. CC. Flckr.com. Jeroen Dijsselbloem op een persconferentie.

Read more...

>> Monday, June 22, 2015


Iedereen wordt moe van het ‘Griekse drama’, maar het einde lijkt in zicht. Er zijn nu vijf maanden voorbij sinds de nieuwe regering in Griekenland opnieuw is gaan onderhandelden over de financiële hulp die het land krijgt. Het geld is nu op en er moet iets gebeuren. Als Griekenland de volgende aflossing niet kan betalen (eind komende week) zal de ECB stoppen met steun aan de Griekse banken. De geldautomaten zijn dan in een paar uur leeg en Grexit een feit.

Waarom duurt het zo lang? Wat is precies het verschil van mening tussen de Griekse regering en de Europese onderhandelaars? Komt het omdat er linkse ideologische scherpslijpers aan de macht zijn gekomen? Of is het slimme onderhandelingen tactiek?

Chicken game

De Grieken proberen tijd te rekken om er zo veel mogelijk uit te halen en Yanis Varoufakis, de minister van financiën, schijnt een groot speltheoreticus te zijn. Zo wordt in Nederland althans bericht over de onderhandelingen. ‘Wie beweegt in het Griekse Endspiel?’ kopte het Financieel Dagblad op zaterdag 20 juni [1]. ‘De ontknoping van de spannendste pokerpartij ooit binnen de Europese Unie’ schrijft de krant op de voorpagina. Dit is onserieuze en misleidende verslaggeving, omdat het de Grieken wegzet als roekeloze pokeraars. Het doet bovendien geen recht aan de problemen waarin het land verkeert sinds het de afgelopen vijf jaar door de trojka ambtenaren namens de Europese schuldeisers, werd bestuurd.

Hulp?

Waarover wordt onderhandeld? Ogenschijnlijk gaat het over hulp aan Griekenland. In ruil voor hervormingen krijgt het land honderden miljarden euro steun. De onderhandelingen gaan over die voorwaarden waaronder zij de hulp krijgt: De Grieken moeten in ruil voor de hulp hervormingen uitvoeren.

Maar het hulpgeld gaat niet naar Griekenland, laat staan naar de Griekse burger. Alle hulp gaat direct terug naar de crediteuren: het IMF, de eurolanden en de ECB. Griekenland heeft zelfs een klein overschot (als je de aflossing en rente niet mee telt), en ook dat geld gaat naar schuldaflossing. De onderhandelingen gaan dus alleen over de voorwaarden van de hulp: welke hervormingen moeten worden uitgevoerd?

Absurd

Over die hervormingen zijn veel misverstanden. In de eerste plaats wordt vaak de indruk gewekt dat Griekland onvoldoende hervormt. Niets is echter minder waar want er is geen land dat zoveel heeft hervormd als Griekenland.

Het verzet van de nieuwe regering heeft dan ook een heel andere reden. Want de hervormingen die de afgelopen 5 jaar zijn uitgevoerd zijn geen echte hervormingen, maar bezuinigingen. Door deze bezuinigingen is de economie met 25% gekrompen. Meer dan kwart van de bevolking is werkloos en jongeren verlaten het land omdat er geen werk is. ‘Hervormen’ zoals de Europese landen dat willen, werkt dus niet, integendeel, het maakt de crisis alleen maar erger. Daarom liggen de Grieken dwars en daarom noemen zij de voorstellen van de Europese onderhandelaars absurd. Net zo absurd als het is om door te gaan met een behandeling die de patiënt zieker maakt in plaats van beter.

Gestaalde marxisten

Dit verhaal wordt echter maar zelden verteld in de media. Veel mensen kunnen dan ook niet begrijpen waarom de Grieken zo ‘halsstarrig zijn’. In de media wordt de indruk gewekt dat Griekenland geleid wordt door radicale marxisten. Bijvoorbeeld in het FD, als Rik Winkel een artikel van Alexis Tsipras bespreekt [2]. Volgens hem werpt het ‘document een fascinerend licht op Tsipras’ gestaalde onderhandelingstactiek en neomarxistische vocabulaire’. Tsipras is een ‘linkse radicaal uit de militante Griekse school, zonder gebruikelijke verankering binnen de traditionele politieke machtsblokken’. Ik daag u uit om het artikel eens te lezen zodat u zelf kan oordelen wie de echte radicaal is: Alexis Tsipras of Rik Winkel.

Onbetrouwbare Grieken

Soms wordt op heel subtiele manier stemming gemaakt. Je moet er goed opletten om het zien. Op 10 mei had Nieuwsuur een item over de verlenging van het voorzitterschap van de Eurogroep van Jeroen Dijsselbloem. In een bijzin laat Chris Ostendorf merken hoe hij over de Grieken denkt. Volgens Ostendorf is de belangrijkste taak die Jeroen Dijsselbloem nu heeft en waarmee hij zich nu moet bewijzen, dat hij ‘moet proberen Griekenland zich verantwoordelijk te [laten] gedragen als euroland’. Het is maar dat u het weet: ‘Grieken, niet te vertrouwen!’

Het gevaar

Als iedereen zou beseffen wat er op het spel staat, kan een ramp misschien voorkomen worden: uittreding van Griekenland. Maar zelfs mensen die beter zouden kunnen weten praten hierover alsof het een reële mogelijkheid is. Ook Schäuble en Dijsselbloem verkeren in de veronderstelling dat Europa nu sterk genoeg is om de gevolgen op te vangen. Maar zelfs als de Europese en de Griekse economie geen grote klap krijgen – wat waarschijnlijk wel het geval zal zijn – dan nog is het voor de euro een ramp: want het laat aan iedereen zien hoe kwetsbaar de muntunie is.

Radicale ideologen

Oud Premier Letta van Italië schetst in een interview in de Spiegel een onheilspellend toekomstscenario [3]:
Als Podemos in Spanje de verkiezingen in december dit jaar wint, en als over twee jaar in Italië iemand als Beppo Grillo wordt gekozen en Syriza regeert dan nog in Griekenland, dan hebben drie centrale Europese landen een heel andere politieke leiding. Dat zou het einde van Europa zijn, het einde van de euro.
Letta’s voorspelling laat zien hoe bedreigd de Europese leiders zich voelen, en hoe ze denken de crisis te moeten bestrijden. Griekenland moet hard aangepakt worden en desnoods uit de euro gezet worden. Het Griekse voorbeeld toont wat er gebeurt met je land als je als volk een ‘foute’ regering kiest.

Deze reactie zal de afkeer van Europa en de euro alleen maar versterken. Bovendien is het onwijs beleid: door de afgedwongen bezuinigingen zal de economie verder krimpen en loopt de werkloosheid op. De Europese elite is blijkbaar niet in staat om te begrijpen dat het strenge begrotingsbeleid, zoals vast gelegd in het Stabiliteit en Groeipact, het tegengestelde effect hebben.

Weinig keuze

De weigering van Athene om de ‘absurde voorstellen’ van Europa uit te voeren – is dan ook helemaal niet zo absurd. De Europese elite is zelf star en doctrinair. Zij zijn het die zich hebben verbonden aan achterhaalde neoklassieke economische principes en zij zijn het zelf die star en ontoegeeflijk zijn. De echte radicalen zitten in Berlijn, Brussel en Den Haag.

Wat er de komende weken gaat gebeuren kan ik niet voorspellen. In het beste geval kunnen we hopen op een voortzetting van de onderhandelingen. Er zijn nu aanwijzingen dat de Grieken zullen toegeven. Zij hebben weinig keuze en moeten uit twee kwaden kiezen: doorgaan met absurd beleid dat onnodig leed veroorzaakt, of voor de chaos die het gevolg zal zijn, als zij de volgende aflossing niet kunnen betalen. Maar wat de Griekse regering ook kiest: de toekomst is somber, niet alleen voor Griekenland maar voor heel Europa.

Update 22 juni:
Voor wie het op de voet wil volgen kan ik deze pagina met live updates van de Guardian aanbevelen: Eurozone crisis live.

Noten

[1] Wie beweegt in het Griekse Endspiel? Financieel Dagblad 20 juni 2015.
[2] Tsipras bereikt precies dat waar hij zo bang voor is. Financieel Dagblad 6 juni 2015.
[3] Der Spiegel, Heft Nr. 25, 2015. Vertaling uit het Duits van mij.

Afbeelding

Flickr (cc), European Parliament President Martin Schulz and Greek Prime Minister Alexis Tsipras

De toelichting op Flickr vermeldt nog volgende: During the press point Mr Schultz said that "Mr.Tsipras is battling for European cooperation, not only seeking a solution for Greece. He has my full support". The president also stressed "the need for a framework for" constructive dialogue and solutions".

Read more...

Griekenland is Europa’s laatste kans

>> Tuesday, April 21, 2015

Hoe radicaal is Syriza? Dat is de vraag die de Nederlandse media al een paar maanden bezig houdt. ‘Syriza’ is een acroniem dat staat voor Coalitie van radicaal links [1]. Mathijs Bouman heeft het in Van Dale opgezocht: iemand bedrijft ‘radicale politiek’ als hij of zij ‘streeft naar diep ingrijpende hervormingen’. Welnu, als dat zo is, dan is Syriza volgens Bouman helemaal niet radicaal want er is niets veranderd in Griekenland: men wil ‘noodhulp van Europa krijgen, zonder het bijbehorende hervormingsbeleid te hoeven leveren … dat is bepaald niet radicaal’.

Niet alleen Bouman maar de meeste Nederlandse journalisten zijn die zogenaamd-radicale Grieken inmiddels wel zat. Ook Elsevier ziet niets radicaals in Syriza: het is ‘oude retsina in nieuwe zakken’. Ze denken dat de oplossing van buiten komt en houden alleen maar hun hand op. ‘Er gebeurt al jaren veel te weinig’, meldt Michiel Dijkstra in Elsevier [2]. Volgens Arjan Noorlander van Nieuwsuur zou het beter zijn als de Grieken uit de euro gezet worden:
Zo’n Grexit zou misschien ook wel goed zijn zo langzamerhand, als signaal naar de andere landen, naar de burgers van Europa, dat je niet altijd maar kan blijven vragen maar dat je af en toe ook iets moet doen en als je dat de hele tijd maar niet doet dat er dan ook een keer een eindpunt komt.
Het Financieel Dagblad wint de prijs ironische-koppen-zetten [3] met de kop: Griekenland dwingt ECB tot koorddansen. In het artikel worden de maatregelen op een rij gezet waarmee de ECB Griekenland kan dwingen om te hervormen. De Grieken vragen om een rode kaart volgens de redactie van het Financieel Dagblad, want in plaats van te hervormen vragen ze om ‘losgeld voor het nakomen van verkiezingsbeloften’. Martin Visser tenslotte, blogt dat hij niet weet wat erger is: òf de Grieken spelen een ‘ragfijn onderhandelingsspel’ òf zij beseffen niet wat er op het spel staat.

Het beeld van de Syriza, dat in de Nederlandse (en overigens ook Duitse) media wordt geschetst, is dus dat van bedelende retsina drinkers die met vuur spelen en er op rekenen dat Europa hen wel uit de nood zal helpen.

Wie betaalt, bepaalt

Het is letterlijk de wereld op zijn kop. Deze ongeduldige journalisten zien over het hoofd dat nergens zo ijverig is hervormd als in Griekenland. Er werd (en wordt) namelijk geen euro hulp gegeven als de Grieken niet elke hervorming tot volle tevredenheid van de Europese geldschieters hadden uitgevoerd [4]. De ambtenaren van de trojka [5] die dit moesten controleren bemoeiden zich tot in de kleinste details met het beleid.

Griekenland staat feitelijk onder curatele en kan daarom niet aansprakelijk gesteld worden voor de resultaten van het beleid. De conclusie dat het in het in Griekenland nog steeds slecht gaat omdat ‘al jaren veel te weinig gebeurt’ omdat niet wordt hervormd, kan dus helemaal niet kloppen. De Grieken hebben namelijk helemaal niets te willen en nergens is zoveel hervormd als in Griekenland. Het beleid wordt in Brussel gemaakt, niet in Athene.

Het resultaat van Europees beleid

Maar het klopt wel dat de Grieken de hervormingen van de afgelopen vijf jaar zat zijn. Het beleid heeft geleid tot een humanitaire crisis terwijl de economische problemen alleen maar groter zijn geworden. Neem bijvoorbeeld de staatschulden. Je zou verwachten dat deze afnemen onder de vaste hand van de trojka. Nergens in Europa is zo zwaar bezuinigd en zijn de lonen zo sterk verlaagd als in Griekenland. Maar ondanks een gedeeltelijke kwijtschelding, is de schuldquote alleen maar gestegen.

Figuur 1: Het hervormingsbeleid van de trojka, dat begon in 2010, heeft de crisis erger gemaakt. Links: werkloosheidspercentage beroepsbevolking ouder dan 25 jaar (blauw), en jonger dan 25 jaar (rood). Rechts: staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product.

Door het hervormen is de werkloosheid opgelopen naar 26%, de jeugdwerkloosheid zelfs naar 60%. 2 miljoen Grieken zijn verstoken van een ziektekostenverzekering en de pensioenen zijn met 30% gekort. Omdat Brussel en Berlijn ontevreden zijn over de behaalde resultaten worden nu nog grotere kortingen geëist op pensioenen en moet de BTW verhoogd worden.

Door deze maatregelen is economisch herstel onmogelijk. Daar komt bij dat momenteel de onderhandelingen vastlopen over verlenging van de hulp. Uit onzekerheid over de toekomst haalt iedereen zijn geld van de bank en krimpt de economie nog meer. Dit wordt in de Nederlandse pers vanzelfsprekend toegeschreven aan de halsstarrigheid van Syriza. Het gevoel van paniek wordt nog versterkt door het uitlekken van de voorbereidingen die getroffen worden voor uittreding van Griekenland uit de euro.

De Griekse economie verkeert nu in diepe depressie en het einde is niet in zicht. Dit is het resultaat van vijf jaar Europees beleid, niet van een regering die nog maar net gekozen is.

Ideologische stagnatie

De vraag die in de media niet wordt gesteld is: waarom gaat men door met dit desastreuze beleid als dat een diepe depressie in Griekenland veroorzaakt en de euro destabiliseert [6]? Behalve gezichtsverlies en angst om de macht te verliezen zijn hiervoor volgens mij nog twee principiële reden aan te wijzen.

De eerste reden is overtuiging. Het economisch denken in Europa is gebaseerd op neoklassieke en mercantilistische principes. Het is neoklassiek omdat men er van uit gaat dat de prijs voor arbeid wordt bepaald op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is volgens neoklassieke economen een markt als alle andere, waarop de prijs voor een product (arbeid) wordt bepaald (loon). Als de lonen te hoog zijn daalt de vraag naar arbeid en ontstaat werkloosheid. Daarom moeten lonen en uitkeringen in Griekenland dalen.

Het is ook mercantilistisch omdat men veronderstelt dat alle landen [7] in constante strijd met elkaar zijn verwikkeld. In het mercantilisme denken moeten landen proberen zoveel mogelijk rijkdom te vergaren door middel van een positieve handelsbalans. Dit wordt bereikt door de export te stimuleren en import te ontmoedigen. Duitsland is de kampioen van Europa want zij heeft van alle landen het grootste overschot: meer dan 200 miljard euro.

Waar winnaars zijn, zijn natuurlijk ook altijd verliezers: de Zuid-Europese landen en vooral Griekenland. Zij zijn in deze visie niet competitief genoeg. Toen elk land nog zijn eigen munt had kon door devaluatie de competitiviteit hersteld worden. Door de euro is dit onmogelijk geworden. Het beleid is er daarom op gericht om lonen en uitkeringen te verlagen. Naar analogie van devaluatie spreekt men van ‘interne devaluatie’.

Ik heb enige tijd geleden al laten zien dat het Duitse handelsoverschot de oorzaak is van de eurocrisis. Beleidsmakers in Europa lijken niet te beseffen dat men uitgaat van verkeerde en verouderde economische theorieën. Het mercantilisme werd in de 19e eeuw al niet meer serieus genomen en in de jaren dertig is door Keynes al aangetoond dat de neoklassieke ideeën over prijsvorming op de arbeidsmarkt niet kloppen. De arbeidsmarkt kan niet geïsoleerd van de rest van de economie bekeken worden omdat bij dalende lonen ook de consumptie daalt waardoor de economie krimpt.

Figuur 2 De economische groei stagneert al jaren lang in Griekenland. Ter vergelijking Nederland (Bruto binnenlands product, miljoen euro x 1000).

Deze nieuwe inzichten hebben Europese beleidsmakers nog niet bereikt. Ook in Den Haag en bij (economische) redacties van de media heeft men bedroevend weinig inzicht in economische processen.

Conservatief Europa wil niet dat Syriza slaagt

De tweede reden is dat de regering van Tsipras weg moet. Iedereen weet dat Griekenland de huidige schuld nooit kan terug betalen. Een gedeeltelijke schuldvergeving is dus onvermijdelijk maar dat zal deze regering niet gegund worden. Anders gezegd: Syriza hoort niet bij de club.

Rik Winkel is hierover het meest expliciet. Hij schrijft: ‘het hele eurobouwwerk dat pas mogelijk werd doordat het linkse experiment in Frankrijk in de jaren tachtig was mislukt … Daarom schrikken de andere euroleiders er ook niet voor terug om de Griekse premier Alexis Tsipras – tegen de heersende mores in – te isoleren’.

Men wacht met concessies tot de oude garde, die de crisis heeft veroorzaakt, weer aan de macht komt na de onvermijdelijke val van Syriza. Daarom wordt door de schuldeisers een BTW-verhoging geëist. Syriza stelt voor om de corruptie bij de inning van BTW te bestrijden. Dit levert op lange termijn meer op: omdat het de economie niet schaadt en omdat het een echte hervorming is, die de economie zal verbeteren. Maar dit argument kan de schuldeisers niet van mening doen veranderen: men wil geld zien en wel zo snel mogelijk.

Een betere definitie van ‘radicaal’

Mathijs Bouman heeft nog een tweede definitie van ‘radicaal’ in de Van Dale gevonden: een radicaal is iemand die ‘de uiterste consequentie van een denkwijze aanvaart’. Want, zo stelt Bouman, Syriza aanvaart de uiterste consequentie van het ‘wel-noodhulp-geen-hervormingen-beleid’, namelijk: uittreding van Griekenland uit de Euro.

Maar, zoals ik heb laten zien, gebedel en onwilligheid om te hervormen kan niet de oorzaak zijn van de permanente crisis in Griekenland. De oorzaak van de crisis is de vasthoudendheid waarmee Europa verouderde economische principes blijft toepassen, ondanks de gebleken negatieve gevolgen voor de economie en de humanitaire crisis.

Het is Europa zelf dat doorgaat met vasthouden aan een denkwijze en dat daarvan de uiterste consequenties aanvaart. Die uiterste consequentie is het uiteenvallen van de euro. De werkelijke radicalen zitten op de redactielokalen van Nederlandse mediabedrijven en in de regeringshallen van Brussel, Berlijn en Den Haag.

Griekenland moet zich in hun ogen conformeren aan Europa. Het land is een negatief voorbeeld voor de burgers in andere landen want het laat zien wat er gebeurt als zij een ‘zogenaamd-radicale’ regering kiezen. Dit is de werkelijkheid van de IJzeren Kooij [8], waarin Europa inmiddels is veranderd. Burgers pas op met uw keuze, want dat kan slecht uitpakken voor uw economie.

De kanarie

Wat de Grieken willen is een New Deal: nieuwe onderhandelingen, voor beleid dat wel perspectief biedt voor groei, waardoor een einde gemaakt kan worden aan de humanitaire crisis in het land. Met deze regering, die geen banden heeft met de oude elite van Griekenland die deze puinhoop heeft gecreëerd, heeft Europa een kans om uit de crisis te komen.

Het zijn nieuwe mensen die echt willen puinruimen, en daarvoor juist alle kans zouden moeten krijgen. Deze kans mag Europa niet voorbij laten gaan, een tweede kans zullen we na uittreden van Griekenland niet meer krijgen. Griekenland is de kanarie in de mijn, en wat met de kanarie gebeurt zal, als de kompels niet oppassen, straks ook met hen gebeuren.

Voetnoten

[1] Volgens Wikipedia: Συνασπισμός Ριζοσπαστικής Αριστεράς, Synaspismós Rizospastikís Aristerás = ΣΥΡΙΖΑ
[2] ‘Oude retsina’ Elsevier, 28 feb 2015 (papieren versie).
[3] Financieel Dagblad 24 maart 2015 (papieren versie).
[4] Alles is vastgelegd in zogenaamde Memoranda’s Of Understanding.
[5] Tot 20 februari werd gesproken over de ‘trojka’ omdat zij bestond uit drie partijen: IMF, ECB en Eurogroep. Daarna werd op verzoek van de Grieken gesproken over de ‘instituties’ omdat zij zich door hun arrogante optreden in Griekenland erg gehaat hadden gemaakt. Ook in Portugal en Ierland is de trojka actief.
[6] Uitreding van Griekenland zal de euro destabiliseren omdat het de kans op uittreding van andere zwakke landen vergroot.
[7] Niet alleen binnen Europa, ook buiten Europa zijn we, volgens deze denkwijze, in een constante competitie verwikkeld ook met China, met de US en opkomende landen. Daarom wordt grote waarde gehecht aan Wettwebergsfähigkeit. Verdragen als TTIP moet dit versterken.
[8] De term komt van Max Weber: ‘stahlhartes Gehäuse‘. Volgens Weber hebben ‘mensen ontwikkelingen op gang [...] gebracht die een eigen leven zijn gaan leiden en zich nu tegen de mens hebben gekeerd. Hij gebruikt daarvoor het beeld van een 'stahlhartes Gehäuse', een ijzeren kooi. Het beroemdste voorbeeld daarvan is de bureaucratie’.

Verantwoording

Uitgelichte afbeelding: Een kanarie. Majd Mohabek, CC Flickr

Read more...

Wil de laatste sociaaldemocraat het licht uit doen?

>> Tuesday, March 17, 2015

Dat het wat beter gaat met de economie is niet dankzij maar ondanks het Kabinetsbeleid. Dus waarom zou je nog stemmen op de PvdA? De PvdA doet het voorkomen dat er geen alternatief is voor dit beleid. Daarom stemmen mensen op rechts-populisten of gaan helemaal niet meer stemmen, want wat maakt het nog uit?

Ik heb mijn leven lang bij elke parlementsverkiezing op de PvdA gestemd. Mijn allereerste stem ging naar Joop den Uyl. In 2012 heb ik op Diederik Samsom gestemd, maar dat was de allerlaatste keer dat ik PvdA heb gestemd.

Sinds de jaren zeventig is de politiek naar rechts opgeschoven. Niet alleen komt er steeds meer ruimte op rechts, ook linkse partijen worden steeds rechtser. D66 is verworden tot een soort VVD voor jongeren: niet reactionair maar dynamisch en sociaal-liberaal. Pechtold neemt echter wel onversneden liberale standpunten in. Hij wil nog meer bezuinigen en streeft naar een kleine staat.

Misschien dat GroenLinks wat naar links opschuift, maar ik ben het Kunduz- en het Lente-akkoord nog niet vergeten. De SP is het laatste refugium voor linkse kiezers, tenzij u op een goudvissenpartij wilt stemmen.

Maar de grootste schade voor links wordt veroorzaakt door het beleid van de PvdA. Door de coalitie die de PvdA is aangegaan met de VVD in 2012 is de onttakeling van links bijna compleet. Klokhuis heeft afgelopen maandag al laten zien wat de rol is van de VVD in onze politiek. Ik wil het vandaag over de andere regeringspartij: de Partij van Arbeid.

De kleine stapjes van de PvdA

Waar het verkeerd gaat bij de PvdA, werd afgelopen zaterdag goed duidelijk in Nieuwsuur. Hans Spekman was daar om uit te leggen waarom de PvdA in een coalitie zit met de VVD. Zijn antwoord was dat er nou eenmaal geen linkse meerderheid is. Daarom moet de PvdA wel compromissen sluiten. Hij gelooft in de politiek van de kleine stapjes. Zijn partij heeft meegewerkt aan hervormingen, die weliswaar pijn deden, maar die ook noodzakelijk waren. Het klinkt allemaal heel principieel: het landsbelang gaat boven het partijbelang. Spekman vraagt begrip van de kiezers want hij hadden geen andere keuze.

Ik geloof ook in ‘politiek van kleine stapjes’ want het verleden heeft herhaaldelijk laten zien dat de revolutie haar eigen kinderen op eet. Maar de kleine stapjes moeten wel de goede kant op gaan en dat is nu niet het geval: tot nog toe leiden alle stapjes die PvdA heeft gezet naar afbraak van de verzorgingsstaat, meer werkloosheid en een krimpende economie.

Tegenstrijdigheden

De strohalm waar Spekman en de regeringspartijen zich aan vastklampen is de positieve wending die de economie nu heeft genomen. Rutte claimde afgelopen zondag in Business Class dat dit Kabinet ervoor heeft gezorgd dat de ondernemer weer lucht krijgt dankzij de bezuinigingen. ‘We hebben noodzakelijk onderhoud verricht’ de afgelopen jaren en daarom gaat het nu beter. ‘We zitten in de voorste wagon van Europa’.

Maar klopt dit wel? Factchecking laat zien dat deze claim zwaar overdreven is. Bovendien is het niet moeilijk om in te zien dat het niet kan kloppen. In het zelfde interview of debat waarin zij zich op de borst kloppen voor het prachtige resultaat, zeggen Rutte en Samsom namelijk ook dat we nu even niet moeten bezuinigen.

Pardon? Ja u leest het goed: Volgens Rutte en Samsom moeten we nu niet bezuinigen omdat dat dat slecht zou zijn voor de groei. Ik heb geen enkele journalist gezien die dan de logische vervolgvraag stelt [1]: Was bezuinigen in tijden van recessie dan wel verstandig? Het antwoord daarop moet natuurlijk zijn: ‘Nee, natuurlijk niet’. De afgelopen jaren is procyclisch beleid gevoerd en dat is heel slecht. In gewone mensentaal: de regering heeft de crisis erger gemaakt dan nodig was. Terwijl de patiënt ziek was hebben zijn de pijnstillers onthouden. Pas nu de patient aan de beterende hand is, mag de pijn weer wat verzacht worden.

Dat dit indruist tegen de meest fundamentele economische principes zal duidelijk zijn: bezuinigen doe je in goede tijden, niet als het slecht gaat. De overheid moet de economie stabiliseren, niet destabiliseren. Nog steeds hebben onze politici, inclusief de sociaaldemocraten, deze les niet geleerd. [2]

Export van werkloosheid

Dat er nu sprake is van economische groei is dan ook niet dankzij, maar ondanks het Kabinetsbeleid. De verbetering is te danken aan toevallige externe factoren. Door prijsdalingen (met name brandstof) is het reële loon wat gestegen en door de lagere euro neemt de export wat toe.

Dat het nu weer wat beter gaat is dus niet te danken aan hervormingen. Het zal dan ook geen lang leven beschoren zijn. Want de eurolanden lossen hun economische problemen op door ‘export van werkloosheid’ en dat wordt in het buitenland niet in dank afgenomen. Dit is loondumping en dat heeft niets te maken met ‘duurzame groei’.

Er is geen alternatief

Terug naar Spekman en de PvdA. Als het om economisch beleid gaat is er dus geen enkele reden om voor de PvdA te stemmen. Wat Spekman wel bereikt is, dat het voor links in de toekomst nog moeilijker zal worden om uit te leggen dat progressief links beleid goed is voor de economie. Want dat is de implicatie van Spekmans argument: nu gaat het weer beter en de bezuinigingen hebben geholpen.

Juist progressieve partijen moeten stelling nemen tegen het neoliberale beleid van partijen als de VVD, CDA en D66 [3]. Als progressieven niet het juiste verhaal vertellen doet niemand dat. Door er aan mee te doen - uit verkeerd begrepen landsbelang - blijft er voor de kiezer niets meer te kiezen over. Waarom zouden we nog stemmen?

Bezuinigingen komen het hardst aan bij de mensen die zich het minst kunnen verweren: lage inkomens, werklozen, ouderen en gehandicapten. Het leidt tot onvrede en afkeer van de politiek. De rattenvangers varen er wel bij want zij hebben tenminste nog een verhaal: het zijn de Marokkanen, de EUSSR, de moslims – wie of wat dan ook de zondebok van de dag is. Dat het niet klopt doet niet ter zake.

Voor de duidelijkheid: ik ga morgen wel stemmen, op de enige nog overgebleven linkse partij: de SP.

Noten

[1] Maar ik kan dat gemist hebben.

[2] Rutte is dus inconsistent. Pechtold beweert in het debat tegen Wilders dat we de ‘schuld niet door mogen schuiven naar onze kinderen’.

[3] Ik gebruik de term neoliberaal niet als scheldwoord, maar om er de politieke stroming mee aan te duiden, die ontstond in de jaren dertig en die in de jaren tachtig aan de macht kwam. Zie voor een goede uitleg van de geschiedenis van het neoliberalisme: Mist­vorming rond het neo­libera­lisme.

Verantwoording
Afbeelding: Partij van de Arbeid, CC, Flickr

Read more...

Onvoorwaardelijk Basisinkomen: een neoliberale valkuil

>> Wednesday, February 4, 2015

Het basisinkomen: redding van de verzorgingsstaat... of een neoliberale valkuil? Het basisinkomen bestrijdt symptomen, niet de oorzaak van de problemen van de verzorgingsstaat, omdat het is gebaseerd op een verkeerde neoliberale analyse. Volgens Michel Verbeek is het antwoord overduidelijk: ‘Ja het is een neoliberale valkuil’. Geschreven voor ‘Denken over Links’, 29 jan 2015 Rotterdam

Terug van weggeweest

De eerste keer dat ik van het basisinkomen hoorde was eind jaren zeventig. Het sprak me toen als arme student wel aan. Daarna verdween het voor lange tijd uit beeld tot de redactie van Sargasso me in juni 2013 vroeg om wat modellen voor een basisinkomen door te rekenen. Ik ben daar zonder vooringenomenheid aan begonnen, maar ben toch tot de conclusie gekomen dat een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen [1] niet zo’n goed idee is.

Het basisinkomen is nu weer helemaal terug in de media. Vorig jaar besteedde de VPRO documentaireserie Tegenlicht er een aflevering aan. Rutger Bregman schreef er voor de Correspondent een enthousiast verhaal over. Zelfs in het bolwerk van financiële degelijkheid, het Financieel Dagblad, lees ik artikelen van voorstanders als Kim Putters en Marcel Canoy.

Er zijn natuurlijk ook tegengeluiden, zoals Thomas Colignatus die al jarenlang waarschuwt dat de voorstellen niet goed economisch onderbouwd zijn. Op Sargasso is door Paul Teule en ondergetekende af en toe aandacht besteed aan problemen van het basisinkomen. De meest grondige kritiek is in het Duits verschenen: Irrweg Grundeinkommen [2].

Dat het nu weer zo populair is, komt waarschijnlijk doordat het - net als in de jaren zeventig - slecht gaat met de economie. De crisis die 2008 begon, wil maar niet overgaan. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat er fundamentele fouten zitten in de verzorgingsstaat.

De oplossing van het basisinkomen

In Tegenlicht wordt een somber toekomstbeeld geschetst, gebaseerd op de aanname dat de verzorgingsstaat wordt ondermijnd door automatisering. Automatisering maakt steeds meer werk overbodig. ‘We kunnen dit niet aan de markt overlaten,’ stelt Ron Hinkel, leider van het Mincome project.

De oplossing is invoering van het basisinkomen, zodat iedereen genoeg geld heeft om de dingen te kopen die de economie produceert, ook als er niet genoeg banen zijn voor iedereen.

De oplossing van het basisinkomen heeft de schoonheid van eenvoud. We kunnen het complexe systeem van de verzorgingsstaat vervangen door één uitkering, die hoog genoeg is om van te leven. Aan de uitkering worden geen voorwaarden gesteld waardoor de uitkeringsbureaucratie kan worden afgeschaft.

De kritiek dat mensen dan minder gaan werken wordt afgewezen als calvinistisch en onnodig pessimistisch. Uit experimenten zoals het Mincome project is gebleken dat mensen het geld goed besteden. ‘Gratis geld’ noemt Rutger Bregman het, die een grote gave heeft voor het woord en hiermee goed aangeeft hoe radicaal het idee is.

Kosten rondpompen

De belangrijkste vraag, waar niemand omheen kan, is of het betaalbaar is. Een voorwaarde voor het basisinkomen is dat het een reëel alternatief is voor het huidige stelsel. Dat betekent dat het een bestaan boven de armoedegrens moet garanderen [3]. Het is niet moeilijk om enkele ruwe berekeningen te maken en ik heb dat zelf ook gedaan voor Sargasso. Deze berekeningen laten niet zien wat de gevolgen zijn voor de economie (ik kom hier straks uitgebreid op terug), maar wel dat het een kostbaar plan is.

Kern van het kostenprobleem is dat meer belasting moet worden geheven over een steeds kleiner ‘belastbaar inkomen’, namelijk dat deel van de gezamenlijke inkomens die door betaalde arbeid worden verdiend.

Bovendien kost het meer dan het oude systeem. Dat het duurder is, is ook logisch: anders dan nu wordt geld uitgekeerd aan iedereen, of hij of zij het nodig heeft of niet. Alles bij elkaar zal de belastingdruk hierdoor flink omhoog gaan.

Het vreemdste argument dat voorstanders van het basisinkomen in stelling brengen is daarom dat het een einde maakt aan het zinloos rondpompen van geld. Canoy doet dat in Tegenlicht en Robin Fransman op FTM.

Dit is vreemd omdat het nodeloos rondpompen van geld de essentie is van het basisinkomen. Want iedereen, ook de netto belastingbetaler, krijgt een basisinkomen, dat hij of zij direct weer terug moet betalen aan de belastingdienst.

De experimenten

Voorstanders van het basisinkomen pleiten voor experimenten waarin wordt onderzocht wat de effecten ervan zijn. Zij putten hoop uit eerder uitgevoerde experimenten, zoals het Mincome project, die laten zien dat ‘gratis geld’ niet betekent dat mensen minder gaan werken.

Iedereen die betrokken was bij het Mincome project is heel positief over die ervaring. Uitkeringsontvangers gooien het geld niet over de balk maar gebruiken het voor studie, of een investering in het eigen bedrijf.

Tegenlicht laat ook Ron Hinkel, de leider van het project, aan het woord. Hij beschrijft wat het doel was van het experiment: onderzoeken wat het effect is op mensen van welfare (sociale voorzieningen). Zij wilden aantonen dat de veronderstelling van conservatieven, dat mensen door hulp in een welfare trap komen, niet klopt.

Wat het Mincome project laat zien is dat dat rechtse verhaal over de welfare trap niet klopt. Mensen die geholpen worden, hebben daar baat bij, ook als daar geen voorwaarden aan verbonden worden.

Dat is wat het Mincome project aantoont, niet minder, maar ook niet meer.

Instabiliteit

Wat het experiment niet laat zien, is wat de gevolgen zullen zijn voor een grote en open economie. Dat kan ook niet, want alle experimenten waar ik van hoor, worden gedaan in kleine geïsoleerde gemeenschappen. Ook in Tegenlicht wordt voorgesteld om een experiment op Schiermonnikoog te doen. Echte waaghalzen hadden Amsterdam voorgesteld.

Want dat een basisinkomen in grote gevolgen zal hebben voor de economie is zonder meer duidelijk. Als aan iedereen een basisinkomen wordt verstrekt, zal de keuze om wel of niet te gaan werken veranderen.

Dit heeft gevolgen voor de arbeidsparticipatie. Werkende moeders zullen er voor kiezen om voor de kinderen te gaan zorgen.

Ook aan de betalende kant is er een effect: omdat de belasting hoger wordt, levert extra werk minder netto loon op waardoor de arbeidsparticipatie zal afnemen.

Daarbij komt dat het aanbod van personeel zal veranderen. Het zal moeilijker worden om mensen te vinden voor slecht betaald en ongeschoold werk. Dit is zelfs een expliciet doel is van voorstanders: niemand mag gedwongen worden om vies of zwaar werk te doen.

De enige manier om mensen hiervoor te krijgen is, door meer te betalen. Door de hogere kosten zal de daardoor de vraag naar ongeschoold werk afnemen.

Veel mensen zullen laaggeschoold werk zelf gaan doen: ‘de boekhouder kan ’s morgens de prullenbakken wel legen’. Steeds minder werk wordt in loondienst verricht om de belasting te ontwijken en zwartwerk zal toenemen [4]. Het gevolg hiervan is dat de basis waarover belasting wordt gegeven steeds kleiner zal worden, wat dit effect nog zal versterken. Zo ontstaat een negatieve vicieuze cirkel.

Daarom leidt het basisinkomen tot een inherent instabiel systeem dat op den duur zal bezwijken . Dit zal er dan waarschijnlijk toe leiden dat het basisinkomen tot ver onder het armoedeniveau wordt verlaagd. Dan zijn we veel slechter af dan nu.

Verzorgingsstaat verouderd?

Het is tegenwoordig mode om te zeggen dat verzorgingsstaat verouderd is. [5]. Dit argument heb ik nooit goed begrepen. Zeker, toen de eerste verzorgingsstaat werd ingevoerd (in 1870, onder Bismarck) waren de omstandigheden anders.

Ook de in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat, de jaren vijftig en zestig, zat de maatschappij anders in elkaar dan nu. Maar dat iets een lange traditie heeft wil nog niet zeggen dat het niet aangepast kan worden aan de tijd. Democratie is toch ook niet verouderd omdat het al tweeënhalf duizend jaar oud is?

De redenen die worden genoemd voor de veroudering zijn of niet relevant of waren ook eerder al van toepassing. Het feit dat er vroeger één kostwinner was, is geen essentieel onderdeel van de verzorgingsstaat.

Een andere reden, de toename van arbeidsproductiviteit, is een verschijnsel dat kenmerkend is voor het kapitalisme sinds het begin van de industriële revolutie 250 jaar geleden en gaat tot op de huidige dag door. Automatisering is dus geen nieuw verschijnsel. Angstige verhalen over een toekomst waarin mensen overbodig zijn geworden omdat robots het werk doen, zijn niet meer dan slechte science fiction.

Met het principe van de verzorgingsstaat is namelijk niets mis, net zo goed als ook met het principe van de democratie niets mis is. De vraag moet dus zijn: wat is dat principe, en wat moet eventueel worden aangepast?

De gouden loonregel

De verzorgingsstaat is een antwoord op een fundamenteel probleem van het kapitalisme: wat gebeurt er met de groei van de economie die het gevolg is van de steeds groter wordende productiviteit?

De manier waarop dat in de verzorgingsstaat wordt gedaan is door het afdwingen van een eerlijke verdeling van de groei tussen arbeid en kapitaal.

Als de investeerder een te groot aandeel van de productiviteitswinst voor zich zelf in beslag neemt blijft er te weinig over voor de arbeider om de geproduceerde goederen te consumeren. Als de lonen niet proportioneel stijgen met de groei van de economie, wordt er te veel geproduceerd en ontstaat werkloosheid.

De regel dat lonen proportioneel stijgen met de groei van de economie heet de gouden loonregel. Als deze wordt aangehouden is er altijd (afgezien van externe oorzaken) volledige werkgelegenheid.

Daardoor is de loonbasis altijd groot genoeg voor het heffen van premies voor volksverzekeringen, gezondheidszorg en pensioenen.

Dit resulteert in een stabiele economie omdat er sprake is van volledige werkgelegenheid. Er is altijd voldoende koopkracht om de goederen en diensten die die door de steeds grotere productiviteit worden geproduceerd, te consumeren [6].

Omdat er volledige werkgelegenheid is, is er bovendien geen dwang nodig om mensen aan het werk te krijgen, want er is werk genoeg.

Er is een machtsbalans tussen werkgevers en werknemers: bevalt het werk niet? Dan zoek je een andere baan!

De neoliberale revolutie

Zodra van de gouden loonregel wordt afgeweken, gaat het verkeerd. Als de lonen te hoog zijn, stijgen de prijzen omdat de vraag naar goederen en diensten groter is dan de economie kan produceren. Samen met automatische loonindexering leidt dit tot steeds hogere inflatie.

Dit gebeurde in de jaren zeventig doordat de stijging van de olieprijs werd gecompenseerd in de lonen. Dit leidde tot stagflatie: hoge inflatie en stagnatie.

De neoliberale revolutie van begin jaren tachtig maakte een einde aan de gouden loonregel. Margaret Thatcher en Ronald Reagan braken de macht van de vakbonden. De koppeling tussen loon en economische groei is daarna nooit meer hersteld.

Figuur 1 Groei van loon is eind jaren zeventig losgekoppeld van de productiviteitsgroei in de VS.

Aan de hoge inflatie kwam een eind, maar de volledige werkgelegenheid van de jaren vijftig en zestig, is nooit meer terug gekomen. Vanaf dat moment stagneerden de lonen. Het sterkste is dit te zien in de VS, maar ook in Europa, vooral in Nederland en Duitsland is deze trend aanwezig en ligt aan de basis van de eurocrisis.

De grote stagnatie

De stagnatie van de lonen is de oorzaak van een aantal fenomenen die te maken hebben met het niet goed functioneren van de verzorgingsstaat. De decennia na 1980 zijn een spiegelbeeld van wat daarvoor gebeurde. Er is niet genoeg koopkracht om te consumeren wat door de groeiende productiviteit wordt geproduceerd. Er ontstaat overcapaciteit en de groei stagneert. Er zijn regelmatig financiële crises die grote werkloosheid veroorzaken.

Hierdoor lopen de kosten voor de verzorgingsstaat op [7]. Door de neoliberale revolutie is ook de mentaliteit veranderd. Werkloosheid wordt gezien als een persoonlijk falen. De dwang om werk, passend of niet, aan te nemen wordt steeds groter en de ‘werkloosheidsindustrie’ kost steeds meer geld.

Het tekort aan vraag kan ten dele worden gecompenseerd met krediet. Om de consumptie op peil te houden gaan mensen meer lenen. Ook de staat moet steeds meer lenen om de steeds duurdere verzorgingsstaat draaiende te houden [7]. De economische groei die er is, wordt door kredietbubbels gegenereerd (vastgoedbubbel, dotcombubbel). De fase waarin de economie nu verkeert wordt secular stagnation genoemd.

Het geld dat door de groeiende productiviteit wordt verdiend, gaat naar een steeds kleiner wordende groep van superrijke investeerders.

Dit is dezelfde groep ‘superrijken’ waar Erik Brynjolfsson aan refereert in Tegenlicht, wanneer hij uitlegt waarom de verzorgingsstaat niet meer werkt.

In het licht van het economische principes dat ik hier heb beschreven, is duidelijk waarom de verklaring van Brynjolfsson niet klopt [8]. Hij beseft niet dat de verdeling van de productiviteitsgroei het probleem is.

Wassenaar 2.0

De problemen van de verzorgingsstaat worden dus niet veroorzaakt door de verzorgingsstaat zelf, maar doordat begin jaren tachtig de koppeling tussen de groei van loon en arbeidsproductiviteit is losgelaten. Er moet een actief loonbeleid gevoerd worden op een manier waar wij in Nederland (en Duitsland) goed mee vertrouwd zijn: polderen.

Vakbonden spelen hierbij een cruciale rol. Er moet een nieuw ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten worden, waarin afgesproken wordt dat de lonen evenredig stijgen met de groei van de economie.

Het basisinkomen is als herverdelingsmechanisme om de toegenomen ongelijkheid te bestrijden ongeschikt, omdat het niet de oorzaak ervan aanpakt. Het is gebaseerd op een verkeerde diagnose van de problemen en het systeem is inherent instabiel.

Door de verzorgingsstaat op de goede manier te hervormen is het mogelijk om de toekomstdroom van Keynes tot werkelijkheid te maken: slechts drie uur per dag, of vijftien uur per week werken. De rest van de tijd kun je dan besteden aan creatief werk of zorg voor naasten. Precies die zaken die genoemd worden als voordeel van het basisinkomen.

Veel mensen zijn onnodig bang voor de toekomst: ‘Help de robots komen eraan’ schrijft Rutger Bregman. Dat is niet nodig mits loonontwikkeling niet aan de markt wordt overgelaten. In de woorden van Keynes: ‘We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism’ [9] Zij die de verzorgingsstaat voor dood verklaren, praten neoliberale economen na zonder het te beseffen.

Voetnoten

[1]: Onvoorwaardelijk en universeel.
Omwille van de leesbaarheid laat ik hierna de toevoeging onvoorwaardelijk maar het is wel een essentieel onderdeel van het plan.

[2]: Irrweg Grundeinkommen. Die große Umverteilung von unten nach oben muss beendet werden Door: Heiner Flassbeck, Friederike Spiecker, Volker Meinhardt, Dieter Vesper, bij Westend, Duitsland, 2013. Dit is de beste analyse die ik heb gevonden. Van Heiner Flassbeck en Friederike Spiecker komt ook de gouden loonregel die ik in dit artikel bespreek.

[3]: Hoe hoog?
Marcel Canoy gaat uit van AOW niveau: 760 euro voor een alleenstaande. Maar ik hoor ook hogere bedragen, bijvoorbeeld 1000 euro [15]. Belangrijk is dat het voldoende moet zijn voor het bestaansminimum. Bij deze berekeningen moet men niet uit het oog verliezen dat het systeem een vervanging is van het huidige systeem. Ook mensen die wel willen werken maar daartoe om legitieme redenen niet in staat zijn, moeten een volwaardig leven kunnen leiden. Hun inkomen moet dan duidelijk boven het bijstandsniveau liggen. Marcel Canoy wil daarvoor een extra post reserveren, maar daarmee voert hij via de achterdeur weer een controle systeem in.

[4]: Controle.
Tot nog toe wordt door iedereen zondermeer aangenomen dat een van de grote voordelen van het basisinkomen zal zijn dat het controle apparaat dat nu nodig is voor het uitkeren, kan worden afgeschaft. ‘Weg met die tandenborsteltellerij’ zegt Marcel Canoy in Tegenlicht. Helaas zal de controle niet verdwijnen maar zich verplaatsten. Door de hoge belastingdruk zal de betalingsdiscipline afnemen en zal meer controle nodig zijn. Het maakt daarbij niet uit of het om directe of indirecte belasting gaat. Er zal een grote markt ontstaan voor zwartwerk, of indien de belasting wordt geheven via BTW, voor smokkel en andere vormen belastingontduiking.

[5]: De verzorgingsstaat is verouderd.
Enkele redenen die ik ben tegenkomen in een snelle survey:
  1. Het is te duur
  2. Door de automatisering komt er minder werk
  3. Het bevoordeelt mensen met een vast dienstverband, terwijl juist meer flexibilteit noodzakelijk is.
  4. We moeten concurreren met andere landen (globalisering dus)
Ik heb niet de tijd en de ruimte om hier op al deze argumenten in te gaan. Maar volgens mij worden ze afdoende beantwoord door mijn uitleg van de gouden loonregel.

[6]: Groei.
Economische groei is het resultaat van bevolkingsgroei, toename van kennis (wetenschap), ontwikkeling van nieuwe technieken (o.a. automatisering) en is incrementeel. Dat wil zeggen: elke generatie bouwt voort op wat de vorige heeft bereikt.Mijn voorstel is om een groot deel van de groei te steken in omschakeling naar andere energieproductie, want ook daarvoor is groei nodig.
De vraag wat we met die groei doen is een politieke keuze.
Ik ga niet in op de (legitieme) vraag of groei goed is. Veel mensen hebben kritiek op de noodzaak van economische groei. Ik wil hier heel kort over zijn: groei van productiviteit is een gegeven (afgezien van externe factoren).

[7]: Belasting.
Ook moet hierbij vermeld worden dat tegelijkertijd de belasting werd verlaagd waardoor de tekorten nog verder opliepen.

[8]: Neoliberalisme.
Volgens Brynjolfsson wordt de loonhoogte wordt bepaald door arbeidsmarkt. Er is minder vraag naar arbeid omdat meer kan worden geproduceerd met minder mensen. Dit is een neoklassieke en neoliberale visie op de arbeidsmarkt. Wat de ‘juiste prijs’ is van arbeid, stellen zij, kan alleen door markt bepaald worden. Het probleem hiermee is dat dit in de praktijk leidt tot recessies. Het gaat er vanuit dat wat op de arbeidsmarkt gebeurt geen invloed heeft op de rest van de economie. Dat is evident onwaar: als lonen dalen, daalt de vraag. Als de vraag afneemt ontstaat er overcapaciteit en ontstaat opnieuw werkloosheid. Deze effecten versterken elkaar en de economie raakt in recessie. Wat nu bij V&D gebeurt kan ter illustratie dienen. Als V&D weer concurrend wordt door de loonsverlaging zijn concurrenten ook gedwongen om de lonen te verlagen. Er zijn steeds meer voorbeelden afgedwongen loonsverlaging om bedrijven te redden. Hier is in de praktijk te zien hoe de neerwaartse loonprijs spiraal functioneert en leidt tot deflatie.

[9]: Economic Possibilities for our Grandchildren. John Maynard Keynes.
‘Just now’ is in 1930. Het is opmerkelijk hoe goed de openingsalinea van het essay van Keynes op onze tijd van toepassing is. Vervang Great Britain door Europe, en nineteenth century door twentieth century:
We are suffering just now from a bad attack of economic pessimism. It is common to hear people say that the epoch of enormous economic progress which characterised the nineteenth century is over; that the rapid improvement in the standard of life is now going to slow down – at any rate in Great Britain; that a decline in prosperity is more likely than an improvement in the decade which lies ahead of us.

Verantwoording

Read more...

About This Blog

  © Blogger templates Sunset by Ourblogtemplates.com 2008

Back to TOP